7.2. Openbaarmaking financiële relaties

De gedragsregels van paragraaf 7.2 en het centrale register als bedoeld in artikel 7.2.4 hebben ten doel te voorzien in de maatschappelijke behoefte inzicht te kunnen verkrijgen in financiële relaties die voortvloeien uit de in artikel 7.2.1 bedoelde overeenkomsten, ten einde bij te dragen aan het uitgangspunt dat de burger in staat moet worden gesteld om door objectieve voorlichting en/of advisering een weloverwogen keuze voor een bepaald geneesmiddel c.q. beroepsbeoefenaar te maken.

De Gedragscode stelt eisen aan financiële relaties tussen partijen. Financiële relaties die buiten de toepassing van de Gedragscode vallen, zoals het toezicht op WMO-plichtig en niet-WMO-plichtig onderzoek, vallen ook buiten het bereik van de paragraaf 7.2. Dat neemt niet weg dat op grond van de EFPIA Code of Practice, deze relaties jaarlijks, geaggregeerd per land dienen te worden gerapporteerd. In Nederland biedt de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen het platform voor deze rapportages van haar leden.

Bepaalde financiële relaties worden in de Gedragscode uitgezonderd van de normen van gunstbetoon. Het betreft maatregelen of handelspraktijken inzake prijzen, marges en kortingen, verband houdend met handelsrelaties, alsmede het verstrekken van monsters en geschenken van geringe waarde overeenkomstig paragraaf 6.2. Ook deze relaties vallen buiten de toepassing van deze paragraaf.

Voor financiële relaties waartegenover wel een (zekere) tegenprestatie staat (zoals honorering van dienstverlening of sponsoring) geldt dat deze in een schriftelijke overeenkomst dienen te worden vastgelegd, waarbij de doelstelling en uitvoering van de relatie helder moeten zijn omschreven en een redelijke verhouding moet bestaan tussen tegenprestatie en vergoeding (artikelen 6.3.2, 6.4.4 en par. 6.5). Het gaat hierbij bijvoorbeeld om vergoeding voor dienstverlening van beroepsbeoefenaren voor deelname aan een wetenschappelijke adviesraad, het geven van een lezing of presentatie of het schrijven van een medisch-wetenschappelijk stuk. Daarbij wordt over het algemeen onderscheid gemaakt tussen de vergoeding van werkelijk gemaakte kosten of vergoeding aan de instelling waar de beroepsbeoefenaar aan is verbonden en de daadwerkelijke honoraria of tarief per tijdseenheid die de betrokken beroepsbeoefenaar ontvangt. Sponsoring vindt over het algemeen plaats aan instellingen, waarbij bijvoorbeeld een specifiek project dat de gezondheidszorg ten goede komt, mogelijk wordt gemaakt.

De Gedragscode bepaalt tevens dat vergunninghouders en patiëntenorganisaties transparant zijn over hun financiële relaties. Er is voor gekozen ook deze relaties vanaf 1 januari 2015 onder te brengen in het Transparantieregister Zorg.

7.2.1 Financiële relatie

Deze gedragsregels zijn van toepassing op financiële relaties die voortvloeien uit de navolgende categorieën overeenkomsten:

  1. Dienstverleningsovereenkomsten overeenkomstig artikel 6.3.2;
  2. Overeenkomsten inzake gastvrijheidskosten overeenkomstig artikelen 6.4.6 onder 3 en 6.4.8 onder 2;
  3. Sponsoringsovereenkomsten overeenkomstig artikel 6.4.4, alsmede artikel 6.5 respectievelijk artikel 6.5.4;
  4. Overeenkomsten ter ondersteuning van een patiëntenorganisatie overeenkomstig artikel 6.6.3.

Met de onder a tot en met d genoemde categorieën overeenkomsten worden in deze paragraaf vereenzelvigd overeenkomsten die niet rechtstreeks tussen een vergunninghouder en een beroepsbeoefenaar respectievelijk patiëntenorganisatie zijn aangegaan, maar met een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren, een instelling waarin beroepsbeoefenaren participeren of werkzaam zijn of een andere derde partij (hierna: ‘samenwerkingsverband of instelling of andere derde partij’). Wanneer de andere derde partij in opdracht van een vergunninghouder respectievelijk een beroepsbeoefenaar, een samenwerkingsverband of instelling of een patiëntenorganisatie heeft gehandeld, worden de regels in deze paragraaf toegepast alsof deze overeenkomsten wel rechtstreeks tussen de vergunninghouder en de beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband of instelling respectievelijk de patiëntenorganisatie zijn aangegaan.

De gedragsregels zien op financiële relaties tussen vergunninghouders enerzijds en beroepsbeoefenaren respectievelijk patiëntenorganisaties anderzijds. Het gaat hierbij om (de betrokkenheid van) in Nederland praktiserende beroepsbeoefenaren die in het BIG-register zijn ingeschreven respectievelijk in Nederland gevestigde patiëntenorganisaties.

Onder financiële relatie wordt verstaan het direct of indirect verstrekken van een financiële of op geld waardeerbare vergoeding door een vergunninghouder aan een in Nederland praktiserende beroepsbeoefenaar respectievelijk in Nederland gevestigde patiëntenorganisatie.

De openbaarmaking betreft de volgende financiële relaties die voortvloeien uit de navolgende overeenkomsten:

  1. Dienstverleningsovereenkomsten tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren (overeenkomstig artikel 6.3.2);
  2. Overeenkomsten op basis waarvan een vergunninghouder gastvrijheidskosten vergoedt aan of voor zijn rekening neemt voor een beroepsbeoefenaar (overeenkomstig 6.4.6 onder 3 en 6.4.8 onder 2);
  3. Sponsoringsovereenkomsten tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren (beperkt tot de onkosten van proefschriften), samenwerkingsverbanden van beroepsbeoefenaren en/of instellingen waar beroepsbeoefenaren in participeren dan wel werkzaam zijn (overeenkomstig artikel 6.4.4, alsmede artikel 6.5.3 respectievelijk 6.5.4);
  4. Sponsorovereenkomsten tussen vergunninghouders en patiëntenorganisaties (overeenkomstig artikel 6.6.3).

Het gaat bij de financiële relatie over de feitelijke samenwerking tussen de vergunninghouder en de beroepsbeoefenaar respectievelijk patiëntenorganisatie en niet over de feitelijke betaling aan de contractspartij. Zo kunnen de vergoedingen niet rechtstreeks door (op naam van) de vergunninghouder worden verstrekt, maar in opdracht van een vergunninghouder door een andere rechtspersoon die buiten de definitie van vergunninghouder valt. Een dergelijke relatie wordt geacht te zijn aangegaan door de vergunninghouder.

Andersom kan de betaling voor een dienstverlening plaatsvinden aan een ander dan de beroepsbeoefenaar – bijvoorbeeld aan het ziekenhuis waar de beroepsbeoefenaar werkt – waarbij de beroepsbeoefenaar wel feitelijk werkzaamheden verricht. Indien in geval van een dienstverleningsovereenkomst met een ziekenhuis de feitelijke werkzaamheden kunnen worden toegeschreven aan een beroepsbeoefenaar, dan dient het honorarium voor deze werkzaamheden te worden geopenbaard op naam van deze beroepsbeoefenaar, ook al vindt de betaling plaats aan het ziekenhuis (artikel 7.2.2 onderdeel d). In geval van een sponsorovereenkomst met een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren, een zorginstelling waarin beroepsbeoefenaren participeren of werkzaam zijn of een andere derde partij (zoals een congresorganisatie), zal de openbaarmaking van deze sponsoring in beginsel plaatsvinden op naam van het samenwerkingsverband of de zorginstelling. Echter, als met (een deel van) het sponsorgeld diensten van beroepsbeoefenaren worden afgenomen of beroepsbeoefenaren individuele reis- en/of overnachtingskosten krijgen vergoed en dit aan de beroepsbeoefenaar die de diensten verricht of de gastvrijheidskosten ontvangt kan worden toegeschreven, dan dienen de betalingen voor deze diensten respectievelijk onkosten te worden geopenbaard op naam van de betrokken beroepsbeoefenaren. Het restant van het sponsorgeld dient dan plaats te vinden op naam van het samenwerkingsverband of de zorginstelling.

Betalingen aan een samenwerkingsverband, zorginstelling of andere derde partij ten behoeve van diensten van of gastvrijheidskosten voor een beroepsbeoefenaar, kunnen aan de beroepsbeoefenaar worden toegeschreven op het moment dat de vergunninghouder optreedt als enige externe financier en het aandeel van de vergunninghouder in de totale kosten van de activiteit een drempel van 50% overschrijdt. In het bijzondere geval van marktonderzoek met wederzijdse anonimiteit, heeft de vergunninghouder geen invloed op welke beroepsbeoefenaren worden uitgenodigd om deel te nemen en ook de beroepsbeoefenaren weten niet wie de feitelijke opdrachtgever van het marktonderzoek is. In dat geval kunnen de werkzaamheden niet aan de betrokken beroepsbeoefenaren worden toegeschreven, ook al treedt de vergunninghouder op als enige opdrachtgever. Zie verder Nieuwsbrief 2017/5.[link toevoegen of verwijzing weghalen]

Een dienstverleningsovereenkomst met een marktonderzoeksbureau waarbij artsen worden ingeschakeld om eenmalig een eenvoudig vragenformulier in te vullen, valt buiten de scope van de transparantieregels omdat deze niet schriftelijk hoeven te worden vastgelegd (artikel 6.3.2 tweede alinea). Verder dient er betrokkenheid te zijn van in Nederland praktiserende beroepsbeoefenaren. In geval sponsoring plaatsvindt aan een internationale wetenschappelijke vereniging waarin ook in Nederland praktiserende beroepsbeoefenaren participeren, is alleen sprake van een financiële relatie indien een of meer in Nederland praktiserende beroepsbeoefenaren gezamenlijk meer dan 25% belang hebben in het kapitaal of meer dan 25% van de stemrechten kunnen uitoefenen dan wel meer dan 25% begunstigde zijn van het vermogen van de rechtspersoon (overeenkomstig de zogenaamde UBO regeling van de Belastingdienst). Bij een kleiner percentage is geen sprake van een uiteindelijke begunstiging van in Nederland praktiserende beroepsbeoefenaren en kan openbaarmaking van de betrokken sponsoring achterwege blijven. De vestigingsplaats van de internationale vereniging is niet doorslaggevend.

7.2.2 Openbaarmaking

Indien het totale bedrag uit hoofde van een of meerdere financiële relaties tussen een vergunninghouder en een beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband en/of instelling respectievelijk een patiëntenorganisatie hoger is dan € 500,- per kalenderjaar, wordt met betrekking tot de betrokken financiële relatie(s) door partijen eens per jaar binnen 6 maanden volgend op het kalenderjaar waarop tussen partijen de relatie(s) ten uitvoer is/zijn gebracht, het volgende openbaar gemaakt:

  1. de aard van de overeenkomst overeenkomstig de door de CGR vastgestelde selectietabel en het kalenderjaar waarin de overeenkomst is uitgevoerd, en
  2. de naam en het vestigingsadres en/of KvK-nummer van de vergunninghouder, en
  3. voor zover de dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder a kan worden toegeschreven aan een beroepsbeoefenaar: de persoonsgegevens (naam, specialisatie en woonplaats) van de beroepsbeoefenaar die feitelijk de diensten heeft uitgevoerd (ongeacht of deze beroepsbeoefenaar ook de uiteindelijke begunstigde is van de betaalde bedragen) en per dienstverleningsovereenkomst het totaalbedrag van het aan deze beroepsbeoefenaar toegerekende honorarium, alsmede, indien van toepassing, als een afzonderlijke financiële relatie, het totaal aan de beroepsbeoefenaar toegerekende onkostenvergoedingen; en
  4. voor zover de dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder a is afgesloten met een samenwerkingsverband of instelling en de werkzaamheden niet kunnen worden toegeschreven aan (een) bepaalde beroepsbeoefena(a)r(en): de gegevens (naam, vestigingsadres en/of KvK-nummer) van het samenwerkingsverband en/of instelling, en het hieraan per dienstverleningsovereenkomst betaalde totaalbedrag aan honoraria, mits deze honoraria niet al zijn gemeld op grond van onderdeel c van dit artikel, alsmede, indien van toepassing, als een afzonderlijke financiële relatie, het totaal aan betaalde onkostenvergoedingen; en
  5. voor de categorie overeenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 onder b: de persoonsgegevens (naam, specialisatie en woonplaats) van de beroepsbeoefenaar en per samenkomst het totaalbedrag aan vergoede respectievelijk voor rekening van de vergunninghouder genomen gastvrijheidskosten; en
  6. voor zover de sponsoringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder c is overeengekomen met een beroepsbeoefenaar ter ondersteuning van zijn proefschrift: de persoonsgegevens (naam, specialisatie en woonplaats) van de beroepsbeoefenaar waarmee de financiële relatie bestond, alsmede de hieraan betaalde gelden; en
  7. voor zover de sponsoringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.1 onder c is overeengekomen met een samenwerkingsverband of een instelling of een andere derde partij: de gegevens (naam, vestigingsadres en/of KvK-nummer) van het samenwerkingsverband of de instelling waarmee de financiële relatie bestond, alsmede per sponsorovereenkomst de hieraan betaalde gelden, waarbij de binnen de sponsorovereenkomst aan een beroepsbeoefenaar toegeschreven bedragen uit hoofde van onderdelen c en e van dit artikel volgens die onderdelen op naam van de beroepsbeoefenaar worden openbaar gemaakt en in mindering worden gebracht op het totaalbedrag van de betrokken sponsorovereenkomst dat op naam van het samenwerkingsverband of de instelling wordt openbaar gemaakt; en
  8. voor de categorie overeenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 onder d: de gegevens (naam, vestigingsadres en/of KvK-nummer) van de patiëntenorganisatie die is ondersteund, alsmede de per overeenkomst hieraan betaalde gelden (in geld of in natura).

In dit artikel wordt bepaald welke gegevens openbaar dienen te worden gemaakt en door wie (hierna: de openbaarmaker). Hierbij zijn naast het evidente belang van transparantie, proportionaliteit en het voorkomen van onnodige administratieve en organisatorische lasten als uitgangspunt genomen.

Openbaarmaking betreft de volgende gegevens:

  1. Naam van de ontvanger:
    Voor dienstverleningsovereenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 sub a: de persoonsgegevens (uitgangspunt is het BIG-nummer [op grond van het Registratiebesluit BIG, artikel 8a], op basis waarvan naam, specialisatie en woonplaats worden geopenbaard) van de beroepsbeoefenaar die feitelijk de diensten heeft uitgevoerd (ongeacht of deze beroepsbeoefenaar ook de uiteindelijke begunstigde is van de betaalde bedragen).Indien de dienstverleningsovereenkomst is aangegaan met een samenwerkingsverband of instelling, worden de gegevens (uitgangspunt is het KvK-nummer, op basis waarvan de naam en het vestigingsadres worden geopenbaard) van het samenwerkingsverband/instelling openbaar gemaakt, tenzij de dienstverlening kan worden toegeschreven aan een beroepsbeoefenaar die feitelijk de diensten heeft uitgevoerd en de dienstverlening op naam van deze beroepsbeoefenaar is gemeld; enVoor overeenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 sub b: de persoonsgegevens (uitgangspunt is het BIG-nummer [op grond van het Registratiebesluit BIG, artikel 8a], op basis waarvan naam, specialisatie en woonplaats worden geopenbaard) van de beroepsbeoefenaar die de (kosten voor) gastvrijheid heeft ontvangen.Voor sponsoringsovereenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 sub c: de gegevens (uitgangspunt is het KvK-nummer, op basis waarvan de naam en het vestigingsadres worden geopenbaard) van het samenwerkingsverband of de instelling waarmee de financiële relatie bestaat. Indien het sponsoring van de onkosten van een proefschrift betreft aan een beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 6.5.3 onder c: de persoonsgegevens (uitgangspunt is het BIG-nummer [op grond van het Registratiebesluit BIG, artikel 8a], op basis waarvan naam, specialisatie en woonplaats worden geopenbaard) van de beroepsbeoefenaar.Voor sponsoringsovereenkomsten als bedoeld in artikel 7.2.1 sub d: de gegevens (uitgangspunt is het KvK-nummer, op basis waarvan de naam en het vestigingsadres worden geopenbaard) van de patiëntenorganisatie waarmee de financiële relatie bestaat.
  2. De naam en het vestigingsadres van de sponsor/vergunninghouder.
  3. De aard van de overeenkomst. Ten behoeve van een gestandaardiseerde openbaarmaking in het centrale register, zijn de overeenkomsten ingedeeld naar aard in de navolgende selectietabel:
Dienstverlening honorarium (1) Het honorarium dat is vergoed voor geleverde diensten voor bijv. consultancy werkzaamheden, deelname aan adviesraden of het optreden als spreker
Dienstverlening onkosten De gemaakte (on)kosten die naast het honorarium voor de geleverde diensten zijn vergoed of voor rekening van de vergunninghouder zijn genomen (artikel 6.3.3 onder a)
Sponsoring samenkomst Sponsoring van een samenkomst waarbij de organisator niet een vergunninghouder is (sponsoring als bedoeld in artikel 6.4.4)
Sponsoring project Sponsoring van innovatieve en/of kwaliteitsverbeterende activiteiten die een directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap ten doel hebben en niet (volledig) op andere reguliere wijze worden gefinancierd en sponsoring van de onkosten van een proefschrift (sponsoring waarop paragraaf 6.5 respectievelijk 6.6 van toepassing is)
Vergoeding gastvrijheid De vergoeding van reis-, verblijf- en inschrijvingskosten van een samenkomst (artikel 6.4.3)

d. Het bedrag in hele euro’s.
Voor de individuele beroepsbeoefenaar betreft dit de totaalbedragen aan honorarium exclusief BTW (artikel 6.3.3 onder b) enerzijds en vergoede onkostenvergoedingen inclusief BTW (uit hoofde van artikel 6.3.3 onder a respectievelijk artikel 6.4.3) anderzijds, voor zover het totaal hiervan per vergunninghouder in het betreffende kalenderjaar hoger is dan € 500,-. In het geval van onkosten en gastvrijheidskosten mag de melding zich beperken tot een forfaitair vastgesteld bedrag, mits er redelijkerwijs vanuit kan worden gegaan dat de daadwerkelijke vergoeding niet meer dan 15% afwijkt van het forfaitair vastgestelde bedrag. Zie Nieuwsbrief 2017/5.

Voor samenwerkingsverbanden en/of instellingen betreft dit totaalbedragen voor dienstverlening (waar mogelijk uitgesplitst in honoraria (excl. BTW) en onkosten (incl. BTW)) die niet kan worden toegerekend aan een beroepsbeoefenaar die feitelijk de diensten uitvoert of voor sponsoring (inclusief BTW), voor zover het totaal hiervan per vergunninghouder in het betreffende kalenderjaar hoger is dan € 500,-. Indien bij sponsoring van bijvoorbeeld een samenkomst door de gesponsorde tegenprestaties worden geleverd (zoals de terbeschikkingstelling van standruimte), kunnen de bedragen waarvoor de tegenprestatie(s) worden geleverd excl. BTW worden gerapporteerd.

e. Het kalenderjaar waar de betrokken overeenkomst op ziet.

De openbaarmaking gebeurt achteraf (halverwege het kalenderjaar over het voorgaande kalenderjaar) en geldt vervolgens voor drie jaar. Na drie jaar zullen de gegevens weer worden verwijderd.

Er geldt een meldgrens van € 500,- voor het totaal aan financiële relaties die een vergunninghouder in een kalender jaar heeft met een bepaalde beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren, instelling waarin beroepsbeoefenaren participeren dan wel werkzaam zijn, en/of patiëntenorganisatie. Indien deze meldgrens wordt overschreden, dient de openbaarmaking per individuele overeenkomst (afzonderlijk) plaats te vinden, ieder voorzien van het eigen kenmerk (hierboven onderdeel c, aard van de overeenkomst). De meldgrens sluit aan bij het hetgeen de toenmalige Raad voor de Volksgezondheid en Zorg in 2008 in haar rapport “Farmaceutische industrie en geneesmiddelengebruik, evenwicht tussen publiek en bedrijfsbelang” heeft geadviseerd. Verder wordt met deze grens recht gedaan aan het proportionaliteitsbeginsel vanuit het oogpunt van privacybescherming van de betrokken beroepsbeoefenaren en tussen de administratieve lasten die de gedragsregels meebrengen enerzijds en het belang van openbaring van financiële relaties anderzijds. Deze grens wil overigens niet zeggen dat geen melding kan plaatsvinden van financiële relaties die een geringere waarde vertegenwoordigen. Daarnaast kan een beroepsbeoefenaar financiële relaties melden die hij heeft met leveranciers van andere zorgproducten dan geneesmiddelen, zoals medische hulpmiddelen.

7.2.3 Schriftelijke vastlegging

De financiële relatie die openbaar moet worden gemaakt is in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd, waarbij in ieder geval uit de overeenkomst blijkt:

  1. de openbaar te maken gegevens als omschreven in artikel 7.2.2;
  2. de wijze waarop en door wie de in artikel 7.2.2 omschreven gegevens openbaar worden gemaakt.

Transparantie vormt het doel van onderhavige gedragsregels. Teneinde transparantie te kunnen realiseren, dienen verplichtingen tussen partijen schriftelijk te worden vastgelegd en dienen in de overeenkomsten nadere bepalingen ten aanzien van transparantie opgenomen te worden. In dit artikel zijn de voorwaarden verder uitgewerkt. Zo zal in de overeenkomst moeten worden geregeld op welke wijze de financiële relatie openbaar zal worden gemaakt en welke partij bij de overeenkomst deze verantwoordelijkheid op zich neemt. De CGR heeft daarvoor een aantal modelbepalingen geformuleerd. Partijen kunnen desgewenst gebruik maken van deze modelbepalingen. Het gebruik van de modelbepalingen is dus niet verplicht.

In de betrokken overeenkomsten tussen partijen zal moeten worden bepaald wie zorg draagt voor openbaarmaking van welke gegevens. Openbaarmaking dient in principe te geschieden binnen 6 maanden volgend op het kalenderjaar waarop tussen partijen de financiële relatie is ontstaan. Gezien de verplichting van de vergunninghouder om per beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren en/of instelling waarin beroepsbeoefenaren participeren dan wel werkzaam zijn (respectievelijk patiëntenorganisatie), een jaaroverzicht van de financiële relaties ter beschikking te stellen (zie artikel 7.2.6), is ervoor gekozen dat zij deze gegevens collectief zullen aanbieden aan het centrale register en het uitgangspunt vormen voor openbaarmaking. Op grond van de HCP/HCO Disclosure Code van EFPIA dienen vergunninghouders de nationale transparantieregels van Europese landen te volgen, ook al zijn zij niet in het betreffende land gevestigd. In de overeenkomst met in Nederland praktiserende en/of gevestigde beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden van beroepsbeoefenaren en/of instellingen waarin beroepsbeoefenaren participeren dan wel werkzaam zijn respectievelijk patiëntenorganisaties dient derhalve te worden vastgelegd dat de betrokken financiële relatie rechtstreeks door de buitenlandse vergunninghouder aan het centrale register zal worden aangeboden, dan wel via de verbonden onderneming die in Nederland is gevestigd, zal worden geopenbaard. Voor financiële relaties die niet op deze wijze aan het centrale register worden aangeboden, rust de verplichting tot openbaarmaking in elk geval op de beroepsbeoefenaar, het samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren en/of de instelling waarin beroepsbeoefenaren participeren dan wel werkzaam zijn.

7.2.4 Wijze van openbaarmaking

Openbaarmaking conform artikel 7.2.2 vindt plaats door de partij die op basis van de in artikel 7.2.3 bedoelde overeenkomst daartoe is verplicht in het daarvoor ingerichte centrale register voor het registreren van financiële relaties.

Openbaarmaking vindt plaats in het daarvoor ingerichte centrale register van de Stichting Transparantieregister Zorg (www.transparantieregister.nl).

7.2.5 Interne procedure

De vergunninghouder voorziet in een adequate interne procedure in het kader waarvan de openbaarmaking van haar financiële relaties wordt getoetst aan de bepalingen in deze paragraaf.

In artikel 7.2.5 is de verplichting voor de vergunninghouders vastgelegd om binnen het bedrijf een adequate procedure op te stellen in het kader waarvan de openbaarmaking van hun financiële relaties standaard aan de bepalingen van deze gedragsregels wordt getoetst. Dit betreft een beschrijving van de methodologie, zoals de wijze waarop meerjarige overeenkomsten worden geopenbaard en rekening wordt gehouden met vreemde valuta. In dit verband zij gewezen op artikel 4.3 van de Gedragscode.

7.2.6 Jaaroverzicht

De vergunninghouder zal ervoor zorgdragen dat iedere beroepsbeoefenaar, samenwerkingsverband en/of instelling, respectievelijk iedere patiëntenorganisatie, waarmee een financiële relatie is overeengekomen, binnen zes maanden na het kalenderjaar een jaaroverzicht ter beschikking wordt gesteld van de conform artikel 7.2.2 openbaar te maken c.q. openbaar gemaakte gegevens.

Deze gedragsregels stellen geen specifieke eisen aan de opzet van het jaaroverzicht omdat deze mede bepaald zal worden door de inrichting van de administratieve organisatie van iedere individuele vergunninghouder en het centrale register. Het centrale register van de Stichting Transparantieregister Zorg is zo ingericht dat het jaaroverzicht digitaal aan de betrokken beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden van beroepsbeoefenaren en instellingen waarin beroepsbeoefenaren participeren of werkzaam zijn respectievelijk patiëntenorganisaties, ter beschikking wordt gesteld alvorens de gegevens door een ieder kunnen worden geraadpleegd.

7.2.7 Duur van de openbaarmaking

De openbaarmaking conform artikel 7.2.2 en artikel 7.2.4 geldt voor een periode van 3 jaar. Na 3 jaar worden de gegevens door de beheerder van het centrale register verwijderd.

Gegevens over een financiële relatie zullen voor een periode van 3 jaar openbaar worden gemaakt. Na 3 jaar wordt ervan uitgegaan dat gegevens over de financiële relatie onvoldoende actueel en daarmee niet meer relevant zijn, afgewogen tegenover het privacybelang van de beroepsbeoefenaar. De gegevens zullen na 3 jaar door de Stichting Transparantieregister Zorg uit het centrale register worden verwijderd.

Print