K24.005 Santen/Thea Pharma

De Codecommissie heeft het navolgende overwogen en beslist naar aanleiding van de klacht (CGR nummer: K24.005) op de voet van artikel 3.3.1 van het Reglement Naleving geneesmiddelenreclame (hierna: het Reglement) van:

SANTEN S.A. THE NETHERLANDS BRANCH,
gevestigd te Amsterdam,
hierna verder te noemen “Santen”,
gemachtigde: mr. A.H.J. Pothof,

tegen

THÉA Pharma B.V.,
gevestigd te Haarlem,
hierna verder te noemen “Théa Pharma”,
gemachtigden: mr. drs. E.J.H. Gielen en mr. G.A.M. Lintjens,

inzake een aantal weggeef- en winacties van Théa Pharma tijdens het jaarlijks congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap alsmede een uiting betrekking hebbende op deze acties voorafgaand aan voornoemd congres.

1. Het verloop van de procedure

1.1 De Codecommissie heeft kennisgenomen van:
– het klaagschrift met bijlagen 1 tot en met 4 van mr. Pothof, namens Santen, van 10 juli 2024;
– een begeleidend schrijven van mr. drs. Gielen en mr. Lintjens, namens Théa Pharma, van 5 september 2024;
– het verweerschrift met bijlage 1 van mr. drs. Gielen en mr. Lintjens, namens Théa Pharma, van 5 september 2024;
– pleitnota’s van beide partijen.

De inhoud van voornoemde stukken geldt als hier ingelast.

1.2 De Codecommissie CGR heeft de klacht behandeld ter zitting van 9 oktober 2024 te Amsterdam. Santen werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordigers A en B], bijgestaan door mr. Pothof voornoemd en kantoorgenoot mr. J.R.A. Schoonderbeek. Namens Théa Pharma waren aanwezig [vertegenwoordigers C en D], bijgestaan door mr. drs. Gielen en mr. Lintjens voornoemd.

2. De vaststaande feiten

2.1 Voor de beslissing in deze zaak kan van de volgende – tussen partijen niet omstreden – feiten worden uitgegaan.

2.2 Santen en Théa Pharma zijn ondernemingen die zich bezig houden met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen en zijn vergunninghouders als bedoeld in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame, hierna de Gedragscode.

2.3 Théa Pharma brengt in Nederland onder andere het geneesmiddel Dualkopt 20 mg/ml + 5 mg/ml, (oogdruppels, oplossing) op de markt. Dualkopt wordt voorgeschreven om een verhoogde druk in het oog te verlagen bij de behandeling van glaucoom, als het gebruik van een oogdruppel met alleen een bètablokker niet voldoende is.

2.4 Théa Pharma heeft een advertentie geplaatst in het vaktijdschrift Kompakt Oogheelkunde, uitgave 1 van het jaar 2024, overgelegd door Santen als bijlage 1 en hieronder afgebeeld, waarin onder andere de navolgende tekst is gebruikt:

– “Bezoek ons op het NOG voor een kleine verrassing en: (…)”;
– “Win unieke, warme “Sokken voor Ooghelden”;
– “Ontvang een gratis Blepha Eyebag®*”;
– “Win een anatomisch oogmodel”;
– “Vraag uw gratis zwerfafval opruimset aan”.

3. De klacht van Santen

3.1 De klacht van Santen is gericht tegen de uiting van Théa Pharma, zoals hiervoor in punt 2.4 omschreven en afgebeeld. Santen stelt zich op het standpunt dat deze uiting in strijd is met de Gedragscode, in het bijzonder de artikelen 6.2.1 en 6.2.2. Santen voert daartoe samengevat het volgende aan.

3.2 Voor en tijdens het congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (“NOG Congres”) op 27, 28 en 29 maart 2024 in Groningen heeft Théa Pharma volgens Santen artikel 6.2.1 van de Gedragscode overtreden, doordat zij geschenken heeft aangeboden respectievelijk geschenken in het vooruitzicht heeft gesteld richting beroepsbeoefenaren, welke niet zijn uitgezonderd van het verbod op gunstbetoon op grond van het bepaalde in artikel 6.2.2 van de Gedragscode.

3.3 Uit de advertentie blijkt volgens Santen dat Théa Pharma vier geschenken in het vooruitzicht stelt, namelijk een paar sokken, een Blepha Eyebag, een anatomisch oogmodel en een zwerfafval opruimset. Santen stelt voorts dat Théa Pharma voornoemde geschenken (met uitzondering van de Blepha Eyebag) daadwerkelijk heeft aangeboden bij haar stand tijdens het NOG Congres.

3.4 Santen stelt dat de geschenken (met uitzondering van het anatomisch oogmodel) van Théa Pharma in strijd zijn met de Gedragscode, omdat deze geschenken alleen in de privésfeer kunnen worden gebruikt en niet relevant zijn voor de normale uitoefening van het beroep van de beroepsbeoefenaar.

4. Het verzoek van Santen

4.1 Gelet op het voorgaande verzoekt Santen de Codecommissie:

a) Théa Pharma te berispen ten aanzien van het aanbieden respectievelijk in het vooruitzicht stellen van de geschenken zoals uiteengezet in het klaagschrift;

b) Théa Pharma te bevelen met onmiddellijke ingang het aanbieden en/of in het vooruitzicht stellen van de geschenken zoals uiteengezet in het klaagschrift te staken en soortgelijke aanbiedingen te staken en in de toekomst gestaakt te houden;

c) Théa Pharma te bevelen met onmiddellijke ingang alle geschenken die in verband met het NOG congres zijn gedistribueerd terug te halen bij de betrokken beroepsbeoefenaren;

d) Théa Pharma te bevelen om bij die terugroeping de beroepsbeoefenaren die de genoemde geschenken zoals uiteengezet in het klaagschrift hebben ontvangen, schriftelijk te informeren dat de Codecommissie heeft geoordeeld dat het uitdelen daarvan in strijd is geweest met de Gedragscode;

e) Théa Pharma te bevelen alle noodzakelijke maatregelen te nemen teneinde in de toekomst nakoming van de Gedragscode ten aanzien van het gestelde in dit klaagschrift te waarborgen en meer in het bijzonder binnen 7 dagen na de beslissing van de Codecommissie opdracht te geven tot het plaatsen van een paginagrote mededeling in de eerst mogelijke editie van het Kompakt Oogheelkunde of een ander door de Codecommissie te bepalen tijdschrift (waarbij de inhoud en vorm van de mededeling door de Codecommissie zullen worden vastgesteld);

f) Théa Pharma te veroordelen in de kosten van deze procedure.

5. Het verweer van Théa Pharma

5.1 Théa Pharma stelt dat zij in de eerste uitgave van 2024 van het vaktijdschrift Kompakt Oogheelkunde een uitnodiging heeft laten plaatsen voor het congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap op 27, 28 en 29 maart 2024 waar Théa Pharma met een stand aanwezig zou zijn en dat in deze uitnodiging staat vermeld dat in haar stand een aantal items beschikbaar zullen worden gesteld gedurende voornoemd congres.

5.2 Het ter beschikking stellen van één paar oogheelkundige sokken per dag (in totaal drie paar) aan beroepsbeoefenaren betreft sokken in de zogenaamde Happy Socks stijl met een waarde van 13,95 euro (hierna ‘Actie 1’). Deze sokken hebben volgens Théa Pharma een oogheelkundig thema dat aansluit bij de stijl van het kinderboek dat tijdens het congres is gepresenteerd. Het is de bedoeling dat de beroepsbeoefenaar deze sokken draagt tijdens diagnostiek of ingreep en deze sokken kan laten zien om angst en spanning bij een jonge patiënt te kunnen wegnemen en op een speelse manier over de behandeling te kunnen praten waarbij ook het kinderboek kan worden gebruikt. Théa Pharma stelt dat deze actie niet in strijd is met de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 van de Gedragscode, omdat de sokken een geringe waarde hebben en relevant zijn voor de uitoefening van de oogheelkundepraktijk.

5.3 De tweede actie betreft volgens Théa Pharma het op de stand demonstreren van het correcte gebruik van het Easygrip systeem dat onderdeel is van de flacon waarin het geneesmiddel Dualkopt van Théa Pharma wordt geleverd. Het betreft een middel in de vorm van oogdruppels, toegepast bij glaucoom. Met behulp van een speciaal ontwikkeld anatomisch oogmodel met een waarde van 8,65 euro werd uitleg gegeven over het correcte gebruik van de Easygrip flacon. Het model is in aansluiting op het kinderthema voor kinderen ontwikkeld. Na afloop van het congres kon de beroepsbeoefenaar het oogmodel ter beschikking krijgen (hierna ‘Actie 2’). Deze actie voldoet volgens Theá Pharma eveneens aan de Gedragscode.

5.4 De derde actie gaat over het door Théa Pharma ontwikkelde medisch hulpmiddel Blepha Eyebag. Dit medisch hulpmiddel is een medisch oogmasker dat is bestemd voor gebruik bij de behandeling van Meibomklierdysfunctie en/of blefartis. Het was de bedoeling om tijdens het congres aan belangstellende deelnemers uitleg te geven over het juiste gebruik van het masker en dat bezoekers aan de stand dit zelf konden ervaren en het masker als demonstratiemodel mee zouden krijgen voor hun eigen praktijk om de juiste toepassing goed aan patiënten te kunnen uitleggen (‘Actie 3’).

5.5 Actie 3 heeft volgens Théa Pharma niet plaatsgevonden, omdat het masker ten tijde van het congres niet leverbaar was in Nederland. Desalniettemin stelt Théa Pharma dat het ter beschikking stellen van de maskers niet als verboden geschenk kan worden gezien. Het masker is een klasse 1 medisch hulpmiddel. Op grond van artikel 7 lid 5 a en b van de Gedragscode Medische Hulpmiddelen dienen volgens Théa Pharma productmonsters en demonstratiemodellen, zoals onderhavige masker, te worden gezien als uitzondering op het verbod op gunstbetoon. Théa Pharma stelt dat voor ondernemingen die zowel medische hulpmiddelen als geneesmiddelen op de markt brengen, een samenloop tussen Geneesmiddelenwet, de bijbehorende Beleidsregels Gunstbetoon Geneesmiddelen en de Gedragscode enerzijds en de MDR, de Wmh, de Beleidsregels Gunstbetoon Medische hulpmiddelen en de GMH anderzijds ontstaat. Indien het verstrekken van een productmonster of demonstratiemodel vanuit het regelgevend kader met betrekking tot medische hulpmiddelen uitdrukkelijk is toegestaan, kan het volgens Théa Pharma niet zo zijn dat dit door bovengenoemde samenloop met de geschenkenregeling zoals vastgesteld voor geneesmiddelen betekenisloos wordt. Voor zover de Codecommissie van oordeel mocht zijn dat bij een dergelijke samenloop de Gedragscode prevaleert, stelt Théa Pharma dat ook het ter beschikking stellen van de oogmaskers niet kan worden gezien als een verboden geschenk, omdat het masker een geringe waarde van 23,10 euro heeft en bovendien ter beschikking wordt gesteld voor gebruik in de oogheelkundige praktijk.

5.6 De vierde actie betreft de mogelijkheid voor congresbezoekers om op de stand een opruimset (bestaande uit een set vuilniszakken, een vuilniszakhouder, een grijper en veiligheidshesje met een totale waarde van 23,10 euro) af te halen waarmee zwerfafval rondom de oogheelkundige praktijk van de congresbezoeker kan worden opgeruimd (hierna ‘Actie 4’). Théa Pharma wijst in dit verband op haar maatschappelijk verantwoord ondernemen programma. Er zijn volgens Théa Pharma na het congres 3 sets daadwerkelijk ter beschikking gesteld. Théa Pharma stelt dat de zorg voor omgeving en milieu onderdeel is gaan uitmaken van de praktijk van de beroepsbeoefenaar in de oogzorg. De zwerfafval opruimset dient daarmee volgens Théa Pharma te worden gezien als relevant voor de huidige praktijk van de beroepsbeoefenaar. Het betreft bovendien een geschenk van geringe waarde.

5.7 Théa Pharma stelt tot slot dat gelet op de samenloop van de vier acties er maximaal drie items aan een bezoekende beoefenaar ter beschikking konden worden gesteld, die alle drie de maximale waarde van 50 euro niet overschreden. Hiermee blijft het totaalbedrag van de beschikbaar gestelde items ook binnen het maximumbedrag van 150 euro per jaar per beroepsbeoefenaar. Théa Pharma stelt dat van alle verstrekte items een administratie is bijgehouden, zodat ook bij het verstrekken van items buiten het congres om de limiet van maximaal 150 euro per jaar per beroepsbeoefenaar wordt gemonitord.

5.8 Op grond van het bovenstaande is Théa Pharma van mening dat alle tijdens het congres ter beschikking gestelde items aan de uitzonderingsregel met betrekking tot toegestane geschenken van geringe waarde zoals neergelegd in artikel 6.2.2 van de Gedragscode voldoen, zodat geen sprake is van verboden geschenken. Daarmee staat volgens Théa Pharma tevens vast dat wat betreft de uitnodiging geen sprake is van het in het vooruitzicht stellen van ongeoorloofde geschenken.

Conclusie

5.9 Op grond van het bovenstaande verzoekt Théa Pharma de Codecommissie:

a. Primair: tot afwijzing van alle vorderingen en veroordeling van Santen in de kosten van de procedure;

b. Subsidiair: vast te stellen dat Théa Pharma ten aanzien van (één van) haar acties de CGR Code heeft overtreden zonder verdere oplegging van enige maatregel en afwijzing van alle door Santen in randnummer 22 onder b tot en met f van het klaagschrift genoemde vorderingen.

6. De overwegingen van de Codecommissie CGR

6.1 Tijdens de mondelinge behandeling heeft Santen het onderdeel van de klacht dat betrekking heeft op (het aanbieden van) van het anatomisch oogmodel ingetrokken, zodat de Codecommissie aan een oordeel hierover niet meer behoeft toe te komen.

6.2 De klacht van Santen heeft betrekking op de in punt 2.4 omschreven advertentie van Théa Pharma in het vaktijdschrift Kompakt Oogheelkunde, uitgave 1 2024 (overgelegd als bijlage 2 door Santen) alsmede op het door Théa Pharma tijdens het congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (hierna ‘NOG-congres’) op 27, 28 en 29 maart 2024 ter beschikking stellen van de in voornoemde uiting vermelde geschenken, waaronder sokken met oogprints, een gratis Blepha Eyebag en een gratis zwerfafval opruimset. Santen stelt zich op het standpunt dat het zowel via de advertentie als tijdens het NOG-congres aanbieden en/of in het vooruitzicht stellen van geschenken, die niet kunnen worden gebruikt voor de normale uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar, in strijd is met de Gedragscode, in het bijzonder de artikelen 6.2.1 en 6.2.2. Théa Pharma heeft daartegen verweer gevoerd en stelt dat geen sprake is van strijd met de Gedragscode.

6.3 In de advertentie van Théa Pharma wordt aangekondigd dat Théa Pharma haar 30 jarig jubileum viert en dat wie jarig is, trakteert. Lezers van de advertentie worden uitgenodigd om Théa Pharma bij hun stand op het NOG congres te bezoeken voor een kleine verrassing en voor onder andere een winactie en twee weggeefacties. Unieke, warme “Sokken voor Ooghelden” kunnen worden gewonnen en een gratis Blepha Eyebag en een gratis zwerfafval opruimset kunnen worden opgehaald respectievelijk aangevraagd. De eerste vraag die beantwoord dient te worden, is of voornoemde sokken, Blepha Eyebag en de zwerfafval opruimset zijn aan te merken als geschenken in de zin van artikel 6.2.2 van de Gedragscode en als zodanig zijn uitgezonderd van het verbod van artikel 6.2.1. sub a.

Het aanbieden en/of in het vooruitzicht stellen van a) sokken met oogprints, b) een Blepha Eyebag en c) een zwerfafval opruimset op de stand van Théa Pharma op het NOG congres

6.4 Ingevolge artikel 6.2.1 sub a van de Gedragscode onthouden vergunninghouders zich met betrekking tot beroepsbeoefenaren van het aanbieden of in het vooruitzicht stellen van geschenken in welke vorm ook. Krachtens artikel 6.2.2 van de Gedragscode zijn van het bepaalde in artikel 6.2.1 uitgezonderd geschenken die een geringe waarde hebben en tevens van betekenis zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar. Aangenomen wordt dat een geschenk van geringe waarde is wanneer de waarde niet meer bedraagt dan € 50,- per keer, met een maximum van € 150,- per jaar.

6.5 De toelichting bij artikel 6.2.2 van de Gedragscode geeft aan dat de norm dat geschenken daadwerkelijk van betekenis moeten kunnen zijn voor de uitoefening van het beroep van de ontvanger betekent dat geschenken niet alleen maar in de privésfeer te gebruiken mogen zijn. Het geschenk moet relevantie hebben met de gewone loop der dingen in de uitoefening van het beroep van de ontvanger. Het moet passen in de praktijk van de ontvanger en daar een functie in kunnen hebben. In navolging van de EFPIA gedragscode kan daaruit worden afgeleid dat de volgende geschenken van geringe waarde toelaatbaar zijn: a. materialen met een informatief of educatief karakter voor zover deze direct relevant zijn voor de beroepsuitoefening van de beroepsbeoefenaar en direct de zorg aan patiënten ten goede komen, en b. producten die in de medische praktijk kunnen worden toegepast, direct gericht op de educatie van beroepsbeoefenaren en de zorg aan patiënten, mits daarmee niet routine praktijkuitgaven van de ontvangende beroepsbeoefenaar worden gecompenseerd.

a. Het aanbieden of in het vooruitzicht stellen van sokken

6.6 De actie van Théa Pharma waarbij één paar sokken per congres-dag aan beroepsbeoefenaren ter beschikking werd gesteld, voldoet aan de eerste voorwaarde, nu tussen partijen niet is weersproken dat het gaat om sokken met een waarde van 13,95 euro. Voor toetsing aan de tweede voorwaarde dient beoordeeld te worden of de sokken daadwerkelijk van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van het beroep van de ontvanger, wat betekent dat de sokken niet alleen in de privésfeer te gebruiken mogen zijn en de sokken moeten kunnen worden aangemerkt als een geschenk van het type a of b als genoemd in overweging 6.4.

6.7 Théa Pharma stelt dat de stijl van de speciaal ontworpen sokken past bij het kinderthema van het boek dat tijdens het NOG congres is gepresenteerd en dat de sokken, door de sokken bij behandeling van de patiënt te dragen, samen met het boek bedoeld zijn als hulpmiddel in de oogheelkundige praktijk om makkelijk met kinderen over hun behandeling te kunnen praten en angst en spanning weg te kunnen nemen. De Codecommissie ziet in dat het boek gericht op jonge patiënten kan bijdragen aan de uitleg van hun behandeling en het verminderen van eventuele angst en spanning. Het door Théa Pharma gestelde verband tussen de sokken die door oogartsen gedragen worden tijdens de behandeling van kinderen en het kinderthema van het boek acht de Codecommissie echter onvoldoende aanwezig om te oordelen dat de sokken kunnen worden aangemerkt als materialen met een informatief karakter die relevant zijn voor de beroepsuitoefening van de beroepsbeoefenaar en tevens de zorg aan zijn of haar patiënten ten goede komt dan wel als producten die in de medische praktijk kunnen worden toegepast, direct gericht op de educatie van beroepsbeoefenaren en de zorg aan patiënten. Het aanbieden en/of in het vooruitzicht stellen van de sokken is daarmee in strijd met de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 van de Gedragscode.

b. Het aanbieden of in het vooruitzicht stellen van een gratis Blepha Eyebag

6.8 De Blepha Eyebag is een door Théa Pharma ontwikkeld medisch oogmasker dat als medisch hulpmiddel (klasse 1) is bestemd voor gebruik bij de behandeling van meibomklierdysfunctie en/of blefaritis. De actie van Théa Pharma waarbij een gratis Blepha Eyebag wordt aangeboden dan wel in het vooruitzicht wordt gesteld aan bezoekers van haar stand tijdens het NOG congres voldoet aan de eerste voorwaarde, omdat het oogmasker een waarde heeft van 23,10 euro. Voor de toetsing aan de tweede voorwaarde dient beoordeeld te worden of het medisch oogmasker daadwerkelijk van betekenis kan zijn voor de uitoefening van het beroep van de ontvanger, wat betekent dat het oogmasker niet alleen in de privésfeer te gebruiken mag zijn en dat het oogmasker moet kunnen worden aangemerkt als een geschenk zoals bedoeld onder bovenbedoeld type geschenken a of b.

6.9 Théa Pharma stelt zich op het standpunt dat veel patiënten het verwarmen van het oogmasker niet op de juiste manier doen, waardoor het masker beschadigd raakt en niet meer functioneert. Het was volgens Théa Pharma de bedoeling om tijdens het NOG congres aan belangstellenden uitleg te geven over het juiste gebruik van het oogmasker. Bezoekers van de stand zouden het oogmasker als demonstratiemodel mee krijgen voor hun eigen praktijk om de juiste toepassing aan patiënten te kunnen uitleggen. Omdat het oogmasker ten tijde van het NOG congres niet leverbaar was, heeft deze actie volgens Théa Pharma niet plaatsgevonden. De Codecommissie overweegt dienaangaande als volgt.

6.10 Uit de gebruiksaanwijzingen van de Blepha Eyebag blijkt dat het verwarmend oogmasker gemak biedt en meibomklierdysfunctie – blefaritis behandelt, dat het hulpmiddel aanbevolen wordt door oogartsen en dat het gemakkelijk in gebruik is. Er is geen speciale training nodig voor het gebruik van de Blepha Eyebag. Dit in aanmerking nemende alsmede het feit dat een beroepsbeoefenaar, die krachtens artikel 3.1 sub d van de Gedragscode de bevoegdheid heeft om receptgeneesmiddelen voor te schrijven, het oogmasker niet zal voorschrijven aan de patiënt, ziet de Codecommissie niet in hoe het oogmasker relevant kan zijn voor de praktijk van de beroepsbeoefenaar. Het komt de Codecommissie daarentegen voor dat Théa Pharma met het gratis verstrekken van de Blepha Eyebag dan wel met het in het vooruitzicht stellen van een gratis Blepha Eyebag aan beroepsbeoefenaren een verkoop bevorderend en promotioneel effect nastreeft. Het oogmasker kan in elk geval niet worden aangemerkt als een product met een informatief of educatief karakter dat relevant is voor de beroepsuitoefening van de beroepsbeoefenaar en tevens de zorg aan zijn of haar patiënten ten goede komt dan wel als product dat in de medische praktijk kan worden toegepast, direct gericht op de educatie van beroepsbeoefenaren en de zorg aan patiënten. Het betoog van Théa Pharma dat deze actie tijdens het NOG congres niet heeft plaatsgevonden vanwege leveringsproblemen van de Blepha Eyebag doet aan dit oordeel niet af. Het in het vooruitzicht stellen en/of het aanbieden van de gratis Blepha Eyebag acht de Codecommissie in strijd met de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 van de Gedragscode.

6.11 Het betoog van Théa Pharma onder punt 19 tot en met punt 21 van het verweerschrift (hierboven omschreven in punt 5.5) inzake de samenloop tussen de geneesmiddelenwet- en regelgeving en de wet- en regelgeving inzake medische hulpmiddelen faalt eveneens.
Ingevolge artikel 3.1.1 sub c van het Reglement is de Codecommissie belast met de behandeling van klachten wegens het niet-naleven van het bepaalde in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en stelt deze vast of deze regels zijn overtreden. De Codecommissie toetst aldus uitsluitend aan de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en is niet gehouden acht te slaan op wet- of regelgeving die niet, ook niet indirect, daarin zijn geïncorporeerd. Dit geldt voor de genoemde Europese Medical Device Regulation en de Wet medische hulpmiddelen waar Théa Pharma naar verwijst. Overigens betreft het masker geen monster van een geneesmiddel als bedoeld in artikel 6.2.4 van de Gedragscode.

c. Het aanbieden of in het vooruitzicht stellen van een gratis zwerfafval opruimset

6.12 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen voldoet de actie van Théa Pharma waarbij een zwerfafval opruimset ter waarde van 26,55 euro gratis ter beschikking wordt gesteld aan de eerste voorwaarde. De vraag rijst of de zwerfafval opruimset daadwerkelijk van betekenis kan zijn voor de uitoefening van het beroep van de ontvanger, wat betekent dat de zwerfafval opruimset niet alleen in de privésfeer te gebruiken mag zijn en de zwerfafval opruimset moet kunnen worden aangemerkt als een geschenk zoals bedoeld onder bovenbedoeld type geschenken a of b. Naar het oordeel van de Codecommissie is een zwerfafval opruimset niet aan te merken als een product dat relevant is voor de beroepsuitoefening van de beroepsbeoefenaar en ook niet als een product dat in de medische praktijk kan worden toegepast, direct gericht op de educatie van beroepsbeoefenaren en de zorg aan patiënten. Niet aannemelijk is dat beroepsbeoefenaren met het gebruik van de opruimset significant zouden bijdragen aan vermindering van oogklachten bij patiënten. De Codecommissie ziet ook overigens onvoldoende relevantie van de opruimset voor de beroepsuitoefening of toepassing in de medische praktijk. Het in het vooruitzicht stellen en/of het aanbieden van een gratis zwerfafval opruimset acht de Codecommissie derhalve in strijd met de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 van de Gedragscode.

De advertentie ‘Théa Pharma viert haar 30 jarig jubileum, wie jarig is trakteert!’

6.13 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen waarbij het aanbieden en/of het in het vooruitzicht stellen door Théa Pharma van sokken met oogprints, de Blepha Eyebag en een zwerfafval opruimset tijdens het NOG congres in strijd met de Gedragscode geoordeeld, moet de advertentie “Théa Pharma viert haar 30 jarig jubileum, wie jarig is trakteert!’ op dezelfde gronden eveneens in strijd geacht worden met de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 van de Gedragscode.

6.14 Alhoewel over dit aspect niet door Santen is geklaagd, merkt de Codecommissie terzijde nog op dat acties van vergunninghouders tijdens wetenschappelijke bijeenkomsten waarbij geschenken of het winnen van geschenken door middel van een spel of sportieve prestatie in het vooruitzicht worden gesteld, ook al vallen deze geschenken onder de uitzondering van artikel 6.2.2 van de Gedragscode, in het algemeen de Codecommissie niet voorkomen als verantwoord gedrag in het onderlinge verkeer met andere vergunninghouders en beroepsbeoefenaren zoals ingevolge artikel 4.1 van de Gedragscode van vergunninghouders wordt verlangd en mogelijk zelfs in strijd met deze bepaling moeten worden geacht. De Codecommissie geeft Théa Pharma daarom in overweging dergelijke acties in de toekomst geheel achterwege te laten.

6.15 Nu de advertentie, de win- en weggeefacties, het aanbieden en/of in het vooruitzicht stellen van de geschenken waarover Santen heeft geklaagd op de eerder vermelde gronden in strijd met de Gedragscode zijn geoordeeld, zal het verzoek van Santen om Théa Pharma te bevelen verder gebruik van die uiting en het aanbieden en/of in het vooruitzicht stellen van voornoemde geschenken te staken, worden toegewezen. Voor toewijzing van de verzochte bevelen tot rectificatie en tot het terughalen van de – overigens enkele – gedistribueerde geschenken ziet de Codecommissie geen grond. Hetzelfde oordeel geldt ten aanzien van het verzoek van Santen Théa Pharma een berisping op te leggen.

6.16 Met betrekking tot de kosten van de procedure bepaalt artikel 3.3.1.19 van het Reglement dat de Codecommissie de partij, die in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld, veroordeelt tot vergoeding van de procedurekosten bestaande uit een vast bedrag ter dekking van de kosten die de Stichting CGR maakt in het kader van klachtenprocedures en/of van het griffiegeld als bedoeld in artikel 3.3.1.2 van het Reglement. Aangezien Théa Pharma in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld, zal zij worden veroordeeld tot vergoeding van het griffiegeld, zijnde EUR 3.500,– en van de procedurekosten, zijnde EUR 6.000,–.

7. De beslissing van de Codecommissie:

De Codecommissie:

– verklaart de klacht van Santen gegrond in zoverre zulks hierboven is overwogen en beslist;

– beveelt Théa Pharma het gebruik van de in deze klacht genoemde en in strijd met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame geoordeelde uiting met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden;

– beveelt Théa Pharma met onmiddellijke ingang het (doen) aanbieden van de hierboven bedoelde en in strijd met de Gedragscode geoordeelde geschenken aan beroepsbeoefenaren te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden;

– veroordeelt Théa Pharma tot betaling van het griffiegeld, zijnde EUR 3.500,– en van de procedurekosten als bedoeld in artikel 3.3.1.19 van het Reglement, welke kosten zijn vastgesteld op een bedrag van EUR 6.000,–;

– wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gewezen te Amsterdam op 6 november 2024 door mr. M.V. van der Storm, voorzitter, drs. E.M. Loriaux en J.H.G. Neels, leden, in aanwezigheid van mr. E.C. van Duuren, griffier en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

ID:

K24.005

Onderwerp(en):

Geschenken

Type beoordeling:

Klacht

Uitspraak:

(Deels) gegrond

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

06-11-2024

Het officiële document:

Print deze uitspraak