AA19.043 Sponsoring

ADVIES (AA19.043) van de Codecommissie op het verzoek van 22 juli 2019 van [mw. Y], werkzaam bij [X], aangevuld bij e-mails van 23 juli en 25 juli 2019, op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.

1. Het verzoek

1.1 In haar verzoek geeft [X] aan, dat:
– zij een sponsorverzoek heeft ontvangen ten behoeve van de sponsoring van een zogenaamde “consensus meeting”, gepland [in 2019];
– het doel van de meeting is een consensus te bereiken over de manier van het meten van kwaliteit van leven bij patiënten, die een behandeling voor [ziekte Z] ondergaan;
– het programma van de meeting omvat een pre-meeting op dag 1 van 17.00 tot 20.00 uur en op dag 2 van 09.00 tot 17.00 uur presentaties en groepsdiscussies en een evaluatie van 19.00 tot 22.00 uur.
Aangezien de sponsoring niet direct scholing dan wel een congres betreft, valt deze naar haar mening niet te scharen onder de noemer wetenschappelijke bijeenkomst of manifestatie als bedoeld in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (hierna: Gedragscode) en is mogelijk ook niet als gunstbetoon te zien, hoewel het grootste deel van de doelgroep bestaat uit deelnemers afkomstig uit het buitenland en enige Nederlandse beroepsbeoefenaren en mogelijk Nederlandse patiëntvertegenwoordigers aanwezig zijn. [X] meent dat de meeting valt onder “financiële relaties anders dan gunstbetoon”, als bedoeld in paragraaf 6.5 Gedragscode.

Zij wenst in dit licht bezien een toetsing over toelaatbaarheid van de gewenste sponsoring en heeft intern zelf de sponsoring getoetst aan de hand van het bepaalde in de artikelen 6.5.2 en 6.5.3 Gedragscode. Daarbij stelt zij aan de hand van de vereisten in 6.5.2, onder a tot en met f Gedragscode dat:
– (ad a) door middel van de consensusmeeting wordt beoogd om een internationale vragenlijst te ontwikkelen, die de kwaliteit van leven bij patiënten die een behandeling voor [ziekte Z] ondergaan meet;
– (ad b) de gesponsorde (bedoeld zal zijn: sponsor) geen invloed heeft op het programma en dat er geen geneesmiddelen zullen worden besproken;
– (ad c) de meeting noodzakelijk en redelijk lijkt en de aanwezigheid van patiënt(en- /
-vertegenwoordigers) lijkt te rechtvaardigen;
– (ad d) de sponsoring na goedkeuring zal worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst;
– (ad e) de meeting onafhankelijk wordt georganiseerd en daarop door de sponsor geen enkele invloed wordt uitgeoefend.

Aangaande de onder f van artikel 6.5.2 Gedragscode gestelde eisen, geeft zij aan, dat:
– de deelnemers – beroepsbeoefenaren en niet-beroepsbeoefenaren – geen vergoeding ontvangen voor hun inbreng;
– de locatie voldoet aan de eisen van artikel 6.3.4 Gedragscode gezien de internationale samenstelling van de doelgroep;
– de totale gastvrijheid aan beroepsbeoefenaren mogelijk de grens van € 500,– overschrijdt met een bedrag van € 54,–, uitgaande van een begroting voor reiskosten ad € 350,– , overnachtingen à raison van € 160,– en kosten eten en drinken ad
€ 174,– , waarbij zij vermeldt dat het overnachten afhankelijk is van het al dan niet aanwezig zijn op de pre-meeting;
– voor deelnemende patiëntvertegenwoordigers een gastvrijheid geldt van € 30,– voor aanwezigheid bij de pre-meeting, van € 69,– bij deelname aan de consensusmeeting en van € 100,– voor één overnachting;
– waar het betreft de gastvrijheid terzake overnachting het adviesoordeel AA16.016 in acht wordt genomen;
– de organisatie van de deelnemers geen eigen bijdrage wil vragen aangezien de deelnemers al kosteloos hun vrije tijd beschikbaar stellen, maar aan de organisatie door haar, [X], is aangegeven dat een eigen bijdrage wel een vereiste is indien het normbedrag van € 500,– wordt overschreden.

Aangaande de vereisten opgenomen in artikel in 6.5.3, onder a tot en met h Gedragscode verwijst [X] deels naar de hiervoor vermelde reacties op de eisen van artikel 6.5.2 Gedragscode. Voorzover voorts van belang geeft zij aan, dat:
– (ad c) de sponsoring wordt verstrekt aan de [Stichting A];
– (ad e) er geen reguliere financiering voor de meeting bestaat;
– (ad f) de sponsoring in een schriftelijke overeenkomst zal worden vastgelegd;
– (ad g) de sponsoring geen prestatieplicht van de begunstigde vereist.

2. De beoordeling

2.1 [X] gaat er in dit geval niet van uit, dat de meeting een bijeenkomst als bedoeld in artikel 6.4.5 Gedragscode is dan wel een manifestatie als bedoeld in artikel 6.4.7 Gedragscode. Hoewel er enige raakpunten met deze soorten van bijeenkomsten zijn aan te wijzen, heeft ook de Codecommissie onvoldoende grond de meeting te zien als een bijeenkomst dan wel manifestatie. Deze meeting onderscheidt zich van de bijeenkomst of manifestatie door de actieve inbreng die van de deelnemers wordt gevraagd om tot een consensusdocument te komen. De meeting betreft aldus een samenkomst in het kader van een dienstverleningsovereenkomst in de zin van artikel 6.3.4 Gedragscode.
De Codecommissie meent dat, gelet op de onder 1 vermelde gegevens met betrekking tot de samenstelling van de deelnemers (beroeps- en niet-beroepsbeoefenaren), de organisatie, het doel en de inhoud ervan, de (sponsoring van de) meeting inderdaad voorts beoordeeld dient te worden in het kader van paragraaf 6.5 Gedragscode, aangaande specifieke bepalingen met betrekking tot bepaalde andere financiële relaties dan gunstbetoon. Het oordeel heeft vanzelfsprekend betrekking op de deelname door Nederlandse (niet-)beroeps-beoefenaren daaraan.

2.2 In artikel 6.5.1 Gedragscode is bepaald dat enige relaties van een vergunninghouder buiten het begrip gunstbetoon vallen. De vraag rijst vervolgens: doet zich een van de drie situaties als bedoeld in dit artikel voor?
In dit verband is van belang, dat in het onderhavige geval niet enkel niet-beroepsbeoefenaren (patiëntvertegenwoordigers) deelnemen aan de meeting. Zou dat enkel het geval zijn dan is in deze het toetsingskader gegeven in artikel 6.5.1 aanhef en onder a Gedragscode, dat betrekking heeft op relaties met anderen dan beroepsbeoefenaren. Echter, nu zowel beroepsbeoefenaren als niet-beroepsbeoefenaren deelnemen aan de meeting is er aanleiding ervan uit te gaan dat het hier betreft een situatie als bedoeld onder b van artikel 6.5.1 Gedragscode: sponsoring van een project. Gezien de samenstelling van de groep deelnemers zal bij toetsing binnen het ene kader tevens de toetsing vanuit het andere kader in dit geval wel een rol kunnen spelen.

2.3 Toetsing van het verzoek als betreft het hier een project in vorenbedoelde zin houdt in dat, wil sprake zijn van een project dat buiten het begrip gunstbetoon valt, het project dient te voldoen aan de in artikel 6.5.3 Gedragscode – in samenhang met artikel 6.5.1 onder b Gedragscode – onder a tot en met h bepaalde criteria.
Gelet op hetgeen in dit kader door [X] is aangegeven en is weergegeven onder 1 heeft de Codecommissie geen aanleiding gevonden ervan uit te gaan dat niet voldaan wordt aan die onder a tot en met h bepaalde criteria, met dien verstande, dat:

– a. dat de Codecommissie er niet van uitgaat dat bij de [Stichting A], waarover niet verdere informatie is verstrekt, zelf beroepsbeoefenaren zijn betrokken die individueel worden betaald via de sponsoring. Zie ook de toelichting op dit artikelonderdeel. [X] dient aan te geven dat zulks daadwerkelijk het geval is;

– b. waar het betreft het bepaalde onder d en f, enerzijds geldt, dat de Codecommissie er weliswaar van uitgaat dat aan het criterium onder d zal worden voldaan maar ook uit een schriftelijke overeenkomst als bedoeld onder f, die vooralsnog ontbreekt, dat mede zal moeten blijken. De Codecommissie neemt overigens in het kader van deze toetsing aan, dat de aanwezigheid van niet-beroepsbeoefenaren die inleidingen geven op de meeting – er zijn geen cv’s overgelegd, maar raadpleging op internet leert dat enigen van de inleiders/sprekers geen beroepsbeoefenaar zijn – , wel van nut kan zijn, gelet op de daar betreffende hen vermelde disciplines waarbinnen zij werkzaam zijn, en dat zulks evenzo geldt voor de aanwezigheid van een enkele patiënt(-vertegenwoordiger) met zijn ervaring. [X] zal in het kader dat voldaan wordt aan het criterium onder d ook de cv’s van de betreffende inleiders nog dienen te overleggen.

– b1. indien de [Stichting A] betreft een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren, anderzijds geldt, dat de sponsorrelatie op grond van artikel 7.2.2 Gedragscode zal moeten worden geopenbaard. Uit de schriftelijke overeenkomst als bedoeld onder f van artikel 6.5.3 Gedragscode zal dan tevens moeten blijken in hoeverre [X] de enige sponsor van de [Stichting A] is, waardoor op grond van artikel 7.2.1, tweede onderdeel Gedragscode moet worden uitgegaan van het bestaan van indirecte financiële relaties met de deelnemende in Nederland practiserende beroepsbeoefenaren aan wie als onkostenvergoeding gastvrijheid worden verleend, die mogelijk op grond van artikel 7.2.2 Gedragscode moeten worden geopenbaard;

– c. waar het betreft de te (door [X] als zodanig aangeduide) “te verlenen gastvrijheid”, het volgende geldt.

– c1. Onderdeel e van artikel 6.5.3 Gedragscode geeft onder meer aan, dat de aard en de inhoud van de relatie niet verder gaan dan noodzakelijk om het onder b bedoelde doel – de sponsoring heeft de directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap tot doel – te bereiken. In dit verband wenst de organisatie kennelijk van de deelnemers geen eigen bijdragen om reden dat de deelnemers al kosteloos hun vrije tijd en inbreng (zonder toekenning van een honorarium) beschikbaar stellen. Voorts wordt een onderscheid gemaakt in aan beroepsbeoefenaren en niet-beroepsbeoefenaren / (patiënt(-vertegenwoordigers) te verlenen gastvrijheid.

– c2. De (door [X] als zodanig aangeduide) “te verlenen gastvrijheid” dient in het onderhavige geval te worden beoordeeld als vergoeding van onkosten voor de gevraagde deelname en inbreng aan de consensus-meeting in de zin van artikel 6.3.3 onderdeel a Gedragscode. Uitgangspunt is dat de onkosten passend zijn voor de te verrichten prestatie en binnen redelijke perken blijven.

– c3. Waar het betreft de kosten van overnachting geldt – als ook overwogen in adviesoordeel A16.016 – dat de noodzaak van een hotelovernachting voor deelnemers afkomstig uit Amsterdam en/of directe omgeving ontbreekt. In aanmerking nemende dat onder directe omgeving in redelijkheid wordt verstaan de omgeving die binnen circa drie kwartier met het openbaar vervoer is te bereizen, gaat de Codecommissie ervan uit dat de redelijke vergoeding van onkosten voor die deelnemers zich niet zal uitstrekken tot vergoeding van de hotelkosten; zulks geldt evenzo de kosten terzake diners en lunches, die worden genoten buiten de tweede dag van de meeting, voorzover daarvoor geen hotelovernachting in vorenbedoelde zin is aangewezen.

– c4. De Codecommissie ziet evenwel onvoldoende grond om in deze een onderscheid te maken tussen deelnemende beroepsbeoefenaren en niet-beroepsbeoefenaren waar het betreft de hoogte van de te verlenen gastvrijheid.
In artikel 6.5.3 wordt -anders dan in artikel 6.5.2 onder f Gedragscode- geen relatie gelegd met hetgeen aangaande onkostenvergoeding wordt bepaald in -voorzover hier van belang- paragraaf 6.3 Gedragscode. Niettemin kan hetgeen in die paragraaf aan maximaal voor rekening van de vergunninghouder komende kosten van gastvrijheid wordt bepaald een richtsnoer geven in die zin dat in het onderhavige geval voor overschrijding van die te verlenen maximale vorm van gastvrijheid als in paragraaf 6.4 toelaatbaar geacht geen grond bestaat. Maar het betekent ook niet, dat de die aldaar gegeven limiet zonder meer in een geval als hier aan de orde dient te worden gehanteerd, waar beroepsbeoefenaren zowel als niet-beroepsbeoefenaren deelnemen. Voor het maken van onderscheid in het verlenen van gastvrijheid aan de ene en andere groep, als in dit geval kennelijk voorligt, lijkt dan niet een redelijke grond aanwezig; deze is ook niet gegeven.
De Codecommissie acht tegen deze achtergrond, analoog aan het bepaalde in artikel 6.5.2 onder f Gedragscode, de in deze voor niet-beroepsbeoefenaren begrote kosten van een eventuele -aangewezen- overnachting en overige kosten in het algemeen voor beide groepen van deelnemers niet onredelijk.
Kortom: zo de organisator wenst dat van de deelnemers geen eigen bijdragen wordt gevraagd, zal dat zijn effect hebben op de door de vergunninghouder, [X], te vergoeden onkosten, in die zin dat zulks dient te geschieden met in achtneming van het in adviesoordeel A16.016 gegeven criterium, dat zulks niet het in paragraaf 6.4 Gedragscode toelaatbare maximum overschrijdt én voor een ongelijke tarifering van vergoeding tussen de twee deelnemende groepen geen redelijke grond bestaat. [X] zal de Stichting CGR aangaande de te verlenen gastvrijheid aldus nader dienen te berichten.

2.4 Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het advies positief kan luiden, mits [X] de Stichting CGR uiterlijk 27 augustus 2019 informeert als hiervoor onder overweging 2.3 sub a, b, b1 en c4 vermeld.

3. Kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan de aanvrager separaat in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 14 augustus 2019 door mr. L.A.J. Nuijten, voorzitter Codecommissie.

 

 

ID:

AA19.043

Onderwerp(en):

Sponsoring

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Voorwaardelijk positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

14-08-2019

Het officiële document:

Print deze uitspraak