AA19.069 Geschenken
ADVIES (AA19.069) van de Codecommissie op het verzoek van [vereniging X] van 21 november 2019 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [mevrouw Y], verbonden aan de [afdeling Z] van [vereniging X], van 21 november 2019 welke adviesaanvraag vergezeld ging van 1 bijlage.
Op vragen van de voorzitter van de Codecommissie heeft [vereniging X], hierna te noemen [X], op 15 januari 2020 schriftelijk gereageerd.
1. Het verzoek van [X]
[X] vraagt de Codecommissie om advies over de toelaatbaarheid van haar voornemen om in haar jubileumjaar 2020 – [X] bestaat dan 75 jaar – aan zorgverleners om niet een jaarabonnement op een aantal diensten van [X] ter waarde van € 40,00 aan te bieden. Het is de bedoeling dat de kosten van dit voor zorgverleners gratis aanbod worden gedragen door een of meer vergunninghouders. Het zijn artsenbezoekers of andere vertegenwoordigers van vergunninghouders die zorgverleners in concreto dit aanbod zullen doen door hen bij een van hun periodieke bezoeken een aanvraagformulier voor dit abonnement ter hand te stellen onder mededeling dat de kosten door de betreffende vergunninghouder worden voldaan. Het is de zorgverlener die beslist of hij/zij op dit aanbod ingaat door het aanvraagformulier al of niet in te vullen en rechtstreeks aan [X] toe te sturen. [X] zorgt ook voor de verdere uitvoering van de aanvraag. Het abonnement zal niet stilzwijgend worden verlengd.Het abonnement geeft recht op de volgende diensten:
– De 5 in één kalenderjaar verschijnende nummers van het [X]-ledenmagazine
– Folders/brochures/posters voor de wachtkamer (op aanvraag)
– Gratis advies van [X] over [ziekte A] gerelateerde onderwerpen voor zorgverlener of patiënt van zorgverlener
– De digitale kwartaalnieuwsbrief zorgprofessionals
– De mogelijkheid om met vrijwilligers van [X] een [bijeenkomst B] te organiseren.
2. De beoordeling door de Codecommissie:
2.1.[X] kiest ervoor de door haar beoogde doelgroep niet zelf, rechtstreeks, te benaderen maar dit te laten doen door vertegenwoordigers van haar sponsoren van het beschreven project. Dat betekent dat er vanuit het oogpunt van de Gedragscode twee financiële relaties moeten worden bezien: de sponsorrelatie tussen [X] als patiëntenorganisatie en vergunninghouder(s) en de schenkingsrelatie tussen vergunninghouders(s) en beroepsbeoefenaar. De eerste wordt beheerst door de paragrafen 6 en 5 van hoofdstuk VI van de Gedragscode, de tweede door paragraaf 2 van datzelfde hoofdstuk.
2.2.
Ondersteuning van een activiteit van de patiëntenorganisatie in de vorm van subsidiëring of sponsoring door een vergunninghouder is ingevolge art. 6.6.2. toegestaan, voor zover de voorwaarden van artikel 6.5.3 worden nageleefd en waarbij verder in acht wordt genomen dat directe of indirecte reclame voor een of meer specifieke receptgeneesmiddelen is verboden en de informatie over receptgeneesmiddelen moet beantwoorden aan de eisen van informatie, neergelegd in de paragrafen 5.7. en 5.8.
Wat die bijkomende voorwaarden betreft wordt in de adviesaanvraag gesteld dat [X] met de inzet van het abonnement op geen enkele wijze reclame maakt voor geneesmiddelen. De Codecommissie heeft geen redenen daaraan te twijfelen. De Codecommissie gaat er verder van uit dat mocht bij een van de diensten informatie over receptgeneesmiddelen worden verstrekt die informatie aan de genoemde eisen zal voldoen.
Met betrekking tot de voorwaarden van artikel 6.5.3. overweegt de Codecommissie het volgende. Voldoende wordt aannemelijk gemaakt dat kennisneming door beroepsbeoefenaren van publicaties van een patiëntenorganisatie als [X] het belang van patiënten kan dienen: de kennis van en het begrip voor de ‘beleving’ van de ziekte door patiënten kan er bij beroepsbeoefenaars door worden vergroot en kan daardoor een heilzame uitwerking hebben op relatie beroepsbeoefenaar-individuele patiënt. Daarmee wordt aan de voorwaarden a en b voldaan. Waar [X] een rechtspersoon is en geen voorschrijfbevoegdheid heeft, wordt ook aan de voorwaarden c en d voldaan. De aard en inhoud van de sponsorrelatie gaan naar het oordeel van de Codecommissie het kader van voorwaarde e niet te buiten. Blijkens de schriftelijke reactie van 15 januari 2020 realiseert [X] zich dat een schriftelijke overeenkomst zal moeten worden opgesteld en zegt [X] toe deze overeenkomst ook daadwerkelijk op te stellen, waarmee ook aan voorwaarde f wordt voldaan. De in voorwaarde g neergelegde naamsvermelding wordt gerealiseerd in de schenkingsrelatie en tot verdere prestaties jegens de vergunninghouder heeft [X] zich kennelijk niet verbonden. Wat voorwaarde h betreft gaat [X] er klaarblijkelijk zelf van uit dat haar onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid door de abonnementenactie niet worden aangetast. Nu blijkt dat het de bedoeling is een aantal vergunninghouders voor de sponsoring te strikken en er dus geen exclusiviteit wordt nagestreefd, is de Codecommissie van oordeel dat ook aan voorwaarde h wordt voldaan.
Het vereiste van artikel 6.6.3 kwam hierboven bij voorwaarde f al even ter sprake. De Codecommissie gaat er wat betreft de inhoud van die nog op te stellen overeenkomst van uit dat de overeenkomst tenminste de bestanddelen a t/m d bevat.
2.3.
In artikel 6.2.1. is de hoofdregel met betrekking tot premies, geschenken en andere voordelen vastgelegd: de vergunninghouder dient zich daarvan te onthouden.
Vraag is of de schenking die [X] beoogt en die de vergunninghouder feitelijk gaat doen, valt onder de uitzonderingsbepaling van art. 6.2.2. Het geschenk moet dan van geringe waarde zijn en van betekenis zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar. Wat het eerste betreft wordt als vuistregel gehanteerd een bedrag van € 50,00 inclusief btw. Waar de ‘waarde’ door [X] wordt gesteld op € 40,00 exclusief btw en de Codecommissie geen reden heeft aan de juistheid van die mededeling te twijfelen, blijft het geschenk binnen de norm.
Hierboven is al overwogen dat aannemelijk is dat kennisneming door de beroepsbeoefenaar van informatie van [X] een heilzame werking kan hebben op de beroepsbeoefenaar-individuele patiënt-relatie. Daarmee is gegeven dat het geschenk van betekenis is voor de uitoefening van de praktijk.
2.4.
Wellicht ten overvloede vraagt de Codecommissie nog de aandacht van [X] voor het Transparantieregister. Daar zal de sponsorrelatie gemeld moeten worden.
2.5.
De conclusie kan luiden dat het voornemen van [X] als geschetst in onderdeel 1 niet in strijd is met de Gedragscode, indien in acht wordt genomen hetgeen hierboven in 2.2. is overwogen.
3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 29 januari 2020 door mr. C. Wallis, voorzitter.
ID:
AA19.069
Onderwerp(en):
Geschenken
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Voorwaardelijk positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
29-01-2020
Het officiële document: