AA18.011 Dienstverlening
ADVIES (AA18.011) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van 5 maart 2018 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [Y], medisch directeur, namens [X].
1 Het verzoek van [X]
[X] is een vergunninghouder.Blijkens haar verzoek heeft [X] in het verleden gebruik gemaakt van de diensten van [professor dr. Z].
Indertijd was [professor dr. Z] als hoogleraar verbonden aan het de faculteit geneeskunde van de Universiteit Leiden en werkzaam als arts in het Leids Universitair Medisch Centrum. [professor dr. Z] is thans als hoogleraar met pensioen.
Uit de aan de Codecommissie door [X] verstrekte gegevens blijkt dat [professor dr. Z] tot 1 januari 2018 als arts, dus als beroepsbeoefenaar in de zin van de Code Geneesmiddelen Reclame, geregistreerd is geweest in het BIG register.
Tevens blijkt uit die verstrekte informatie dat [professor dr. Z] sedert 1 januari 2018 niet meer in het BIG register als beroepsbeoefenaar staat ingeschreven.
2. De beoordeling door de Commissie
De Gedragscode Geneesmiddelenreclame, hierna de Gedragscode, ziet (onder meer) op normering van activiteiten die te maken hebben met een verantwoorde gang van zaken bij de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren.
Voor zover de bepalingen van de Gedragscode voorschriften geven die specifiek gericht zijn op de (rechts)verhouding tussen een vergunninghouder en een beroepsbeoefenaar zijn die bepalingen zonder betekenis voor de (rechts)verhouding tussen een vergunninghouder en ieder ander die geen beroepsbeoefenaar is.
De bepalingen van de Gedragscode die zien op dienstverlening en onderzoek met geregistreerde geneesmiddelen, paragraaf 6.3 van de Gedragscode, richten zich met zoveel woorden uitsluitend op de (rechts)verhouding tussen een vergunninghouder die diensten afneemt en een beroepsbeoefenaar die diensten verleent.
Op degene die niet (meer) in het BIG register staat geregistreerd zijn de rechten en plichten van de arts niet meer van toepassing. Hij mag de titel arts, die bij zijn opleiding hoort, niet meer gebruiken, tenzij met de toevoeging niet praktiserend. Hij heeft ook niet (meer) de bevoegdheid receptgeneesmiddelen voor te schrijven of ter hand te stellen en is daarom geen beroepsbeoefenaar (meer) als bedoeld in artikel 82 lid 1 van de geneesmiddelenwet en in art.3.1. in de Gedragscode.
Dat wil zeggen dat de relatie tussen [X] en [professor dr. Z] na diens uitschrijving uit het BIG register niet (meer) wordt beheerst door de Gedragscode, zodat aan de daarin opgenomen bepalingen over de (rechts)verhouding tussen een vergunninghouder en een beroepsbeoefenaar die diensten verleent tussen vergunninghouder [X] en [professor dr. Z] geen werking meer toekomt, zolang als [professor dr. Z] niet (meer) ingeschreven staat in het BIG register.
3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam, 29 maart 2018 door mr. J.A.J. Peeters, voorzitter.
ID:
AA18.011
Onderwerp(en):
Dienstverlening
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Negatief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
29-03-2018
Het officiële document: