AA18.029 Geschenk

ADVIES (AA18.029) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van juni 2018 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.

De Codecommissie heeft kennis genomen van de digitale adviesaanvraag van [mevrouw Y] namens [X] van juni 2018, welke adviesaanvraag was vergezeld van twee pagina’s van de bureaulegger, waarop het verzoek betrekking heeft.

1. Het verzoek van [X]

[X] heeft de Codecommissie om advies gevraagd over de toelaatbaarheid van haar al enige jaren gepraktiseerde gedragslijn om aan [artsen Z] ten behoeve van hun praktijkvoering jaarlijks een zo geheten bureaulegger beschikbaar te stellen.
De bureaulegger bestaat uit een aantal bladen. Op elk blad staat een weekkaart (maandag t/m vrijdag) met ruimte voor het maken van aantekeningen, een jaarkalender en een ‘to do and to call’-rubriek, een overzicht van de schoolvakanties per regio, een medisch inhoudelijk stroomdiagram (behandelalgoritme voor [aandoening A en therapie B]e) en een aantal advertenties voor geneesmiddelen (blad 1) resp. verkorte productinformatie (blad 2) en een advertentie voor cursussen. De bladen van de bureaulegger zijn afscheurbaar. De advertenties/productinformaties beslaan ruwweg de helft van elk vel.

2. De beoordeling door de Codecommissie:

2.1.
De Codecommissie stelt voorop dat [X] geen vergunninghouder in de zin van de Gedragscode is. Dat betekent echter niet dat hoofdstuk 6.2. Premies, geschenken en andere voordelen – in het bijzonder art. 6.2.1 en 6.2.2. – hier toepassing mist.

De Codecommissie constateert namelijk dat blad 1 en blad 2 (en naar zij aanneemt alle opvolgende bladen 1 en 2) van de bureaulegger elk voor zo’n 30-40 % (‘de randen’) bestaat uit reclame-uitingen van vergunninghouders.
Dat betekent dat de door [X] ten geschenke te geven bureaulegger voor een substantieel deel – wellicht zelfs geheel of grotendeels – wordt gefinancierd door vergunninghouders.
Naar het oordeel van de Codecommissie moet daarom de bureaulegger mede worden gezien als een geschenk van de adverterende vergunninghouders, zodat hoofdstuk 6.2. alsnog van toepassing is.

2.2.
De Codecommissie heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de stelling van [X] dat de waarde van de bureaulegger niet meer dan € 10,00 bedraagt. Waar de huisarts geen tegenprestatie hoeft te leveren voor de bureaulegger, moet de terbeschikkingstelling van de bureaulegger worden gekwalificeerd als een geschenk.

2.3.
In art. 6.2.2 worden twee voorwaarden gesteld aan de aanvaardbaarheid van het in ontvangst nemen van geschenken. Aan de voorwaarde van de ‘geringe waarde’ wordt voldaan. De tweede voorwaarde betreft het ‘van betekenis zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar’. Blijkens de toelichting op dit artikel gaat het er om dat het geschenk ‘relevantie (moet) hebben met de gewone loop der dingen in de uitoefening van het beroep van de ontvanger. Het moet passen in de praktijk van de ontvanger en daar een functie in kunnen hebben. In navolging van de EFPIA gedragscode kan daaruit worden afgeleid dat de volgende geschenken van geringe waarde toelaatbaar zijn:
a) materialen met een informatief of educatief karakter voor zover deze direct relevant zijn voor de beroepsuitoefening van de beroepsbeoefenaar en direct de zorg aan patiënten ten goede komen, en
b) producten die in de medische praktijk kunnen worden toegepast, direct gericht op de educatie van beroepsbeoefenaren en de zorg aan patiënten, mits daarbij niet routine praktijkuitgaven van de ontvangende beroepsbeoefenaar worden gecompenseerd’.
De Codecommissie is van oordeel dat niet in redelijkheid kan worden volgehouden dat de gepresenteerde bureaulegger onder a dan wel b valt. In feite is de bureaulegger een advertentievehikel dat ook ruimte biedt voor algemene, gemakkelijk toegankelijke informatie (kalender, schoolvakanties) en voor aantekeningen en reminders. Dat laatste kan voor de praktijkbeoefenaar onder omstandigheden nuttig zijn, maar dat is te weinig voor het verlangde ‘van betekenis zijn’.

2.4.
De conclusie moet luiden dat niet positief kan worden geadviseerd. Mogelijk zou het advies van de Codecommissie anders hebben geluid indien op de bureaulegger advertenties dan wel financiële bijdragen van de farmaceutische industrie zouden hebben ontbroken.

3. De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 9 juli 2018 door mr. C. Wallis, voorzitter.

ID:

AA18.029

Onderwerp(en):

Geschenken

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Negatief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

09-07-2018

Het officiële document:

Print deze uitspraak