AA13.027 Jubileumbijeenkomst vergunninghouder
ADVIES (AA13.027) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van 2 april 2013, op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag met bijlage van [X] en van de op 15 april op verzoek van de Commissie nader verstrekte inlichtingen.
1. Het verzoek van [X]
In 2013 viert [X], een vergunninghouder in de zin van art.III onder e. van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame, hierna ook de Gedragscode, haar 100-jarig bestaan. [X] wil aan dit jubileum op een speciale manier aandacht besteden.
Daarom wordt voor [X]’s belangrijkste relaties een bijzondere jubileumviering in [locatie A in Nederland] georganiseerd. [X] wil voor dit gedeelte van de viering van haar jubileum ongeveer 200 gasten uitnodigen, onder wie ook dertig beroepsbeoefenaren, autoriteiten op hun vakgebied. Het gaat daarbij om beroepsbeoefenaren met wie [X] dienstverlenings-overeenkomsten heeft afgesloten (bijvoorbeeld ten behoeve van een adviesraad) en om beroepsbeoefenaren die een bepaalde wetenschappelijke uitstraling hebben binnen hun vakgebied en de relaties die deze beroepsbeoefenaren met universiteiten onderhouden ten behoeve van de wetenschap.
Het programma van die dag vangt aan om 12.00 uur en eindigt om 14.30 uur.
Het eerste uur wordt gevuld met twee toespraken respectievelijk door dr. [Y] en dr. [Z], en twee muzikale bijdragen van telkens 10 minuten door het orkest van [X] samen met een nationale soliste. Het orkest bestaat deels uit amateurs, werkzaam bij [X], en deels uit beroepsmusici. Dit deel van het programma wordt beëindigd met de overhandiging van een donatie door [X] aan een sociaal initiatief.
Vanaf 13.00 uur wordt de bijeenkomst afgesloten met een lunch voor de genodigden.
De kosten van deze bijeenkomst bedragen € 170,00 per persoon, waarvan € 70,00 aan kosten voor het orkest en € 100,00 voor de lunch.[X] wil ook de kosten van deelneming voor de hiervoor bedoelde beroepsbeoefenaren voor haar rekening nemen.
Zij is van mening dat deze samenkomst niet valt binnen de gebruikelijke CGR-classificatie, nu zij geen wetenschappelijk karakter heeft noch een manifestatie is in de daaraan binnen de Gedragscode gehanteerde betekenis.
De viering van het 100-jarig jubileum is een bijzondere en unieke gebeurtenis voor [X] en aan deze samenkomst is geen wetenschappelijk of product gerelateerd ander programma verbonden, aldus nog steeds [X].
1. Moet de jubileumviering/samenkomst waarbij artsen aanwezig zullen zijn als een manifestatie in de zin van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame worden aangemerkt?
2. Indien het antwoord bevestigend luidt, is de manifestatie dan toegestaan?
3. Indien het antwoord op vraag 2 (de Commissie leest: vraag 1) ontkennend luidt
a. acht de Commissie zich bevoegd te oordelen of de samenkomst is toegestaan (de Commissie leest: of het voornemen van [X] de kosten van de beroepsbeoefenaren verbonden aan deelname aan de jubileumbijeenkomst voor haar rekening te nemen is toegestaan)?
b indien de commissie zich bevoegd acht, is de samenkomst toegestaan?
4. Luidt het oordeel van de Commissie anders wanneer de deelnemende beroepsbeoefenaren om een eigen bijdrage zou worden gevraagd?
2. De beoordeling door de Commissie
Ingevolge artikel 12 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame dragen vergunninghouders er zorg voor dat bij het verlenen van gastvrijheid aan beroepsbeoefenaren in het kader van samenkomsten de gastvrijheid binnen redelijke grenzen blijft en ondergeschikt is aan het met de samenkomst beoogde doel. In de Uitwerking Normen Gunstbetoon, artikelen 12 en 13, 16 t/m 22 Gedragscode Geneesmiddelenreclame, hierna ook Uitwerking Normen Gunstbetoon, wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen wetenschappelijke bijeenkomsten en overige bijeenkomsten.
Op grond van de door [X] gegeven toelichting dient er in dit advies van uit te worden gegaan dat aan de jubileumviering geen wetenschappelijk programma is verbonden en dat de samenkomst evenmin op enigerlei wijze product gerelateerd is. De Commissie is alleen bevoegd te oordelen over vragen aangaande de toelaatbaarheid van reclame voor geneesmiddelen, waarin blijkens de Gedragscode en de daaruit ontwikkelde jurisprudentie het begrip reclame breed moet worden opgevat.
Hoe breed die opvatting ook moet zijn, er blijft enige ruimte voor contacten tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren, waarvan, ook indien de vergunninghouder de kosten daarvan geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening neemt, niet kan worden gezegd dat daarin een aanprijzing van geneesmiddelen en daarmee samenhangende diensten of denkbeelden kan worden gezien. Daarbij houdt de Commissie in het oog dat ook de enkele bevordering van de naamsbekendheid van een vergunninghouder, zonder verwijzing naar een specifiek geneesmiddel, een vorm van reclame kan zijn, omdat door bevordering van die naamsbekendheid, zij het in afgeleide vorm, ook van enige beïnvloeding van de keuze voor een geneesmiddel van die vergunninghouder uit kan gaan.
Indien, zoals in dit geval, geen sprake is van een bijeenkomst als bedoeld in artikel 7 van de uitwerking Normen Gunstbetoon en evenmin van een manifestatie als bedoeld in artikel 9 van de Uitwerking Normen Gunstbetoon zoals nader omschreven in de toelichting daarop, namelijk een verkoopbevorderende bijeenkomst, dient van geval tot geval te worden beoordeeld of het karakter van die bijeenkomst desalniettemin in de brede zin van het woord een aanprijzing van een geneesmiddel inhoudt of dat dit verband zover van het karakter van die bijeenkomst is verwijderd dat, zelfs indien niet ieder aanprijzend karakter ontbreekt, de andere aard van de bijeenkomst zodanig overheerst dat aan het eventuele – in zekere zin onvermijdelijk – aanprijzende karakter ieder rechtsgevolg in de zin van de Gedragscode moet worden onthouden.
Met betrekking tot de door [X] ter advisering voorgelegde bijeenkomst is dat laatste het geval.
De bijeenkomst richt zich niet, en ook niet voornamelijk of in belangrijke mate op beroepsbeoefenaren, maar richt zich op belangrijke relaties van [X] van allerlei aard waarmee zij haar vreugde over haar 100-jarig bestaan met een feestelijke bijeenkomst wil delen. Onder die 200 relaties bevinden zich – gelet op het karakter van de bedrijfsvoering van [X] ook niet verrassend – ook een aantal beroepsbeoefenaren. Hun aantal is op het totaal van het aantal deelnemers beperkt. Weliswaar kan er van de ongetwijfeld fraaie toespraken, waarin vermoedelijk zal worden teruggezien op het roemruchte verleden van [X] en waarin mogelijk ook een blik op de toekomst van deze vergunninghouder zal worden geworpen, een zekere werving uitgaan, die de naamsbekendheid van [X] onder de deelnemers tenminste zal bevestigen, maar dat aspect moet – mede gelet op de reeds bestaande band tussen [X] en de uit te nodigen beroepsbeoefenaren – toch van zeer ondergeschikt belang worden geoordeeld in het licht van de begrijpelijke wens van deze vergunninghouder op feestelijke wijze aandacht aan haar jubileum te geven in het gezelschap van personen met wie zij maatschappelijk min of meer langdurig een relatie heeft onderhouden of die op het maatschappelijk terrein waarop ook [X] zich beweegt een vooraanstaande rol spelen, beroepsbeoefenaar of niet.
Het gaat hier, zoals [X] terecht aanvoert, om een unieke bijeenkomst, die de komende jaren ook niet herhaald kan worden. Dit een en ander in aanmerking nemend is de Commissie van oordeel dat de eerste vraag van [X] waarop zij advies wil hebben ontkennend moet worden beantwoord, dat wil zeggen dat geen sprake is van een manifestatie als bedoeld in artikel 6b. van de Uitwerking Normen Gunstbetoon, ook niet in een bredere zin opgevat als in de jurisprudentie gebruikelijk.
Daarmee moet de Commissie tot het oordeel komen dat zij na deze vaststelling op grond van haar reglement geen taak heeft een oordeel te geven over de geoorloofdheid van het voornemen van [X] de kosten van de beroepsbeoefenaren voor deelname aan deze jubileumbijeenkomst voor haar rekening te nemen, behoudens de beoordeling van de vraag of deze bijdrage in de kosten van deelname moet worden opgevat als een geschenk en de bijdrage om die reden beperkt moet zijn tot € 50,00 per beroepsbeoefenaar.
Het gaat hierbij om de vraag of deze uitnodiging van [X] past in een verantwoorde omgang tussen een vergunninghouder en beroepsbeoefenaren.
In de toelichting op de Uitwerking Normen Gunstbetoon wordt ervan uitgegaan dat het geven van een geschenk van geringe waarde toelaatbaar is wanneer dat geschenk van betekenis kan zijn voor de uitoefening van het beroep van de ontvangende beroepsbeoefenaar.
Tevens blijkt uit die toelichting dat het gaat om geschenken waarvan de winkelwaarde kan worden bepaald. Naar het oordeel van de Commissie dienen onder geschenken ook te worden verstaan toegangskaarten tot concerten, toneelstukken en andere voor het algemene publiek toegankelijke voorstellingen, alsook de kosten voor een lunch of diner, die een vergunninghouder een beroepsbeoefenaar zou aanbieden. Nu doorgaans ieder verband met de beroepsuitoefening zal ontbreken zal een dergelijk geschenk volgens de Gedragscode Geneesmiddelen Reclame in beginsel niet toelaatbaar zijn. Zie hierover bijvoorbeeld het advies A13.015 waarin artikel 18 inleiding en onder a van de Gedragscode is aangehaald: “vergunninghouders onthouden zich met betrekking tot beroepsbeoefenaren van het aanbieden of in het vooruitzicht stellen van geschenken in welke vorm dan ook.” In zoverre gaat het om een “hard and fast rule”.
Echter, iedere regel, ook een “hard and fast rule” dient uiteindelijk te worden gelezen in de context van zijn strekking. Daarop wijst ook artikel 17 van de Gedragscode. Het gaat in de Gedragscode steeds om het uitsluiten van iedere, zelfs de kleinste, (ongewenste) beïnvloeding van de beroepsbeoefenaar in zijn mogelijke voorschrijfbeleid door de vergunninghouder. Dit neemt echter niet weg dat onder bijzondere omstandigheden, waarin door de wetgever en de ontwerper van de Gedragscode niet is voorzien, ruimte moet kunnen bestaan voor contacten tussen een vergunninghouder en beroepsbeoefenaren, waarvan de vergunninghouder de (beperkte) kosten voor zijn rekening neemt. In een bijzonder geval als hier ter beoordeling voorligt, waarin zoals hiervoor is overwogen het eventuele wervende karakter dat van de bijeenkomst zou kunnen uitgaan zozeer ondergeschikt is aan het hoofddoel van de jubileumviering en de culturele en culinaire bijdragen aan het programma ondergeschikt zijn aan het hoofddoel van de bijeenkomst, de herdenking van het 100-jarig bestaan van [X], is de bijdrage van [X] aan de kosten van de beroepsbeoefenaren en de niet-beroepsbeoefenaren die aan de jubileumbijeenkomst deelnemen zo nauw verbonden aan het bijzondere karakter van deze bijeenkomst, dat de regels in de Gedragscode voor het geven en aannemen van geschenken daarvoor niet maatgevend kunnen zijn, omdat ze niet zijn geschreven voor een dergelijke exceptionele gebeurtenis. Met andere woorden: niet kan worden gezegd dat een uitnodiging als deze in een bijzonder geval als dit in strijd is met een verantwoorde omgang tussen vergunninghouder en beroepsbeoefenaar. De Commissie wijst er met nadruk op dat doorslaggevend voor dit advies is dat [X] 100 jaar bestaat, dat dit jubileum op proportionele wijze wordt gevierd en dat niet iedere viering van een jubileum de ruimte kan bieden die dit advies opent.
De conclusie is dat de Gedragscode Geneesmiddelenreclame niet in de weg staat aan het voornemen van [X] om de kosten van de beroepsbeoefenaren die deelnemen aan haar jubileumbijeenkomst voor haar rekening te nemen.
3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam, 13 mei 2013 door mr. J.A.J. Peeters, voorzitter.
ID:
AA13.027
Onderwerp(en):
Geschenken, Samenkomsten in Nederland
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
13-05-2013
Het officiële document: