AA10.007 Donatie webapplicatie
Op 16 februari 2010 is het volgende advies (A10.007) gegeven.
1. Het verzoek:
X is voornemens de ontwikkeling en bouw van een webapplicatie te financieren. Zij stelt daartoe het volgende: “De applicatie bedoeld voor de poliklinische apotheek (politheek), heeft tot doel zaken als zorgprotocollering, medicatieveiligheid, therapietrouw en optimalisatie van het contact tussen de patiënt, specialist, apotheker en eerstelijnszorgverlener op een overzichtelijke manier te registreren, ordenen en integreren.
Verschillende (groepen) medicijnen vereisen elk hun eigen ondersteuning en begeleiding.
De patiëntenpopulatie waar de politheek mee te maken heeft maakt gebruik van medicijnen die veel begeleiding vereisen en heeft een minder sterke band met de politheek dan met de eigen reguliere apotheek. Om dit op te vangen gebruiken politheken veel begeleidingsprogramma’s en is er intensief overleg met specialisten verbonden aan het ziekenhuis van de politheek. In het veld bestaat behoefte deze additionele informatie te bundelen. De te ontwikkelen webapplicatie heeft tot doel dit te faciliteren.”
De applicatie wordt zo opgezet dat er per medicijnengroep een module kan worden ingericht. X zal naast de algemene applicatie ook een reeds ingerichte module binnen de applicatie aanbieden, die geschikt is voor de groep Y-geneesmiddelen, welke geneesmiddelen vooral worden gebruikt bij ziekte Z. Met de module kan de politheek de gehele zorg rond Y-geneesmiddelen (ongeacht merk) integreren en optimaliseren. In de toekomst kunnen soortgelijke modules voor andere geneesmiddelengroepen worden ontwikkeld.
Met het project zijn ontwikkelings- en licentiekosten gemoeid, tezamen begroot op € 162.000 (eenmalig) en jaarlijkse onderhoudskosten ad € 28.200. X wil eerstgenoemde kosten voor haar rekening nemen alsmede de onderhoudskosten voor de eerste twee jaren.
X heeft als bedrijf ook interesse in de met behulp van de applicatie te verkrijgen gegevens en kan daarmee inzicht krijgen in de behoeften van de markt, reden waarom zij de ontvangende partij vraagt deze in geanonimiseerde vorm ter beschikking van haar, X, te stellen.
X verzoekt advies over de toelaatbaarheid van de donatie van de applicatie aan de Vereniging A, die de belangen bundelt van enkele tientallen poliklinische apotheken.
2. Het oordeel van de Codecommissie:
De Codecommissie constateert allereerst dat de voornemens van X zijn te kwalificeren als een vorm van sponsoring waarop de Gedragsregels Sponsoring – hierna “de Gedragsregels” – onverkort van toepassing geacht moeten worden. Het plan impliceert immers het door X als vergunninghouder verlenen van op geld waardeerbare ondersteuning aan een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren, te weten de vereniging A.
De in artikel 2.2 van de Gedragsregels genoemde uitzonderingsgevallen doen zich in dit geval niet voor.
Sponsoring dient aan een aantal criteria te worden getoetst, met name die welke in artikel 5 van de Gedragsregels zijn opgenomen, criteria die betrekking hebben op de kwalitatieve aspecten van de voorgenomen ondersteuning en de financiering daarvan. Zo wordt als eis gesteld, onder meer, dat de voorgenomen activiteiten niet of niet volledig op andere wijze dan door sponsoring worden gefinancierd. Met betrekking tot dit laatste vereiste wordt het volgende overwogen.
In de adviesaanvraag is over mogelijke (andere vormen van) financiering niets gesteld of op andere wijze gebleken, anders dan het voornemen om de ontwikkeling en de bouw van de webapplicatie voor rekening van X te nemen. Dit is opmerkelijk, omdat het in de rede ligt te veronderstellen dat apothekers zelf zorg dragen voor de financiering van een informatiesysteem dat de essentie van hun onderneming(en) raakt, te weten een systeem voor het registreren van gegevens betreffende het veilig en verantwoord gebruik van geneesmiddelen. X stelt in de aanvraag onder meer dat zij poliklinische apothekers wil faciliteren “in het optimaliseren van hun dagelijkse activiteiten. Momenteel ontbreekt het de doelgroep aan een instrument om zaken als zorgprotocollering, medicatieveiligheid, therapietrouw en optimalisatie van het contact tussen de patiënt, specialist, apotheker en eerstelijnszorgverlener op structurele wijze aan te bieden.” De Codecommissie gaat ervan uit dat de doelgroep, poliklinische apothekers, in beginsel zelf – uit hoofde van hun ondernemerschap – over voldoende financiële middelen beschikken om deze doelstellingen te realiseren, ook waar het webapplicaties betreft. Dit zijn de middelen die naar het oordeel van de Codecommissie primair in aanmerking behoren te komen om voor dit doel te worden ingezet. Dit alles geldt temeer nu de poliklinische apotheek zich in het algemeen zal bewegen in een segment van de markt – zoals door klinisch specialisten voor te schrijven farmaceutische spécialités – waar een niet onaanzienlijk rendement mag worden verondersteld.
Gelet op het bovenstaande vermag de Codecommissie dan ook niet in te zien waarom de poliklinische apotheek afhankelijk zou moeten zijn van gesponsorde financiering om de bovengenoemde doelstelling te verwezenlijken. De te investeren geldbedragen zijn bovendien van zodanige (beperkte) omvang dat deze, verdeeld over tenminste een 40-tal leden, door die leden zelf voor hun rekening kunnen worden genomen: per apotheek, gemiddeld, eenmalig enkele duizenden euro’s en voor onderhoud enkele honderden euro’s per jaar.
De vraag rijst bovendien in hoeverre de voorgestelde sponsoring kan leiden tot aantasting van de onafhankelijkheid van de betrokken apotheken, nu zij in de uitoefening van hun “core business” afhankelijk zullen zijn van een door een vergunninghouder ontwikkeld en gefinancierd systeem en daarbij als tegenprestatie tevens de verplichting op zich nemen de vergunninghouder periodiek van daarmee verkregen gegevens te voorzien. De omstandigheid dat deze gegevens vooraf worden geanonimiseerd – een minimaal noodzakelijke voorwaarde – maakt dit oordeel niet anders.
Tenslotte moet worden geconstateerd dat niets is gesteld omtrent de schriftelijke vastlegging van de voorgestelde afspraken, hetgeen eveneens een vereiste is (artikel 6.1 van de Gedragsregels). Hieraan zou desgevraagd wellicht alsnog kunnen worden tegemoet gekomen, maar gelet op de andere genoemde bezwaren komt de Codecommissie aan een
vraag daarover niet meer toe.
Met het oog op de bovengenoemde bezwaren meent de Codecommissie dat niet positief kan worden geadviseerd.
3. Kosten:
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 16 februari 2010 door mr. M. de Boer, voorzitter.
ID:
AA10.007
Onderwerp(en):
Sponsoring
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Negatief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
16-02-2010
Het officiële document: