AA09.013 Voorgenomen reclame-uiting voor medicijn
Op 16 februari 2009 is het volgende advies (A09.013) gegeven.
1. Het verzoek:
X brengt het geneesmiddel Y op de markt. Dit dient voor symptomatische bestrijding van ziekte A bij volwassenen en kinderen van 8 jaar en ouder.
Door Q wordt het geneesmiddel R op de markt gebracht. Dit middel heeft als therapeutische indicaties: behandeling van chronische of habituele ziekte A bij volwassenen en behandeling van hardnekkige ziekte A.
Bij beslissing van 20 juli 2007 heeft de Codecommissie (kamer I) in een klacht van Q tegen verzoekster met betrekking tot een reclame-uiting voor geneesmiddel Y, waarin een vergelijking werd gemaakt met geneesmiddel R bepaald dat deze reclame-uiting gestaakt moest worden en gestaakt moest worden gehouden wegens strijd met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.
Verzoekster wil thans bij bezoeken van artsen de navolgende gedragslijn aanhouden. In eerste instantie zal alleen worden gesproken over de primaire eigenschappen van geneesmiddel Y, te weten de indicaties, de effectiviteit en de verdraagbaarheid. Als afsluiting van het gesprek zal de arts worden aangeboden het product qua smaak te vergelijken met het concurrerend product. Hiertoe worden originele verpakkingen van beide producten meegenomen. Daarbij zal op generlei wijze worden verwezen naar de mening hierover van verzoekster of van anderen. De arts zal in de gelegenheid worden gesteld om onafhankelijk een eigen oordeel te vormen. Verzoekster gaat er van uit dat zij door de afwezigheid van enige claim ten aanzien van de smaak in overeenstemming met de bovenvermelde beslissing van de Codecommissie handelt.
2. Het oordeel van de Codecommissie:
Gedragscode bepaalt dat reclame op zodanige wijze dient te geschieden dat het rationele gebruik van geneesmiddelen in farmacotherapeutisch opzicht wordt bevorderd en dat degene tot wie de aanprijzing is gericht op generlei wijze wordt misleid. Indien sprake is van vergelijking met een ander geneesmiddel, dat uitdrukkelijk of impliciet wordt genoemd, moet de inhoud van artikel 5.8 van de Gedragscode in acht worden genomen.
Hierboven is reeds aangegeven dat Y en R geneesmiddelen zijn die dienen om vergelijkbare aandoeningen te bestrijden. Zij zijn dus concurrerende geneesmiddelen. Voor zover thans van belang tekent de Codecommissie hierbij aan dat Y een sinaasappel-grapefruit aroma, R daarentegen een citroen aroma heeft.
De Codecommissie begrijpt de voorgestelde procedure bij gesprekken met artsen aldus, dat de arts alleen over Y zal worden voorgelicht en dat aan het einde van die voorlichting hem zal worden gevraagd de smaak van Y te vergelijken met die van R. Hiermee is gegeven dat op zijn minst impliciet een vergelijking wordt gemaakt tussen de beide geneesmiddelen. Naar het oordeel van de Codecommissie is hiertegen geen bezwaar nu kennelijk uitgangspunt is dat beide geneesmiddelen kunnen dienen ter bestrijding van obstipatie en in dat opzicht vergelijkbaar zijn. Voorts wordt door de voorgestelde gang van zaken geen afbreuk gedaan aan R. Hierbij is van belang dat de smaak geen objectief vaststelbaar gegeven is. De waardering van de smaak zal immers in belangrijke mate afhangen van de vraag aan welke smaak de arts die de beoordeling wordt voorgelegd, de voorkeur geeft. De Codecommissie gaat er hierbij van uit dat bij de beoordeling geen onnodig negatieve mededelingen over R zullen worden gedaan en dat de discussie met de arts zal worden beperkt tot de vraag of het ene of het andere geneesmiddel beter smaakt.
De bovenomschreven gang van zaken kan niet op één lijn worden gesteld met de reclame-uitingen die in de beslissing van 20 juli 2007 aan de orde waren. Hierbij neemt de Codecommissie in aanmerking dat het toen niet alleen om een vergelijking van de smaak ging maar dat ook aan de orde kwam dat de smaak van invloed zou kunnen zijn op de klachten en effectiviteit van de behandeling van patiënten met chronische obstipatie. Voorts speelde toen mee dat onnodig afbreuk werd gedaan aan de waarde van R. Daarvan is thans geen sprake.
Een en ander leidt de Codecommissie tot de conclusie dat de door X voorgenomen handelwijze niet ontoelaatbaar is.
3. De kosten:
De Codecommissie bepaalt dat aan de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten separaat aan X in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 16 februari 2009 door mr. P.A. Offers, voorzitter.
ID:
AA09.013
Onderwerp(en):
Vergelijkende reclame
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
16-02-2009