AA09.040 Aanbieden van hulpmiddelen
Op 15 april 2009 is het volgende advies (A09.040) gegeven.
1. Het verzoek:
X heeft zich tot de Codecommissie gewend met het verzoek een advies te geven over een door haar voorgenomen actie met betrekking tot een tas die zij aan gebruiksters van haar (UR) geneesmiddel Y ter beschikking wil stellen. Het gaat om een tasje, bijvoorbeeld een toilettasje, met nader te noemen inhoud, resp. een etui waarin hulpmiddelen kunnen worden opgeborgen. De adviesaanvraag houdt verband met een recente uitspraak van de Codecommissie (K09.004 d.d. 27 maart 2009), waarbij een klacht van een andere vergunninghouder tegen de toenmalige actie met toilettas gegrond werd verklaard.
X heeft haar plannen veranderd en een nieuw voorstel gepresenteerd. Zij heeft thans de volgende vragen:
1. Is het toilettasje toegestaan nu een koelelement en instructies voor de patiënt over het gebruik ervan hieraan worden toegevoegd?
2. Wordt iedere afsluitbare tas aangemerkt als reclame?
3. Wordt het etui aangemerkt als reclame?
2. De beoordeling door de Codecommissie:
Het oordeel van de Codecommissie d.d. 27 maart 2009 hield in, kort samengevat, dat het aanbieden van de toen voorliggende patiëntentas (toilettas) – via beroepsbeoefenaren aan patiënten – als reclame, met name als ongeoorloofde publieksreclame, moest worden aangemerkt. Daarbij is uitdrukkelijk overwogen dat dit oordeel betrekking had op de tas met of zonder inhoud. Deze inhoud bestond in het toentertijd beoordeelde geval uit (voor zover nu nog van belang) enkele cosmetische producten, een naaldendispenser, ampulbrekers en alcoholdoekjes. Vaststaat dat de cosmetische producten niet langer worden aangeboden en de drie laatstgenoemde producten nodig zijn voor het gebruik van het injectabele geneesmiddel Y.
Het gewijzigde plan van X laat, als de Codecommissie dit goed begrijpt, ruimte voor verschillende opties, zoals het wel of niet bijvoegen van een koelelement voor het koel bewaren van Y. Ook is een etui ontworpen waarvan afbeeldingen bij de adviesaanvraag zijn gevoegd. Dit etui zou moeten dienen voor het vervoer van een enkele ampul Y injectievloeistof.
De Codecommissie zal eerst ingaan op de vraag of het aanbieden van de tas, zoals nu voorgesteld, toelaatbaar kan worden geacht. In de uitspraak van 27 maart 2009 ging het om een toilettas waarvan de waarde niet
helemaal duidelijk was. X stelde destijds een waarde van € 7,75, de wederpartij noemde € 25,– [of X hier doelde op de winkelwaarde was evenmin duidelijk maar niet waarschijnlijk]. De Codecommissie overwoog: “Wat er zij van de werkelijke winkelwaarde, de commissie heeft de tas ter zitting gezien en is van oordeel dat deze niet anders dan als cadeautje voor de patiënte kan worden aangemerkt.” Ook sprake de Codecommissie als haar oordeel uit dat de tas geen functie had voor het koelen van Y aangezien geen aanwijzingen daarvoor waren bijgevoegd en een koelelement ontbrak.
Het onderhavige gewijzigde voorstel voorziet in een tas waarvan de kosten minder dan € 10 zouden bedragen en een koelelement met gebruiksinstructie zou worden bijgesloten. De Codecommissie overweegt allereerst dat haar oordeel van 27 maart 2009 betrekking heeft op een tas met of zonder inhoud. Daarbij was in aanmerking genomen de aard en het uiterlijk van de tas zoals die destijds ter zitting door X werd getoond. Reeds om die reden moet ook nu het advies ten aanzien van de tas negatief zijn. Onduidelijk is of, en zo ja in hoeverre, de thans voorgestelde tas wezenlijk verschilt van de toen aangeboden tas. Ten aanzien van de waarde (kosten minder van € 10) geldt hetzelfde; ook de toenmalige tas werd door X op minder dan 10 euro getaxeerd. Dit klemt
temeer nu niet duidelijk is wat de winkelwaarde van de tas zou zijn. Overigens is niet alleen de winkelwaarde bepalend, maar evenzeer de vraag of het publiek het aangeboden artikel ervaart als cadeautje. Het eventueel toevoegen van een koelelement maakt dit oordeel niet anders, integendeel, de waarde van de aangeboden set zou hierdoor slechts hoger worden en voor het koel bewaren is dit koelelement niet werkelijk nodig. Een enkele bewaarinstructie zou voldoende zijn, zoals in soortgelijke gevallen met veel andere geneesmiddelen ook gebeurt.
Kortom, het advies is af te zien van iedere soort tas die ook los van het Y gebruik als toilettas kan worden gebruikt en het antwoord op de hierboven genoemde vraag 1 is ontkennend. Een antwoord op vraag 2 is – bij gebreke van een zeer concreet alternatief – in zijn algemeenheid moeilijk te geven, al blijkt uit het bovenstaande reeds voldoende waar de grens tussen reclame en functioneel handelen moet worden getrokken.
Thans in antwoord op vraag 3 van X. De Codecommissie heeft kennisgenomen van de informatie over het voorgestelde etui, opgebouwd uit twee elementen die dienen als houder voor “syringe packs” en uit elkaar geschoven kunnen worden om die te openen. Het komt de commissie voor dat dit etui functioneel is, ook al is de productnaam Y erop vermeld. Het etui in deze vorm zal daarom niet als ongeoorloofde publieksreclame worden aangemerkt, zo is het vooralsnog het oordeel van de Codecommissie. Onder omstandigheden zou dit oordeel anders kunnen zijn, bijvoorbeeld afhankelijk van de wijze van aanbieden (standaard behorende bij het product Y dan wel gepresenteerd als bijzonder cadeautje, al dan niet gepaard gaande met enig drukwerk).
3. De kosten:
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten separaat aan verzoekster in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 15 april 2009 door mr. M. de Boer, voorzitter.
ID:
AA09.040
Onderwerp(en):
Publieksreclame
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Deels positief, deels negatief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
15-04-2009
Het officiële document: