Print

Nr. 6 – CGR adviezen en klachten 2025

De cijfers
In 2025 heeft de CGR twaalf algemene adviezen uitgebracht over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van uitingen en gunstbetoon. Van deze adviezen waren er drie positief, vier voorwaardelijk positief, één deels positief en deels negatief, en vier negatief.
Daarnaast zijn in 2025 87 preventieve toetsen voor buitenlandse bijeenkomsten uitgevoerd. Hiervan luidden veertig positief en veertig voorwaardelijk positief. Eén preventieve toets had een negatief oordeel. Zes toetsen zijn vervallen of ingetrokken.
In 2025 zijn vijf klachten door de CGR behandeld. In twee zaken is beroep ingesteld, welke door de Commissie van Beroep gegrond zijn verklaard en zijn terugverwezen naar de Codecommissie. Daarnaast zijn meerdere serieuze signalen bij de CGR binnengekomen, waarvan één signaal heeft geleid tot een publicatie van de feiten. Verder is een signaal doorverwezen naar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en is de behandeling van een ander signaal in afwachting van een uitspraak van de Stichting Reclame Code.

Adviezen en klachten uitgelicht

A25.001 Redelijke vliegreiskosten
De Gedragscode geeft kaders voor redelijke reiskosten in verband met geboden gastvrijheid in het buitenland. Daarbij wordt niets bepaald over de mogelijkheid economy comfort of premium economy class aan te bieden. In de adviesaanvraag sluit de CGR aan bij hetgeen ambtenaren mogen declareren voor studiereizen. Indien de (rechtstreekse) vlucht langer is dan 6 uur, is de vergoeding van economy comfort toegestaan.

Naar aanleiding van dit adviesoordeel heeft de CGR de Gedragscode aangevuld en verduidelijkt wanneer de vergoeding van ecomomy comfort als onkostenvergoeding in geval van dienstverlening en in geval van geboden gastvrijheid is toegestaan.

K25.001 Afslankmedicatie en onderscheid informatie en reclame
De CGR Codecommissie heeft uitspraak gedaan over de toelaatbaarheid van uitingen over afslankmedicatie. De klacht was onder meer gericht tegen een patiëntenbrochure waarin prominent en herhaaldelijk op promotionele wijze werd verwezen naar een receptgeneesmiddel.

De Codecommissie oordeelde dat de brochure, die voor patiënten toegankelijk was, moet worden aangemerkt als verboden publieksreclame. In de brochure werd prominent en herhaaldelijk op een promotionele wijze verwezen naar het geneesmiddel en de eigenschappen, waardoor het niet kwalificeerde als informatie. Daarnaast werden aan patiënten via beroepsbeoefenaren meetlinten verstrekt met het bedrijfslogo van het bedrijf dat de afslankmedicatie op de markt brengt. Op het meetlint stond weliswaar geen productnaam, maar wel instructies om de middelomtrek te meten en andere begeleidende teksten. Volgens de Codecommissie is ook hier sprake van verboden publieksreclame, ongeacht het feit dat de merknaam van het geneesmiddel niet expliciet werd genoemd. De klacht was daarom gegrond.

B25.01 & B25.02 Bevoegdheid Codecommissie
In deze vergelijkbare zaken heeft de Commissie van Beroep zich uitgesproken over de reikwijdte van de bevoegdheid van de Codecommissie. Inhoudelijk hadden de klachten betrekking op reclame-uitingen van Almirall S.A. die tijdens en rondom het EADV congres in Nederland zijn gebruikt.

Almirall S.A. is een vergunninghouder die niet in Nederland is gevestigd maar in Spanje. In Nederland is gevestigd Almirall B.V. De vraag is daarom of de Codecommissie bevoegd is om uitingen te beoordelen van vergunninghouders die niet in Nederland zijn gevestigd en of de uitingen van een niet in Nederland gevestigde vergunninghouder kunnen worden toegewezen aan de Nederlandse vestiging.

Na twee klachten in 2024, oordeelde de Commissie van Beroep mede op basis van de definitie van vergunninghouders in artikel 3.1 sub e Gedragscode dat: ‘In het systeem van zelfregulering waarvan de Gedragscode onderdeel is, is het ook noodzakelijk en logisch dat voor de bevoegdheid van de Codecommissie niet de eis geldt, dat de partij tegen wie een klacht op grond van het Reglement wordt ingediend gevestigd is in Nederland.’ Doorslaggevend is dat de reclame-uitingen waartegen de klacht zich richt, fysiek in Nederland zijn gebruikt, waardoor de Gedragscode van toepassing is.

Aan de bevoegdheid van de Codecommissie doet niet af dat Almirall S.A. niet is aangesloten bij een van de bij de CGR aangesloten brancheorganisaties en zich niet vrijwillig aan de beslissingsbevoegdheid van de Codecommissie heeft geconformeerd. In een dergelijk geval geldt de beslissing van de Codecommissie niet als een bindend advies.

De Commissie van Beroep beslist daarnaast dat de lokale vennootschap Almirall B.V. mede verantwoordelijk is voor de uitingen van Almirall S.A. De organiserende (niet-Nederlandse) vennootschap moet de lokale vennootschap informeren en advies vragen over de lokaal geldende Gedragscode. Dit volgt ook uit de gedragscode van de Europese organisatie EFPIA.

De klachten zijn terugverwezen naar de Codecommissie, die de klachten tegen de betrokken reclame-uitingen uiteindelijk gegrond heeft verklaard (zie voor de inhoud de uitspraken K25.003 en K25.004).

K25.006 Transparantie en meldplicht financiële relaties
Naar aanleiding van jaarlijks onderzoek van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) en een verzoek van de stichting Transparantieregister Zorg, deed de CGR onderzoek naar 38 relaties uit het rapportagejaar 2024 die niet vindbaar waren in het Transparantieregister Zorg. In 21 gevallen bleek dat deze relaties terecht niet waren geregistreerd, onder meer omdat de vergoeding onder de meldgrens van € 500 bleef, de relatie in een ander jaar had plaatsgevonden en was gerapporteerd of het medisch wetenschappelijk onderzoek betrof. In 11 gevallen konden relaties niet worden vastgesteld. In 6 gevallen bleek sprake van een omissie waarbij financiële relaties ten onrechte niet waren gemeld.

In vijf van deze gevallen betrof het hetzelfde bedrijf. Na het onderzoek, stelde de CGR vast dat het niet melden van deze financiële relaties een overtreding vormt van artikel 7.2.3 van de Gedragscode. Het bedrijf heeft toegelicht dat de omissie het gevolg was van een technisch mankement in het interne rapportagesysteem en heeft de ontbrekende meldingen alsnog geregistreerd en maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Gezien de feiten heeft de CGR de overtreding afgedaan met een publicatie zonder naamsvermelding van het bedrijf, tegen betaling van de toepasselijke kosten.

A25.009 Locatie ss Rotterdam
Een vergunninghouder heeft de CGR om advies gevraagd over de geschiktheid van de ss Rotterdam als locatie voor het organiseren van een bijeenkomst in Nederland. De ss Rotterdam is een historisch schip waarop congressen en evenementen kunnen worden georganiseerd en waar tevens restaurants, hotelkamers en diverse vrijetijdsactiviteiten worden aangeboden.

De CGR stelde vast dat de beschrijvingen op de website sterk zijn gericht op de historische waarde van het schip en dat naast het zakelijke aanbod ook diverse recreatieve activiteiten worden gepresenteerd. Dit kan ertoe leiden dat deelnemers eerder geneigd zijn om aan een bijeenkomst deel te nemen vanwege de locatie en het aanvullende aanbod.

Gelet op de historische uitstraling van de locatie en de aanwezigheid van vrijetijdsactiviteiten concludeerde de CGR dat de ss Rotterdam niet voldoet aan de eisen die de Gedragscode stelt aan een passende locatie voor bijeenkomsten in Nederland. Het advies luidde negatief.

In een eerder adviesoordeel (A25.003) oordeelde de CGR dat ook een kasteel (in dit geval Landgoed Oud Poelgeest), gezien de niet-zakelijke uitstraling, niet-passend is voor een door een vergunninghouder gesponsorde wetenschappelijke nascholing. Het Bilderberg Hotel Oosterbeek werd wel als passend geacht, zolang de uitnodiging beperkt blijft tot de zakelijke faciliteiten die worden geboden (zie A.25.007)

21 april 2026|Nieuwsberichten|