function printPageArea(areaID) { var printContent = document.getElementById(areaID).innerHTML; var originalContent = document.body.innerHTML; document.body.innerHTML = printContent; window.print(); document.body.innerHTML = originalContent; } Print

Nr. 11 – Zo kun je de grens met reclame bewaken

Krantenhoofdredacteuren en journalistenvakbond NVJ reageerden verbolgen op de boetes die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd oplegde voor wervende berichtgeving over afslankmedicatie.  Het ingrijpen van de inspectie wordt ervaren als een inperking van de persvrijheid.

Persvrijheid en vrijheid van meningsuiting zijn echter geen absolute rechten. Beperkingen zijn toegestaan, mits deze bij wet zijn voorzien, een legitiem doel dienen en noodzakelijk en proportioneel zijn in een democratische samenleving. Zo weet een journalist dat iemands reputatie niet onnodig mag worden geschaad, dat privacybescherming grenzen stelt aan wat mag worden gedeeld en dat berichtgeving niet mag aanzetten tot haatzaaien en discriminatie.

Bescherming voorop

Het verbod op publieksreclame voor receptgeneesmiddelen is een bij wet voorziene beperking die een legitiem doel dient. Aanvullend geldt een algeheel verbod om geneesmiddelen aan te prijzen voor aandoeningen waarvoor zij niet zijn toegelaten. Het doel is te voorkomen dat consumenten worden aangezet geneesmiddelen te gebruiken die schadelijk voor hen kunnen zijn. In de Verenigde Staten, waar dit verbod niet geldt, hebben agressieve marketingcampagnes bijgedragen aan overconsumptie van onder meer pijnstillers, met ernstige gevolgen. De Europese wetgever heeft er daarom voor gekozen reclameprikkels voor het gebruik van receptgeneesmiddelen richting consumenten te verbieden.

Dat geneesmiddelenbedrijven worden beperkt in hun reclame, wordt algemeen geaccepteerd. Zij hebben immers een commercieel belang bij het vergroten van hun omzet en winst. Maar de vraag is of het consumentenbelang ermee is gediend het verbod op publieksreclame uitsluitend te richten op bedrijven. Ook anderen kunnen consumenten aanzetten tot onoordeelkundig gebruik van receptgeneesmiddelen. Geneesmiddelen bevatten werkzame stoffen die rechtstreeks ingrijpen op biologische processen. Verkeerd gebruik kan leiden tot ernstige en onomkeerbare gezondheidseffecten. Goede informatievoorziening is daarom cruciaal.

Strenge regels

Voor zelfzorggeneesmiddelen geldt het reclameverbod niet, maar aan reclame worden wel eisen gesteld om verkeerd gebruik te voorkomen. Voor receptgeneesmiddelen gelden strengere eisen: hiervoor mag alleen reclame worden gemaakt richting artsen die de geneesmiddelen mogen voorschrijven. De betrokken marktpartijen werken hierbij samen in de Code Geneesmiddelenreclame (CGR). Deze zelfregulering bevordert de naleving van de regels en voorkomt dat de inspectie handhavend moet optreden.

Ook anderen dan geneesmiddelenbedrijven kunnen consumenten aanzetten tot onoordeelkundig gebruik van receptgeneesmiddelen, bijvoorbeeld door een geneesmiddel aan te prijzen voor een aandoening waarvoor het niet is toegelaten. Zo mag Ozempic niet worden aangeprezen als middel om af te vallen, omdat het is toegelaten voor de behandeling van diabetes. Over het gebruik van Ozempic als afslankmiddel mag wel worden geïnformeerd, zolang het niet wordt aangeprezen. Dit geldt ook richting artsen. Een ander voorbeeld is een dominee die via YouTube ivermectine aanprees tegen het coronavirus, terwijl dit gebruik door beroepsgroepen voor artsen en apothekers sterk wordt afgeraden. Hij werd daarvoor door de inspectie beboet.

Het voorschrift van de arts biedt een belangrijke vorm van consumentenbescherming, maar is niet afdoende. Consumenten kunnen op internet zelf op zoek gaan naar geneesmiddelen, zonder tussenkomst van een arts. Vooral voor lifestylemiddelen als afslankmedicatie en erectiepillen is het illegale aanbod via internet enorm.

Wat wel mag 

Wat betekent dit voor de persvrijheid? Journalisten zijn goed in staat om informatief te schrijven zonder geneesmiddelen aan te prijzen. Wel moeten zij zich bewust zijn van de grens. De CGR werkt daarom samen met de inspectie om journalisten en uitgevers meer duidelijkheid te geven over wat wel en niet mag.

In 2024 ontving de CGR klachten over wervende berichtgeving over afslankmedicatie in de Stentor en de Volkskrant. We wezen de betrokken uitgevers op mogelijke overtredingen: het aanprijzen van een geneesmiddel voor een niet-toegelaten aandoening en verboden publieksreclame. Het artikel  in de Stentor beoordeelden wij als puur promotioneel. De inspectie trad later zelfstandig op en legde een boete op die door de rechter in beroep in stand is gehouden. Het artikel in de Volkskrant vonden wij evenwichtig, op enkele onnodig promotionele tussenkoppen in de digitale versie na. De Volkskrant heeft die aangepast.

De klacht van de hoofdredacteuren is dat de journalist niet meer vrij zou kunnen schrijven en dat angst is ontstaan om onbedoeld wervend te schrijven. Wij begrijpen deze angst en zijn graag bereid handvatten te geven voor de vraag wanneer een informatief artikel onbedoeld promotioneel kan worden.  Uitgevers kunnen bij ons vooraf advies vragen over de vraag of een artikel informatief of toch wervend is. De inspectie volgt zo’n advies en zal dan niet handhavend optreden.

24 september 2026|Nieuwsberichten|