Versie: januari 2024

Hoofdstuk 3 – Begripsbepalingen

3.1 Voor de toepassing van de Gedragscode wordt verstaan onder

a. geneesmiddelen: geneesmiddelen vallende onder de Geneesmiddelenwet, alsmede bloedproducten, vallende onder de Wet inzake Bloedvoorziening.

b. publieksreclame: reclame voor een geneesmiddel die, gezien haar inhoud en de wijze waarop zij wordt geuit, kennelijk ook voor anderen dan beroepsbeoefenaren is bestemd.

Deze definitie is in overeenstemming gebracht met de definitie publieksreclame in de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG). In adviesoordeel A15.082 was aan de orde in hoeverre reclame voor recept-geneesmiddelen op stands en in programmaboekjes in het kader van grootschalige internationale wetenschappelijke bijeenkomsten voor beroepsbeoefenaren, publieksreclame inhoudt voor congresdeelnemers die geen beroepsbeoefenaar zijn. De Codecommissie nam aan dat voor die gevallen ervan mag worden uitgegaan dat deze reclame niet kennelijk ook voor anderen dan beroepsbeoefenaren is bestemd, zodat het passief kennisnemen van deze niet-beroepsbeoefenaren van deze reclame geen inbreuk vormt op het verbod op publieksreclame (zie artikel 5.6.1). Zie verder de toelichting op artikel 6.4.2.

c. de Wet: de Geneesmiddelenwet en/of de Wet inzake Bloedvoorziening.

d. beroepsoefenaren: een ieder die de bevoegdheid heeft om receptgeneesmiddelen voor te schrijven of ter hand te stellen.

Het begrip beroepsbeoefenaar is gedefinieerd in artikel 82 lid 1 onder a van de Geneesmiddelenwet. Per 1 januari 2012 hebben 5 titels van verpleegkundig specialisten (preventief, acuut, intensief, chronisch en GGZ) en de Physician Assistant voorschrijfbevoegdheid gekregen. Daarnaast kunnen gespecialiseerd verpleegkundigen een voorschrijfbevoegdheid van geneesmiddelen verwerven en zijn ook deze op grond van artikel 82 lid 1 onder a van de Geneesmiddelenwet beroepsbeoefenaar in relatie tot de reclameregels (de verpleegkundige als bedoeld in artikel 36, veertiende lid, onder d, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg).

Beroepsbeoefenaar zijn aldus de arts, apotheker, tandarts, verloskundige, physician assistant, apothekersassistent, drogist en de verpleegkundige met de extra BIG-registratie:

Gespecialiseerd verpleegkundigen:

  • Diabetes verpleegkundigen
  • Long verpleegkundigen
  • Oncologie verpleegkundigen
    Voor de gespecialiseerd verpleegkundigen geldt dat zij alleen als beroepsbeoefenaar mogen worden aangemerkt als bij hun BIG-registratie is aangetekend dat zij een voorschrijfbevoegdheid hebben. Voor de overgangsmaatregelen, zie CGR Nieuwsbrieven 2012/1, 2015/8 en 2016/3.

Verpleegkundig specialisten (VS):

  • VS AGZ (algemene gezondheidszorg)
  • VS GGZ (geestelijke gezondheidszorg)
    Ook artsen in opleiding worden gezien als beroepsbeoefenaar in de zin van de Gedragscode. Co-assistenten vallen buiten de kring beroepsbeoefenaren (zie Nieuwsbrief 2006/4).

Met de inwerkingtreding van artikel 36a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Staatsblad 2011 nr. 568) kunnen bepaalde categorieën beroepsbeoefenaren bij algemene maatregel van bestuur een tijdelijke bevoegdheid krijgen om receptgeneesmiddelen voor te schrijven. Indien daarvan sprake, vallen ook deze beroepsbeoefenaren onder het begrip beroepsbeoefenaar in de zin van artikel 3.1 onderdeel d.

Met betrekking tot het bieden van gastvrijheid aan verpleegkundigen zonder voorschrijfbevoegdheid, zie artikel 6.4.2.

e. vergunninghouders: houders van een handelsvergunning of van een vergunning als bedoeld in artikel 18 van de Geneesmiddelenwet alsmede houders van een vergunning als bedoeld in artikel 15 van de Wet inzake Bloedvoorziening.

f. artsenbezoekers: personen wier hoofdtaak het is om – in opdracht van een vergunninghouder en in persoonlijk contact met beroepsbeoefenaren – medisch-farmaceutische voorlichting te geven aan en te overleggen met beroepsbeoefenaren over de toepassing van geneesmiddelen ten behoeve van de diagnostiek en/of de behandeling van patiënten.

g. vertegenwoordigers: personen die – in opdracht van een vergunninghouder – beroepsbeoefenaren bezoeken voor hoofdzakelijk andere doeleinden dan medisch-farmaceutische voorlichting.

h. reclame: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van geneesmiddelen en daarmee samenhangende diensten of denkbeelden, daaronder begrepen het aanbieden of vragen van diensten of goederen in de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren.

In deze definitie is aangevuld dat reclame een openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing moet betreffen. Daarmee is de definitie in overeenstemming gebracht met de definitie van reclame van de Nederlandse Reclame Code. Het vereiste van systematische aanprijzing dient om 1-op-1-uitingen, die op grond van artikel 5.1.2 sub b buiten de reikwijdte van de Code vallen, te onderscheiden van 1-op-1- uitingen met een standaard, niet uitsluitend op de individuele ontvanger toegespitste inhoud en die daarmee wel als reclame kan worden aangemerkt.

Onderdeel van de definitie reclame is het aanbieden of vragen van diensten. De Commissie van Beroep heeft verduidelijkt dat een aan een beroepsbeoefenaar gevraagde “dienst” pas als geneesmiddelenreclame is te kwalificeren als er een verband bestaat tussen “aanprijzing van een geneesmiddel” en de gevraagde “dienst” (zie zaak B09.006/09.03 van 17 september 2009).

Voor het onderscheid tussen reclame en informatie wordt verwezen naar artikel 5.1.3 van de Gedragscode.

i. financiële relatie: het in het vooruitzicht stellen, aanbieden of toekennen van geld of op geld waardeerbare diensten of goederen.

j. gunstbetoon: financiële relatie met het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een geneesmiddel te bevorderen.

Deze definitie, voortkomend uit de Geneesmiddelenwet, is aan de Gedragscode toegevoegd om te kunnen aansluiten bij het stelsel van de Geneesmiddelenwet (artikel 94 Geneesmiddelenwet: gunstbetoon is verboden, tenzij…, zie artikel 6.1.1 van de Gedragscode).

k. SPC: samenvatting van productkenmerken zoals deze is goedgekeurd door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen dan wel het Europese Geneesmiddelenbureau.

Print