Nr. 1 – Jaarverslag: De CGR in 2019
In dit jaarverslag worden de activiteiten van de Stichting CGR in 2019 belicht.
2019 in vogelvlucht
Wijziging Reglement
In 2019 is het gewijzigde Reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep tot stand gekomen en per 1 januari 2020 in werking getreden (zie Nieuwsbrieven 4/2019 en 5/2019). Belangrijkste verandering betreft de formalisering van beoordelingsbevoegdheid van de Keuringsraad. De Keuringsraad beoordeelde reeds de zelfevaluaties gunstbetoon als onderdeel van de accreditatieaanvragen in GAIA (PE-Online). Verder handelde de Keuringsraad in praktijk zelf serieuze signalen af. Met de verandering van het Reglement heeft de Keuringsraad ook de bevoegdheid gekregen de preventieve toets van buitenlandse bijeenkomsten uit te voeren. Het nieuwe Reglement voorziet in een bezwaarprocedure bij de Codecommissie indien een betrokkene het niet eens is met het oordeel van de Keuringsraad.
Op termijn zal de Keuringsraad ook de algemene adviesaanvragen behandelen, waarbij de mogelijkheid bestaat de Codecommissie om advies te vragen. De doelstelling van deze veranderingen is dat aanvragen meer efficiënt en coherent worden afgehandeld, waarbij de Codecommissie zich kan concentreren op de complexere vraagstukken en die gevallen waarin nieuwe ontwikkelingen duiding behoeven.
Evaluatie Transparantieregister Zorg
In 2019 is het Transparantieregister Zorg (TRZ) geëvalueerd door de Stichting Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM), in opdracht van het Ministerie van VWS. Dit betrof de eerste evaluatie op grond van artikel 13c, lid 2 van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Dit artikel bepaalt dat de Minister van VWS jaarlijks een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het TRZ aan de Tweede Kamer moet sturen.
Het IVM concludeert dat de gegevens in het TRZ volledig en juist zijn volgens de normen van de CGR. Deze conclusie is onder meer gebaseerd op 180-graden vergelijkingen van disclosures van artsen en aankondigingen van gesponsorde nascholingen met het TRZ. Het IVM stelt verder vast dat wat betreft de toegankelijkheid, de gebruiksvriendelijkheid van de website kan worden verbeterd. Qua effecten van het TRZ concludeert het IVM dat geneesmiddelenbedrijven, ziekenhuizen, medische specialisten en andere zorgverleners geen problemen hebben met openbaarmaking van financiële relaties, ondanks de (negatieve) media-aandacht daaromtrent. Het TRZ lijkt ook geen invloed te hebben op het aangaan van financiële relaties of de hoogte daarvan.
Buiten het kader van de onderzoeksvraag van het Ministerie van VWS, doet het IVM een aantal aanbevelingen over verbreding van de te openbaren financiële relaties. Meer concreet betreffen de aanbevelingen het verlagen van de meldgrens van € 500 naar € 50 en het openbaren van de financiën rond (klinisch) onderzoek.
De Minister voor Medische Zorg en Sport heeft de evaluatie positief ontvangen en naar de Tweede Kamer gestuurd. In zijn brief spreekt hij zijn waardering uit voor de inspanningen die door de bij het TRZ aangesloten partijen worden geleverd. Hij roept partijen op de aanbevelingen van het IVM ter harte te nemen. Hij zal daarnaast met partijen in overleg treden over de evaluatie.
Initiatief wetsvoorstel Transparantieregister Zorg
In het voorjaar van 2019 heeft Tweede Kamerlid Ploumen (PvdA) haar initiatief wetsvoorstel voor de wettelijke verankering van het TRZ ter consultatie voorgelegd. De CGR heeft op dit wetsvoorstel gereageerd, zie Reactie 20190614. In hoeverre een wettelijke verankering van het TRZ noodzakelijk is, zou moeten blijken uit de evaluatie door het IVM.
Transparantieregister Zorg 2018
Op 29 juli zijn de financiële relaties die zijn gemeld over het kalenderjaar 2018, geopenbaard in het Transparantieregister Zorg (zie nieuwsbrief 3/2019). De door de geneesmiddelenbedrijven gerapporteerde relaties laten een stijging zien van 6% ten opzichte van 2017 (tot een kleine € 63 miljoen). De stijging heeft volledig plaatsgevonden in sponsorrelaties met zorginstellingen, samenwerkingsverbanden van zorgverleners en patiëntenorganisaties.
Normstelling in 2019
Aanpassing Gedragscode per 1 juli 2019
In de jaarlijkse actualisering van de Code is een aantal technische verbeteringen aangebracht. Verder zijn aanvullingen en uitspraken van de Codecommissie verwerkt. De wijzigingen worden toegelicht in nieuwsbrief 2/2019.
Adviezen en klachten 2019
Adviesaanvragen die bij de Codecommissie worden ingediend, worden behandeld door de voorzitter van de Codecommissie. Adviesaanvragen worden behandeld op vertrouwelijke basis en in anonieme vorm gepubliceerd op de website van de CGR. Hieronder volgt een overzicht van de behandelingen van adviezen in 2019:
Ingediend: 75
Advies uitgebracht: 75
Ingetrokken: 0
Positief: 67
Positief/negatief: 1
Negatief: 7
Niet-ontvankelijk: 0
Dit betekent dat circa 89% van de voorgenomen handelingen die zijn voorgelegd, ‘groen licht’ hebben gekregen. De meeste adviezen hebben betrekking op buitenlandse bijeenkomsten, omdat hiervoor verplicht advies moet worden aangevraagd. De overige onderwerpen waarover advies wordt gevraagd variëren.
Opnieuw werd het grootste aantal adviezen aangevraagd door vergunninghouders.
In 2019 zijn in totaal 4 klachten bij de Codecommissie ingediend, waarvan één in 2020 is behandeld. Er is in 2019 twee keer beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep, waarvan één beroep is ingetrokken. Alle klachten waarin uitspraak is gedaan, hadden betrekking op uitingen.
De CGR heeft ook een aantal meldingen ontvangen over vermeende overtredingen van de Gedragscode. In één geval heeft het secretariaat vastgesteld dat mogelijk sprake zou kunnen zijn van een overtreding. De partij waarop deze meldingen betrekking had, berustte hierin, hetgeen heeft geleid tot een publicatie van de vermeende overtreding en feiten. In één geval heeft de Keuringsraad het serieus signaal, gedaan door een beroepsbeoefenaar, afgewezen, omdat zij niet kon vaststellen waar de vermeende overtreding op was gebaseerd. In een ander geval betrof het de melding van een geneesmiddelenbedrijf over een vermeende overtreding van de Gedragscode door een ander geneesmiddelenbedrijf. Het geneesmiddelenbedrijf meende dat de klachtenprocedure niet geschikt was. De Keuringsraad heeft in dit geval vastgesteld dat de klacht een gedraging betrof waarop de Gedragscode niet toeziet.
Als onderdeel van de accreditatieprocedure dien de aanvrager de zelfevaluatie gunstbetoon te verrichten. In 2019 zijn in totaal ruim 18 duizend accreditatie-aanvragen ingediend, waarvan 2975 bijeenkomsten zijn gesponsord vanuit het bedrijfsleven (16%). In 869 gevallen (circa 29 %) was het noodzakelijk om de zelfevaluatie volledig in te vullen; in die gevallen was de sponsoring meer dan € 2.500 en meer dan 25% van de totale begroting van de betrokken bijeenkomst. In iets meer dan 100 gevallen (13%) was een handmatige beoordeling van de CGR noodzakelijk. Ten opzichte van het totaal aantal accreditatie-aanvragen is derhalve in 0,6% van het aantal gevallen een handmatige toets van de CGR verricht.
Klachten en adviesoordelen nader uitgelicht
K19.002 Voorwetenschapsbericht kan ook reclame zijn
In deze zaak werd geklaagd tegen een persbericht over een vergelijkende studie met twee geneesmiddelen. De verweerder voerde aan dat de berichtgeving verplicht was op grond van de regels inzake voorwetenschap. De Codecommissie stelde vast dat het bericht aanprijzend was en om die reden in strijd met het verbod op publieksreclame. De regels inzake voorwetenshap doen niet af aan de toepasselijkheid van de geneesmiddelen reclameregels.
A19.001 Reclame via LinkedIn
In dit adviesoordeel wordt ingegaan op de mogelijkheden om LinkedIn te gebruiken voor communicatie met beroepsbeoefenaren. In beginsel is iedere communicatie techniek toelaatbaar, mits kan worden voorkomen dat reclame-uitingen onder ogen komen van het algemene publiek. LinkedIn biedt de mogelijkheid van “targeting” waarbij berichtgeving kan worden beperkt tot specifieke groepen. Zo kan de selectie worden gemaakt van personen die zelf hebben aangegeven “beroepsbeoefenaar” te zijn. De Codecommissie acht die selectie te ruim en verlangt daarbij een extra toets in het BIG-register. Het voorstel om de targeting te beperken tot artsen en apothekers wordt voldoende geacht om de BIG-register toets achterwege te mogen laten.
A19.006 Bezoek aan productiefaciliteit in buitenland
Een bijeenkomst die al eerder in het buitenland werd georganiseerd voor Nederlandse beroepsbeoefenaren, is opnieuw door de Codecommissie beoordeeld.
Rechtvaardiging voor het buitenland werd gezocht in het bezoek aan de productie- en onderzoeksfaciliteiten ter plaatse. De Codecommissie zag niet in waarom dit bezoek noodzakelijk is voor het (beoogde) wetenschappelijke doel van de bijeenkomst. Verder is niet duidelijk welke klinische en/of wetenschappelijke relevantie de kennis van het productieproces heeft in relatie tot de betrokken therapie(ën). Om die reden werd de buitenlandse locatie voor de bijeenkomst niet als passend geacht.
A19.026 Sponsoring activiteiten patiëntenorganisatie
Een vergunninghouder vraagt advies in hoeverre zij activiteiten van een patiëntenorganisatie kan ondersteunen. Het betreft bijeenkomsten voor lotgenoten onder begeleiding van vrijwilligers. De sponsoring is voor de kosten van transport, huur van accommodatie en logies. De Codecommissie toetst het sponsorverzoek aan artikel 6.6.2 in samenhang met artikel 6.5.3 van de Code en stelt vast dat de activiteiten bijdragen aan de verbetering van zorg.
Om de onafhankelijkheid van de patiëntenorganisatie te borgen raadt de Codecommissie aan de sponsoring in tijd te maximeren dan wel te verbreden naar meerdere sponsoren.
A19.043 Sponsoring van consensus meeting
In dit advies speelt de vraag hoe de sponsoring van een zogenaamde consensus meeting – een bijeenkomst van deskundigen om consensus te bereiken over een internationale vragenlijst voor patiënten met een bepaalde aandoening – moet worden beoordeeld. De sponsoring is bedoeld om deelnemers in staat te stellen kosteloos aan de meeting deel te nemen, waarbij reis- en verblijfkosten door de organisator worden vergoed. Voor de inbreng tijdens de consensus meeting worden geen vergoedingen gegeven. De Codecommissie stelt vast dat het hier niet gaat om de beoordeling van het sponsoren van gastvrijheidskosten voor deelname aan een bijeenkomst of manifestatie, maar om een project waarbinnen de deelnemers om niet diensten verlenen, waarbij de redelijke onkosten mogen worden vergoed. Voor het bepalen van redelijkheid van onkosten kan aansluiting worden gezocht bij de bedragen die gelden voor het vergoeden van gastvrijheidskosten. Er wordt verder geen onderscheid gemaakt tussen de deelnemende beroepsbeoefenaren en niet-beroepsbeoefenaren.
De organisatie in 2019
- Aangesloten koepelorganisaties
- Bestuur
- Codecommissie
- Commissie van Beroep
Vooruitblik op 2020
Lustrumviering: CGR 20 jaar
De CGR had het voornemen in het najaar van 2019 haar 20-jarig bestaan te vieren door middel van een themabijeenkomst over openbaarmaking van financiële relaties. Tijdens deze bijeenkomst wilde de CGR stilstaan bij de uitkomsten van de evaluatie door het IVM. Door vertraging van de totstandkoming van de evaluatie is het niet gelukt de lustrumviering in 2019 te houden. Het voornemen heeft ook in 2020 geen doorgang gevonden door de coronacrisis.
Herziening maximum uurtarieven dienstverlening
De CGR heeft in 2012 maximum uurtarieven vastgesteld voor de honorering van dienstverlening. Sindsdien is de hoogte van deze maximum uurtarieven ongewijzigd. Het voornemen om de maximum uurtarieven te indexeren, stuitte op bezwaar bij verschillende betrokken partijen. Om die reden is besloten een onafhankelijke commissie te benoemen die het bestuur kan adviseren over redelijke uurtarieven en werktijden. Deze commissie zal in 2020 worden benoemd en advies uitbrengen.
Transparantieregister Zorg
In 2020 zal het evaluatierapport van IVM met het Ministerie van VWS worden besproken. Daarbij moet worden vastgesteld welke aanbevelingen zullen worden overgenomen. Daarnaast zal de Tweede Kamer het initiatief wetsvoorstel van Ploumen behandelen.
Heeft u vragen?
Neem dan contact op met de CGR.