Nr. 3 – Jaarverslag: de CGR in 2021
In dit jaarverslag worden de activiteiten van de Stichting CGR in 2021 belicht.
2021 in vogelvlucht
COVID-19 pandemie
De COVID-19 pandemie heeft ook in 2021 grote invloed gehad op de werkzaamheden van de CGR. Advies- aanvragen voor de beoordeling van (buitenlandse) bijeenkomsten waren schaars. Ook het aantal reguliere adviesaanvragen en klachten was lager dan voorgaande jaren.
Nieuwe maximum uurtarieven voor dienstverlening
De belangrijkste verandering die in 2021 tot stand is gekomen en met ingang van 1 januari 2022 in werking is getreden, betreft een nieuw stelsel voor maximum uurtarieven voor dienstverlening (zie Nieuwsbrief nr. 3 2021). De CGR kende sinds 2012 maximum uurtarieven die redelijkerwijs voor het honorarium voor dienstverlening door zorgprofessionals aan geneesmiddelenbedrijven in rekening mogen worden gebracht. Deze uurtarieven waren sindsdien ongewijzigd gebleven, ondanks inflatie en loonindexatie.
De CGR heeft in 2020 een onafhankelijke adviescommissie gevraagd te adviseren over een toekomstbestendig stelsel voor het bepalen van de redelijke beloning voor dienstverlening. De commissie heeft begin 2021 haar advies uitgebracht. Op basis van het advies, heeft de CGR in samenspraak met de GMH (Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen) een nieuw stelsel ontwikkeld. Dit is geaccordeerd door het Ministerie van VWS en de IGJ.
Het stelsel voorziet in 6 categorieën, gebaseerd op opleiding en vervolgopleiding. Per categorie is een uurtarief bepaald, dat is gebaseerd op de tarieven die in 2012 waren vastgesteld en vervolgens zijn geïndexeerd op basis van de indexcijfers van de Overheidsbijdrage in de
Arbeidsontwikkeling (OVA). De indexatie zal voortaan jaarlijks plaatsvinden.
Dit heeft geleid tot de volgende tarieven voor 2022 (zie Nieuwsbrief nr. 1 2022):
Relaties met (vertegenwoordigers van) patiënten(organisaties)
Het stelsel van maximum uurtarieven geldt ook voor relaties met vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties voor zover zij de diensten bedrijfsmatig verrichten (ook wel “patient advocates” genoemd). Voor hen geldt het tarief “overig” van € 80. Voor patiënten die optreden als ervaringsdeskundigen geldt geen honorarium of uurtarief. Het is wel toegestaan hen een onkostenvergoeding te betalen.
Evaluatie Transparantieregister Zorg
In 2021 heeft het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) opnieuw het Transparantieregister Zorg (TRZ) geëvalueerd. Het evaluatierapport is begin 2022 aan de Tweede Kamer aangeboden. De conclusies van het IVM zijn overwegend positief en de minister van VWS neemt de conclusie over dat het TRZ doeltreffend en effectief werkt.
Het IVM onderzocht onder meer de doeltreffendheid. Meer specifiek bekeek het IVM of financiële relaties volledig, actueel en juist worden gemeld. Het IVM stelt daarover het volgende:
De conclusie is gerechtvaardigd dat farmaceutische en hulpmiddelbedrijven volledig, actueel en juist hun financiële relaties melden bij het TRZ conform respectievelijk de CGR en de GMH.
Onder doeltreffendheid vallen ook gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid. Alhoewel de toegankelijkheid voor informatie over zorgprofessionals goed is, doet het IVM enkele aanbevelingen om de toegankelijkheid op de website te vergroten wat betreft informatie over zorgorganisaties en patiëntenorganisaties.
Het IVM onderzocht verder wat de effecten zijn van het TRZ. Aan de kant van partijen die financiële relaties aangaan ziet het IVM dat het TRZ niet belemmerend werkt voor bedrijven, zorgprofessionals en zorginstellingen om relaties aan te gaan die de innovatie en veiligheid ten goede komen. Aan de kant van de patiënt concludeert het IVM dat 9,6% van respondenten bekend is met het TRZ.
Het IVM constateert dat de effecten van de COVID-19 pandemie er mogelijk toe hebben geleid dat het totaal aantal financiële relaties met zorgprofessionals is gedaald met bijna 50%. Het aantal relaties met zorginstellingen daalde met ongeveer 25%.
Transparantieregister Zorg 2020
In juli 2021 zijn de financiële relaties die zijn gemeld over het kalenderjaar 2020, gepubliceerd in het Transparantieregister Zorg (zie nieuwsbrief 2/2021). De cijfers laten duidelijk het effect van de Covid-19 pandemie zien. Het aantal relaties en ook de totale waarde daarvan met individuele zorgprofessional halveerden. De relaties in het kader van nascholingen (relatietype “vergoeding gastvrijheid”) en samenkomsten (relatietype “dienstverlening onkosten”) daalden met ruim 80%. Totaal werd voor € 59 miljoen aan relaties gemeld, een daling van 9%.
Adviezen en klachten 2021
Met ingang van 2020 worden de CGR adviesoordelen uit naam van de Keuringsraad uitgebracht. Adviesaanvragen worden behandeld op vertrouwelijke basis en voor zover relevant, in anonieme vorm gepubliceerd op de website van de CGR. Adviesoordelen over buitenlandse bijeenkomsten worden niet langer gepubliceerd (en anders genummerd). Hieronder volgt een overzicht van de behandelingen van adviezen in 2021:
Ingediend: 14
Advies uitgebracht: 13
Ingetrokken: 1
Positief: 11
Positief/negatief: 1
Negatief: 1
Niet-ontvankelijk: 0
Gepubliceerd: 8
Circa 80% van de voorgenomen handelingen die zijn voorgelegd, heeft een positieve uitspraak gekregen. Het totale aantal adviesaanvragen is lager dan in 2020.
Vanwege de corona-crisis zijn weinig buitenlandse bijeenkomsten georganiseerd. In 2021 had de helft van de adviesaanvragen betrekking op buitenlandse bijeenkomsten. De overige onderwerpen waarover advies wordt gevraagd varieerden.
Zoals gewoonlijk werd het grootste aantal adviezen aangevraagd door vergunninghouders.
In 2021 zijn in totaal 4 zaken door de CGR behandeld, waarvan drie zaken volgens de procedure van serieus signaal en één volgens de reguliere klachtenprocedure bij de Codecommissie. In 2021 is geen beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep. De Commissie van Beroep deed uitspraak in 2 zaken die in 2020 waren ingediend. In beide gevallen werd de uitspraak van de Codecommissie bekrachtigd.
De accreditatieprocedure van GAIA/KNMG omvat een onderdeel zelfevaluatie gunstbetoon voor de aanvrager. In 2021 hebben in totaal 705 aanvragen de zelfevaluatie doorlopen, waarvan 37 handmatig zijn getoetst. Vanwege de COVID-19 pandemie zijn in verhouding minder handmatige toetsingen uitgevoerd vanwege het ontbreken van gastvrijheid bij online nascholingen. Daardoor konden veel aanvragen automatisch worden goedgekeurd.
Klachten en adviesoordelen nader uitgelicht
K21.001: Op basis van een serieus signaal heeft de CGR geconstateerd dat in een uitnodiging aan artsen voor deelname aan een onderzoek over het gebruik van een bepaald geneesmiddel, de suggestie wordt gewekt dat een deel van de vergoeding is verbonden aan het voorschrijven van een bepaald geneesmiddel. De afzender van de uitnodiging heeft naar aanleiding hiervan de tekst van de uitnodiging aangepast, waarna de klacht kon worden afgedaan met een publicatie.
K21.003: De CGR is opgetreden tegen een vergunninghouder wegens media-optreden van een van haar vertegenwoordigers in nieuwsprogramma’s, welk optreden heeft bijgedragen aan publieksreclame voor een (nog) niet-toegelaten geneesmiddel. De vergunninghouder heeft ingestemd met het oordeel van de CGR en de nieuwsprogramma’s geïnformeerd over het feit dat de betrokken nieuwsitems verboden reclame van een niet- toegelaten geneesmiddel betreffen. Daardoor kon de klacht worden afgedaan met een publicatie.
AA21.004: Sponsoring van een beroepsvereniging voor het ontwikkelen en actualiseren van richtlijnen in zijn algemeenheid door commerciële bedrijven in de farmaceutische of medische hulpmiddelenindustrie zal niet verplichten tot het voorschrijven van bepaalde geneesmiddelen. Daar waar een mogelijk risico bestaat dat via een richtlijn indirect invloed op het voorschijven van geneesmiddelen zou kunnen worden uitgeoefend, heeft de beroepsvereniging voldoende aannemelijk gemaakt dat de methode voor richtlijnontwikkeling borgt dat dit op objectieve, onafhankelijke en transparante wijze gebeurt. De CGR is van mening dat sponsoring door meer dan één vergunninghouder een vereiste is om de onafhankelijkheid en geloofwaardigheid van de betrokken partijen en de sector te waarborgen, alsmede dat er geen sponsoring voor een specifieke richtlijn plaatsvindt.
AA21.006: Een voorgenomen informatiecampagne van een vergunninghouder richting het brede publiek over vaccineren heeft een wervend karakter voor vaccineren, wat een indirecte verwijzing naar geneesmiddelen inhoudt. De CGR toetst de publiekscampagne aan de eisen voor informatie over receptgeneesmiddelen richting het publiek en noemt een aantal aandachtsgebieden. De informatiecampagne betreft zowel vaccinaties die zijn opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) als overige vaccinaties (op maat). In het laatste geval is er voor de bevoegde autoriteiten onvoldoende aanleiding geweest de betreffende vaccinaties in het RVP op te nemen. In een niet verwaarloosbaar deel van de gevallen zal vaccinatie daarom wellicht als “onnodig” kunnen worden aangemerkt. Het mag niet zo zijn dat de campagne hiervan een vertekend beeld schetst en mogelijk onnodig zou kunnen aanmoedigen een medische behandeling te zoeken.
AA21.008: Een vergunninghouder is voornemens om binnen een patient support programma bloeddrukmeters te sponsoren aan een ziekenhuis ten behoeve van patiënten die regelmatig de bloeddruk moeten controleren en dat met de bloeddrukmeter thuis kunnen doen. De CGR toetst de voorgenomen sponsoring aan artikel 6.5.3 van de Gedragscode en stelt vast dat aan de voorwaarden voor sponsoring wordt voldaan. Het is aannemelijk gemaakt dat de verstrekking van de bloeddrukmeter onder genoemde omstandigheden geen onderdeel dient uit te maken van de reguliere zorg die door het ziekenhuis moet worden geboden.
De organisatie in 2021
- Aangesloten koepelorganisaties
- Bestuur
- Codecommissie
- Commissie van Beroep
Hoeblijfikonafhankelijk.nl
In samenwerking met de Stichting GMH heeft de CGR de nieuwe website hoeblijfikonafhankelijk.nl gelanceerd voor zorgprofessionals. De website is bedoeld om zorgprofessionals te ondersteunen bij het aangaan van overeenkomsten met genees- en hulpmiddelenbedrijven. De verschillende soorten samenwerkingen die zorgprofessionals aangaan kennen bepaalde afwegingen die de zorgprofessional zou moeten maken om zijn onafhankelijkheid te bewaken.
De koepelorganisaties van zorgprofessionals die bij de CGR en GMH zijn aangesloten, zullen door middel van banners en kleine advertenties de zorgprofessionals wijzen op de website.
Heeft u vragen?
Neem dan contact op met de CGR.