Loading...

Thema – Maximale uurtarieven dienstverlening

Maximum redelijke tarieven dienstverlening zorgprofessionals (2024)
(Toelichting en nadere duiding van de categorieën)

Swipe naar rechts voor een goede mobiele weergave →

Categorie Geïndexeerde maximale uurtarieven 2025 Geïndexeerde maximale uurtarieven 2024 Geïndexeerde maximale uurtarieven 2023
1. Hoogleraar € 299,- € 284,- € 267,-
2. Universitair + geneeskundige vervolgopleiding > 3 jaar € 209,- € 199,- € 187,-
3. Universitair + geneeskundige vervolgopleiding ≤ 3 jaar € 150,- € 142,- € 133,-
4. Universitair/master zonder geneeskundige vervolgopleiding € 127,- € 121,- € 113,-
5. HBO/bachelor € 112,- € 107,- € 100,-
6. Overig € 97,- € 92,- € 87,-

Onder deze categorie valt ook de emeritus hoogleraar. N.B. Een associate professor valt niet onder de categorie hoogleraar.

Hieronder vallen onder meer opgave de volgende BIG-geregistreerde beroepen:

  • Anesthesioloog (5-jarige opleiding)
  • Arts Maatschappij en Gezondheid (4-jarige opleiding)
  • Arts klinische chemie (4-jarige opleiding)
  • Bedrijfsarts (4-jarige opleiding)
  • Cardioloog (6-jarige opleiding)
  • Cardio-thoracale chirurg (5/6-jarige opleiding)
  • Dermatoloog en veneroloog (5-jarige opleiding)
  • Chirurg (6-jarige opleiding)
  • Internist (5,5/6-jarige opleiding)
  • Kaakchirurg (4-jarige opleiding)
  • Keel-neus-oor-arts (5-jarige opleiding)
  • Kinderarts (5-jarige opleiding)
  • Klinische genetica (4-jarige opleiding)
  • Klinische geriater (5-jarige opleiding)
  • Longarts (6-jarige opleiding)
  • Maag-darm-leverarts (6-jarige opleiding)
  • Arts microbioloog (5-jarige opleiding)
  • Neurochirurg (6-jarige opleiding)
  • Neuroloog (6-jarige opleiding)
  • Nucleaire geneeskunde (5-jarige opleiding)
  • Gynaecoloog (6-jarige opleiding)
  • Oogarts (5-jarige opleiding)
  • Orthopedisch chirurg (6-jarige opleiding)
  • Patholoog (5-jarige opleiding)
  • Plastisch chirurg (6-jarige opleiding)
  • Psychiater (4,5-jarige opleiding)
  • Radioloog (5-jarige opleiding)
  • Radiotherapeut (5-jarige opleiding)
  • Reumatoloog (6-jarige opleiding)
  • Revalidatiearts (4-jarige opleiding)
  • Sportarts (4-jarige opleiding)
  • Uroloog (5,5-jarige opleiding)
  • Verzekeringsarts (4-jarige opleiding)

Onder deze categorie vallen verder de beroepen met de volgende afgeronde medische vervolgopleiding:

  • Orthodontist (4-jarige opleiding)
  • Ziekenhuisapotheker (4-jarige opleiding)
  • Psychotherapeut (3/4-jarige opleiding)
  • Klinisch neuropsycholoog (4-jarige opleiding)
  • Klinisch psycholoog (4-jarige opleiding)

Hieronder vallen onder meer de volgende BIG-geregistreerde beroepen:

  • Algemeen militair arts (2-jarige opleiding)
  • Arts voor verstandelijk gehandicapten (3-jarige opleiding)
  • Cosmetische geneeskunde (2-jarige opleiding)
  • Huisarts (3-jarige opleiding)
  • Internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde (2 ¼ – jarige opleiding)
  • Luchtvaartgeneeskunde (basiscursus, opleidingstijd onduidelijk)
  • Specialist ouderengeneeskunde (3-jarige opleiding)
  • SEH-arts (3-jarige opleiding)
  • Verslavingsarts (2-jarige opleiding)
  • Ziekenhuisarts (3-jarige opleiding)

Onder deze categorie vallen verder de volgende overige (medisch specialistische) beroepen:

  • Openbaar apotheker (2-jarige opleiding)
  • Gezondheidszorgpsycholoog (2-jarige opleiding)
  • Orthopedagoog-generalist (2-jarige opleiding)

Onder deze categorie vallen onder meer de volgende beroepen:

  • Apotheker
  • Tandarts
  • Basisarts, ANIOS en AIOS
  • Verpleegkundig specialist algemene gezondheidszorg (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Verpleegkundig specialist chronische zorg bij somatische aandoeningen (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Verpleegkundig specialist preventieve zorg bij somatische aandoeningen masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Physician assistant (masteropleiding na HBO-opleiding)
  • Klinisch technoloog
  • Klinisch fysicus
  • Medisch bioloog
  • Medisch immunoloog
  • Medisch technoloog
  • Viroloog

Onder deze categorie vallen onder meer de volgende beroepen:

  • Fysiotherapeut
  • Verloskundige
  • Diëtist
  • Ergotherapeut
  • Verpleegkundige
  • Optometrist

Onder deze categorie vallen onder meer de volgende beroepen:

  • Apothekersassistent (MBO)
  • Verpleegkundige met MBO of in service opleiding
  • Opticiens
  • Audicien
  • Orthopedisch schoenmaker
  • Drogist
  • Patiëntvertegenwoordiger (patient advocate)

Thema – Beroepsbeoefenaar v. niet-beroepsbeoefenaar

Zowel de Geneesmiddelenwet als de CGR Gedragscode verwijzen naar de zogeheten ‘beroepsbeoefenaar’. De Gedragscode kent ook de ‘niet-beroepsbeoefenaar’. Het verschil is relevant omdat voor (interacties met) beroepsbeoefenaren en niet-beroepsbeoefenaren andere regels gelden. De betekenis van de twee begrippen zetten we hieronder kort uiteen.

Een beroepsbeoefenaar is iemand die de bevoegdheid heeft om een geneesmiddel:

  • Voor te schrijven (zorgprofessionals zoals een huisarts of cardioloog) of
  • Ter hand te stellen (zorgprofessionals zoals een apotheker)

Reclame voor receptgeneesmiddelen mag alleen worden gericht aan mensen met de bevoegdheid om geneesmiddelen voor te schrijven of ter hand te stellen.

Een niet-beroepsbeoefenaar is iemand die geen bevoegdheid heeft om een geneesmiddel voor te schrijven of ter hand te stellen. Dit kunnen zowel zorgprofessionals als niet-zorgprofessionals zijn. Mensen die wel werken in de zorg en die vallen onder de niet-beroepsbeoefenaren zijn bijvoorbeeld psychologen en virologen. Daarnaast zijn ook patiënten en patient advocates niet-beroepsbeoefenaren.

Niet-beroepsbeoefenaren mogen niet worden blootgesteld aan reclame voor receptgeneesmiddelen.

Thema – Medische congressen

De reclameregels hebben ook gevolgen voor de organisatie van wetenschappelijke congressen en nascholingen voor artsen, andere zorgprofessionals en/of patiënten (verder aangeduid als evenementen) die mede worden gefinancierd of georganiseerd door farmaceutische bedrijven. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer een farmaceutisch bedrijf tegen betaling met een stand aanwezig is tijdens een evenement. Er moet dan rekening worden gehouden met de regels voor reclame-uitingen (hieronder verder uitgewerkt). Bij congressen moet ook rekening worden gehouden met de voorwaarden die worden verbonden aan het sponsoren van het evenement, zie daarvoor Sponsoring van medische congressen. Als aan de Gedragscode wordt voldaan, kan ervan worden uitgegaan dat ook wordt voldaan aan de wettelijke normen uit de Geneesmiddelenwet.

Uitingen over receptgeneesmiddelen
Kort gezegd komen de reclameregels erop neer dat er alleen reclame voor receptgeneesmiddelen mag worden gemaakt in de richting van personen die bevoegd zijn om receptgeneesmiddelen voor te schrijven en/ of af te leveren (‘beroepsbeoefenaren’). Reclame voor receptgeneesmiddelen mag zich niet richten tot de overige deelnemers (niet-beroepsbeoefenaren of ‘publiek’). Wel is informatie of voorlichting over receptgeneesmiddelen richting deze doelgroep toelaatbaar. Hieronder wordt nader op de regels voor uitingen ingegaan.

De Gedragscode is wederkerig; hetgeen betekent dat zowel de farmaceutische bedrijven als beroepsbeoefenaren zich aan de regels moeten houden. De Geneesmiddelenwet is voor iedereen van toepassing, inclusief congresorganisaties. Om een overtreding van de wet te voorkomen doen alle partijen er verstandig aan om zich aan de Gedragscode te houden.

Doorgaans zullen de initiator en evt. de ingeschakelde congresorganisatie van een evenement verantwoordelijk worden gehouden voor de naleving van de reclameregels. Zij moeten maatregelen nemen om te voorkomen dat geen publieksreclame wordt gemaakt. Dit betekent dat de farmaceutische bedrijven moeten worden geïnformeerd over de doelgroepen die aanwezig zijn en dat organisatorische voorzieningen worden getroffen voor niet-beroepsbeoefenaren, zowel voor wat betreft reclame voor receptgeneesmiddelen als gastvrijheid. Indien de initiator voor de organisatie gebruik maakt van een externe congresorganisatie, dan is het van belang dat ook tussen deze partijen heldere afspraken worden gemaakt over de verantwoordelijkheden.

Een farmaceutisch bedrijf dat aanwezig is met een stand tijdens een evenement heeft in de eerste plaats de verantwoordelijkheid dat geen reclame wordt gemaakt voor receptgeneesmiddelen in de richting van niet-beroepsbeoefenaren. Daarnaast moet het farmaceutisch bedrijf nagaan dat de sponsoring in overeenstemming is met de Gedragscode. De gastvrijheid die zij direct aanbieden vanuit de stand, zoals eten en drinken, zal bovendien beperkt moeten blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor deelname aan de bijeenkomst. Een farmaceutisch bedrijf zal ook vooraf inzicht wensen in bijvoorbeeld het programma, de sprekers en de begroting om vooraf te controleren of de sponsoring aan de Gedragscode voldoet. Daarnaast zal zij ook achteraf vragen om een eindafrekening.

Wie is het publiek?
In Europa geldt er een verbod op het maken van publieksreclame voor receptgeneesmiddelen. Richting ‘beroepsbeoefenaren’ mag wél reclame worden gemaakt voor receptgeneesmiddelen.
Beroepsbeoefenaren zijn alle personen die zelfstandig bevoegd zijn om receptgeneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren. Alle overige zorgaanbieders, zoals reguliere verpleegkundigen, diëtisten, mondhygiënisten of praktijkondersteuners (POH), zijn dus geen beroepsbeoefenaren en behoren daarmee – net als patiënten – tot het ‘publiek’. Deze groep zal hierna worden aangeduid als ‘niet-beroepsbeoefenaren’.

Verbod op publieksreclame
Het verbod op publieksreclame geldt voor alle mogelijke vormen van reclame over receptgeneesmiddelen, zoals productnamen op stands (productstands), programmaboekjes, folders, wetenschappelijke voordrachten, videoboodschappen en apps. Dat betekent dat niet-beroepsbeoefenaren van deze reclame-uitingen geen kennis mogen nemen. Ook indirecte reclame voor receptgeneesmiddelen is niet toelaatbaar richting het publiek. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn, indien reclame wordt gemaakt voor een toedieningsapparaat (zoals een injectiepen of inhaler), die alleen in combinatie met bepaalde receptgeneesmiddelen wordt gebruikt. Het maken van bedrijfsreclame (‘corporate reclame’) is wel toelaatbaar richting het publiek.

Wanneer naast beroepsbeoefenaren ook niet-beroepsbeoefenaren deelnemen aan een evenement, dan mag de laatste groep niet worden blootgesteld aan reclame-uitingen voor receptgeneesmiddelen. Dat betekent niet dat er helemaal geen reclame voor receptgeneesmiddelen kan worden gemaakt maar dat, indien dit het geval is, wel aanvullende voorzieningen moeten worden genomen door de organisatie. De organisatie heeft dan de volgende opties:

  • Farmaceutische bedrijven maken geen reclame voor receptgeneesmiddelen, behalve in de 1-op-1 contacten met beroepsbeoefenaren. Er kunnen dan dus wel receptgeneesmiddelen worden aangeprezen in gesprekken met beroepsbeoefenaren en aan hen reclamematerialen worden verstrekt. In aanvulling hierop geldt dat farmaceutische bedrijven ervoor kunnen kiezen om alleen aan de binnenzijde van de stand reclame voor receptgeneesmiddelen te maken (‘stand-in-stand’), maar dan mogen zij alleen beroepsbeoefenaren tot die stand toelaten. De reclame-uitingen van farmaceutische bedrijven waar iedereen kennis van kan nemen, moeten zich beperken tot bedrijfsreclame (‘corporate reclame’).
  • Het evenement wordt door de congresorganisatie gesplitst in een deel met, en een deel zonder reclame voor receptgeneesmiddelen. Er dient in dit geval actief op te worden toegezien dat de niet-beroepsbeoefenaren geen toegang hebben tot het afgesloten gedeelte waar reclame wordt gemaakt voor receptgeneesmiddelen.

In beide situaties zijn heldere afspraken vereist tussen de aanwezige farmaceutische bedrijven en de congresorganisatie, zodat niet onbedoeld alsnog publieksreclame wordt gemaakt. Beroepsbeoefenaren en niet-beroepsbeoefenaren moeten door middel van badges als beroepsbeoefenaar respectievelijk niet-beroepsbeoefenaar herkenbaar zijn. Dat betekent dat de congresorganisatie vooraf inzichtelijk moet hebben welke deelnemers beroepsbeoefenaar zijn en welke niet. Overigens moet het door middel van badges ook altijd duidelijk zijn voor welk farmaceutisch bedrijf een vertegenwoordiger van dat bedrijf werkzaam is.

Wanneer sprake is van grootschalige internationale medisch-wetenschappelijke bijeenkomsten of congressen voor beroepsbeoefenaren, blijkt het niet altijd uitvoerbaar om reclame-uitingen volledig af te schermen voor de kleine groep niet-beroepsbeoefenaren die mogelijk aanwezig is. Onder de volgende voorwaarden kan het treffen van extra voorzieningen om te voorkomen dat niet-beroepsbeoefenaren kennis kunnen nemen van reclame voor receptgeneesmiddelen, achterwege blijven:

  • het congres is primair gericht op beroepsbeoefenaren;
  • er zijn grote groepen sprekers en deelnemers uit andere landen dan Nederland afkomstig;
  • de deelname staat alleen open voor beroepsbeoefenaren en andere zorgaanbieders (waarbij professionele vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties tot de laatste groep worden gerekend), maar niet voor niet-professionele doelgroepen zoals patiënten;
  • het grootste deel van de deelnemers is beroepsbeoefenaar (dus bevoegd is om receptgeneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren).

Onder deze omstandigheden wordt ervan uitgegaan dat de geneesmiddelenreclame zich richt tot de aanwezige beroepsbeoefenaren en niet tot de kleine groep andere zorgprofessionals. Indien er sprake is van een congres dat zich (mede) specifiek richt tot een doelgroep bestaande uit niet-beroepsbeoefenaren, dan zullen de promotionele uitingen tijdens dit congres worden geacht mede te zijn gericht tot niet-beroepsbeoefenaren, hetgeen voor receptgeneesmiddelen in strijd is met het verbod op publieksreclame. Onder deze omstandigheden dient de congresorganisator dus wel extra maatregelen te treffen om te voorkomen dat de niet-beroepsbeoefenaren worden geconfronteerd met reclame voor receptgeneesmiddelen. De hier beschreven uitzonderingssituatie voor grootschalige internationale congressen is overigens niet van toepassing op congressen waarbij overwegend Nederlandse sprekers en deelnemers aanwezig zijn.

Indien twijfel bestaat over de vraag of sprake is van een grootschalig internationaal congres waarvoor de uitzonderingssituatie geldt, dan kunnen congresorganisaties zich tot de CGR richten en dan kan de CGR dit schriftelijk bevestigen. De kosten voor het afgeven van een verklaring inzake reclame tijdens een internationaal congres zijn hier te vinden. Dit verzoek kan worden ingediend via cgr@cgr.nl en geldt alleen voor grootschalige internationale congressen. Voor andere evenementen staat de reguliere adviesprocedure open waar hieronder nader op wordt ingegaan.

Het verbod op publiekreclame is niet van toepassing op de aanwezige medewerkers van farmaceutische bedrijven, de congresorganisator, de congreslocatie en de catering.

Journalisten van vakpers, die zich richt tot beroepsbeoefenaren, mogen kennisnemen van reclame voor receptgeneesmiddelen. Dit geldt niet voor patiëntvertegenwoordigers en de reguliere pers die het algemeen publiek bedient of voor vakpers die zich richt anderen dan beroepsbeoefenaren.

Voor reclame voor receptgeneesmiddelen – in de richting van beroepsbeoefenaren – gelden specifieke regels. Zo mag de reclame een beroepsbeoefenaar nooit misleiden (op het verkeerde been zetten). Als iets wordt geclaimd over de werking van een receptgeneesmiddel, dan moet de claim actueel, juist en controleerbaar zijn. De regels schrijven ook voor dat bij schriftelijke reclame de (verkorte) SPC (medische bijsluiter) van het geneesmiddel moet worden opgenomen. Wanneer alleen de merknaam wordt genoemd (bijv. een product-logo op een stand) dan moet daarbij ook de stofnaam worden vermeld maar de SPC hoeft niet te worden opgenomen. Het is niet toegestaan om reclame te maken voor geneesmiddelen die in Nederland niet op de markt zijn toegelaten of buiten de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel is toegelaten. Alleen tijdens internationale congressen is het toegestaan reclame te maken voor geneesmiddelen die (nog) niet in Nederland zijn geregistreerd, maar dan moet het geneesmiddel wel in een ander geïndustrialiseerd land zijn toegelaten waar adequate toelatingsprocedures voor geneesmiddelen gelden. De reclame mag zich dan ook niet specifiek tot de Nederlandse deelnemers richten.

Het voorlichten en informeren over receptgeneesmiddelen is toegestaan richting alle doelgroepen van een evenement. Informatie heeft al snel een aanprijzend karakter en is daarmee reclame. De kern is dat bij voorlichting het geneesmiddel niet wordt aangeprezen en dat niet alleen de positieve kenmerken van een geneesmiddel worden uitgelicht. Informatie moet ook beantwoorden aan specifieke voorwaarden, zoals dat deze altijd feitelijk, neutraal en gebalanceerd moet worden weergegeven. Gebalanceerd betekent dat ook compleet en evenwichtig moet worden geïnformeerd over alle relevante behandelingen en behandelopties voor een bepaalde aandoening. Wanneer de informatie wordt verstrekt aan een patiënt (of diens verzorger of zorgaanbieder) die het receptgeneesmiddel reeds voorgeschreven heeft gekregen, dan kan de informatie zich beperken tot technische en specifieke gebruikersinformatie over het betreffende geneesmiddel. Dit houdt dus in dat het mogelijk is om voorlichting te geven over de veilige toediening en gebruik van een receptgeneesmiddel, maar men zal hier terughoudend mee om moeten gaan omdat voorlichting over een receptgeneesmiddel snel kan worden aangemerkt als reclame.

Ten aanzien van de wetenschappelijke inhoud van het congres geldt ook dat men zich aan de reclameregels moet houden. Het is dan ook van belang dat sprekers hiervan op de hoogte zijn en bekend zijn met de doelgroep die aanwezig is. De belangrijkste eis is dat presentaties geen reclame voor receptgeneesmiddelen mogen bevatten, indien ook niet-beroepsbeoefenaren in de zaal aanwezig zijn. Daarnaast moeten sprekers voorafgaand aan de presentatie transparant zijn over de belangen die zij hebben met het bedrijfsleven. Hiervoor is een format ontwikkeld, de ‘disclosure slide’.

Format disclosure-slide voor sprekers op nascholingsbijeenkomsten

(swipe naar rechts voor goede mobiel weergave)

Disclosure belangen spreker
Geen (potentiële) belangenverstrengeling
Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties Bedrijfsnamen
  • Sponsoring of onderzoeksgeld
  • Honorarium of andere (financiële) vergoeding
  • Aandeelhouder
  • Andere relatie, namelijk …

Thema – Sponsoring evenement

Wat betreft de sponsorbijdrage vanuit de farmaceutische industrie gelden ook regels waarmee de organisator rekening moet houden. De belangrijkste regels betreffen de inhoud van het programma, de locatie van het evenement en de kosten die worden gefinancierd. Deze regels worden hieronder nader toegelicht.

Voor sponsoring van evenementen is het van belang dat de (wetenschappelijke) inhoud van de bijeenkomst centraal staat. De wetenschappelijke inhoud moet dus in een goede verhouding staan tot de totale duur van het programma. Dat heeft tot gevolg dat onnodig lange pauzes niet mogelijk zijn en dat eventuele randzaken, zoals sociale activiteiten, niet de reden worden voor deelname aan het evenement. Ook bij het reizen naar evenementen in het buitenland moet er rekening mee worden gehouden dat de reis niet ruim voor of na het evenement plaatsvindt. Blijft een deelnemer langer (voor andere doeleinden) dan nodig is voor deelname aan het evenement, dan bestaat het risico dat juist het verlengde verblijf de reden wordt voor deelname aan de bijeenkomst. De congresorganisatie van een gesponsorde bijeenkomst, dient bij de planning van het programma en de reis hiermee rekening te houden. Het is niet toegestaan dat partners worden gesponsord om mee te reizen naar het evenement of voor andere onderdelen van het evenement zelf.

Het gesponsorde evenement moet worden gehouden op een ‘passende’ locatie. Het gaat hierbij zowel om de faciliteiten en de ligging van de locatie. Dit criterium beoogt onder meer dat de gastvrijheid bescheiden moet blijven en dat uitwassen worden voorkomen. Locaties met een luxe uitstraling moeten daarom worden vermeden. Reguliere congreslocaties zijn doorgaans toelaatbaar, maar er moet wel sprake zijn van bescheidenheid, in lijn met de Nederlandse gebruiken. De locatie mag geen uitstraling hebben waardoor de locatie op zichzelf een reden is voor deelnemers om aan het evenement deel te nemen. Luxueuze hotels of locaties die bekend staan om de faciliteiten en/of het entertainment dat er wordt geboden, zullen vanwege de perceptie die dat bij de deelnemers oproept niet ‘passend’ zijn, onafhankelijk of van die faciliteiten gebruik wordt gemaakt of dat de (onderhandelde) kosten per deelnemer binnen de gestelde grenzen blijven. Het aantal sterren of andere rankings van een locatie zijn niet bepalend, maar een hoge score kan wel een indicatie geven van de uitstraling. De eis van een passende locatie geldt overigens voor alle onderdelen van het programma, dus ook voor de diners en hotelovernachtingen.

De sponsoring van evenementen is toelaatbaar, maar niet onbeperkt. De belangrijkste regels zijn dat een financiële bijdrage van farmaceutische bedrijven aan:

  • sociale/ recreatieve kosten niet toelaatbaar is;
  • de kosten voor reis, verblijf en inschrijving van de deelnemers (‘gastvrijheidskosten’) beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is voor deelname aan de bijeenkomst;
  • de vergoeding van sprekers in redelijke verhouding moet staan tot de verleende dienst;
  • een positief resultaat/ batig saldo zonder bestemming in principe niet toelaatbaar is wanneer dit wordt gevormd door sponsoring van farmaceutische bedrijven. Het positief resultaat/ batig saldo mag in ieder geval niet worden aangewend voor sociale/ recreatieve activiteiten.

Om de toelaatbaarheid van de sponsoring te beoordelen, dient vooraf een begroting en achteraf een eindafrekening te worden opgesteld. Voor het toezicht zullen alle inkomsten en kosten conform onderstaand format worden ingedeeld in een beperkt aantal categorieën:

Inkomsten
EUR
Kosten
EUR
Eigen bijdrage organisatie Algemene organisatiekosten, waaronder:
Sponsoring bedrijfsleven Honorarium sprekers
Eigen bijdragen deelnemers: Onkosten sprekers
Eigen bijdragen beroepsbeoefenaren Gastvrijheidskosten
Eigen bijdragen verpleegkundigen zonder voorschrijf-bevoegdheid Recreatieve/sociale kosten
Eigen bijdragen overige deelnemers Onvoorziene kosten
Overige inkomsten
Saldo Saldo

Op basis hiervan is het mogelijk om vast te stellen of de sponsoring binnen redelijke perken blijft en of de totale sponsorinkomsten vanuit farmaceutische bedrijven toelaatbaar zijn. Hieronder volgt een toelichting op de sponsoring van de verschillende categorieën kosten.

i. Recreatieve/sociale kosten
Sponsoring van recreatieve en sociale kosten (zoals entertainment) tijdens het evenement door farmaceutische bedrijven, mag in geen geval. Voorbeelden hiervan zijn galadiners, feestavonden of een museumbezoek. Dergelijke activiteiten kunnen überhaupt alleen plaatsvinden tijdens een door farmaceutische bedrijven gesponsord evenement, indien deze ondergeschikt zijn in het totale programma en uit de begroting blijkt dat deze activiteiten volledig worden gefinancierd vanuit de eigen bijdrage van de deelnemers.

ii. Gastvrijheidskosten
Voor de vergoeding van de kosten voor reis, verblijf en inschrijving (gastvrijheidskosten) van de deelnemers gelden beperkingen. Doorgaans worden de kosten die tot een individu herleidbaar zijn, gezien als gastvrijheidskosten. Voorbeelden hiervan zijn: maaltijden (zoals een buffet) en dranken voor de deelnemers, hotelovernachtingen van de deelnemers, reiskosten van deelnemers (zoals vliegtickets), maar ook de drukkosten voor hand-outs, programmaboekjes en congrestassen voor de deelnemers. Het criterium voor vergoeding van deze kosten is dat deze beperkt dienen te blijven tot hetgeen ‘strikt noodzakelijk’ is voor een deelname aan het evenement. Er moet bescheidenheid worden betracht, in lijn met de Nederlandse gebruiken. Ook moet worden bepaald of sponsoring van de betreffende gastvrijheidskosten überhaupt gerechtvaardigd is in relatie tot het programma.

De sponsoring van gastvrijheidskosten moet in verhouding staan tot de duur van het programma. Vervolgens geldt dat de sponsoring van de gastvrijheidskosten voor beroepsbeoefenaren in ieder geval niet meer mag bedragen dan een bepaald bedrag per persoon. In het geval van een evenement met een wetenschappelijk karakter is dat maximum € 500,- per bijeenkomst óf de deelnemer moet tenminste de helft van de gastvrijheidskosten zelf betalen. Bij wetenschappelijke bijeenkomsten geldt dit maximum ook voor verpleegkundigen die niet voorschrijfbevoegd zijn. Voor bijeenkomsten met niet-beroepsbeoefenaren kan alleen gastvrijheid worden geboden indien deze buiten het begrip gunstbetoon valt (dus waarbij een kennelijk verkoop bevorderend oogmerk ontbreekt). Aangenomen wordt dat er geen sprake is van gunstbetoon indien de geboden gastvrijheid bij een bijeenkomst beperkt blijft tot een kopje koffie en een eenvoudig broodje. Wanneer de gastvrijheidskosten (en eventuele sociale/recreatieve kosten) volledig kunnen worden betaald vanuit de eigen bijdragen van de deelnemers, dan worden deze kosten niet gesponsord en zal de sponsoring dus ook onder de toegestane grenzen voor de hoogte van de gastvrijheid blijven. Daarnaast geldt nog dat de waarde van een individuele maaltijd in het kader van evenementen in Nederland nooit niet meer mag bedragen dan € 75,-. Voor de bepaling van de waarde van een maaltijd moet rekening worden gehouden met de lijstprijzen die de beroepsbeoefenaar zelf zou moeten betalen (exclusief fooi en onderhandelde kortingen, inclusief de kosten voor dranken).

Indien farmaceutische bedrijven gastvrijheidskosten voor beroepsbeoefenaren vergoeden, dan moeten de beroepsbeoefenaren hierin achteraf inzicht krijgen van de organisatie. Het gaat om het totale bedrag aan gastvrijheid dat gezamenlijk wordt geboden door de farmaceutische bedrijven. Dit is noodzakelijk omdat beroepsbeoefenaren in staat moeten zijn om te controleren of zij niet meer gastvrijheid ontvangen dan het jaarlijks maximum (totaal € 1.500,- voor wetenschappelijke bijeenkomsten).

iii. Algemene organisatiekosten
Algemene organisatiekosten van een evenement zijn doorgaans kosten die niet individualiseerbaar zijn. Het kan gaan om bijv.: zaalhuur, personeelskosten van de organisator, voorbereiding, de winstmarge voor de congresorganisatie en kosten die verband houden met de sprekers. De (druk)kosten voor het versturen van uitnodigingen worden ook gezien als algemene organisatiekosten.

Indien personen worden ingeschakeld voor het verrichten van een dienst, zoals het optreden als spreker tijdens de bijeenkomst, en die personen zijn in Nederland werkzaam, dan mag hiervoor maximaal een marktconform tarief worden betaald. Wanneer het gaat om beroepsbeoefenaren, dan gelden hiervoor maximum uurtarieven. Daarnaast kunnen de werkelijk gemaakte onkosten worden vergoed, mits deze redelijk zijn. De CGR hanteert maximaal toelaatbare uurtarieven per beroepsgroep. De maximum uurtarieven voor dienstverlening zijn hier terug te vinden onder het thema ‘Maximale uurtarieven dienstverlening’ hierboven. Ook dienen de afspraken van farmaceutische bedrijven, congresorganisaties, wetenschappelijke verenigingen en/of zorginstellingen met beroepsbeoefenaren vooraf te worden vastgelegd in een schriftelijke ondertekende overeenkomst waarin de dienst, vergoeding duur, plaats en moment van de dienstverlening nauwkeurig zijn omschreven. Verder kan het nodig zijn om melding te doen van de dienstverlening aan het Transparantieregister Zorg.

Aan de omvang van de sponsoring van overige algemene organisatiekosten worden geen grenzen opgelegd.

iv. Batig saldo
Indien inkomsten en kosten voor het evenement zijn afgewikkeld, kan het voorkomen dat sprake is van een positief eindsaldo (‘winst’). Dit moet wel worden onderscheiden van de vergoeding (of winstmarge) die wordt betaald aan de congresorganisatie; dat zijn algemene organisatiekosten voor het evenement. Indien het positieve saldo mede door farmaceutische bedrijven is gesponsord dan wordt kennelijk ook een bijdrage geleverd aan andere activiteiten die niet in de begroting zijn opgenomen. De onbekendheid van deze activiteiten maakt de sponsoring hiervan door farmaceutische bedrijven problematisch, met name wanneer dit een samenwerkingsverband/ instelling van beroepsbeoefenaren is. Het is immers vooraf slecht te beoordelen waar het positief saldo aan zal worden besteed, wat het onmogelijk maakt om te beoordelen of de sponsoring van deze activiteiten aan de reclameregels voldoet. Het ligt dan ook meer voor de hand dat afspraken worden gemaakt over een terugbetaling aan de sponsors indien blijkt dat sprake is van een positief resultaat voor het evenement. Het alternatief is dat afspraken worden gemaakt over de bestemming van het positieve resultaat en daarmee wordt geborgd dat de bestemming hiervan een doel dient dat in overeenstemming is met de reclameregels (zoals voor gastvrijheid voor een volgende bijeenkomsten of voor sponsoring van een zorgproject).

Indien via het vaste portaal van de KNMG voor accreditatie (GAIA) een aanvraag wordt ingediend voor accreditatie van het evenement, dan dient de aanvrager een aantal vragen te beantwoorden over de mate waarin het evenement wordt gesponsord door het bedrijfsleven. Indien sprake is van een substantiële sponsoring, dan moeten aanvullende gegevens over de bijeenkomst worden verstrekt (waaronder de begroting in het hierboven beschreven format). De bijeenkomst wordt dan in eerste instantie elektronisch beoordeeld. Het met goed gevolg doorlopen van de zelfevaluatie geeft een indicatie van de toelaatbaarheid van de bijeenkomst. Het doorlopen van de zelfevaluatie is verplicht, maar heeft niet dezelfde status als een adviesoordeel van de Codecommissie van de CGR. In sommige gevallen is nog een handmatige toetsing van de bijeenkomst binnen GAIA nodig, voordat de aanvraag naar de accreditatiecommissie wordt doorgeleid. Hieraan zijn kosten verbonden ad. € 200,- (excl. BTW). Ter ondersteuning van aanvragers van accreditatie heeft de CGR de Handleiding zelfevaluatie opgesteld, zodat vertraging en kosten van een handmatige beoordeling zoveel mogelijk worden beperkt.

Indien het evenement in het buitenland plaatsvindt en wordt gesponsord door farmaceutische bedrijven ten behoeve van Nederlandse beroepsbeoefenaren, dan dient de bijeenkomst verplicht te worden voorgelegd aan de Codecommissie van de CGR. De kosten zijn hier terug te vinden. Indien sprake is van een evenement met een internationaal karakter en het evenement is geaccrediteerd of door een onafhankelijke organisatie wordt georganiseerd, dan is de preventieve toetsing door de CGR Codecommissie doorgaans niet verplicht.

Thema – Transparantieregister Zorg

In Nederland gelden gedragsregels over de transparantie van financiële relaties tussen beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en farmaceutische bedrijven (vergunninghouders). Zie voor de regels Hoofdstuk 7 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.

De farmaceutische industrie werkt samen met artsen en wetenschappers om de beste medicijnen en behandelingen te ontwikkelen. Soms zijn er geld- of goederenstromen bij betrokken. Om te waarborgen dat dergelijke relaties de kwaliteit van de zorg verbeteren, is het belangrijk dat deze financiële relaties transparant zijn.

De Stichting CGR heeft in nauw overleg met aangesloten koepels gedragsregels opgesteld om die openheid te realiseren. Uitgangspunt is dat een patiënt inzicht moet kunnen hebben in de relaties bestaan tussen arts of zorginstelling enerzijds en de farmaceutische industrie anderzijds. Hieronder worden regels in het kort uiteengezet, inclusief de wijzigingen die per januari 2024 zijn doorgevoerd. Zie daarover ook CGR nieuwsbrieven no. 4/2023 en no. 5/2023.

De regels in het kort

In Hoofdstuk 7 van de Gedragscode wordt onderscheid gemaakt tussen drie vormen van transparantie:

  • herkenbaarheid van relaties en posities (verder uitgewerkt in artikelen 7.1.2 tot en met 7.1.4).
  • verplichte interne melding bij respectievelijk voorafgaande goedkeuring van Raad van Bestuur van een instelling (verder uitgewerkt in artikel 7.1.5).
  • verplichte openbaarmaking in het Transparantieregister Zorg (verder uitgewerkt paragraaf 7.2).

Herkenbaarheid
De Gedragscode verlangt transparantie in de vorm van herkenbaarheid van posities (e.g. vertegenwoordiger van een bedrijf) en financiële relaties op het gebied van bijeenkomsten, publicaties, publiek optreden en sponsoring van patiëntenorganisaties.

Interne transparantie
Interne transparantie betekent dat bepaalde financiële relaties van beroepsbeoefenaren (al dan niet via een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam of aan gelieerd zijn) met vergunninghouders bekend moeten zijn bij de Raad van Bestuur van het ziekenhuis waaraan de beroepsbeoefenaar verbonden is. Hieronder vallen algemene en academische ziekenhuizen.

De verplichting ligt bij de beroepsbeoefenaar: deze moet in voorkomende gevallen de Raad van Bestuur informeren dan wel aantoonbaar toestemming hebben verkregen van de Raad van Bestuur voor het aangaan van de financiële relatie. Indien de beroepsbeoefenaar aan meerdere ziekenhuizen is verbonden, moet de Raad van Bestuur van het meest relevante ziekenhuis op de hoogte worden gesteld of toestemming geven. In CGR nieuwsbrief no. 5/2023 wordt dit verder toegelicht.

De regels van interne transparantie gelden voor die financiële relaties tussen beroepsbeoefenaren (al dan niet via een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam zijn) en vergunninghouders die op grond van de Gedragscode schriftelijk moeten worden vastgelegd. Dit betekent het volgende:

  • Voor verleende gastvrijheid aan een beroepsbeoefenaar (al dan niet via een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam zijn) die op grond van artikelen 6.4.6 onder 3 (individuele gastvrijheidsovereenkomst bijeenkomst) of 6.4.8 onder 2 (individuele gastvrijheidsovereenkomst bij manifestatie) schriftelijk moet worden vastgelegd, heeft de beroepsbeoefenaar een meldplicht aan de Raad van Bestuur van het ziekenhuis waaraan hij (in overwegende mate) werkzaam is c.q. zijn hoofdactiviteit uitvoert. Vergunninghouders hebben hierbij geen (afgeleide) verplichtingen.
  • Voor sponsorovereenkomsten van een samenkomst (bijeenkomst of manifestatie) die op grond van artikel 6.4.4 onder a schriftelijk moet worden vastgelegd, heeft de beroepsbeoefenaar die via een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam zijn, (mede)verantwoordelijk is voor het aangaan van de sponsorovereenkomst, een meldplicht aan de Raad van Bestuur van het ziekenhuis waarvoor de betrokken gesponsorde samenkomst relevant is. Vergunninghouders hebben hierbij geen (afgeleide) verplichtingen.
  • Voor een dienstverleningsovereenkomst die op grond van artikel 6.3.2 schriftelijk moet worden vastgelegd, moet de beroepsbeoefenaar (al dan niet via een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam zijn) toestemming krijgen van de Raad van Bestuur alvorens hij uitvoering kan geven aan de overeenkomst. Die toestemming moet blijken uit een handtekening van (of namens) de Raad van Bestuur van het ziekenhuis waarvoor de overeenkomst relevant is.
  • Voor sponsorovereenkomsten van een project die op grond van artikel 6.5.3 onder f schriftelijk moet worden vastgelegd, met de beroepsbeoefenaar die de overeenkomst via een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam zijn aangaat, toestemming krijgen van de Raad van Bestuur waarvoor de overeenkomst relevant is, alvorens hij uitvoering kan geven aan de overeenkomst. Die toestemming moet blijken uit een handtekening van (of namens) de Raad van Bestuur van het ziekenhuis waaraan de beroepsbeoefenaar is verbonden.

Zoals nader toegelicht in nieuwsbrief no. 5/2024, betekent de toestemming dat door of namens de Raad van Bestuur met een handtekening op de overeenkomst is verklaard dat wordt ingestemd met de uitvoering van de overeenkomst door de betrokken beroepsbeoefenaar (al dan niet via een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam zijn). De toestemming mag door de Raad van Bestuur gedelegeerd worden. De wijze van medeondertekening voor de toestemming is vormvrij.

De vergunninghouder moet controleren of de benodigde toestemming is verleend. In 2025 geldt nog een overgangsjaar, wat inhoudt dat de verantwoordelijkheid voor het verkrijgen van de juiste toestemming nog ligt bij de beroepsbeoefenaar. Nu de Handreiking van de NVZ/NFU/FMS wat betreft de administratieve vereisten niet volledig aansluit bij de Gedragscodes, kan niet van vergunninghouders worden verlangd te controleren dat de toestemming op de wijze die in de Gedragscode wordt voorgeschreven, is verleend.

Voor veel beroepsbeoefenaren brengen de regels van interne transparantie nieuwe verplichtingen mee. Zij worden voorgelicht vanuit de KNMG op de website Regels aannemen financiële vergoedingen leveranciers gewijzigd | KNMG.

Openbaarmaking aan het Transparantieregister Zorg
De Gedragscode bepaalt dat financiële relaties tussen vergunninghouders en zorgaanbieders of patiëntenorganisaties gemeld dienen te worden aan het Transparantieregister Zorg indien de relatie de ondergrens van €500 per jaar overschrijdt. Onder zorgaanbieders vallen beroepsbeoefenaren, zorginstellingen en andere rechtspersonen van beroepsbeoefenaren (samenwerkingsverbanden). Financiële relaties moeten afzonderlijk worden gemeld. Ook als een financiële relatie minder bedraagt dan € 500,-, maar meerdere relaties tezamen in één kalenderjaar de € 500,- overschrijden, moeten al deze relaties afzonderlijk gemeld worden.

De volgende soorten relaties worden gemeld aan het Transparantieregister:
  • Dienstverlening. U kunt hierbij denken aan het geven van een lezing of advies. Het vergoede honorarium (op basis van uurvergoeding en tijd) en eventuele onkosten (bijvoorbeeld reiskosten) worden apart gemeld.
  • Gastvrijheid. Zorgaanbieders kunnen voor de deelname aan een bijeenkomst een bijdrage ontvangen voor inschrijfkosten, maar ook reis- en verblijfkosten.
  • Sponsoring project. Denk hierbij aan het sponsoren van een project uitgevoerd door een ziekenhuis.
  • Sponsoring samenkomst. Een vergunninghouder kan financieel bijdragen aan de totstandkoming van een wetenschappelijk congres. Zie onder het kopje ‘Organisatie door derde partijen’ voor een uitzondering in het geval van multi-sponsoring.

Het is belangrijk dat de relatie wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Artikel 7.2.2 van de Gedragscode vermeldt welke elementen de overeenkomst dient te bevatten. De verantwoordelijkheid om te melden ligt in beginsel bij de vergunninghouder. De openbaarmaking in het register vindt plaats in juli in het jaar volgend op de betaling. De relaties blijven gedurende 3 jaar openbaar.

Melden op BIG-nummer of KvK-nummer
Het uitgangspunt is dat relaties zoveel mogelijk worden gemeld op BIG-nummer/naam van de zorgprofessional die betrokken was bij de relatie. Dit geldt zo lang een betaald bedrag direct is toe te schrijven aan de werkzaamheden die door de zorgprofessional worden uitgevoerd. In het geval van dienstverlening door een zorgprofessional werkzaam bij een ziekenhuis, betekent dit dat in voorkomende gevallen de overeenkomst wordt afgesloten met het ziekenhuis en niet met de zorgprofessional zelf. De zorgprofessional ontvangt mogelijk zelf geen geld. Ook in deze situatie dient de relatie zo veel als mogelijk te worden gemeld op naam van de zorgprofessional die het project daadwerkelijk uitvoert. Het doel van de transparantieregels is om met de openbaarmaking inzicht te geven in de intensiteit van de samenwerking, niet zozeer wie de daadwerkelijke begunstigde is.

Organisatie door derde partijen
Soms worden medische events georganiseerd door een derde partij zoals een congresorganisator, gesponsord door één of meer vergunninghouders. Voor de transparantieregels maakt het niet uit of de derde partij zelfstandig, in opdracht van een patiëntenorganisatie of in opdracht van een vergunninghouder handelt. Er hoeft niet te worden gemeld op naam van de derde partij indien dit geen zorginstelling of samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren is. Er wordt gemeld op naam van de beroepsbeoefenaar of op naam van de zorginstelling/samenwerkingsverband.

In uitzonderlijke gevallen is niet te herleiden welk aandeel van een sponsorbedrag van een vergunninghouder terecht is gekomen bij een zorgprofessional. Dit kan het geval zijn bij sponsoring door meerdere vergunninghouders (multi-sponsoring) waarbij een derde partij zoals een congresorganisatie het evenement organiseert en hierbij zorgprofessional vergoed voor het optreden als spreker. Als de congresorganisatie de spreker kiest zonder invloed van de vergunninghouders, kunnen we aannemen dat geen beïnvloeding plaatsvindt via de financiële relatie. Zulke relaties zijn niet meldplichtig.

Centraal register

De gedragsregels openbaarmaking financiële relaties voorzien in een centraal register waarin deze financiële relaties worden geregistreerd, het Transparantieregister Zorg. Dit register is voor iedereen vrij via een publieke website toegankelijk.

Eigen verantwoordelijkheid

Vanuit de overtuiging dat alle betrokken partijen gebaat zijn bij een verantwoorde en betrouwbare gezondheidszorg, hecht de CGR sterk aan zelfregulering. Deze benadering stelt eisen aan de eigen verantwoordelijkheid van zowel beroepsbeoefenaren als de farmaceutische industrie. Partijen zullen zelf afspraken moeten maken met betrekking tot de openbaarmaking in de betrokken overeenkomsten.

Modelbepalingen

In de dienstverlenings- en sponsoringsovereenkomsten en in bepaalde gastvrijheids-overeenkomsten moet zijn vastgelegd welke gegevens openbaar worden gemaakt en wie dat zal doen. De CGR heeft hiervoor modelbepalingen opgesteld die betrokkenen in hun overeenkomsten kunnen overnemen. Het gaat om 5 soorten overeenkomsten:

  1. Dienstverleningsovereenkomst tussen een farmaceutische onderneming en een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of instelling waarin beroepsbeoefenaren participeren of werkzaam zijn | dienstverleningsovereenkomst A
  2. Dienstverleningsovereenkomst tussen een farmaceutische onderneming en een beroepsbeoefenaar (of een vennootschap waarin de betrokken beroepsbeoefenaar directeur-grootaandeelhouder is) | dienstverleningsovereenkomst B
  3. Sponsoringsovereenkomst tussen een farmaceutische onderneming en een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of instelling waarin beroepsbeoefenaren participeren of werkzaam zijn | sponsoringsovereenkomst
  4. Sponsoringsovereenkomst tussen een farmaceutische onderneming en een beroepsbeoefenaar ter ondersteuning van een proefschrift | sponsoringsovereenkomst proefschrift
  5. Overeenkomst bijdrage gastvrijheid aan een beroepsbeoefenaar | bijdrage gastvrijheid
Veelgestelde vragen

Klik hier voor de antwoorden op de meest gestelde vragen over transparantie.

Thema – (Social) Media

Voor uitingen via reguliere media (tv, radio en krant) of op social media gelden dezelfde CGR gedragsregels als voor mondelinge uitingen of uitingen op papier. De praktische uitwerking maakt echter dat andere voorzorgsmaatregelen nodig kunnen zijn.

De hoofdregel is: wat “offline” geldt, geldt ook voor “online”. Eventuele verplichtingen uit hoofde van de Wet bescherming persoonsgegevens of de Telecommunicatiewet, blijven hier buiten beschouwing.

Voor (social) media geldt veelal dat het bereik niet bij de landsgrenzen ophoudt. De Gedragscode is alleen van toepassing op uitingen die in Nederland toegankelijk zijn en wat woord en inhoud betreft, onmiskenbaar op het Nederlandse publiek zijn gericht.

Dit kan worden vastgesteld aan de hand van:

  1. de taal waarin de uiting is gesteld;
  2. de nationaliteit van de provider;
  3. de vraag of en (zo ja) de wijze waarop de social media in nationale media wordt aangekondigd;
  4. aanwezigheid van referenties aan het gebruik, de beschikbaarheid of de prijs van (bepaalde) geneesmiddelen in Nederland;
  5. illustratieve aankleding en andere associaties met Nederland.

Bij communicatie via (social) media is van belang dat het verbod op publieksreclame voor recept-geneesmiddelen in acht wordt genomen en publieksinformatie in overeenstemming is met de Leidraad informatie UR-geneesmiddelen (hierna: de Leidraad). Dit betekent dat de geadresseerden goed moeten kunnen worden geïdentificeerd en geselecteerd. Social media kennen daar technische mogelijkheden voor door middel van preregistratie en/of gebruik van gebruikersnaam en wachtwoord. Voor reguliere media geldt dat niet; daarvoor veronderstellen we dat het is gericht op het brede publiek.

Het enkele feit dat het geneesmiddel ook in Nederland verkrijgbaar is, is niet doorslaggevend.

Algemene eisen die gelden:

  1. Herkenbaarheid van reclame als zodanig;
  2. Herkenbaarheid van degene die de boodschap stuurt of (mede)verantwoordelijk is voor de inhoud daarvan;
  3. Bepaalbaarheid van de geadresseerden;
  4. Verantwoordelijkheid voor de inhoud van eigen websites en media waarnaar wordt verwezen.

Verder is van belang dat informatie die door het farmaceutische bedrijf via social media wordt verkregen over met name bijwerkingen van geneesmiddelen, worden opgevolgd binnen de geldende regels van farmacovigilantie.