AA08.042 Beoordeling databank

Op 22 juli 2008 is het volgende advies (A08.042) gegeven.

1. Het verzoek van X:

1. X exploiteert een elektronisch toegankelijke databank, Y, waarin beroepsbeoefenaren toegang kunnen krijgen tot de relevante medische wetenschappelijke informatie gepubliceerd in de belangrijkste vaktijdschriften ter wereld. De gedachte achter Y is dat de beroepsbeoefenaar overal, gemakkelijk en snel toegang heeft tot voor hem relevante wetenschappelijke informatie.
Om toegang tot het systeem te krijgen heeft de beroepsbeoefenaar een gebruikersnaam en een password nodig.
Blijkens de website van Y wordt per opgehaald artikel en per “e-book chapter” een vaste prijs betaald.

2. X heeft het voornemen de toegang tot Y om niet aan beroepsbeoefenaren aan te bieden. X wil daartoe ondernemingen die werkzaam zijn binnen de medische wereld, zoals verzekeringsmaatschappijen, producenten en handelaren in medische apparatuur, producenten en handelaren in geneesmiddelen, en banken, de gelegenheid bieden de kosten van het gebruik van Y door beroepsbeoefenaren voor hun rekening te nemen. X sluit daartoe door haar zo genoemde sponsoringovereenkomsten met zo een onderneming, hierna te noemen de sponsor.

3. Voor zover voor dit advies van belang is de opzet van een dergelijke overeenkomst als volgt.

3.1 Een sponsor dient minimaal 100 beroepsbeoefenaren te sponsoren.
Een beroepsbeoefenaar kan een onderneming aanbieden aan X als zijn sponsor voor Y, maar een sponsor kan
ook zelf beroepsbeoefenaren bij X aanbieden als gebruikers van Y.
De sponsor betaalt de prijs van de sponsoring direct aan X.
De sponsor krijgt de beschikking over de namen van de gesponsorde beroepsbeoefenaren.
Na het inloggen door de beroepsbeoefenaar op de website van X/Y verschijnt de tekst:
Deze service wordt u aangeboden door (naam en logo van de sponsor).
Naam en logo van de sponsor verschijnen niet meer zodra een artikel is geopend of geprint.
De sponsor heeft geen invloed op de tijdschriften die in de databank worden opgenomen.
De sponsor weet dat in de tijdschriften zowel artikelen met een positief oordeel, als met een negatief oordeel over zijn product(en) kunnen zijn opgenomen.

3.2 De beroepsbeoefenaar ontvangt na sponsoring een gebruikersnaam en een password.
Een gesponsorde gebruiker van Y heeft het recht een bepaald aantal artikelen op te halen (downloaden), meestal 10. Als dat aantal is bereikt dient de gebruiker contact met X op te nemen, waarna X probeert een nieuwe sponsor te regelen.
De gebruiker stemt ermee in dat zijn zoekgedrag en het ophalen van artikelen worden gebruikt voor statistisch onderzoek.
De gebruiker kan een eigen zoekprofiel vastleggen en krijgt een signalering op een door hem ingestelde tijdsperiode.

3.3 X ontvangt van de in de databank opgenomen tijdschriften van de uitgevers de “citations”, de abstracts van de gepubliceerde artikelen en de “reviews”van die artikelen.
Advertenties, brieven aan de redactie, inhoudsopgave van de tijdschriften en dergelijke niet wetenschappelijke uitingen worden niet in de databank opgenomen.
De volledige artikelen worden via de server van de uitgever aan de gebruiker geleverd.
X betaalt de vergoeding voor de auteursrechten van de door de gebruiker via Y opgehaalde artikelen aan de uitgever.

4. X heeft de Codecommissie verzocht een oordeel te geven over de vraag of het om niet aanbieden van Y aan beroepsbeoefenaren door X binnen de richtlijnen valt van de Gedragscode Geneesmiddelen Reclame, hierna de Gedragscode.

2. De beoordeling:

5.1 Voordat zal worden ingegaan op de vraag van X dient te worden onderzocht of X in haar adviesaanvraag kan worden ontvangen.
Ingevolge artikel 59 van het reglement van de Codecommissie en Commissie van Beroep van de stichting CGR kan iedere belanghebbende verzoeken een advies te geven over de verenigbaarheid van een eigen (voorgenomen) handelen of nalaten met de bepalingen van de Gedragscode of de geest en strekking daarvan.

5.2 De Gedragscode Geneesmiddelenreclame, hierna de Gedragscode, berust mede op de Wet van 8 februari 2007 tot vaststelling van een nieuwe Geneesmiddelenwet, hierna de Geneesmiddelenwet.
Die wet richt zich onder meer tot een ieder die reclame maakt voor een geneesmiddel.
De beantwoording van de vraag of iemand in strijd handelt met die wet is, behoudens voor diegenen die gehouden zijn de Gedragscode na te leven, voorbehouden aan de rechter.
X behoort niet tot diegenen die gehouden zijn de Gedragscode na te leven. Zij is niet betrokken bij de productie, de handel of het voorschrijven van geneesmiddelen.
De dienst die X om niet aan beroepsbeoefenaren wil aanbieden, gemakkelijke toegang op ieder moment en op nagenoeg iedere plaats tot relevante medische literatuur, heeft het karakter van informatieverstrekking en valt in zoverre niet binnen de reikwijdte van de Gedragscode.
Met X is de Commissie van oordeel dat die dienst een belangrijke bijdrage kan leveren aan de informatievoorziening voor de beroepsbeoefenaar.

5.3 X heeft echter het voornemen met behulp van een financiële bijdrage van mogelijk ook vergunninghouders beroepsbeoefenaren om niet toegang te verlenen tot medische literatuur in een onder haar beheer opgebouwde en geëxploiteerde databank. Daarbij kan niet kan worden uitgesloten dat in die literatuur sprake is van aanprijzing van een geneesmiddel. Evenmin kan worden uitgesloten dat bij de door X voorgenomen wijze van aanbieden van deze dienst sprake is van sponsoring of van premies, geschenken of andere voordelen als bedoeld in de Gedragscode.
Aangezien vergunninghouders en beroepsbeoefenaren gehouden zijn de Gedragscode na te leven, heeft X er belang bij dat de door haar aan beroepsbeoefenaren aangeboden dienst niet in strijd komt met de Gedragscode. In dat geval immers kunnen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren geen gebruikmaken van de door X aangeboden dienst op de door haar in de adviesaanvraag voorgestelde voorwaarden.
X kan daarom als belanghebbende in haar verzoek om advies op grond van artikel 59 van het reglement worden ontvangen.

6.1 De dienstverlening van X is niet gericht op aanprijzing van een geneesmiddel of van geneesmiddelen. Dat in een bepaalde uiting die door de dienst van X gemakkelijk toegankelijk wordt wellicht een positieve boodschap wordt afgegeven over een bepaald geneesmiddel maakt dit niet anders, nu die dienstverlening van algemene aard is en niet gericht is op het aanprijzen van een specifiek product. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van de in de databank opgenomen artikelen ligt bij de redacties van de tijdschriften en noch de vergunninghouder die aan X een bijdrage betaalt voor het beschikbaar stellen van de databank aan beroepsbeoefenaren noch X zelf heeft invloed op de inhoud daarvan. X beoogt zo veel mogelijk tijdschriften toegankelijk te maken in Y. De door X voorgenomen dienstverlening is dus als zodanig geen reclame in de zin van de Gedragscode, maar heeft, zoals eerder overwogen, het karakter van informatievoorziening.

6.2 Indien echter komt vast te staan dat de aangeboden dienst moet worden opgevat als sponsoring als bedoeld in de Gedragsregels sponsoring, of als premies, geschenken of andere voordelen als bedoeld in de Gedragscode en indien blijkt dat het gaat om het aanbieden van goederen of diensten in de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren, is in die relatie het om niet beschikbaar stellen van de dienst van X door een vergunninghouder aan een beroepsbeoefenaar reclame in de zin van artikel III sub h. van de Gedragscode en dient te worden onderzocht of de vergunninghouder, die medewerking verleent aan die dienst door met een financiële bijdrage aan X het mogelijk te maken dat X aan bepaalde beroepsbeoefenaren haar dienst om niet beschikbaar stelt, en de beroepsbeoefenaar die van die dienst door tussenkomst van die sponsor gebruik maakt, in overeenstemming met de Gedragscode handelt.

6.3.1 De dienstverlening van X is voor zo ver deze plaats vindt met financiële steun van een vergunninghouder naar het oordeel van de Commissie gericht op financiële ondersteuning van individuele beroepsbeoefenaren in de zin van artikel 3 van de Gedragscode sponsoring en daarom niet toegestaan in de vorm van sponsoring. Weliswaar vindt de ondersteuning door de vergunninghouder die aan de door X aangeboden dienstverlening bijdraagt in die zin groepsgewijs plaats, dat tenminste honderd beroepsbeoefenaren gelijktijdig worden gesponsord, doch nu de sponsor de beschikking krijgt over de namen van de beroepsgenoten die hij sponsort – en zelf bepaalt wie hij wel of niet sponsort – is sprake van financiële ondersteuning, althans op geld waardeerbare ondersteuning aan individuele beroepsbeoefenaren. Dit is op grond van artikel 3 van de Gedragsregels sponsoring niet is toegestaan. Dat de dienstverlening op geld waardeerbaar is blijkt ook uit de website van Y en X Alert: “fixed price per article or e-book chapter”. Die prijs zal worden verdisconteerd in de vergoeding die de vergunninghouder aan X per gesponsorde beroepsbeoefenaar zal betalen.

6.3.2 Niet kan worden uitgesloten dat de door X op de door haar aangekondigde wijze aangeboden dienst ook overigens niet in overeenstemming is met alle eisen waaraan sponsoring volgens de Gedragsregels sponsoring moet voldoen. Weliswaar is aannemelijk dat de door X aangeboden dienst als vereist op grond van artikel 5.1. onder a. van de Gedragsregels sponsoring een bijdrage kan leveren aan kwaliteitsverbetering ten behoeve van de patiënt, doordat ook zeer recente literatuur gemakkelijk toegankelijk wordt, maar artikel 5.1. van die Gedragsregels stelt een aantal cumulatieve eisen aan sponsoring. Blijkens artikel 5.1 van de Gedragsregels sponsoring onder c. en de toelichting daarop is sponsoring slechts toegestaan indien de betreffende activiteiten niet of niet volledig op andere reguliere wijze worden gefinancierd. Zaken die tot de normale praktijk- of bedrijfsvoering behoren moeten door de betrokken hulpverlener zelf worden gefinancierd.

De Commissie acht echter voorshands aannemelijk dat de door X aangeboden dienst zo veel omvattend en bijzonder is dat niet kan worden gezegd dat het op deze wijze beschikbaar hebben van vakliteratuur voor de beroepsbeoefenaar tot de normale praktijkvoering behoort.

6.3.3 Zoals onder 5.1 hiervoor overwogen is de Commissie met X van oordeel dat die dienst een belangrijke bijdrage kan leveren aan de informatievoorziening voor de beroepsbeoefenaar en daardoor een bijdrage kan leveren aan de kwaliteitsverbetering ten behoeve van de patiënt. Gelet op hetgeen hierna zal worden overwogen met betrekking tot de toelaatbaarheid van de door X aangeboden dienst in de vorm van een geschenk aan de beroepsbeoefenaar, kan de Commissie zich voorstellen dat X er de voorkeur aan geeft een vorm voor de aangeboden dienst te vinden die als sponsoring door een vergunninghouder wel toelaatbaar is, doordat de dienst niet om niet aan een bepaalde beroepsbeoefenaar wordt aangeboden, maar aan groepen van beroepsbeoefenaren, zoals aan de leden van verenigingen van beroepsbeoefenaren of anderszins.

6.4 Dat X spreekt over sponsoring en sponsoring als thans door X voorgesteld door een vergunninghouder in strijd is met de Gedragsregels voor sponsoring, betekent niet dat reeds daarom de dienstverlening in strijd is met de Gedragscode. Zeer wel is denkbaar dat de vergoeding die een vergunninghouder aan X zal betalen om een beroepsbeoefenaar om niet toegang tot Y te verschaffen binnen de grenzen valt die de Gedragscode stelt aan de toelaatbaarheid van geschenken. De bijdrage van een vergunninghouder aan X om een beroepsbeoefenaar om niet toegang tot Y te geven kan naar het oordeel van de Commissie worden opgevat als een geschenk van de vergunninghouder aan de beroepsbeoefenaar. Het geven en ontvangen van geschenken is volgens de Uitwerking Normen Gunstbetoon toegestaan mits dit geschenk van geringe waarde is en van betekenis kan zijn voor de beroepsuitoefening. Dat de toegang tot Y van betekenis is voor de beroepsbeoefening staat volgens de Commissie buiten kijf.

6.5 Ter beantwoording van de vraag of sprake is van een geoorloofd geschenk als bedoeld in artikel 17 en volgende van de Gedragscode heeft de Commissie aan X gevraagd wat de waarde is van de dienstverlening per individuele beroepsbeoefenaar.
Op die vraag heeft X geen op geld waardeerbaar antwoord gegeven. Volgens X hangt de waarde af van de waardering door de individuele beroepsbeoefenaar van de verleende dienst. Wel erkent X dat de dienstverlening commerciële waarde heeft nu zij de vergoeding voor auteursrecht aan de uitgevers voor haar rekening neemt. Op de website van X is bovendien vermeld dat er sprake is van : Fixed price per article or e-book chapter. Niet is echter door X meegedeeld wat een vergunninghouder aan X moet betalen per gesponsorde beroepsbeoefenaar voor de toegang tot Y.

6.6 De Uitwerking Normen Gunstbetoon acht een geschenk van geringe waarde indien de waarde per keer niet meer bedraagt dan € 50,00 per beroepsbeoefenaar, per vergunninghouder en per therapeutische klasse, met een maximum van €150,00 per jaar. In deze bedragen is de BTW inbegrepen.
Dit betekent dat het een vergunninghouder vrijstaat aan X per keer een bijdrage van € 50,00 per beroepsbeoefenaar te betalen om de beroepsbeoefenaar om niet toegang te geven tot Y, met een maximum van € 150,00 per jaar. Het is aan de vergunninghouder en de beroepsbeoefenaar er op toe te zien dat niet in strijd met de Gedragscode wordt gehandeld.

7. Tenslotte wijst de Commissie – waarschijnlijk ten overvloede – er op dat zij zich slechts uitspreekt over normen waaraan beroepsbeoefenaren en vergunninghouders zijn gebonden. Aan de Commissie komt daarom alleen beoordeling toe in zoverre de dienstverlening van X hetzij reclame voor een geneesmiddel is – hetgeen zoals hiervoor is overwogen niet het geval is – hetzij de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren betreft. De Gedragsregels voor sponsoring en het geven van geschenken gelden alleen in de relatie tussen beroepsbeoefenaar en vergunninghouder. Indien de dienstverlening wordt gesponsord door anderen dan vergunninghouders – banken, verzekeringsmaatschappijen – zijn deze normen niet bepalend voor toelaatbaarheid.

8. Het advies luidt daarom als volgt.
Medewerking aan de door X met behulp van financiële bijdrage door een vergunninghouder aan een beroepsbeoefenaar om niet aangeboden toegang tot Y is de vergunninghouder en de beroepsbeoefenaar slechts toegestaan indien de bijdrage van de vergunninghouder aan X is beperkt tot € 50,00 per keer, met een maximum van € 150,00 per jaar per beroepsbeoefenaar, per vergunninghouder en per therapeutische klasse, de BTW inbegrepen in deze bedragen.

3. De kosten:

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten separaat aan X in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 22 juli 2008 door mr. J.A.J. Peeters, voorzitter.

ID:

AA08.042

Onderwerp(en):

Dienstverlening, Geschenken, Sponsoring

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Voorwaardelijk positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

22-07-2008

Het officiële document:

Print deze uitspraak