AA09.106 Internet cursus
Op 11 december 2009 is het volgende advies (A09.106) gegeven.
1. Het verzoek:
Aanvraagster, X, stelt kort samengevat het volgende. Zij verzorgt en exploiteert websites onder de naam Y (www.Y.nl) en Z (www.Z.nl), platforms voor medewerkers van drogisterijen. Hier kan men online korte productgeoriënteerde cursussen volgen met het doel meer productinformatie aan winkelpersoneel te verstrekken en zo de consument van beter advies te kunnen voorzien en een kwalitatief gesprek met de consument te bevorderen. Deelnemers kunnen zich – met vermelding van hun werkgever – kosteloos inschrijven en aanmelden op de website als cursist.
De cursussen worden samengesteld door trainers die gediplomeerd drogist en/of apothekersassistent zijn. De inhoud van de cursus wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de opdrachtgever en na diens akkoord, tezamen met meerkeuzetoetsvragen in de websites opgenomen.
Na het volgen van een cursus wordt een toets afgelegd. Bij goed gevolg krijgt de cursist een certificaat en een beloning in de vorm van sterren op zijn/haar persoonlijke account. Een ster heeft een waarde van € 0,25. Per cursus ontvangt de deelnemer 4 of 6 sterren, die vergoed worden door de leverancier die opdracht heeft gegeven voor de cursus. Zo spaart de deelnemer voor geschenken in de webshop. Op jaarbasis kan zo voor maximaal € 80 bij elkaar worden gespaard.
Alle deelnemers krijgen twee spaaraccounts: een voor de sterren van cursussen over zelfzorggeneesmiddelen en een voor de sterren van cursussen over algemene drogisterijartikelen; met eerstgenoemde spaaraccount kan uitsluitend in de categorie “zakelijk” besteld worden, te weten producten die van betekenis zijn voor de beroepsuitoefening. Het bovenstaande is ook van toepassing op het programma Z voor medewerkers van apotheken. Op Z worden uitsluitend cursussen over producten voor handverkoop aangeboden en worden geen op recept verkrijgbare geneesmiddelen besproken (bedoeld moet zijn: “geen uitsluitend op recept verkrijgbare geneesmiddelen”).
X verzoekt het bovenstaande te toetsen aan de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.
2. Het oordeel van de Codecommissie:
X wenst te vernemen of haar handelwijze of voorgenomen handelwijze al of niet verenigbaar is met de Gedragscode, zulks op de voet van artikel 59 van het Reglement. X is geen vergunninghouder in de zin van de Geneesmiddelenwet, maar onderneemt de hierboven omschreven activiteiten blijkbaar in opdracht van klanten die wel vergunninghouder zijn. X heeft er uit dien hoofde belang bij te vernemen of haar plannen stroken met de regels van de Gedragscode. Derhalve is X als belanghebbende in de zin van artikel 59 aan te merken en kan zij in haar verzoek worden ontvangen. Uiteraard geldt dit alleen in zo verre de aanvraag op geneesmiddelen betrekking heeft; waar geen geneesmiddelen aan de orde zijn geldt immers de Gedragscode niet.
Op grond van hetgeen aanvraagster heeft meegedeeld en toegezonden, alsmede gezien de door de Codecommissie bezochte websites Y en Z, moet uitgegaan worden van de navolgende feiten: – Blijkens haar aanvraag richt X zich in haar internet-uitingen tot “medewerkers” van drogisterijen resp. apotheken. Dit zouden kunnen zijn beroepsbeoefenaren zoals bijvoorbeeld apothekers of apothekersassistenten of drogisten, maar ook niet-beroepsbeoefenaren werkzaam in apotheken en/of drogisterijen; – deze uitingen van X hebben geen betrekking op UR-geneesmiddelen.
Ten aanzien van niet-beroepsbeoefenaren concludeert de Codecommissie op grond van het voorgaande dat in dit geval de Code voor Publieksreclame voor Geneesmiddelen van toepassing is, hierna kortweg te noemen de Code Publieksreclame. Niet van toepassing is dus de “Uitwerking Normen Gunstbetoon behorende bij de artikelen 12 en 13, 16 t/m 22 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame”(UNG). De UNG heeft immers bij uitstek betrekking op de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren als bedoeld in artikel 82 sub a van de Geneesmiddelenwet. Daaronder vallen niet de in de vorige alinea omschreven medewerkers van apotheken en drogisterijen.
De Codecommissie kwalificeert een aantal van de uitingen resp. voorgenomen uitingen op de genoemde websites – in elk geval voor een deel – als reclame voor (niet UR-) geneesmiddelen. Uit de website blijkt immers dat daarin aan de vermelding en aanprijzing van geneesmiddelen een prominente plaats wordt gegeven, terwijl ook aan het bevorderen van (betere) productinformatie door verkoopmedewerkers van detaillisten noodzakelijkerwijs een verkoop bevorderend motief ten grondslag ligt. Het kan dan ook niet anders dan dat de aangeboden cursus niet alleen objectieve informatie bevat maar tevens – impliciet of met zoveel woorden – medewerkers aanspoort het product van de opdrachtgevende vergunninghouder in een gunstig daglicht te stellen. Op zichzelf is daar geen bezwaar tegen, mits de regels van de Code Publieksreclame in acht worden genomen.
De Code Publieksreclame bevat een bepaling betreffende acties en aanbiedingen van financiële aard, te weten in artikel 5. Hierin is bepaald – kort gezegd – dat verboden zijn het gratis verstrekken aan het publiek van monsters of publieksverpakkingen van geneesmiddelen, het verstrekken van waardebonnen of het houden van zogenaamde “refund-acties”. Actie-aanbiedingen, prijsvragen en wedstrijden met aankoopverplichtingen zijn evenmin toegestaan. De Codecommissie stelt vast dat de onderhavige handelwijze van X niet als een van deze verboden activiteiten is aan te merken. Het belonen van een succesvolle toets inzake productkennis door toekenning van (op geld waardeerbare) sterren op een spaaraccount kan bijvoorbeeld niet beschouwd worden als een actie-aanbieding in de zin van artikel 5 maar is veeleer een aansporing tot resp. beloning voor het opdoen van relevante productkennis. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat X geen geldelijke beloning geeft of in uitzicht stelt aan de (potentiële) kopers van geneesmiddelen maar aan het personeel van verkopende bedrijven.
Het spreekt vanzelf dat X gehouden is en blijft tot inachtneming van de Code Publieksreclame met betrekking tot de inhoud van haar uitingen naar het publiek, waaronder ook de laatstbedoelde doelgroep moet worden begrepen. Dit brengt mee dat X steeds verplicht is de inhoud van specifieke aanprijzende uitingen cq. claims vooraf te laten toetsen door de KOAG, indien en voor zover haar vergunninghoudende opdrachtgever dit al niet mocht hebben gedaan.
Voor zover uitingen mochten zijn gericht op beroepsbeoefenaren geldt het volgende. De UNG is uiteraard op deze doelgroep van toepassing. Het ter beschikking stellen van gelden ten gunste van een spaaraccount moet worden aangemerkt als een geschenk in de zin van de UNG, en wel een geschenk van geringe waarde zijnde een bedrag van maximaal € 80 per jaar. Volgens de UNG zijn geschenken van zulk een bedrag toegestaan, in aanmerking nemende dat het geschenk van betekenis kan zijn voor de beroepsuitoefening.
De conclusie uit het bovenstaande is dat X met de hiervoor omschreven handelwijze in beginsel voldoet aan de eisen van en krachtens de Gedragscode Geneesmiddelenreclame – alsmede de daarvan deel uitmakende Code Publieksreclame – en het advies aan X positief kan zijn.
De Codecommissie heeft kennis genomen van schriftelijke bezwaren die door de heer A namens “B” – die kennelijk door derden of door X van de adviesaanvraag op de hoogte is gesteld – naar voren zijn gebracht. Deze stelt dat X / bedrijf Q via haar websites oneigenlijk adverteert en een geldelijke vergoeding aanbiedt met betrekking tot een UAD-geneesmiddel. De suggestie wordt gewekt dat het een cursus voor medewerkers betreft, maar de inhoud is niet meer dan een productpresentatie, waarvoor iedereen zich als deelnemer kan inschrijven. Gunstbetoon en reclame worden hiermee gestimuleerd, aldus A.
De Codecommissie overweegt hierover het volgende. Zoals hiervoor vermeld gaat de Codecommissie er eveneens van uit dat sprake is van reclame voor (UA en/of UAD) geneesmiddelen. A heeft dus in zoverre gelijk. Echter, niet valt in te zien waarom deze reclame, op zichzelf beschouwd, in strijd zou zijn met de bestaande regelgeving. Integendeel, de wet en overige regelgeving laten reclame voor geneesmiddelen uitdrukkelijk toe, maar verbinden daar beperkingen aan. Zoals gezegd is niet gebleken dat X door haar handelwijze in strijd met die beperkende regels handelt, ook niet nu een bescheiden vergoeding aan cursusdeelnemers in uitzicht wordt gesteld. De omstandigheid dat ook niet-medewerkers van drogisterijen zich wellicht zouden kunnen inschrijven, maakt dit oordeel niet anders. Immers, of de reclame nu is gericht op medewerkers of op niet-medewerkers, in beide gevallen is sprake van publieksreclame en geldt dezelfde regelgeving.
3. De kosten:
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten separaat aan verzoekster in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 11 december 2009 door mr. M. de Boer, voorzitter.
ID:
AA09.106
Onderwerp(en):
Eisen aan reclame, Geschenken, Publieksreclame
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
11-12-2009
Het officiële document: