AA10.033 Ledeninformatiedag

Op 15 april 2010 is het volgende advies (A10.033) gegeven.

1. Het verzoek:
Verzoekster, hierna te noemen X, legt de hierna te noemen voornemens aan de Codecommissie voor ter toetsing aan de Gedragscode. X is een landelijke patiëntenvereniging voor kinderen en volwassenen die behandeld worden met geneesmiddel Y. Zij houdt zich o.a. bezig met belangenbehartiging van haar leden en het verstrekken van informatie. Zij brengt patiënten met elkaar in contact en verstrekt informatie over (het omgaan met) de aandoening. Zij verzorgt daartoe voorlichtingsmateriaal.

Op 24 april 2010 vindt, zoals elk jaar, een ledeninformatiedag plaats, te weten in Zeewolde. Wetende dat veel patiënten vragen hebben over het juiste gebruik van hun injectiepennen is de X in het verleden vertegenwoordigers van fabrikanten van geneesmiddel Y-systemen gaan uitnodigen om met stands aanwezig te zijn en hen in de gelegenheid te stellen technische vragen over het juiste gebruik daarvan te beantwoorden. In het verzoek wordt uitvoerig uiteengezet waarom het juiste gebruik van de pennen belangrijk is en waarom het eveneens van belang is dat – in aanvulling op informatie door ziekenhuizen en op internet – demonstraties van het gebruik van verschillende systemen plaatsvinden. Men heeft ervaren dat de juiste expertise op dit terrein uitsluitend bij fabrikanten aanwezig is.
Het op deze manier betrekken van, en verantwoordelijkheid geven aan, patiënten leidt tot een bewustere omgang met de aandoening en de therapie, en daardoor tot een betere therapietrouw, aldus X. De leden/bezoekers van de informatiedag zijn bijzonder tevreden over de geboden mogelijkheid om vragen voor te leggen aan de fabrikanten en maken daar gretig gebruik van. Een en ander gebeurt in een ontspannen, informele en niet-commerciële sfeer. Het geneesmiddel Y dat door de verschillende fabrikanten op de markt wordt gebracht is identiek; de verschillen zijn gelegen in de pensystemen.
Het gaat dus om het bevorderen van een juist gebruik van geneesmiddelen, niet om het bevorderen van dat gebruik, zo wordt gesteld.
Het is fabrikanten verboden om reclamematerialen voor beroepsbeoefenaren op hun stand te hebben. Patiënten mogen niet met activiteiten of presentjes verleid worden om de stands te bezoeken. Van fabrikanten wordt dan ook een terughoudende houding verwacht, waarbij wel op verzoek hulpmiddelen kunnen worden gedemonstreerd of om (niet-wervende) voorlichtingsmaterialen te verstrekken. De medewerkers van X zien toe op de naleving van deze aanwijzingen.
Het programma begint om 10.00 uur en wordt omstreeks 16.30 uur afgesloten. Er worden lezingen en workshops gehouden onder leiding van deskundigen, meest op dit gebied gespecialiseerde beroepsbeoefenaren.

X verzoekt om advies over de vraag of de boven beschreven gedragslijn in overeenstemming is met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.

2. Het oordeel van de Codecommissie:

X is, zoals zij zelf aangeeft, een patiëntenvereniging die zich ten doel stelt de belangen van haar leden te behartigen. Jaarlijks houdt zij een informatiedag voor haar leden, zo ook dit jaar. De gedragslijn die zij in het verleden heeft gevolgd met betrekking tot de aanwezigheid en activiteit van fabrikanten / vergunninghouders tijdens deze informatiedag, wenst X alsnog te zien getoetst aan de Gedragscode. Als belanghebbende kan zij in dit verzoek worden ontvangen.
De Codecommissie gaat er bij haar beoordeling van uit dat, waar gesproken wordt van geneesmiddelen (geneesmiddel Y) en informatie over het gebruik daarvan, in beginsel steeds sprake zal zijn van UR-geneesmiddelen, derhalve producten die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn, en dat die geneesmiddelen noodzakelijkerwijze in of met injectiepennen aan patiënten ter beschikking komen, zodat patiënten zich het middel zelf per injectie kunnen toedienen.

De commissie constateert voorts dat geen sprake is van sponsoring in de zin van de “Gedragsregels inzake sponsoring van patiëntenorganisaties” of de “Gedragsregels Sponsoring”. Er is immers geen sprake van financiële of anderszins op geld waardeerbare ondersteuning, althans daarover is niets gesteld of gebleken. Er moet van uitgegaan worden dat vergunninghouders worden uitgenodigd tijdens de informatiedag aanwezig te zijn met een stand, alwaar zij productinformatie zullen verstrekken aan leden van de X en met name demonstraties te geven van injectiepennen en het gebruik daarvan door patiënten in de praktijk. De commissie gaat er tevens van uit dat de producten van de diverse fabrikanten gelijk zijn en, zoals door X gesteld, de verschillen uitsluitend zijn gelegen in de pennen en de pensystemen.
Het spreekt vanzelf dat, mochten vergunninghouders nu of later enigerlei financiële ondersteuning of op geld waardeerbare dienst aan X aanbieden, dit in overeenstemming moet zijn met de Gedragscode en de daaruit voortvloeiende richtlijnen.
X realiseert zich kennelijk zelf reeds dat de bezoekers van de informatiedag zijn aan te merken als “publiek” in de zin van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en de Code voor de Publieksreclame voor Geneesmiddelen, welke laatste een integraal onderdeel is van de eerstgenoemde en in dit geval onverkort van toepassing is. Dit noopt tot aanzienlijke beperkingen in de uitingen en gedragingen van de vergunninghouders, met name het vermijden van iedere vorm van reclame, d.w.z. dat zij zich dienen te onthouden van iedere aanprijzing van geneesmiddelen en daarmee samenhangende diensten of denkbeelden (artikelen 1 en 3 van de Code voor de Publieksreclame). Uiteraard dienen ook de overige bepalingen van de Code voor de Publieksreclame waar nodig in acht te worden genomen.
De injectiepennen moeten worden aangemerkt als medische hulpmiddelen in de zin van artikel 1 sub d van de Code voor de Publieksreclame. Het zijn immers instrumenten die door de fabrikant zijn bestemd om bij de mens te worden aangewend voor de behandeling van een ziekte. Het verbod op publieksreclame is hierop niet van toepassing. Daarbij tekent de Codecommissie echter aan dat het in de praktijk – waar het hulpmiddel en de inhoud in één gecombineerde presentatie worden aangeboden – veelal moeilijk zal zijn onderscheid te maken tussen een uiting inzake het geneesmiddel en een uiting over het medisch hulpmiddel. Ook in dit opzicht is dus terughoudendheid van de kant van fabrikanten op haar plaats. X legt terecht de nadruk op de noodzaak van toezicht hierop van haar kant. De Commissie zou X willen adviseren om schriftelijk vast te leggen dat de aanwezige fabrikanten zich dienen te houden aan de vigerende wet- en regelgeving.

In dit verband is het nog van belang te wijzen op de “Nadere invulling van het onderscheid tussen reclame en informatie voor geneesmiddelen” en de mogelijke toepasselijkheid van het daarin bepaalde. Daarin wordt onder informatie in elk geval verstaan informatie van algemene en technische aard die relevant is voor het gebruik van het betreffende geneesmiddel.

Dit alles in aanmerking nemende, komt de Codecommissie tot het oordeel dat de gedragslijn zoals X die voorstelt ten aanzien van de eerstvolgende informatiedag op 24 april 2010 in overeenstemming is met de Gedragscode.

3. De kosten:

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Gouda op 15 april 2010 door mr. M. de Boer, voorzitter.

ID:

AA10.033

Onderwerp(en):

Onderscheid reclame / informatie, Publieksreclame

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Positief

Instantie:

Keuringsraad

Datum uitspraak:

15-04-2010

Het officiële document:

Print deze uitspraak