AA10.079 Toetsing voorgenomen mailing
ADVIES (A10.079) van de Codecommissie op het verzoek van Gaba B.V., van 4
augustus 2010 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en
de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame,
uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van Peter Bolijn,
marketingassistent van Gaba B.V. van 4 augustus 2010 en van de desgevraagd
verstrekte nadere informatie van 12 augustus 2010.
1. Het verzoek:
Verzoekster, hierna ook te noemen Gaba, deelt mee dat zij voornemens is een mailing
aan haar doelgroepen te verzenden met betrekking tot haar product Colgate Duraphat,
een hoog fluoride applicatieproduct dat door tandheelkundige professionals bij
patiënten wordt aangebracht ter preventie van cariës. Het product is een geneesmiddel
dat als zodanig in Nederland is geregistreerd. Duraphat is uitsluitend bestemd voor
gebruik in de tandheelkundige praktijk.
Exemplaren van de beoogde mailing zijn met de adviesaanvraag meegezonden. Doel
van de mailing is het verstrekken van informatie aan gebruikers, te weten tandartsen
en zo mogelijk ook mondhygiënisten. Laatstgenoemden mogen Duraphat wel
appliceren maar geen reclame over het product ontvangen, zo stelt Gaba.
Gaba wil vernemen of de mailing ook aan mondhygiënisten kan worden toegestuurd,
met inachtneming van de scheidslijn tussen reclame en productinformatie. Zij vraagt
een gemotiveerd advies van de Codecommissie, waarin mede wordt aangegeven
welke materialen al dan niet toelaatbaar zijn, zodat zij daarmee in de toekomst
rekening kan houden.
2. Het oordeel van de Codecommissie:
Voor de beoordeling van de gestelde vragen moet ervan worden uitgegaan dat
verzoekster als vergunninghouder het geneesmiddel Duraphat (actieve stof
natriumfluoride) in Nederland in de handel brengt en dat Duraphat sinds 1990 als UR
geneesmiddel is geregistreerd onder nummer 10942. Duraphat is geregistreerd voor
de therapeutische indicatie “preventie van cariës bij kinderen en volwassenen als
onderdeel van een uitgebreid preventieprogramma”.
De voorgenomen mailing ten behoeve van tandartsen – beroepsbeoefenaren in de zin
van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame – vermeldt onder meer de volgende
tekst: “Na alle strubbelingen met Duraphat leveringen kunnen wij u eindelijk goed
bericht geven, eigenlijk dubbel goed nieuws ! Colgate Duraphat 50 mg/ml is weer
leverbaar ! (…) Colgate Duraphat met verbeterde kleureigenschappen biedt u optimale
controle bij het aanbrengen én biedt de patiënt het optimaal esthetisch resultaat.”
De voorgestelde brief aan mondhygiënisten bevat de volgende tekst: “Uw dental depot
heeft Duraphat in tubes van 10 ml weer op voorraad ! (in rood) Bestel nu bij uw dental
depot ! De Duraphat ampullen komen wat later en zijn vanaf 1 augustus te bestellen.
(in rood) Bestel in augustus !” Een en ander met twee afbeeldingen in kleur van de
verpakking resp. de inhoud ervan.
Verder is een bestelformulier meegestuurd, waarvan niet geheel duidelijk is bij welke
mailing het zou worden gevoegd. De Codecommissie gaat ervan uit dat het de
bedoeling is, dit formulier (ook) aan mondhygiënisten toe te zenden, samen met de
bovengenoemde brief. Tenslotte is de proeve van een folder aan de Codecommissie
toegezonden, door verzoekster aangeduid als tweeluikfolder; daarin zijn tal van
aanprijzende elementen met betrekking tot Duraphat te vinden (bijv. “een mijlpaal voor
intensieve fluoridebehandeling (…)” waarvan ook verzoekster ongetwijfeld het
aanprijzend karakter zal onderkennen en erkennen.
Tot zover de feiten die door de Codecommissie moeten worden beoordeeld.
Als beroepsbeoefenaren in de zin van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame zijn
aan te merken “beroepsbeoefenaren zoals omschreven in artikel 82 sub a van de
Geneesmiddelenwet”. De tandarts valt onder deze definitie. Er is dus geen bezwaar
tegen de voorgestelde mailing aan deze doelgroep toe te zenden, ongeacht of een
bepaalde mailing als informatief dan wel als reclame is te beschouwen. Zoals Gaba
zelf echter al aangeeft, ligt het probleem bij de doelgroep mondhygiënisten. Deze
personen vallen niet onder de definitie van beroepsbeoefenaren; voor deze categorie
personen geldt dat tot hen gerichte reclame voor (onder meer) UR-geneesmiddelen
verboden is. Toezending aan hen van de tweeluikfolder is bijvoorbeeld niet toegestaan.
Gaba vraagt de scheidslijn tussen informatie en reclame nader aan te geven. De
Codecommissie kan op dit punt verwijzen naar de daarvoor geldende CGR richtlijn,
genaamd “Nadere invulling van het onderscheid tussen reclame en informatie voor
geneesmiddelen”, te raadplegen op de website www.cgr.nl. Daarin zijn criteria
opgenomen aan de hand waarvan verzoekster kan bepalen hoe een uiting kan worden
gekwalificeerd. Ook is een uitvoerige toelichting van deze richtlijn te vinden op de
website. De Codecommissie merkt daarbij op dat in het algemeen voor de kwalificatie
“informatie” de lat hoog wordt gelegd teneinde reclame verhuld als ogenschijnlijk
informatieve uiting zoveel mogelijk te voorkomen.
In het onderhavige geval, de voorgestelde brief aan mondhygiënisten, is de
Codecommissie van oordeel dat ook deze tekst aanprijzende elementen bevat en de
brief daardoor in strijd zou komen met de Gedragscode. Hierbij noemt de
Codecommissie met name het (voor informatie onnodige) gebruik van uitroeptekens,
de herhaalde oproep om Duraphat te bestellen, het tonen van afbeeldingen van het
product en het gebruik van kleur bij de oproep om te bestellen, dit alles (ook) in nauw
onderling verband beschouwd. Als hiervan wordt afgezien en Gaba zich zou beperken
tot de enkele mededeling in de brief aan mondhygiënisten dat Duraphat in tubes van
10 ml weer uit voorraad leverbaar is en de ampullen vanaf 1 augustus 2010 te
bestellen zijn, is zulks niet in strijd met de Gedragscode.
Begrijpt de Codecommissie het betoog van Gaba goed, dan is het haar bedoeling ook
aan mondhygiënisten een bestelformulier toe te zenden, bestaande uit 1 pagina van A
4 formaat volgens het bij de stukken gevoegde model. De Codecommissie neemt aan
dat door alle betrokken partijen (met name ook apotheker en tandarts) steeds wordt
gehandeld in overeenstemming met artikel 61 lid 8 van de Geneesmiddelenwet en
overige wetgeving voor zover van toepassing op het voorschrijven, afleveren, ter hand
stellen en onder zich hebben van dit UR-geneesmiddel. Daarvan uitgaande is het
bijsluiten van dit bestelformulier ten behoeve van mondhygiënisten toegestaan, met
dien verstande dat uit het formulier een aanprijzende zinsnede dient te worden
weggelaten (“Nu! Eenvoudig aanbrengen en optimale esthetiek”). De afbeeldingen op
het formulier zijn in dit geval functioneel en doen geen afbreuk aan de informatieve
aard van de tekst.
Hiermee acht de Codecommissie de gestelde vragen voldoende beantwoord.
3. De kosten:
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten
separaat aan verzoekster in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 26 augustus 2010 door mr. M. de Boer, voorzitter.
ID:
AA10.079
Onderwerp(en):
Eisen aan reclame, Publieksreclame
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Negatief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
26-08-2010
Het officiële document: