AA10.090 Geschenk
Op 13 september 2010 is het volgende advies (A10.090) gegeven.
1. Het verzoek:
Verzoekster, hierna ook te noemen X, deelt – kort weergegeven – het volgende mede.
Zij is een bedrijf zonder winstoogmerk met als kernactiviteit het vervaardigen van
informatie voor mensen met een chronische aandoening. Deze informatie is
onafhankelijk en komt tot stand in samenwerking met, en met goedkeuring van, alle
belangrijke organisaties in het veld. Daartoe behoren onder meer talrijke verenigingen
van beroepsbeoefenaren maar ook andere organisaties, in een bijlage bij het verzoek
afzonderlijk gespecificeerd.
Het door X ontwikkelde materiaal wordt uitgegeven in boekvorm , op Cd-roms en via
websites. Bij het verzoek is meegestuurd een uitgave van het Zorgboek over de ziekte
Y (uitgave 2010, 2e druk, 224 pag., consumentenadviesprijs € 18,50).
Sinds een aantal jaren werkt X samen met farmaceutische bedrijven, die bereid zijn
een financiële bijdrage te leveren ten behoeve van soortgelijke uitgaven en die het
materiaal van X via hun artsenbezoekers weggeven aan de artsen met het doel dat
dezen het aan hun patiënten doorgeven. De betreffende farmaceutische bedrijven
verkrijgen een aantal Zorgboeken om niet (waarde € 12,50 per Zorgboek). Het bedrijf
gebruikt de Zorgboeken ter ondersteuning van zijn buitendienst, wat erop neerkomt dat
het bedrijf, vaak door middel van een mailing, artsen verzoekt de Zorgboeken aan te
vragen. Het bedrijf brengt vervolgens via een artsenbezoeker de Zorgboeken langs bij
de arts met het verzoek of deze de boeken aan de patiënten wil uitreiken, eveneens
gratis. De arts ontvangt op deze wijze tussen de 2 en 10 Zorgboeken. Het
farmaceutisch bedrijf heeft geen enkele invloed op de inhoud, aldus X. In het Zorgboek
wordt de naam van het bedrijf (zonder logo) vermeld in het colofon en in de
verantwoording.
X vraagt of deze werkwijze in strijd zou kunnen zijn met de Gedragscode
Geneesmiddelenreclame en de daarvan afgeleide regelgeving.
2. Het oordeel van de Codecommissie:
De Codecommissie heeft voor de beantwoording van de gestelde vraag uiteraard
alleen kennis kunnen nemen van het Zorgboek Ziekte Y, niet van de talrijke andere
Zorgboeken die X blijkens haar opsomming heeft uitgegeven of nog zal uitgeven. De
Codecommissie begrijpt wel dat het toegezonden Zorgboek een voorbeeld –
waarschijnlijk een representatief voorbeeld – is van de diverse Zorgboeken, maar
tekent hierbij uitdrukkelijk aan dat onderstaand advies alleen is gebaseerd op het ene
ontvangen Zorgboek. Indien en voor zover andere Zorgboeken op wezenlijke punten
van het Zorgboek ziekte Y mochten verschillen, kan dit advies daarop geen betrekking
hebben. X zal ongetwijfeld zelf kunnen beoordelen of in voorkomende gevallen van
wezenlijke verschillen sprake is en een afzonderlijke adviesaanvraag wenselijk is.
Zowel de uiterlijke vormgeving als de inhoud van het Zorgboek maken duidelijk dat
beoogd wordt informatie ten behoeve van patiënten te verstrekken. De Codecommissie
heeft geen elementen aangetroffen die erop zouden kunnen wijzen dat
geneesmiddelen worden aangeprezen en/of het gebruik van zekere geneesmiddelen
op andere dan rationele wijze wordt bevorderd. Het boek bevat medische informatie en
informatie over beschikbare medicijnen, maar ook adviezen om de gevolgen van de
ziekte te beperken en met de ziekte om te gaan, voorts over de invloed op het dagelijks
leven en vormen van hulp en steun, om enkele belangrijke onderdelen uit het boek te
noemen.
De CGR kent een richtlijn houdende nadere invulling van het onderscheid tussen
reclame en informatie. Deze houdt onder meer in dat onder informatie in elk geval
wordt verstaan: “informatie betreffende de volksgezondheid, therapeutische klasse,
indicatiegebied of menselijke ziekten, voor zover die geen verwijzing, zelfs niet indirect,
naar een geneesmiddel bevat”. Aan de eis voldoet het Zorgboek. Er worden weliswaar
geneesmiddelen in vermeld, zowel met merknaam als met generieke naam, maar
steeds als onderdeel van totaaloverzichten resp. met objectieve beschrijvingen per
categorie van de werkzaamheid cq. bijwerkingen en op zodanige wijze dat nergens
met ongerechtvaardigde nadruk wordt verwezen naar een bepaald geneesmiddel. Er is
dus ook geen sprake van (verboden) reclame gericht op het publiek van niet
beroepsbeoefenaren. Op twee plaatsen, in het colofon en in de verantwoording, wordt
verwezen naar een farmaceutisch bedrijf; aldaar komt – als niet opvallend onderdeel
van een langere tekst – de volgende zinsnede voor: “Het Zorgboek Ziekte Y is mede
mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van Z.” Deze zinsnede doet niet af aan
het informatieve karakter van de uitgave.
De inhoud van eventuele mailings waarmee de beroepsbeoefenaren met het bestaan
van de Zorgboeken bekend worden gemaakt moet op zijn eigen merites worden
beoordeeld en blijft in dit advies buiten beschouwing.
Van een geschenk van farmaceutische bedrijven (vergunninghouders) aan
beroepsbeoefenaren kan niet gesproken worden, reeds omdat de Zorgboeken
uitsluitend zijn bedoeld om te worden doorgegeven aan de patiënten en aangenomen
mag worden dat ze daarvoor ook gebruikt worden. Voor zover een arts een exemplaar
van de Zorgboeken voor zichzelf zou willen behouden, is het boek aan te merken aan
een geschenk van geringe waarde, dat van belang is voor diens beroepsuitoefening.
Tenslotte zijn er de Gedragsregels Sponsoring waaraan de werkwijze moet worden
getoetst, voor zover deze althans activiteiten van farmaceutische bedrijven met zich
meebrengen. In deze gedragsregels is als sponsoring omschreven het door een
vergunninghouder (farmaceutisch bedrijf) verlenen van (…) op geld waardeerbare
ondersteuning (…) aan beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden van
beroepsbeoefenaren en/of instellingen waar beroepsbeoefenaren in participeren dan
wel werkzaam zijn. Er vooralsnog van uitgaande dat beroepsbeoefenaren in of voor X
werkzaam zijn, kan gezegd worden dat in dit geval een vergunninghouder optreedt als
sponsor in de zin van de gedragsregels. Uit het verzoek van X is evenwel duidelijk
geworden dat deze vorm van sponsoring in overeenstemming is met de gedragsregels,
met name op het punt van de doelstelling (verbeterde zorg aan patiënten en noodzaak
van financiering door de sponsor) en de transparantie. Wel merkt de Codecommissie
op dat de afspraken inzake sponsoring schriftelijk moeten zijn vastgelegd. In dit geval
blijkt niet of aan deze eis is voldaan; zo niet, dan wordt X verzocht dit alsnog te doen,
met daarin een precieze omschrijving van het te sponsoren project, inclusief financiële
onderbouwing, en van de rechten en verplichtingen van X resp. de vergunninghouder.
Als aan dit laatste vereiste is of wordt voldaan, is conclusie van de Codecommissie dat
de beschreven werkwijze in overeenstemming is met de Gedragscode
Geneesmiddelenreclame en luidt het advies positief. Het Zorgboek kan worden
beschouwd als een waardevolle bijdrage aan de zorg voor patiënten met een ernstige
ziekte. X wordt verzocht zo spoedig mogelijk een kopie van de sponsorovereenkomst
met Z aan de Codecommissie toe te zenden.
3. De kosten:
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten
separaat aan verzoekster in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 13 september 2010 door mr. M. de Boer, voorzitter.
ID:
AA10.090
Onderwerp(en):
Geschenken, Onderscheid reclame / informatie, Sponsoring
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
13-09-2010
Het officiële document: