AA10.097 Wedstrijd

Op 28 september 2010 is het volgende advies (A10.097) gegeven.

1. Het verzoek van X:

X is voornemens project Y op te starten, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het
vergroten van het maatschappelijk begrip voor patiënten met ziekte Z. De achtergrond
daarvan is dat veel patiënten met ziekte Z in het dagelijkse leven, mede door het
grillige verloop van deze ziekte, naast hun medische klachten te maken krijgen met
onbegrip vanuit hun omgeving, met name wanneer zij tijdelijk meer beperkingen
ondervinden van hun ziekte. Aan deze sociale gevolgen van ziekte Z wordt maar
beperkt aandacht besteed.
Het project betreft de organisatie van een verhalen- en filmwedstrijd en richt zich op Z
patiënten en hun omgeving, zoals hun partners, familie, vrienden en hun verzorgers.
Professionele zorgverleners zijn van deelname uitgesloten.
Deelnemers worden uitgenodigd een persoonlijk verhaal in te sturen over leven met
ziekte Z. Een onafhankelijke jury beoordeelt de inzendingen en selecteert de
prijswinnaars. De beste drie inzendingen worden in opdracht van X verfilmd; de
betrokken inzenders ontvangen bovendien een digitale camera ter waarde van € 550.-.
De nummers 4 en 5 ontvangen een digitale camera ter waarde van € 350.-.
De eerste 25 inzendingen krijgen voorts twee bioscoopkaartjes ter waarde van 2 x
€ 7,50.
Daarnaast zal X voor de eerste 50 inzendingen per inzending € 100.- doneren aan 2
patiëntenorganisaties.
De auteursrechten van de films berusten bij X.
De uiteindelijke resultaten – filmpjes van maximaal 8 minuten – zullen worden getoond
tijdens een premièrebijeenkomst op de Wereld ziekte Z Dag in 2011. X is voorts
voornemens de filmpjes als educatiemateriaal te gebruiken en deze ook ter
beschikking te stellen aan zorgverleners en patiëntenorganisaties .
De uitvoering van het project wordt door X uitbesteed aan een PR bureau. Dit bureau
is onder meer belast met de aanstelling van een vijftal juryleden, te weten een
regisseur, tevens voorzitter, een neuroloog, een nurse practitioner ziekte Z en twee
(vertegenwoordigers van) patiëntenorganisaties.
Directe of indirecte verwijzingen naar receptplichtige geneesmiddelen, positieve
ervaringen over het gebruik van met name genoemde receptplichtige geneesmiddelen
of enige aanmoediging om een arts te raadplegen in geval van het optreden van
bepaalde symptomen, zullen zowel in de uitingen rondom het project als in de mogelijk
te publiceren verhalen worden vermeden.

Bijgevoegd bij de aanvrage zijn de navolgende documenten:
De overeenkomst tussen het PR bureau en de juryleden.
Deze overeenkomst is gegoten in de vorm van een adviseurcontract. Voor zover van
belang blijkt hieruit dat de juryleden voor hun inzet een honorarium ontvangen van €
125.- per uur alsmede een vergoeding van gemaakte kosten.
Het PR bureau noch zijn opdrachtgever (X) zullen zich op enigerlei wijze mengen in het
vaststellen of uitvoeren van het advies of de mening van het jurylid.
Door het PR bureau wordt geen exclusiviteit bedongen.
Juryleden zullen gedurende looptijd van de bijeenkomst geen reclame-uitingen voor
receptgeneesmiddelen namens het PR bureau of zijn opdrachtgever publiceren, die
zouden kunnen worden uitgelegd als publieksreclame voor die middelen.
X tekent hierbij aan dat, hoewel het PR bureau naar haar mening niet aan de
Gedragscode hoeft te voldoen, de overeenkomst op de relevante onderdelen daar wel
mee in overeenstemming is. Uitsluitend indien de Codecommissie van mening is dat
deze overeenkomst met de juryleden wel aan de regels van de Gedragscode dient te
voldoen, vraagt X ook over deze overeenkomst het advies van de Codecommissie.
De sponsorovereenkomst tussen X en de patiëntenorganisaties,
Hierin is onder meer vastgelegd dat de patiëntenorganisaties de sponsorbijdragen
uitsluitend mogen aanwenden in het kader van hun statutaire doelstellingen. X
verklaart bovendien zich op geen enkele wijze te zullen mengen in het beleid van de
patiëntenorganisaties en verlangt als sponsor ook geen exclusiviteit.
Expliciet wordt ook overeengekomen dat door X op geen enkele wijze van de
patiëntenorganisaties of haar werknemers als tegenprestatie wordt verlangd enig
geneesmiddel van X of van een andere geneesmiddelenfabrikant af te nemen, voor te
schrijven, toe te dienen en/of aan derden of consumenten aan te bevelen en/of af te
leveren.
Het wedstrijdreglement project Y.
Hierin is onder meer vastgelegd wie aan het project kunnen deelnemen (mensen met
ziekte Z en/of personen die mensen met ziekte Z kennen) en wie daarvan zijn
uitgesloten (o.a. professionele zorgverleners).
Voorts regelt dit reglement zaken als de eisen waaraan inzendingen dienen te voldoen,
de beoordelingscriteria waarop de inzendingen zullen worden getoetst, de ter
beschikking gestelde prijzen met inbegrip van de sponsoring van 2
patiëntenorganisaties, de auteursrechten met betrekking tot de inzendingen en de
filmpjes, de bescherming van persoonsgegevens, etc.
Tenslotte wordt ook in het reglement door X verklaart dat geen directe of indirecte
verwijzingen naar receptplichtige geneesmiddelen of positieve ervaringen over het
gebruik van receptplichtige geneesmiddelen in enigerlei uiting rondom het project Y
zullen worden opgenomen.

2. Het oordeel van de Codecommissie:

De Codecommissie wil allereerst een misverstand rechtzetten. Verzoekster stelt zich
op het standpunt dat nu de uitvoering van het project wordt uitbesteed aan een PR
bureau en dit bureau niet aan de regels van de Gedragscode behoeft te voldoen, de
overeenkomst van het PR bureau met de juryleden niet door de Codecommissie
behoeft te worden getoetst.
Het is juist dat PR bureaus niet rechtstreeks aan de Gedragscode zijn gebonden, maar
dat neemt niet weg dat het een verplichting van een vergunninghouder/opdrachtgever,
i.c. X, blijft dat alle zaken die in het kader van een project als het onderhavige aan
derden, i.c. het PR bureau, worden uitbesteed, voldoen aan de ter zake in de
Gedragscode gestelde regels. Dit geldt zeker wanneer het daarbij gaat om zaken als
dienstverlening door beroepsbeoefenaars ten behoeve van een project waarvan X de
organisator is en blijft en om de (indirecte) sponsoring van (medewerkers van) twee
patiëntenorganisaties, zoals in de onderhavige overeenkomst met de juryleden het
geval is. De Codecommissie acht zich derhalve gehouden ook deze overeenkomst in
haar advies te betrekken.

Dit gezegd zijnde stelt de Codecommissie vast dat in de opzet van het project Y en ook
in de uitwerking daarvan in de overgelegde documenten alles is gedaan om te
voorkomen dat bij dit project en bij de resultaten daarvan, de verhalen en de filmpjes,
reclame voor een receptgeneesmiddel richting het publiek wordt gemaakt. De
Codecommissie acht het ook niet aannemelijk dat het toekennen van prijzen als
beoogd aan deelnemers aan de wedstrijd het kennelijke doel heeft het voorschrijven,
het ter hand stellen of het gebruiken van een receptplichtig geneesmiddel te
bevorderen. Ook de overeenkomst met betrekking tot de sponsoring van de twee
patiëntenorganisaties voldoet aan de in de Gedragsregels inzake sponsoring van
patiëntenorganisaties gestelde eisen.

Een aandachtspunt vormt nog wel de honorering van de juryleden, met name nu zich
daaronder ook een beroepsbeoefenaar bevindt. De Codecommissie stelt zich op het
standpunt dat de dienstverlening door de betrokken beroepsbeoefenaar aan een
vergunninghouder, ook al wordt die dienstverlening via een derde verricht, zoals i.c. het
geval is, dient te voldoen aan de regels die ter zake in de Uitwerking Normen
Gunstbetoon en in de Toelichting daarop zijn vastgelegd. Daarbij rijst de vraag of het
vastgelegde honorarium van € 125.- per uur in een redelijke verhouding staat met de
geleverde tegenprestatie. De Codecommissie is van mening dat zulks het geval is,
waarbij het feit dat bedoeld honorarium voor alle juryleden, dus ook de niet
beroepsbeoefenaren, geldt een belangrijke overweging is.

Het oordeel van de Codecommissie luidt derhalve positief.

3. De kosten:

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan
verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 28 september 2010 door mr. J.W.A.H. Leenen, voorzitter.

ID:

AA10.097

Onderwerp(en):

Dienstverlening, Sponsoring

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

28-09-2010

Het officiële document:

Print deze uitspraak