AA12.014 Toetsing reclamemateriaal

ADVIES (AA12.014) van de Codecommissie op het verzoek van [X], op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag.

1. Het verzoek

[X] heeft zich tot de Codecommissie gewend inzake het volgende. Tijdens het congres van de Instantie [Y], een vooraanstaand congres voor duizenden – meest buitenlandse – [artsen A] dat zal plaatsvinden in Amsterdam gedurende vier dagen in juni 2012, heeft [X] de beschikking over een stand waarin zij informatie wil tentoonstellen over geneesmiddelen die mogelijkerwijs uit haar internationale R&D activiteiten zullen voortkomen en zich dus nu “in de pijplijn” bevinden. Het gaat voor een belangrijk deel om producten waarvoor momenteel klinische proeven lopen en die hetzij (nog) niet zijn geregistreerd hetzij (nog) niet voor de aangegeven indicaties zijn goedgekeurd.

[X] heeft de Codecommissie een aantal documenten toegezonden, te weten (teksten van) panelen (expositieborden) die zij in de stand wil tentoonstellen en de tekst van een boek over de [X] pijplijn met een overzicht van alle lopende studies (hierna: het “pipeline boek”). Zij is van mening dat deze teksten niet als promotie zijn aan te merken maar als materiaal van wetenschappelijke en/of informatieve aard. Omdat deze informatie echter als off-label heeft te gelden dan wel pijplijnproducten betreft, legt [X] de volgende vragen aan de Codecommissie voor:

1. Mogen wij de voorgestelde panels in de stand tentoonstellen?
2. Mogen wij de pipeline als paneel gebruiken in de stand?
3. Mogen wij het pipeline boek in de stand beschikbaar stellen voor
beroepsbeoefenaren en zo ja, op welke manier: proactief of alleen op
aanvraag?

2. Het oordeel van de Codecommissie

De Codecommissie heeft allereerst de vraag te beantwoorden of de voorgestelde teksten als informatie over geneesmiddelen dan wel als reclame voor geneesmiddelen moet worden beschouwd. In dit verband zij nu reeds opgemerkt dat de van [X] ontvangen documenten weliswaar ook beelden bevatten, maar dat deze beelden in het geheel van ondergeschikte betekenis zijn zodat de Codecommissie daaraan in dit geval geen zelfstandige betekenis toekent als drager van hetzij informatie hetzij reclame. Voorts zal onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de panelen die in de stand zouden worden geplaatst (hierna te noemen “de panelen”), anderzijds het pipeline boek.
In de “Nadere invulling van het onderscheid tussen reclame en informatie voor geneesmiddelen” (hierna kortweg de Nadere Invulling) is bepaald dat bovengenoemde vraag van geval tot geval moet worden beoordeeld, waarbij onder meer een rol kunnen spelen de inhoud, presentatie en opmaak van de uiting en de context waarin deze uiting plaatsvindt.

Overwegingen betreffende de panelen:
De Codecommissie is van oordeel dat de panelen uitsluitend informatie over geneesmiddelen bevatten en geen reclame. Dit geldt zowel voor het overzicht van de [X] pijplijn als voor de panelen betreffende afzonderlijke studies en studiegebieden zoals [B] en [C]. Het pijplijnoverzicht maakt weliswaar melding van “the potential of our pipeline”, maar daarna volgt een louter zakelijke opsomming van al dan niet reeds geregistreerde geneesmiddelen met vermelding van de onderzoeksfase waarin zij verkeren, hetgeen door zijn overzichtelijkheid een informatieve waarde heeft. Nu geen sprake is van reclame, volgt daaruit ook dat het toegestaan is de panelen – ook die met de [X] pipeline – in de stand te gebruiken en ten toon te stellen. Het antwoord op de hierboven onder nummers 1 en 2 weergegeven vragen luidt dus: ja.

Overwegingen betreffende het pipeline boek:
Dit boek draagt de titel “[Z]”, waarna op pagina 2 een inleidende bespreking volgt en voor enkele onderzoeksgebieden nadere gegevens worden verstrekt, die deels weliswaar als informatie kunnen worden beschouwd, vergelijkbaar met die op de panelen, maar deels – met name door hun detaillering per actieve stof en per toepassingsgebied alsmede de context waarin deze worden besproken – ook tot doel lijken te hebben de beroepsbeoefenaar alvast warm te maken voor later te verwachten onderzoeksresultaten bij [X] resp. verruiming van toepassingsgebieden van haar producten. In dit verband valt uit het vervolg bijvoorbeeld een aantal zinsneden op die onmiskenbaar (ook) een wervend karakter hebben, zoals daar zijn:

– the [X] pipeline is full of potential;
– – – – [X] is actively developing [D] for the treatment of [E] and continues to develop [F];
The [X] portfolio currently includes [G], which is approved (…) in the European Union for the treatment of metastatic [H] in adult patients who have failed first line treatment (…). [X] is continuing to explore the potential of [G] in several clinical trials in [H] including the first-line setting;[X] is exploring the potential of [G] for the treatment of [J];[X] is conducting several clinical trials to explore the potential of [G] for the treatment of metastatic [K].

De Codecommissie wil aannemen dat elk van de hier geciteerde mededelingen feitelijk juist is, maar komt niettemin tot de slotsom dat al die mededelingen gezamenlijk en in onderling verband bezien ertoe bijdragen dat het boekje een promotioneel element niet kan worden ontzegd, niet alleen als corporate PR maar ook waar de schijnwerper zoals gezegd gericht is op afzonderlijke (huidige en/of toekomstige) geneesmiddelen van [X].
Nu (ook) sprake is van reclame die voor een belangrijk deel betrekking heeft op niet geregistreerde (UR) geneesmiddelen dan wel op niet goedgekeurde toepassingen van geregistreerde geneesmiddelen en reclame voor al zulke producten verboden is, moet de conclusie luiden dat het pipeline boek niet in de stand ter beschikking van bezoekers mag worden gesteld. Dit geldt uiteraard eveneens als daarnaar door bezoekers mocht worden gevraagd, hetgeen wel nauwelijks zal voorkomen nu de
panelen al ruimschoots informatie verschaffen over lopende ontwikkelingen.

3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten separaat aan [X] in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Gouda op 5 maart 2012 door mr. M. de Boer, voorzitter.

ID:

AA12.014

Onderwerp(en):

Eisen aan reclame

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

05-03-2012

Het officiële document:

Print deze uitspraak