AA12.127 Toetsing materialen

ADVIES (AA12.127) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van 18 december 2012 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [X] gedateerd 18 december 2012, van de video die tot 28 december 2012 beschikbaar was op WeTransfer en van de op 10 januari 2013 desgevraagd nader ontvangen inlichtingen.

1. Het verzoek van [X]

1.1 [X] is een vergunninghouder in de zin van art. III.e van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame, hierna ook de Gedragscode. Zij stelt zich, voor zover voor dit advies van belang, op haar website als volgt voor:
Maatwerk voor eigen bereiding
“[X] is de aangewezen partner voor apothekers die zelf geneesmiddelen bereiden. Onze dienstverlening draagt hierin bij aan kostenbeheersing en realiseren een optimaal rendement.
Wij denken nadrukkelijk mee over de organisatie van de eigen bereiding en de gevolgen van nieuwe wetgeving. Bijvoorbeeld op gebieden als veiligheid, arbeidsomstandigheden, milieu en GMP-eisen.
Afhankelijk van de situatie (hoeveelheid werk en beschikbare apothekersassistentes) kan de apotheker ervoor kiezen om de magistrale receptuur zelf te bereiden of (gedeeltelijk) uit te besteden.
Onze unieke assortiment kwaliteitsproducten, permanente innovatie en gunstige prijsstelling zorgen dat de apotheker de zo noodzakelijke zorg op maat kan blijven verlenen aan zijn cliënten.”

1.2 [X] heeft het voornemen onder apothekers die haar inschakelen voor de bereiding van magistrale receptuur een video met de titel “[Y]” te verspreiden over haar werkwijze bij de uitvoering van de opdracht van een apotheker voor het vervaardigen van een magistrale receptuur.
De kern van de video is het tonen van het technisch proces van de bereiding om te laten zien dat [X] voldoet aan de richtlijnen van de Europese Unie inzake GMP (Good Manufactoring Practice). Voorts wil [X] met deze video aantonen dat zij beschikt over een gevalideerd kwaliteitszorgsysteem.

1.3 De video vangt aan met een inleiding. Daarin wordt meegedeeld dat [X] de apotheker die een medicament op maat wil leveren daarbij te hulp kan komen met haar dienstverlening. Zij stelt haar diensten echter slechts ter beschikking nadat zij heeft vastgesteld dat het door de apotheker op maat samengestelde medicament niet in die vorm door de pharmaceutische industrie wordt geproduceerd en dat de pharmacotherapeutische rationaliteit van het door de betreffende apotheker verlangde medicament vaststaat.
Vervolgens wordt in woord en beeld de productie van een charge tabletten getoond.
Het volgende onderwerp van de video is de kwaliteitszorg waarvoor [X] borgstaat. Verschillende technische voorzieningen die dit kunnen aantonen worden in beeldgebracht.
Daarna besteedt de video aandacht aan specifieke kwaliteitszorg aan de hand van beelden van de bereiding van steriele oogdruppels in een speciaal daartoe ingerichte omgeving. De video wordt afgesloten met een overzicht van alle eisen die [X] in het licht van Europese en andere overheidsregelgeving in acht neemt bij de bereiding van maatwerk medicatie.

1.4 In de visie van [X] is de video uitsluitend informatief en is het niet de bedoeling dat de video wordt ingezet voor commerciële doelen.[X] verzoekt toetsing van deze video aan de Gedragscode.

2. Het oordeel van de Commissie

2.1 In dit advies wordt uitgegaan van de juistheid van de mededelingen die in de video over dit deel van de werkwijze van [X] worden gedaan. In de beelden van het productieproces die [X] gebruikt ter aanprijzing van de diensten die zij aanbiedt aan apothekers komen enkele preparaten voor die onder verschillende merknamen ook worden aangeboden door andere vergunninghouders, zoals [preparaten A t/m F], zij het in andere sterktes.
Nu in de video enkele malen wordt benadrukt dat de dienstverlening die wordt aangeprezen slechts geldt voor medicamenten op maat, waarvoor geen equivalent handelsproduct bestaat gaat de Commissie voor de beoordeling daarvan uit.

2.2 De Gedragscode Geneesmiddelenreclame verstaat blijkens art. III. h. onder reclame iedere aanprijzing van geneesmiddelen en daarmee samenhangende diensten of denkbeelden, daaronder begrepen het aanbieden of vragen van diensten of goederen in de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren.

2.3 Afgezien van de hiervoor genoemde preparaten, waarover later meer, wordt in de video niet verwezen naar een specifiek geneesmiddel, zodat van reclame voor een geneesmiddel in de meest strikte zin geen sprake is. In de video zet [X] zich niet af tegen (producten van) andere vergunninghouders. Zij beperkt zich tot het op een zakelijke wijze aanprijzen van haar dienst, het bijstaan van de apotheker die het noodzakelijk acht een medicament op maat aan te bieden waarvoor geen handelsequivalent beschikbaar is. De video wordt ook uitsluitend verspreid onder apothekers die gebruik maken van haar diensten.
De video is, zoals artikel 9 van de Gedragscode verlangt, in overeenstemming met en in de geest van de gestelde gedragsregels voor mondelinge en schriftelijke reclame.
De Commissie heeft zich afgevraagd of het tonen van de (namen van) preparaten als hiervoor aangehaald reclame is voor specifieke geneesmiddelen. Hoewel de Commissie zich had kunnen voorstellen dat die namen, die geen bijzondere functie in de video vervullen, niet waren getoond, kan zij daarin geen aanprijzing van een geneesmiddel zien, nu over de eigenschappen van die geneesmiddelen, in het bijzonder ook niet over het geneeskundig effect, geen informatie wordt verstrekt. Ervan uitgaande dat apothekers slechts dan gebruik zullen maken van de diensten van [X], indien voor het gevraagde product geen equivalent in de handel is, acht de Commissie het tonen van de namen van de hiervoor genoemde preparaten niet in strijd met de Gedragscode.

De conclusie is daarom dat de video beoordeeld vanuit de Gedragscode toelaatbaar is.

3. Kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam, 10 januari 2013 door mr. J.A.J. Peeters, voorzitter.

ID:

AA12.127

Onderwerp(en):

Onderscheid reclame / informatie

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

10-01-2013

Het officiële document:

Print deze uitspraak