AA13.015 Serieus signaal m.b.t. fotowedstrijd

ADVIES (AA13.015) van de Codecommissie op het verzoek van het bestuur van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame van 15 februari 2013 op de voet van artikel 71 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van beroep van genoemde stichting, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van bovenbedoelde adviesaanvraag en van de daarbij verstrekte stukken.

1. De adviesaanvraag

[Vergunninghouder A] heeft een fotowedstrijd uitgeschreven voor medewerkers van (ziekenhuis)apotheken en van apotheekhoudende huisartsen. De twaalf beste foto’s kunnen prijzen winnen, variërend tot een digitale camera ter waarde van € 170,–, cadeaubonnen en/of een verwenpakket. Voorts krijgen alle prijswinnaars hun foto op canvas. De foto’s kunnen tenslotte worden opgenomen in een kalender, die [Vergunninghouder A] jaarlijks uitgeeft.
De CGR ontving een melding in de zin van artikel 76 van het Reglement dat genoemde fotowedstrijd een mogelijke inbreuk betreft van de Gedragscode. Het secretariaat heeft [Vergunninghouder A] van de melding op de hoogte gesteld en gevraagd op grond van artikel 78.2 van het Reglement hierop te reageren. [Vergunninghouder A] heeft een nadere toelichting gestuurd inhoudende dat geen sprake is van inbreuk op de Gedragscode, nu de fotowedstrijd erop is gericht de algemene naamsbekendheid van [Vergunninghouder A] te vergroten en niet op het stimuleren van de verkoop, het afleveren, voorschrijven of gebruik
van een geneesmiddel.

Naar aanleiding van de melding en de reactie van [Vergunninghouder A], heeft het bestuur van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame besloten de melding aan te merken als serieus signaal en deze op grond van artikel 80.1 en 80.3 van het Reglement als adviesaanvraag door te geleiden naar de Codecommissie. Met inachtneming van artikelen 71 en volgende van het Reglement vraagt het bestuur uitspraak te doen over de verenigbaarheid van de betrokken reclameactie met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.

2. De beoordeling

Artikel 71 van het Reglement houdt in dat het bestuur van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame de Codecommissie door middel van een adviesaanvraag kan verzoeken in meer algemene zin een standpunt uit te brengen ten aanzien van verenigbaarheid van bepaalde ontwikkelingen en/of bepaalde concrete activiteiten op het gebied van geneesmiddelenreclame met de bepalingen van de Gedragscode of de geest of de strekking daarvan.
De Gedragscode heeft betrekking op reclame voor geneesmiddelen in de ruimste zin van het woord, dat wil zeggen zowel mondeling, schriftelijk, met behulp van audiovisuele middelen, via tentoonstellingen, congressen en symposia als op andere wijze. Aldus is bepaald in punt I van de Code. Hieraan is toegevoegd dat de Gedragscode voorts normen stelt voor een aantal activiteiten die meer te maken hebben met een verantwoorde gang van zaken bij de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren, zoals het verstrekken van algemene informatie over geneesmiddelen, het verlenen van gastvrijheid aan beroepsbeoefenaren, het verstrekken van/ vragen om premies of voordelen in geld of natura
aan/door beroepsbeoefenaren.
In het onderhavige geval gaat het om een fotowedstrijd waar bepaalde prijzen aan verbonden zijn, zonder dat daarbij geneesmiddelen worden aangeprezen. Deze prijzen moeten als premie, geschenk of een ander voordeel aangemerkt worden, als bedoeld in artikel 17 en volgende van de Gedragscode. Van belang is hierbij het bepaalde in artikel 18,
aanhef en onder a. Deze bepaling houdt het navolgende in:
“Vergunninghouders onthouden zich met betrekking tot beroepsbeoefenaren van: het aanbieden of in het vooruitzicht stellen van geschenken in welke vorm ook.”

Bij de beoordeling van de vraag of van strijd met de Gedragscode sprake is, dient voorts in aanmerking te worden genomen dat in artikel 21 is bepaald dat van het bepaalde in artikel 18 zijn uitgezonderd geschenken of voordelen in geld of natura die een geringe waarde hebben en tevens van betekenis zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar. Deze laatste bepaling is uitgewerkt in de Uitwerking Normen Gunstbetoon artikelen 12 en 13, 16 t/m 22 Gedragscode Geneesmiddelenreclame en wel onder punt A. In dit punt is bepaald dat het geven van geschenken is toegestaan mits dit geschenk van geringe waarde is en van betekenis kan zijn voor de beroepsuitoefening en is
voorts neergelegd dat een geschenk van geringe waarde is wanneer de waarde niet meer bedraagt dan € 50,–.
Zowel [Vergunninghouder A] als het bestuur van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame gaan er kennelijk van uit dat [Vergunninghouder A] als vergunninghouder in de zin van de
bedoelde bepalingen moet worden aangemerkt. Hierbij zal worden aangesloten. Vervolgens dient onder ogen te worden gezien of sprake is van het aanbieden of in het vooruitzicht stellen van een geschenk met betrekking tot beroepsbeoefenaren. Hierbij doen zich twee
vragen voor, te weten in de eerste plaats of de medewerkers van de genoemde apotheken als beroepsbeoefenaren zijn aan te merken en voorts of de geschenken zich verdragen met het bepaalde in artikel 21 en de uitwerking daarvan. De eerste vraag moet bevestigend
beantwoord worden voorzover deze ziet op apothekersassistenten. Zij vallen op grond van de Gedragscode en artikel 82, eerste lid onder a van de Geneesmiddelenwet onder het begrip “beroepsbeoefenaar”. Ten aanzien van de overige medewerkers kan de eerste vraag niet bevestigend worden beantwoord. Zij zijn immers geen beroepsbeoefenaar in de zin van de Gedragscode en de wet.
Er zal daarom voorzover het de apothekersassistenten betreft ook antwoord moeten worden gegeven op de tweede vraag. Blijkens de bovenweergegeven bepalingen moet aan twee voorwaarden worden voldaan, wil een schenking aanvaard kunnen worden. Hij moet van
geringe waarde zijn en van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar. De vraag of aan de eerste voorwaarde wordt voldaan, kan niet beantwoord worden, nu die waarde niet in de gegevens die ter beschikking staan, is vermeld. Dit is alleen anders waar het de digitale camera betreft. Deze kan overigens niet
als een geschenk van geringe waarde worden aangemerkt. Aan de tweede voorwaarde wordt niet voldaan. Niet valt immers in te zien hoe de bedoelde geschenken van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar. Er is geen verband te leggen tussen de geschenken en de praktijkuitoefening. Er moet daarom geconcludeerd worden dat niet gebleken is dat aan de vereisten van artikel 21 van de
Gedragscode wordt voldaan.

Een en ander leidt tot de conclusie dat van handelen in strijd met het bepaalde in de Gedragscode geen sprake is voorzover het ziet op de andere medewerkers dan de apothekersassistenten. Dit is wel het geval waar het de laatstbedoelde categorie betreft.

3. De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 22 februari 2012 door mr. P.A. Offers, voorzitter.

ID:

AA13.015

Onderwerp(en):

Geschenken, Relaties met niet-beroepsbeoefenaren

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Deels positief, deels negatief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

22-02-2013

Het officiële document:

Print deze uitspraak