AA14.039 Training voor verpleegkundigen
ADVIES (AA14.039) van de Codecommissie op het verzoek van [X] op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag gedateerd 13 mei 2014 die de heer [Y], namens [X] heeft ingediend.
Het verzoek
[X] vraagt advies over de toelaatbaarheid van een door haar te organiseren Insightstraining voor [verpleegkundigen A] in Bergen op Zoom en Roosendaal.De training zal worden gegeven door een medewerker van de trainingsafdeling van [X]. Doel van de training is de deelnemer in staat te stellen om de patiënt op de, voor hem of haar, juiste manier te benaderen en te bevragen, opdat de patiënt optimaal gemotiveerd wordt om therapietrouw te zijn of haar therapie te starten of te vervolgen. De training is niet gericht op een product, maar uitsluitend op de behandeling. Het idee achter de training is de navolgende.
Veel verpleegkundigen hebben het beste voor met de patiënt en gaan hen overtuigen van het feit dat de patiënt een therapie/manier van leven of iets dergelijks moet volgen. Bovendien proberen ze alle patiënten op dezelfde manier te overtuigen. Iedere patiënt is echter uniek en heeft zijn of haar eigen motivatie, redenen om iets te doen of te laten. Het is belangrijk om daar achter te komen, dat te activeren en de patiënt daar bewust van te maken.
Door inzicht te krijgen in eigen handelen, voorkeuren en allergieën krijgt de verpleegkundige inzicht in eigen valkuilen, sterktes en zwakten. Door deze bewust te gebruiken en te herkennen bij patiënten is de verpleegkundige in staat beter naar de motivatie van de patiënt te kijken en juist deze aan te zetten. Hierdoor zal de patiënt intrinsiek gemotiveerd worden in plaats van iets te doen ‘omdat het moet’.
Deze kennis en kunde is breed toepasbaar voor verpleegkundigen en geeft meer inzicht in de drivers and barriers van patiënten.
De sheets van de training zijn als bijlage aan het verzoek gehecht.
De beoordeling door de Codecommissie
Op het door een vergunninghouder organiseren van trainingen ten behoeve van derden zijn de regels van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en de regels bij of krachtens de Geneesmiddelenwet inzake gunstbetoon van toepassing. Onder gunstbetoon wordt in deze regelgeving verstaan: het in het vooruitzicht stellen, aanbieden of toekennen van geld of op geld waardeerbare diensten of goederen met het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een geneesmiddel te bevorderen. Art. 6.1.1 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame bepaalt dat gunstbetoon verboden is tenzij wordt beantwoord aan de gedragsregels van hoofdstuk VI van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.
Artikel 6.1.3 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame ziet op relaties tussen vergunninghouders en niet-beroepsbeoefenaren en bepaalt dat financiële relaties, waaronder mede het aanbieden van op geld waardeerbare diensten moet worden begrepen, met anderen dan beroepsbeoefenaren alleen zijn toegestaan indien wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6.1.2, waarbij tevens de strekking van de overige bepalingen van dat Hoofdstuk van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame die gelden voor de betrokken relaties met beroepsbeoefenaren, in acht moeten worden genomen.
Krachtens artikel 6.1.2 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame vallen niet onder gunstbetoon financiële relaties waarbij het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruik van een geneesmiddel te bevorderen ontbreekt. Of daarvan sprake is moet van geval tot geval worden beoordeeld, waarbij de volgende factoren een rol (kunnen) spelen:
of de begunstigde betrokken is bij of invloed heeft op het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een bepaald geneesmiddel of is betrokken bij de toelating van geneesmiddelen;
of het onderwerp van de financiële relatie de directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap tot doel heeft;
of de op geld waardeerbare vergoeding aan de begunstigde in redelijke verhouding staat tot het doel van de financiële relatie.
In het licht van deze bepalingen kan het organiseren van de onderhavige training door [X] niet als geoorloofd worden beschouwd. In de eerste plaats zijn [verpleegkundigen A] betrokken bij en hebben waarschijnlijk ook invloed op het voorschrijven, ter hand stellen dan wel gebruik van geneesmiddelen. In de tweede plaats kwalificeert de onderhavige voorgenomen training niet als een bijeenkomst als bedoeld in art. 6.4.5 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De inhoud van de bijeenkomst is immers niet door een wetenschappelijke vereniging of een onafhankelijke door de beroepsgroep erkende instantie als wetenschappelijk aangemerkt, noch is de organisatie in handen van een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren, wetenschappelijke organisaties of andere van de farmaceutische industrie onafhankelijke groeperingen of instanties, zodat de leden 1 en 2 van voornoemd artikel niet van toepassing zijn.
De Codecommissie is van oordeel dat de training evenmin op de voet van lid 3 van art. 6.4.5 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame als een bijeenkomst kan worden aangemerkt. De Codecommissie wil nog wel aannemen dat de training zou kunnen voorzien in een onafhankelijke informatiebehoefte, maar betwijfelt het wetenschappelijke gehalte daarvan en bovendien betwijfelt de Codecommissie of de objectiviteit van de presentatie voldoende is gewaarborgd, nu deze wordt verzorgd door een trainer van de trainingsafdeling van [X]. Dit heeft tot gevolg dat de training, nu deze niet als bijeenkomst kan worden gekwalificeerd, als manifestatie moet worden aangemerkt, waarbij een kennelijk verkoopbevorderend doel wordt aangenomen.
De Codecommissie is derhalve van mening dat de onderhavige training een verkoopbevorderend karakter heeft. Weliswaar heeft de training als doel de deelnemer in staat te stellen om de patiënt op de, voor hem of haar, juiste manier te benaderen en te bevragen, maar als uiteindelijk doel de patiënt optimaal te motiveren om zijn of haar therapie te starten en/of deze therapiegetrouw te vervolgen. De training is er derhalve op gericht therapietrouw te bevorderen en daarmee geneesmiddelengebruik te stimuleren. Weliswaar is de training niet gericht op een specifiek geneesmiddel van [X], maar gezien de doelgroep wel op een specifieke groep van geneesmiddelen voor [patiënten B], waartoe ook geneesmiddelen van [X] behoren. Daarmee heeft de training een verkoopbevorderend karakter en kan van het verlenen van gastvrijheid (c.q. het kosteloos aanbieden van de training) op grond van artikel 6.1.3 van de Gedragscode geen sprake zijn.
Het advies luidt derhalve negatief.
De kosten
Aldus gedaan te Amsterdam op 18 juli 2014 door mr. M.V. van der Storm, voorzitter.
ID:
AA14.039
Onderwerp(en):
Geschenken
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Negatief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
18-07-2014
Het officiële document: