AA14.046 Masterclass en award

ADVIES (AA14.046) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van 6 juni 2014 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.

De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [X] van 6 juni 2014, welke adviesaanvraag vergezeld gaat van respectievelijk aangevuld is met:

programmaboekjes van vergelijkbare [masterclassen Y];

een begroting van de voorgenomen [masterclass Y] en van de [award Z];

een e-mailbericht van [X] van 18 juni 2014 als reactie op een verzoek van het secretariaat van de Codecommissie d.d. 11 juni 2014 om aanvullende informatie op bepaalde punten.

Het verzoek

[X] heeft een preventieve toetsing verzocht met betrekking tot de door haar in januari of februari 2015 te organiseren [Masterclass Y] naar het “model” van de eerder in 2011 en 2012 in Amersfoort georganiseerde masterclassen. Blijkens het verzoek betreft het hier een geaccrediteerde nascholingsdag voor [verpleegkundigen A], al of niet [verpleegkundig specialist B]. De door [X] geboden gastvrijheid bestaat in de kosten van boeking van de locatie, de kosten van de lunch, van koffie en thee en van een hapje en drankje na afloop. Daarnaast betaalt [X] de kosten van mailing, zaalhuur, cd’s met presentaties, accreditaties en sprekers/trainer. De totale kosten worden begroot op € 7.620,00 op basis van een deelnemersaantal van 50.

Het is de bedoeling dat tijdens de masterclass ook de [award Z] wordt uitgereikt, bestaande in een eretitel, een trofee en een waardecheque van € 5.000,00. De award wordt toegekend aan een [verpleegkundige A], die in het jaar 2014 een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de optimalisering van de patiëntenzorg. Kandidaten voor de award kunnen worden voorgedragen door collega-verpleegkundigen, [artsen C] en andere zorgverleners, en ook door de kandidaten zelf. De jury voor toekenning van de award bestaat uit een [arts C], een [verpleegkundige A/verpleegkundig specialist B] en een afgevaardigde van een patiëntenvereniging. De geheel voor rekening van [X] komende begroting voor de award bedraagt € 6.730,00.

De beoordeling door de Codecommissie

2.1.

De Codecommissie gaat er in het navolgende van uit, dat de masterclass in Amersfoort, althans in Nederland, zal plaats vinden en dat de gevraagde accreditatie zal worden verleend.

2.2.

Voor de toepassing van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame wordt onder “beroepsbeoefenaar” verstaan “een ieder die de bevoegdheid heeft om receptgeneesmiddelen voor te schrijven of ter hand te stellen.” (Hoofdstuk III, art. 1 onder d). Blijkens de toelichting, waarin verwezen wordt naar art. 36a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, vallen onder de definitie ook verpleegkundigen met een BIG-registratie als gespecialiseerde verpleegkundige (hier niet van belang, vz). Daarnaast wordt ook de verpleegkundig specialist (VS) acute, chronische, preventieve en intensieve zorg bij somatische aandoeningen en geestelijke gezondheidszorg als beroepsbeoefenaar aangemerkt. Tot de categorie verpleegkundig specialist intensieve zorg bij somatische aandoeningen behoort de [verpleegkundig specialist B]. Op hen is het volledige hoofdstuk VI van de Gedragscode van toepassing, net als op de “klassieke” beroepsbeoefenaren artsen, tandartsen en apothekers.

Op de verpleegkundigen, die niet de BIG-kwalificatie als verpleegkundig specialist hebben – dat wil zeggen de verpleegkundigen, al of niet gespecialiseerd, die geen voorschrijfbevoegdheid hebben -, is hoofdstuk VI slechts in beperkte mate van toepassing, omdat zij, in de zin van de definitiebepaling, geen beroepsbeoefenaar zijn. Wél geldt het algemene art. 6.1.1 over gunstbetoon. Verder verklaart art 6.4.2. van Hoofdstuk VI, dat specifieke bepalingen met betrekking tot bijeenkomsten en manifestaties bevat, de bepalingen over het verlenen van gastvrijheid in het kader van bijeenkomsten van overeenkomstige toepassing op verpleegkundigen, die in de uitoefening van hun beroep in opdracht van een arts geneesmiddelen toedienen of verstrekken aan patiënten.

2.3.

De Codecommissie zal nu eerst de masterclass als zodanig behandelen. Ervan uitgaande, dat de opzet ervan in 2015 globaal dezelfde zal zijn als in 2011 en 2012, constateert de Codecommissie, dat de gehele ochtend en ongeveer 50 % van het middagprogramma zijn gewijd aan inhoudelijke onderwerpen volgens het stramien: inleiding 3 kwartier, reflectie half uur. Het award-gedeelte beslaat, in de tijd gezien, ongeveer de helft van het middagprogramma.

Als accreditatie wordt verleend – dat is het uitgangspunt voor dit advies – , kan de masterclass worden aangemerkt als een bijeenkomst in de zin van Hoofdstuk VI, art. 6.4.5 onder 1.. Blijkens art. 6.4.6 wordt aangenomen dat de gastvrijheid bij bijeenkomsten binnen de – volgens art.6. 4.1. vereiste – redelijke perken blijft, als (1) de voor rekening van de vergunninghouder komende kosten van de gastvrijheid per beroepsbeoefenaar niet meer bedragen dan strikt noodzakelijk en in ieder geval niet meer dan € 500,00 per keer. Ook als de award-kosten worden meegerekend, blijft de bijdrage van [X] per deelnemer ruim beneden deze grens. In de begroting is niet een apart bedrag opgenomen voor de borrel na afloop, maar mede gelet op de daarvoor uitgetrokken beperkte tijd, acht de Codecommissie uitgesloten, dat die eventueel niet begrote kosten op meer dan € 200,00 per deelnemer zouden uitkomen. In de gepresenteerde begroting heeft de Codecommissie geen posten aangetroffen, die twijfel zouden doen rijzen aan de noodzakelijkheid ervan. Van andere vormen van gastvrijheid dan die, genoemd in art. 6.4.3. blijkt niet.

Waar de normen voor [verpleegkundig specialisten B] en [verpleegkundigen A] op dit punt niet verschillen, moet de conclusie luiden, dat de masterclass als zodanig (de award-uitreiking weggedacht) de toets der kritiek kan doorstaan.

2.4.

Dan de award.

Derde onderdeel van de award is een waardecheque van € 5.000, naar de Codecommissie begrijpt, door de winnaar vrij te besteden. Deelname aan de award doet een voorwaardelijke financiële relatie ontstaan tussen de kandidaat en de uitlover van de award, [X]. De (opschortende) voorwaarde bestaat in de toekenning van de award aan de winnende kandidaat.

2.4.2

De Gedragscode maakt onderscheid tussen financiële relaties, waarbij het kennelijke doel is “het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een geneesmiddel te bevorderen” en financiële relaties, waarbij dat hierboven beschreven kennelijke doel ontbreekt. Eerst genoemde financiële relaties vallen onder de definitie van gunstbetoon (Hoofdstuk III, artikel 3.1 onder i). Gunstbetoon is blijkens Hoofdstuk VI, artikel 6.1.1 verboden, tenzij wordt beantwoord aan de gedragsregels van Hoofdstuk VI. Het “tenzij” heeft (vrijwel) uitsluitend betrekking op beroepsbeoefenaren, zodat voor gunstbetoon richting niet-beroepsbeoefenaren een (vrijwel) absoluut verbod geldt, hetgeen in Hoofdstuk VI, art. 6.1.3 nog eens expliciet is verwoord. Gunstbetoon richting beroepsbeoefenaren is onder bepaalde, verderop in Hoofdstuk VI beschreven voorwaarden in eveneens aldaar beschreven gevallen mogelijk.

2.4.3.

Bezien moet nu dus worden of de financiële relatie moet worden gekwalificeerd als gunstbetoon. Of het genoemde kennelijke doel wél of niet aanwezig is, moet, blijkens Hoofdstuk VI, artikel 6.1.2 “van geval tot geval” worden beoordeeld, waarbij een rol (kunnen) spelen “

a) of de begunstigde is betrokken bij of invloed heeft op het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een bepaald geneesmiddel of is betrokken bij de toelating van geneesmiddelen,

b) of het onderwerp van de financiële relatie de directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap tot doel heeft of

c) of de op geld waardeerbare vergoeding aan de begunstigde in redelijke verhouding staat tot het doel van de financiële relatie.

Met betrekking tot onderdeel a overweegt de Codecommissie, dat in algemene zin de [verpleegkundig specialisten B] in de zin van dat onderdeel een grotere mate van betrokkenheid hebben dan de (gespecialiseerde) [verpleegkundigen A] zonder voorschrijfbevoegdheid, zodat bij eerst genoemden in algemene zin sneller sprake zal kunnen zijn van gunstbetoon.

Met betrekking tot onderdeel b kan worden overwogen, dat de inspanningen van de kandidaten voor de award geacht moeten worden gericht te zijn op directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten. Kandidaten voor de award kunnen worden voorgedragen (genomineerd) door collega-[verpleegkundigen A], [artsen C] en andere zorgverleners rond [de ziekte D]. De jury, die de nominaties moet beoordelen en de winnaar zal aanwijzen, zal blijkens het e-mailbericht van 18 juni 2014 bestaan uit een [arts C], een [verpleegkundige A] dan wel [verpleegkundig specialist B] en een afgevaardigde van de patiëntenvereniging. Naar het oordeel van de Codecommissie is met een en ander voldoende gewaarborgd, dat [X] geen invloed heeft op de nominaties en op de uiteindelijke aanwijzing van de winnaar, en dat de directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten inderdaad centraal staat.

Wat betreft onderdeel c) moet er naar het oordeel van de Codecommissie een zekere evenredigheid bestaan tussen de inspanningen van de winnaar, het effect van die inspanningen op het welbevinden van de patiënt en het bedrag van (bruto) € 5.000,00. Gelet op de ruime formulering van de nominatievoorwaarden is goed denkbaar, dat in tijd en geld gemeten de inspanningen van de winnaar niet zeer substantieel zullen zijn, maar dat inventiviteit, pro-activiteit, organisatiesensitiviteit, enthousiasme, werkhouding en patiëntgerichtheid tijdens de reguliere werkzaamheden aanzienlijke directe of indirecte verbeteringen van zorg aan patiënten kunnen voortbrengen. In dat licht bezien mag de waarde van de waardecheque – al gauw anderhalf à twee maandsalarissen voor leden van de doelgroep – zeer aanzienlijk worden genoemd. Hoe meer de beloning “uit het lood hangt”, niet meer “redelijk” is, hoe eerder een verkoopbevorderend motief aanwezig kan en moet worden geacht, zeker als de beloning door één of twee vergunninghouders op tafel wordt gelegd.

2.4.4

De Codecommissie struikelt in dit geval vooral over criterium c: het bedrag van de waardecheque doet een verkoopbevorderend motief vermoeden en brengt de award daarmee binnen het bereik van het gunstbetoon. Dat gunstbetoon is in absolute zin uit den boze voor de niet-beroepsbeoefenaren en in relatieve zin voor de beroepsbeoefenaren, omdat bij lange na niet aan de voorwaarden voor wél toegestaan gunstbetoon (in het bijzonder paragraaf 2 van Hoofdstuk VI) wordt voldaan.

2.4.5

Zoals gezegd valt de Codecommissie vooral over het bedrag van de award. Bij de vergunninghouder zou dit de vraag kunnen oproepen, bij welk bedrag naar het oordeel van de Codecommissie de grens tussen gunstbetoon en niet-gunstbetoon in dit geval wordt gepasseerd. Naar het oordeel van de Codecommissie valt dat op basis van de thans beschikbare informatie niet te zeggen. Uitgangspunt zou kunnen zijn een reflexwerking van paragraaf 3 van Hoofdstuk VI, houdende bepalingen over een redelijke vergoeding voor verleende diensten, waarbij het laagst genoemde bedrag van € 75,00 per uur zou kunnen worden gehanteerd. Op basis van wetenschap over het aantal uren, dat prijswinnaars in het verleden in hun winnende project hebben gestoken, zou tot een passend bedrag gekomen kunnen worden. Bij gebreke van voldoende concrete gegevens acht de Codecommissie het niet verantwoord nu reeds een concreet bedrag te noemen.

2.4.6.

Onderdeel van de award zijn ook de eretitel en de trofee. Die doen geen financiële relatie in bovengenoemde zin ontstaan en zijn daarmee toelaatbaar, tenzij in de eretitel en op de trofee reclame wordt gemaakt voor recept-geneesmiddelen.

2.5.

Samengevat: een positief advies over de bijeenkomst exclusief de award. Een negatief advies over de toelaatbaarheid van de award, waarbij de Codecommissie aandacht vraagt voor haar overweging 2.4.5.

3. De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 7 augustus 2014 door mr. C. Wallis, voorzitter.

ID:

AA14.046

Onderwerp(en):

Geschenken, Relaties met niet-beroepsbeoefenaren

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Deels positief, deels negatief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

07-08-2014

Het officiële document:

Print deze uitspraak