AA14.103 Prijsvraag
ADVIES (AA14.103) van de Codecommissie op het verzoek d.d. 28 oktober 2014 van [X], laboratoriumarts in het [ziekenhuis Y] te Zwolle, in haar hoedanigheid van jurylid van [prijs Z], op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [X], welke adviesaanvraag vergezeld gaat van:
[project A] van [ziekenhuis B]; [project C], van [ziekenhuis D].In de adviesaanvraag wordt verwezen naar de website van [prijs Z], die door de voorzitter ook daadwerkelijk is geraadpleegd.
Het verzoek
Op initiatief van [vergunninghouder E] is de [prijs Z] in het leven geroepen. De bedoeling van de prijsvraag is ideeën te verzamelen rond de [zorg F] en de beste initiatieven ter verbetering van de patiëntenzorg te belonen. Aan de prijsvraag kunnen – beter: konden, omdat de inzendtermijn inmiddels is verstreken – deelnemen collectieven of samenwerkingsverbanden van beroepsbeoefenaren en daarbij moet het gaan om projecten, die het betreffende collectief of samenwerkingsverband in eigen kring – instituut, zorginstelling, praktijk – ten uitvoer zou willen brengen. In te zenden ideeën respectievelijk te belonen projecten moeten aan een aantal voorwaarden voldoen:
– het moet gaan om innovatie en/of kwaliteit verbeterende activiteiten;
– het moet ten doel hebben een directe of indirecte verbetering van zorg aan particulieren of de bevordering van de medische wetenschap;
– het idee/project wordt niet of niet volledig op andere, reguliere wijze gefinancierd;
– het vragen van ondersteuning mag niet geschieden uit persoonlijk winstbejag en het geven van ondersteuning voor het project mag geen rechtstreeks commercieel doel hebben;
– in de inzending mogen geen patiënt-specifieke casuïstiek, namen en merken of behandelingen en behandelmethodes worden vermeld.
[Vergunninghouder E] is niet betrokken bij de beoordeling van de inzendingen, de nominaties en de aanwijzing van de winnaar. Op haar initiatief is een jury samengesteld, die door verzoekster, zelf jurylid, als onafhankelijk wordt betiteld. Als individuele juryleden dienstverleningsovereenkomsten hebben (gehad) met [vergunninghouder E] dan is daarvan melding gemaakt in het Transparantieregister. De juryleden worden niet beloond voor hun jurywerk, maar krijgen wél hun onkosten vergoed.De jury heeft inmiddels 2 inzendingen, boven genoemd, genomineerd. Vraag van de jury aan de Codecommissie is, of de genomineerde projecten, bezien vanuit het oogpunt van de Gedragscode – kortom sponsortechnisch – in aanmerking zouden kunnen komen voor sponsoring door vergunninghouder. Na ontvangst van het advies – en naar de Codecommissie begrijpt: na kennisneming van het advies – zal de jury de winnaar bekend maken. De prijs voor de winnaar bedraagt maximaal € 5.000,00. Het ter beschikking te stellen bedrag moet geheel worden besteed aan de verwezenlijking van het prijswinnende project.
In de algemene voorwaarden voor de prijsvraag is ten aanzien van het “vervolgtraject” bepaald, dat met de winnaar een sponsorovereenkomst wordt gesloten conform de regels van de Gedragscode Sponsoring CGR. Uitgangspunt is, dat binnen een jaar na toekenning van de prijs met de daadwerkelijk uitvoering van het project wordt begonnen. Van de sponsorovereenkomst moet een begroting deel uitmaken. De sponsoring mag een maximum van € 5.000,00 niet te boven gaan en kan niet meer bedragen dan het begrote bedrag.
De beoordeling door de Codecommissie
2.1.
De Codecommissie zal de beide projecten toetsen aan paragraaf 5 van Hoofdstuk VI van de sinds 16 mei 2014 geldende Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Ten tijde van het uitschrijven van de prijsvraag golden kennelijk nog de Gedragsregels Sponsoring, die per 16 mei 2014 zijn ingetrokken. Waar het hier gaat om een verzoek om te beoordelen of de – na 16 mei 2014 – ingezonden projecten voor sponsoring in aanmerking komen, ziet de Codecommissie geen ruimte om de oude Gedragsregels toe te passen. Overigens is met de nieuwe paragraaf 5 van Hoofdstuk VI van de Gedragsregels niet een materiële wijziging van de regels beoogd.
2.2.
De beschikbaarstelling van een geldbedrag door de genoemde vergunninghouder aan een
– door de jury van de prijsvraag aangewezen – samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren en/of instelling, waar beroepsbeoefenaren in participeren dan wel werkzaam zijn, is het verlenen van financiële dan wel anderszins op geld waardeerbare ondersteuning, en is aldus sponsoring.
2.3.
Uit de algemene voorwaarden van de prijsvraag en uit de inzendingen zelf blijkt, dat het hier niet gaat om sponsoring van individuele beroepsbeoefenaren. Die vorm van sponsoring is in artikel 3 van paragraaf 5 verboden.
2.4.
Niet blijkt uit de overgelegde algemene voorwaarden en de beide inzendingen, dat de bij sponsoring betrokken partijen – vergunninghouder, winnaar en, indirect, de jury – tot heden niet hebben voldaan aan de integriteitseisen, neergelegd in artikel 4 van paragraaf 5. De integriteitseis geldt ook in het vervolgtraject en de Codecommissie gaat ervan uit, dat de integriteitsnorm ook in de toekomst tussen de betrokkenen onverminderd zal worden nageleefd. De Codecommissie gaat er verder van uit, dat er geen sprake is van een tegenprestatie van de winnaar, als bedoeld in art. 8 van paragraaf 5. Die laat zich ook niet goed denken.
2.5.
Ingevolge art. 5 van paragraaf 5 is sponsoring toegestaan, als aannemelijk kan worden gemaakt dat:
de ondersteuning betrekking heeft op innovatieve en/of kwaliteitsverbeterende activiteiten
de ondersteuning directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap tot doel heeft
de betreffende activiteiten niet of niet volledig op andere reguliere wijze worden gefinancierd.
Verder mag het vragen van ondersteuning in het kader van sponsoring (inzending van een project is indirect ook een vraag om ondersteuning) niet geschieden uit persoonlijk winstbejag van de gesponsorde; het geven van ondersteuning door de sponsor mag geen rechtstreeks commercieel doel hebben.
2.6.
Waar de sub 2.5 weergegeven voorwaarden voor sponsoring in essentie onderdeel uitmaken van de algemene voorwaarden, geldende voor de prijsvraag (zie 1) en waar ervan mag worden uitgegaan, dat de jury, die als onafhankelijk mag worden beschouwd, bij haar beraadslagingen die algemene voorwaarden als richtsnoer heeft gehanteerd, mag de Codecommissie er in beginsel van uitgaan, dat hetgeen de deelnemers aan de prijsvraag op de genoemde punten (2.5.a. t/m c) hebben gesteld, juist is en dat, voor zover zij op die punten niets hebben opgemerkt, de jury die toets zelfstandig heeft uitgevoerd. Dat betekent, dat de Codecommissie niet zo “vól” behoeft te toetsen als het geval zou zijn geweest, als er geen jury tussen steunvrager en steunverlener had gezeten.
De Codecommissie is van oordeel, dat zowel [project A] als [project C] voldoen aan de voorwaarden voor sponsoring.
2.7.
In verband met het non-exclusiviteitsvereiste van artikel 7 verdient [project C] nog extra aandacht, gelet op onderdeel 5 van het projectplan. Voor zover verwezenlijking van het plan het maximum van € 5.000 te boven gaat, is het vergunninghouder niet toegestaan in de sponsorovereenkomst exclusiviteit van sponsoring te bedingen.
2.8.
De conclusie is, dat sponsoring van elk van beide projecten toelaatbaar is, als inderdaad het vervolgtraject wordt gevolgd, beschreven in de laatste volzin van onderdeel 1 van dit advies, en als, in het geval [ziekenhuis D] de winnaar is, acht wordt geslagen op overweging 2.7.
3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [vergunninghouder E] in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 10 november 2014 door mr. C. Wallis, voorzitter.
ID:
AA14.103
Onderwerp(en):
Sponsoring
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Voorwaardelijk positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
10-11-2014
Het officiële document: