AA14.110 Sponsoring beroepsbeoefenaren

ADVIES (A14.110) van de Codecommissie op het op 13 november 2014 ontvangen verzoek van [X] op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.

De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van voornoemde datum (met bijlagen), zoals ingediend door [mevrouw Y], werkzaam bij [X].

Het verzoek

[X], vergunninghouder in de zin van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en de Geneesmiddelenwet, is een onderneming die zich bezig houdt met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen op het gebied van de [Z]zorg. Zij biedt in dat kader, in de vorm van ondersteuning in natura, aan formele samenwerkingsverbanden van beroepsbeoefenaren een zogenoemde [Z]service aan, althans (naar de Codecommissie aanneemt) is voornemens die aan te bieden. Aan groepspraktijken van huisartsen en ziekenhuizen wordt tijdelijk een [Z]consulente van [X] ter beschikking gesteld, voor het helpen opzetten, optimaliseren en begeleiden van [Z]zorg. Daartoe is door [X] een (als bijlage aan het verzoek toegevoegde) standaard werkwijze opgesteld. De [Z]consulenten zijn verpleegkundigen of doktersassistenten die in dienst zijn van [X] en onder de verantwoordelijkheid van haar medische afdeling vallen. Zij zijn niet betrokken bij salesactiviteiten. Het aantal uren dat zij ter beschikking worden gesteld is variabel. Een en ander wordt vooraf vastgelegd in een met de betreffende groepspraktijk of ziekenhuis te sluiten sponsorovereenkomst.

Daarnaast overweegt [X] om haar [Z]consulenten ook ondersteuning in natura te laten bieden aan individuele beroepsbeoefenaren, en wel door middel van het aanbieden van educatieve trainingen met betrekking tot [testen A]. Onderdeel van die trainingen is het ter plaatse in de praktijk verrichten van [testen A]. De betreffende [Z]consulent is daarvoor maximaal drie keer per jaar beschikbaar voor de duur van maximaal 1,5 uur per keer. De waarde van door een [Z]consulent verleende ondersteuning wordt door [X] begroot op € 30,- per uur.

[X] vraagt met betrekking tot beide voornemens toetsing ten einde te kunnen bepalen of deze voldoen aan de voorwaarden van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.

Het oordeel van de Codecommissie

Bij dit oordeel zal een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de [Z]service (die aan formele samenwerkingsverbanden zal worden aangeboden) en anderzijds de ondersteuning aan individuele beroepsbeoefenaren.

2.1. De [Z]service

Het toetsingskader is hier paragraaf 6.5. van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame, die specifiek bepalingen bevat met betrekking tot sponsoring van projecten. In het bijzonder artikel 6.5.5. omschrijft wanneer dergelijke sponsoring in beginsel is toegestaan.

De Codecommissie wil wel aannemen dat, zoals [X] heeft gesteld, deze service betrekking heeft op kwaliteitsverbeterende activiteiten ten behoeve van de [Z]zorg en dat het de bedoeling is alleen die huisartsenpraktijken en ziekenhuizen te ondersteunen die zelf onvoldoende tijd, budget en capaciteit voor specifieke zorg op het gebied van [Z] hebben. Deze aanname brengt wel mee dat [X] naar het oordeel van de Codecommissie gehouden is steeds bij iedere voorgenomen sluiting van een sponsorovereenkomst zich er van te vergewissen dat van deze situatie sprake is, nu geen informatie beschikbaar is die meebrengt dat hiervan steeds voetstoots kan worden uitgegaan. Het moet derhalve gaan om activiteiten die zonder de ondersteuning van [X] niet of slechts moeizaam in de betreffende praktijk of het betreffende ziekenhuis van de grond komen. Daarbij geldt ook als nadrukkelijke voorwaarde dat de betreffende activiteiten niet of niet volledig op andere reguliere wijze worden gefinancierd; de sponsoring mag immers niet tot een besparing leiden. Deze eis is overigens al opgenomen in de considerans van de model-sponsorovereenkomst.

De model-sponsorovereenkomst die [X] heeft overgelegd bevat een precieze omschrijving de te sponsoren activiteiten, alsmede van de relevante financiële aspecten. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 6.5.6. van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.

Tot slot op dit punt geldt dat er geen sprake mag zijn van ongewenste beïnvloeding van het voorschrijf-, inkoop- of aflevergedrag (artikel 6.5.8 van de Gedragscode). Op grond van de verstrekte informatie lijkt onvoldoende gewaarborgd dat daar geen sprake van zal zijn, althans dat (de schijn van) ongewenste beïnvloeding wordt vermeden. In de eerste plaats zijn de in te zetten [Z]consulenten in dienst van [X], waardoor vanuit deze rechtsverhouding onvoldoende kan worden gewaarborgd dat voldoende weerstand kan worden geboden aan een eventuele richting de [Z]consulent geuite wens van [X] tot direct of indirect aanprijzen van haar geneesmiddelen of het anderszins ongewenst beïnvloeden van de beroepsbeoefenaar (vgl Adviesoordeel A13.039). Het feit dat met zoveel woorden in de model-sponsorovereenkomst is vastgelegd dat [Z]consulenten verplicht zijn zich te onthouden van het direct of indirect aanprijzen van geneesmiddelen van [X] alsmede van het geven van eventuele medicatie-adviezen, is gezien deze rechtsverhouding en de doelstelling van [X] om “de gezondheid en kwaliteit van leven van [Z]patiënten te verbeteren door de best mogelijke aan te bieden”, een onvoldoende waarborg om (de schijn van) ongewenste beïnvloeding te vermijden. In de tweede plaats wordt door [X] weliswaar gesteld dat de [Z]consulenten niet zijn betrokken bij de activiteiten van de salesafdeling; het is de salesafdeling die de mogelijkheid om van de [Z]service gebruik te maken bij groepspraktijken en ziekenhuizen onder de aandacht brengt en daarmee verantwoordelijk is voor de selectie van deelnemende groepspraktijken en ziekenhuizen, waarbij zoals hierboven is gesteld niet blijkt hoe wordt geborgd dat het een groepspraktijk of ziekenhuis betreft die zelf onvoldoende tijd, budget en capaciteit voor specifieke zorg op het gebied van [Z] hebben. Ook daarmee wordt onvoldoende geborgd dat (de schijn van) ongewenste beïnvloeding wordt vermeden.

2.2. Ondersteuning aan individuele beroepsbeoefenaren

Het verlenen van financiële dan wel anderszins op geld waardeerbare ondersteuning aan individuele beroepsbeoefenaren is niet toegestaan (artikel 6.5.3. van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame), behoudens – onder meer – indien het gaat om een voordeel in natura dat een geringe waarde heeft en van betekenis is voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar (artikel 6.2.2. van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame). Nu het hier om een training over het verrichten van [testen A] gaat waarvan de ondersteuning door de [Z]consulent bij het uitvoeren van [testen A] in de praktijk onderdeel uitmaakt, mag worden aangenomen dat het een voordeel is dat relevant is voor de praktijkuitoefening. Voorts moet worden vastgesteld of sprake is van een geringe waarde. [X] heeft gesteld dat de waarde per praktijkondersteuning maximaal (1,5 x € 30.- =) € 45,- bedraagt en daarmee past binnen het maximum van € 50,- per keer. De 1,5 uur praktijkondersteuning door de [Z]consulent kan echter niet op zichzelf worden gezien als een geschenk in de zin van artikel 6.2.2, maar als onderdeel van de totale training, waarbinnen [X] de mogelijkheid biedt dat er per jaar maximaal drie keer gebruik kan worden gemaakt van deze praktijkondersteuning (vgl Adviesoordeel A09.045). Daarmee komt de reële waarde van de aangeboden training (waarvan [X] geen informatie heeft verstrekt over de waarde daarvan) met (maximaal drie keer) praktijkondersteuning boven het door artikel 6.2.2. gestelde maximum van € 50,- per geschenk.

2.3. Conclusie

Op beide door [X] voorgelegde onderdelen luidt het advies op grond van het voorgaande negatief.

De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten separaat aan [X] in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 2 februari 2015 door mr. J. Thomas, voorzitter.

ID:

AA14.110

Onderwerp(en):

Sponsoring

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Negatief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

02-02-2015

Het officiële document:

Print deze uitspraak