AA15.016 Gunstbetoon
6 maart 2015
ADVIES (AA15.016) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van 26 februari 2015 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [mevrouw Y].
1. Het verzoek
In het kader van haar werkzaamheden als producent van [medicatie A] heeft [X] een medical device laten ontwikkelen dat beroepsbeoefenaren in staat stelt om op objectieve wijze het [proces B] van hun patiënten te evalueren bij het gebruik van [medicatie A]. Dit device visualiseert en toetst de [proces B]-parameters aan een vooraf gedefinieerd profiel en geeft aan of deze voldoende is of dat en hoe deze verbeterd kan worden. Vervolgens kan de beroepsbeoefenaar de patiënt gerichte instructies en training geven om zijn/haar [techniek C] te verbeteren. Het doel van het project is om beroepsbeoefenaren te ondersteunen bij de verbetering van de zorg voor patiënten met [ziekten D en E].
Verzoekster is voornemens om 20 devices, [apparaat F] geheten, binnen Nederland onder [artsen G en H] en apotheken te distribueren op een roulatiebasis zodat zoveel mogelijk patiënten bereikt kunnen worden. [Apparaat F] zal om niet in bruikleen worden verstrekt voor een maximale duur van een week, waarbij het eigendom bij verzoekster blijft.
Verzoekster is van mening dat het project verenigbaar is met de Gedragscode. Het project dient geen promotionele doeleinden. De beroepsbeoefenaren die voor het gebruik in aanmerking komen worden op objectieve gronden geselecteerd. De patiënten die met behulp van [apparaat F] geëvalueerd worden, worden geselecteerd door de behandelend beroepsbeoefenaar onafhankelijk van het merk medicatie dat zij gebruiken. Verzoekster vraagt advies uit te brengen over de verenigbaarheid van haar voorgenomen initiatief met de Gedragscode.
2. De beoordeling
In artikel 6.2.1 van de Gedragscode is bepaald dat vergunninghouders zich onthouden met betrekking tot beroepsbeoefenaren van het aanbieden van geschenken of van enige andere in dit artikel omschreven handelingen. Op deze bepaling wordt een uitzondering toegestaan wanneer het gaat om geschenken of voordelen in geld of in natura, die een geringe waarde hebben en tevens van betekenis zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar. Aldus is bepaald in artikel 6.2.2. Dit artikel houdt voorts in dat het begrip “geringe waarde” op iets duidt dat bescheiden van omvang is. De waarde dient mede in relatie tot de frequentie te worden bezien. Het is niet de bedoeling dat geschenken van geringe waarde zodanig vaak of in een zodanige omvang worden verstrekt, dat in totaliteit de waarde daarvan substantieel wordt. Voorts is bepaald dat aangenomen wordt dat een geschenk een geringe waarde heeft wanneer deze niet meer bedraagt dan € 50,– per keer met een maximum van € 150,– per jaar. Bij het bepalen van de waarde van een geschenk wordt uitgegaan van de winkelwaarde inclusief BTW.
Bij de beoordeling of aan deze vereisten wordt voldaan, gaat de Codecommissie ervan uit dat het in deze niet om een geschenk maar om een voordeel in natura gaat. De eigendom van [apparaat F] blijft immers bij verzoekster. De beroepsbeoefenaar krijgt de mogelijkheid dit apparaat gedurende een week te gebruiken en behoeft daar geen betaling voor te doen. Hoewel verdedigbaar lijkt dat de bepaling omtrent de aanvaardbare omvang van een geschenk alleen op geschenken ziet en dientengevolge niet op voordelen in natura, zal in het navolgende toch onderzocht worden of aan deze voorwaarde zal zijn voldaan.
Verzoekster heeft in dit verband gesteld dat de waarde van [apparaat F] € 5.000,– inclusief BTW bedraagt en dat deze in vijf jaren wordt afgeschreven. Dit leidt verzoekster tot de conclusie dat de waarde van het gebruik voor een week, te weten de maximale duur van een overeen te komen bruikleen, € 19,25 bedraagt en daarmee binnen de grenzen van artikel 6.2.2 blijft. Hiermee kan worden ingestemd.
Een en ander leidt tot een positief advies.
3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 6 maart 2015 door mr. P.A. Offers, voorzitter.
ID:
AA15.016
Onderwerp(en):
Geschenken
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
06-03-2015
Het officiële document: