AA15.066 Gunstbetoon
ADVIES (AA15.066) op het verzoek van [vergunninghouder X] van 28 juli 2015 op de voet van artikel 59 van het Reglement voor de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [mevrouw Y].
1. Het verzoek
Verzoekster heeft het voornemen om niet-medisch inhoudelijke nascholingen te organiseren voor niet-beroepsbeoefenaren die werkzaam zijn in de gezondheidszorg. Het zal gaan om geaccrediteerde wetenschappelijke bijeenkomsten. De niet-beroepsbeoefenaar zal tegen volledige of gedeeltelijke betaling van de fair market value van de betreffende nascholing aan die bijeenkomsten kunnen deelnemen. De gemiddelde kosten van de nascholing worden geschat op circa € 190 per deelnemer per dag, waarvan maximaal € 75 aan verblijfkosten (eten/drinken). De nascholingen zullen zien op niet-medisch inhoudelijke onderwerpen die relevant zijn voor de zorg en zullen niet ingaan op geneesmiddelen of het aanprijzen daarvan. De nascholingen zijn productneutraal, hebben tot doel direct of indirect de patiëntenzorg te verbeteren en hebben uitdrukkelijk niet het doel het voorschrijven, ter hand stellen of het gebruik van een geneesmiddel te bevorderen. Verzoekster zal de nascholingen organiseren, deelnemers uitnodigen en zal tijdens de nascholingen aanwezig zijn. Tijdens de nascholingen wordt geen sociaal programma aangeboden.
De achtergrond voor het willen uitnodigen van niet-beroepsbeoefenaren (met name managers en leden van de Raad van Bestuur) voor niet medisch inhoudelijke nascholingen is dat deze niet-beroepsbeoefenaren een steeds belangrijkere rol in de zorg spelen. Verzoekster komt in haar professionele contacten met ziekenhuizen, huisartspraktijken, zorggroepen en andere zorginstellingen steeds meer in aanraking met deze doelgroep. Uit marktonderzoek blijkt dat bij deze doelgroep behoefte bestaat aan het volgen van niet-medisch inhoudelijke nascholingen die relevant zijn voor de zorg om de processen binnen de organisatie waar zij werken te optimaliseren en verbeteren. Het is de bedoeling dat dit zal leiden tot een optimalisatie van de patiëntenzorg in de betreffende zorginstellingen.
Verzoekster vraagt advies over dit voornemen.
2. De beoordeling
In artikel 1.2 van de Gedragscode is bepaald dat deze code normen stelt aan activiteiten die te maken hebben met een verantwoorde gang van zaken bij de omgang tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren, zorgprofessionals, patiëntenorganisaties en andere betrokkenen. In het onderhavige advies gaat het om omgang tussen een vergunninghouder, te weten verzoekster, en personen die bij de patiëntenzorg betrokken zijn, zonder zelf als beroepsbeoefenaar in de zin van artikel 3.1 sub d van de code te kunnen worden aangemerkt. De personen die verzoekster in het project denkt te betrekken, zullen naar het inzicht van de Codecommissie moeten worden aangemerkt als zorgprofessional of als andere betrokkene. Zij zijn immers als niet-beroepsbeoefenaar direct bij de organisatie van de zorg betrokken. Dit heeft tot gevolg dat moet worden nagegaan of aan de vereisten van de code wordt voldaan.
In deze is van belang wat in hoofdstuk VI van de code is bepaald ten aanzien van gunstbetoon en andere financiële relaties. Artikel 6.1.1 houdt een algemeen verbod in van gunstbetoon tenzij aan de gedragsregels van hoofdstuk VI wordt beantwoord. In deze is van belang wat in artikel 6.1.3 is bepaald. Dit luidt als volgt: “Financiële relaties met anderen dan beroepsbeoefenaren zijn alleen toegestaan indien wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6.1.2, waarbij tevens de strekking van de overige bepalingen van dit hoofdstuk die gelden voor de betrokken relaties met beroepsbeoefenaren in acht worden genomen.”
In het genoemde artikel 6.1.2 is bepaald dat niet onder gunstbetoon vallen financiële relaties waarbij het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruik van een geneesmiddel te bevorderen ontbreekt. Of daarvan sprake is, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld, waarbij een rol kan spelen of de begunstigde betrokken is bij of invloed heeft op het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een bepaald geneesmiddel of is betrokken bij de toelating van geneesmiddelen, of het onderwerp van de financiële relatie de directe of indirecte verbetering van de zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap tot doel heeft en of de op geld waardeerbare vergoeding aan de begunstigde in redelijke verhouding staat tot het doel van de financiële relatie.
Verzoekster heeft aangegeven dat het doel van de nascholingen de directe of indirecte verbetering van de patiëntenzorg is en wel door het verbeteren en optimaliseren van processen binnen de organisatie waar de doelgroep werkzaam is. De nascholingen hebben uitdrukkelijk niet het doel het voorschrijven, ter hand stellen of het gebruik van een geneesmiddel te bevorderen, aldus nog steeds verzoekster. De onderwerpen die verzoekster in de nascholing behandeld wil zien, betreffen het helder overbrengen van informatie, het structureren van het consult en van gesprekken en gesprekstraining, voorts het adequaat verwijzen, het overdragen van informatie, het leveren en vragen van intercollegiaal consult, het effectief omgaan met collega’s , het geven en ontvangen van feedback, conflicthantering en initiëren, implementeren en evalueren van taakdelegatie, taakherschikking, intercollegiale samenwerking, interdisciplinaire samenwerking, transmurale samenwerking. Voorts zal sprake zijn van managementtrainingen, het hebben van een adequate praktijkorganisatie en van financiering en marktwerking. Tenslotte komt persoonlijke ontwikkeling aan de orde. Een en ander leidt de Codecommissie tot de conclusie dat in deze van gunstbetoon geen sprake zal zijn.
Op grond van artikel 6.1.3 zal dan nog moeten worden nagegaan of aan de vereisten van hoofdstuk VI wordt voldaan. Daarbij is van belang dat de betrokken bijeenkomsten zijn geaccrediteerd en op grond daarvan als wetenschappelijke bijeenkomst in de zin van artikel 6.4.5 kunnen worden aangemerkt. Bij de toetsing of de verleende gastvrijheid binnen redelijke perken blijft in de zin van artikel 6.4.1, is van belang dat verzoekster twee scenario’s heeft voorgelegd. In het eerste scenario betaalt de deelnemer 100 % van de kosten op basis van fair market value. In het tweede scenario betaalt de deelnemer 50 % van de kosten op diezelfde basis. In het eerste scenario is geen sprake van het aanbieden van gastvrijheid. Daar kunnen dan ook geen bezwaren tegen bestaan. In het tweede scenario ligt dat anders. Bij de beoordeling of de verleende gastvrijheid aanvaardbaar is, moet in aanmerking worden genomen dat de organisatiekosten van verzoekster in deze niet behoeven te worden meegenomen. Verzoekster heeft opgegeven dat de verblijfkosten per dag ten hoogste € 75,00 zullen bedragen. Dit bedrag ziet op de kosten voor eten en drinken. Verzoekster heeft niet opgegeven welke kosten zij wil vergoeden aan deelnemers die meer dan één dag een bijeenkomst zullen bijwonen. Met de inschatting van verzoekster dat de totale kosten per deelnemer circa € 190 bedragen waarmee de 50% eigen bijdrage meer zal bedragen dan de kosten voor de verleende gastvrijheid, wil de Codecommissie aannemen dat deze binnen redelijke perken blijven die strikt beperkt zijn tot het met de bijeenkomst beoogde doel.
Hiervan uitgaande kan de Codecommissie niet anders concluderen dan dat in scenario 2 aan de financiële vereisten van de code wordt voldaan.
De Codecommissie wil voorts aannemen dat de objectiviteit van de presentaties voldoende gewaarborgd zal zijn en dat het programma voorziet in een onafhankelijke informatiebehoefte.
Wat betreft de locatie waar de bijeenkomsten zullen worden gehouden, geeft verzoekster aan dat deze door de CGR acceptabel zullen zijn (bijvoorbeeld in het ziekenhuis of in de eigen praktijk van deelnemers). Dit heeft tot gevolg dat de Codecommissie ervan uit kan gaan dat deze locaties als passend kunnen worden aangemerkt.
Een en ander leidt tot een positief advies. Er is geen sprake van de totstandkoming van een financiële relatie die valt onder de definitie van gunstbetoon en tevens is aan de andere vereisten van hoofdstuk VI van de code voldaan.
3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 4 augustus 2015 door mr. P.A. Offers, voorzitter.
ID:
AA15.066
Onderwerp(en):
Geschenken
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
04-08-2015
Het officiële document: