AA16.116 Prijsvraag

ADVIES (A16.116) van de Codecommissie op het verzoek van [mw. Y] namens [X], van 17 november 2016, op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.

De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag met bijlagen ddis. 17 november en 1 december 2016.

1. Het verzoek en de beoordeling

1.1 [X] wenst een prijsvraag uit te schrijven, de zogenaamde [award Z]. Het betreft een “educational award”, gesponsord door [X] met als doel om elk jaar jonge [artsen A] uit te nodigen teneinde te informeren over de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen op het [gebied B]. [X] wil jonge [artsen A] stimuleren in studie op dit vakgebied en om samen te werken, met als doel de diagnose en behandeling van [aandoeningen C] te verbeteren.
Jonge [artsen A] of zij die in opleiding zijn, en niet ouder zijn dan 40 jaar bij inlevering van de studie, kunnen aan deze prijsvraag deelnemen.

1.2 De auteurs van de beste “abstracts”/ studies, (maximaal 8) zal een beurs (vergoeding van reis-, verblijf- en inschrijvingskosten) worden toegekend om het “[symposium D] in München bij te wonen.
De vier beste auteurs van de genoemde acht zal de mogelijkheid worden geboden om met redactionele ondersteuning en drukwerkondersteuning tot het doen van een mondelinge presentatie – op [congres [X] satellite symposium bij het [symposium D] – en het ontwikkelen van een daar te tonen “poster”. Degene met de beste mondelinge presentatie zal vervolgens worden gekozen als winnaar en zal worden beloond met de [award Z] trofee.

1.3 De “abstracts” dienen vóór 15 januari 2017, 12.00 uur, te worden ingeleverd, waarna deze geanonimiseerd aan een jury, bestaande uit zes hoogleraren uit Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Engeland en Spanje, worden voorgelegd en beoordeeld worden op de wetenschappelijke verdienste en biologische/klinische impact. Een jurylid kan niet een auteur als winnaar aanwijzen die aan hetzelfde instituut is verbonden.

2. De beoordeling door de Codecommissie

2.1 Het betreft hier de vraag of er sprake is van (verboden) gunstbetoon (paragraaf 6 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (hierna: de Gedragscode) en / of het verlenen van gastvrijheid in overeenstemming met paragraaf 6.4 van de Gedragscode.

2.2. Gelet op het bepaalde in artikelen 6.1.1 en 6.1.2 van de Gedragscode dient dan te worden beoordeeld of in dit geval sprake is van een in de Gedragscode aangewezen verboden vorm van gunstbetoon dan wel van een geoorloofde financiële relatie tussen -in dit geval- de prijsuitschrijvende farmaceutische onderneming ([X]) en de deelnemer(s)/winnaar(s) van de prijsvraag. Dat dient, als daar bepaald, van geval tot geval bezien te worden, waarbij in artikel 6.1.2. onder a, b en c van de Gedragscode factoren zijn aangegeven. Zie in dit verband ook de nieuwsbrief van de CGR, nummer 10, oktober 2014, inzake wetenschappelijke prijzen.

2.2.1 In deze kan er – in het licht van de in artikel 6.1.2 onder a vermelde factor – vanuit worden gegaan dat de begunstigde, zijnde de deelnemer aan / winnaar van de prijsvraag, betrokken is bij of invloed heeft op het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een bepaald geneesmiddel. Hoewel niet expliciet vermeld kan er echter, gelet op hetgeen onder 1.1 is vermeld, van worden uitgegaan dat het onderwerp van de financiële relatie de directe of indirecte verbetering van de zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap ten doel heeft. De wetenschappelijke doelstelling wordt verder geborgd doordat de beoordeling plaatsvindt door een onafhankelijke jury bestaande uit 6 hoogleraren, zonder enige invloed van [X] daarbij. Onder verwijzing naar de in artikel 6.1.2 onder c van de Gedragscode vermelde factor, kan voorts niet worden gezegd dat de op geld waardeerbare vergoeding aan de begunstigde – in dit geval een vergoeding van kosten voor deelname aan een relevant wetenschappelijk congres en een trofee, waarvan wordt aangenomen dat bij uitreiking geen reclame wordt gemaakt voor enig geneesmiddel – niet in een redelijke verhouding staat tot het doel van de financiële relatie. Zulks geldt temeer indien het congres, waarvoor de beurs wordt verstrekt, geaccrediteerd is en de mate van gastvrijheidsverlening in overeenstemming is met paragraaf 6.4 van de Gedragscode. De Codecommissie ziet, de hiervoor besproken factoren wegende, geen reden in dit geval uit te gaan van een onder gunstbetoon vallende financiële relatie als bedoeld in artikel 6.1.2 van de Gedragscode.

2.3 Van persoonlijk winstbejag van de begunstigde dan wel van een ondersteuning door [X] die een rechtstreeks commercieel doel dient, blijkt evenmin. De in artikel 6.1.2 beoogde onafhankelijkheid dient tevens tot uiting te komen in de beoordeling door de (wetenschappelijke) jury. De wijze van jurering in deze lijkt daar aan te voldoen, nu – zie hiervoor onder 1.3 – beoogd wordt dat deze onafhankelijk en transparant is.

2.3.1 Het advies kan derhalve positief luiden. Daarbij tekent de Codecommissie wel aan dat de in te zenden “abstracts’” en beoordeling door de jury ook daadwerkelijk in het licht van hetgeen hiervoor is beschreven zullen dienen te staan en de auteurs en juryleden zich daaraan derhalve – aantoonbaar schriftelijk – dienen te committeren.[X] zal zulks nader aan de CGR dienen te verantwoorden.

2.4 Onder de hiervoor gemaakte voorbehouden kan het advies positief luiden. De Codecommissie gaat er tevens vanuit dat [X] voldoet aan het onder 2.3.1 vermelde.

3. De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 3 januari 2017 door mr. L.A.J. Nuijten, voorzitter Codecommissie.

 

ID:

AA16.116

Onderwerp(en):

Wetenschappelijke prijzen

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Voorwaardelijk positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

03-01-2017

Het officiële document:

Print deze uitspraak