AA16.118 Onderscheid reclame/informatie
ADVIES (AA16.118) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van 15 december 2016 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [mevrouw Y] bij [X] van 15 december 2016, welke adviesaanvraag vergezeld gaat van een publicatie, getiteld [Z].
1. Het verzoek van [X]
[X] verzoekt een advies van de Codecommissie over kort gezegd haar inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de [publicatie Z].Deze publicatie zag [in 2016] het licht naar aanleiding van de jaarlijkse bijeenkomst van de [organisatie A] in 2016 in Chicago en was als bijlage gevoegd bij [tijdschrift B].
Op pagina 1 van de 6 pagina’s tellende publicatie worden met de cijfers 1 en 2 de belangrijkste onderwerpen aangekondigd: ‘De recente ontwikkelingen en belangrijkste studieresultaten op het gebied van [ziekte C], gepresenteerd tijdens de ’[organisatie A] 2016’ en ‘Visie vanuit de praktijk: [dr. D], [arts E], over de impact van genoemde studies op de behandeling van [ziekte C]patiënten in Nederland.’
In de adviesaanvrage wordt erop gewezen dat in de publicatie ‘the data logically included outcomes studies with [X]’ [geneesmiddel F] in indications for which the product is not (yet) registered. However, the insert also included data on other medicinal products’.
De publicatie bevat op pagina’s 2, 3 en 4 telkens een door zijn kleurstelling en lettergrootte opvallend tekstblok van de volgende inhoud: ‘De responsen op combinatietherapie met [middel G] en [middel H] bleken snel op te treden en duurzaam te zijn’ (pag 2), ‘’Patiënten die reageren hebben veel baat bij de behandeling met [middel G] in combinatie met [middel H]”’
(pag 3) en ‘’Hieruit blijkt dat patiënten toch vaak terughoudend zijn om hun behandelend arts te contacteren wanneer men zich slechter voelt”’ (pag 4).
Blijkens het colofon op pag. 6 is [publicatie Z] een educatieve uitgave die de doelgroep snel op de hoogte brengt van recente ontwikkelingen binnen het vakgebied. De doelgroep van [publicatie Z] zijn alle klinisch werkzame specialisten (en degenen i.o.) binnen [vakgebied I] in Nederland en ziekenhuisapothekers in Nederland. [Uitgever J] verzorgt de bladredactie en is uitgever. Met betrekking tot ‘Deze uitgave’ wordt in het colofon vermeld dat deze uitgave mede mogelijk wordt gemaakt door [X] en dat aan de totstandkoming van deze uitgave genoemde [dr. D], [ziekenhuis K], meewerkte. Aansluitend wordt in het colofon gesteld: ‘Bepaalde uitingen in deze uitgave zijn de expert opinie van bovengenoemd persoon en zijn niet noodzakelijk de mening van sponsor of uitgever.’
In haar adviesaanvrage benadrukt [X] dat zij nooit enig contact met [uitgever J] heeft gehad met betrekking tot de publicatie en dat er geen enkele contractuele relatie bestaat tussen [X] en [uitgever J].[X] maakt op basis van een ‘master services agreement’ gebruik van de diensten van [bedrijf L] en [bedrijf L] is door [uitgever J] benaderd met de vraag of [bedrijf L] kort gezegd het drukken van een publicatie over de [organisatie A]-bijeenkomst wilde sponsoren. [Bedrijf L] heeft dat, naar de Codecommissie begrijpt, in het kader van die ‘master services agreement’ toegezegd en [X] heeft op verzoek van [bedrijf L] een ‘purchase order’ verstrekt. Volgens [X] is [bedrijf L] niet betrokken geweest bij de keuze van de auteurs, de inhoud en de samenstelling van de publicatie.
[X] wil weten of de publicatie een ‘advertisement’ is waarvoor [X] ‘responsible’ is, dan wel of deze publicatie een onafhankelijke wetenschappelijke publicatie is die de visie van een individuele beroepsbeoefenaar weergeeft en dat [X] voor de inhoud van die onafhankelijke wetenschappelijke publicatie niet ‘responsible’ is. [X] manifesteert zich als een overtuigd aanhanger van het laatste standpunt.2. De beoordeling door de Codecommissie:
2.1.
Het Reglement Codecommissie en Commissie van Beroep van de Stichting CGR bevat in de hoofdstukken III t/m VI regels voor de behandeling van klachten, in hoofdstuk VII regels voor de behandeling van adviesaanvragen en in hoofdstuk VIII regels voor de behandeling van ‘serieuze signalen’. ‘Klachten’ en ‘signalen’ hebben betrekking op ‘enigerlei handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de Gedragscode door vergunninghouders of hun artsenbezoekers of vertegenwoordigers, respectievelijk beroepsbeoefenaren’ (10.1) respectievelijk ‘een serieuze overtreding van de gedragscode’ (76). Adviesaanvragen hebben, blijkens art. 59, betrekking op ‘de verenigbaarheid van een eigen (voorgenomen) handelen of nalaten met de bepalingen van de Gedragscode of de geest en strekking daarvan’.
2.2.
De Handleiding advies aanvragen spreekt van ‘initiatieven van vergunninghouders richting beroepsbeoefenaren, bijeenkomsten met beroepsbeoefenaren en/of niet-beroepsbeoefenaren of andere voorgenomen activiteiten waarbij sprake is van geneesmiddelenreclame.’
2.3.
Op grond van 2.1. en 2.2. moet worden aangenomen dat waar bij klachten en signalen wordt teruggekeken op, een oordeel wordt gegeven over, een voorval uit het verleden, het in de adviesprocedure gaat om een (voorgenomen) toekomstig handelen. Daaraan doet niet af dat een oordeel over het verleden ook richtinggevend voor de toekomst kan zijn en dat een advies voor de toekomst ook impliciet iets kan zeggen over de toelaatbaarheid van gedrag in het verleden.
2.4.
De adviesaanvraag van [X] heeft onmiskenbaar betrekking op iets wat gebeurd is: de publicatie is ongeveer een half jaar oud en niets wijst erop dat de uitgever van [tijdschrift B] heeft verzuimd de publicatie mee te sturen met het blad. Uit niets blijkt ook de eventuele bedoeling van [X] om een richtlijn te verkrijgen voor een handelen in de toekomst.
2.5.
Er is nog een andere reden waarom de Codecommissie hier gebruik wil maken van haar bevoegdheid ex art. 62 van het Reglement. In de kern gaat het hier om de vraag wie in de keten [X]-[bedrijf L]-[uitgever J]-[tijdschrift B]-[dr. D] uit een oogpunt van de Gedragscode voor wat verantwoordelijk of aansprakelijk is. Een vraag die niet alleen allerlei interessante kanten heeft, maar die ook financiële gevolgen kan hebben. De Codecommissie beschikt uitsluitend over informatie, verstrekt door slechts één betrokkene. Waar in een klachtenprocedure hoor en wederhoor een centraal element is, ontbreekt in de adviesprocedure het geluid van elk ander dan de aanvrager van het advies. Weliswaar is in artikel 63 bepaald dat het uitgebrachte advies de Codecommissie niet bindt indien omtrent het ter advies voorgelegde handelen of nalaten een klacht wordt ingediend. Maar de Codecommissie is van oordeel dat zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat op dit artikel in geval van nood een beroep moet worden gedaan. Anders gezegd: de informatie is te summier en te eenzijdig, de adviesprocedure leent zich niet voor nader feitenonderzoek bij derden, en een voor [X] eventueel positief advies geeft slechts schijnzekerheid.
2.6.
De Codecommissie komt tot de slotsom dat [X] in haar adviesaanvraag niet kan worden ontvangen op grond van art. 62.1 leden a t/m c, zowel ieder voor zich als in hun onderlinge samenhang.
3. De kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 17 januari 2017 door mr. C. Wallis, voorzitter.
ID:
AA16.118
Onderwerp(en):
Onderscheid reclame / informatie
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Niet-ontvankelijk
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
17-01-2017
Het officiële document: