AA17.003 Relaties met niet-beroepsbeoefenaren

ADVIES (AA17.003) van de Codecommissie op het verzoek van vergunninghouder [X] op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.

De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van 11 december 2016 die [mevrouw Z] van zorgorganisatie [Y] namens [X] heeft ingediend.

1. Het verzoek van [Y]

[X] heeft het voornemen lid te worden van businessclub [Y]. Businessclub [Y] is een netwerkplatform waar medisch specialisten en managers van [Y] enerzijds en het bedrijfsleven anderzijds elkaar vier keer per jaar ontmoeten. De businessclub biedt een platform aan leveranciers, dienstverleners en andere belangstellenden in de zorgorganisatie [Y] om zo over en weer gebruik te maken en te leren van elkaars kennis. Hierdoor vormt zich een groep ondernemers en ondernemingen die zich verbonden voelt met de zorg en zich inzet voor [Y]. Door informele ontmoetingen leren de aanwezigen elkaars leefwereld kennen. Doel van de bijeenkomsten is om een beeld te geven van het zorgproces binnen het [Y] ziekenhuis. Door het uitwisselen van ervaringen kan door [Y] gewerkt worden aan kwalitatief betere en patiëntgerichte zorg.

Voorbeelden van thema’s/activiteiten tijdens een businessclubbijeenkomst zijn:
– Specialisme [A] dat zich presenteert
– Innovatie in de [zorg B] – Nieuwe zorgpoli’s op onze locatie in [C] – Nieuwe plannen voor zorg, educatie en onderwijs op onze locatie in [D] – Etc.

Kosten van een lidmaatschap bedroegen voor 2016 € 930,- excl. btw. Door de lidmaatschapsbijdrage worden de kosten voor de organisatie van de bijeenkomsten gedekt. Het grootste gedeelte van die kosten bestaat uit personeelskosten van de organisator binnen [Y]. Interne leden (medewerkers van of medisch specialisten verbonden aan [Y]) betalen overigens geen lidmaatschapsgeld. Een financieel overzicht van de businessclub is bij de adviesaanvraag gevoegd, waaruit blijkt dat businessclub [Y] 52 betalende leden kent. De businessclub hanteert algemene voorwaarden voor het lidmaatschap. Per lidmaatschap mogen twee personen per bedrijf aan een bijeenkomst deelnemen. Na iedere bijeenkomst wordt een online magazine businessclub [Y] naar alle leden gestuurd. Uit het magazine blijkt dat uiteenlopende bedrijven lid zijn van businessclub [Y], zoals een zorgverzekeraar, leveranciers food bedrijven en medische hulpmiddelen, organisatie-adviseurs en farmabedrijven.

Alvorens [X] besluit lid te worden van businessclub [Y], hecht [X] aan een preventieve toetsing door de Codecommissie of zij in overeenstemming handelt met de relevante regelgeving van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (“Gedragscode”).

2. De beoordeling door de Codecommissie

Ingevolge artikel 6.1.1 van de Gedragscode is gunstbetoon verboden tenzij wordt beantwoord aan de gedragsregels van dat hoofdstuk. Niet onder gunstbetoon vallen financiële relaties waarbij het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruik van een geneesmiddel te bevorderen ontbreekt. Of daarvan sprake is moet van geval tot geval worden beoordeeld, waarbij de volgende factoren een rol kunnen spelen:
a. of de begunstigde is betrokken bij of invloed heeft op het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een bepaald geneesmiddel of is betrokken bij de toelating van geneesmiddelen;
b. de het onderwerp van de financiële relatie de directe of indirecte verbetering van zorg aan patiënten of de bevordering van de medische wetenschap tot doel heeft;
c. of de op geld waardeerbare vergoeding aan de begunstigde in redelijke verhouding staat tot het doel van de financiële relatie.

Financiële relaties met anderen dan beroepsbeoefenaren zijn alleen toegestaan indien wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6.1.2, waarbij tevens de strekking van de overige bepalingen van hoofdstuk VI van de Gedragscode die gelden voor de betrokken relaties met beroepsbeoefenaren in acht worden genomen.

Op grond van de bepalingen van hoofdstuk VI van de Gedragscode, alhoewel deze niet specifiek zien op een financiële relatie als de onderhavige, gelden de uitgangspunten dat de financiële relatie:
a. nooit in strijd zal zijn met vigerende wet- en regelgeving, inclusief de relevante zelfregulering;
b. op integere, eerlijke en transparante wijze zal plaatsvinden;
c. niet zal leiden tot aantasting van de onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van sponsor en gesponsorde, noch van andere betrokken partijen en van de sector;
d. niet anderszins zal leiden tot het zich onoorbaar jegens elkaar verplicht voelen.

Voor zover de financiële relatie mede ziet op sponsoring van gastvrijheid bij samenkomsten gelden de volgende eisen:
a. de sponsoring dient voorafgaand aan de sponsoring schriftelijk te worden vastgelegd in een overeenkomst. De overeenkomst bevat in ieder geval een precieze omschrijving van de gesponsorde bijeenkomst/manifestatie (inclusief financiële onderbouwing) en van de rechten en verplichtingen van alle betrokken partijen;
b. de sponsoring mag zich niet uitstrekken tot andere kosten dan algemene organisatiekosten en gastvrijheidskosten met inachtneming van artikelen 6.4.1 tot en met 6.4.3.

Laatstgenoemde bepalingen houden, voor zover hier relevant, in dat vergunninghouders er zorg voor dragen dat bij het verlenen van gastvrijheid aan beroepsbeoefenaren in het kader van bijeenkomsten/manifestaties deze gastvrijheid:
a. binnen redelijke perken blijft en
b. strikt beperkt blijft tot het met de bijeenkomst of manifestatie beoogde doel en
c. zich niet uitstrekt tot anderen dan deelnemers van de bijeenkomst/manifestatie.
Bovendien dient de bijeenkomst/manifestatie plaats te vinden op een passende locatie.

Naar het oordeel van de Codecommissie wordt door middel van een schriftelijke bevestiging van het lidmaatschap en de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van lidmaatschap voldaan aan de eis dat de financiële relatie afdoende schriftelijk in een overeenkomst is vastgelegd.

Enige twijfel heeft de Codecommissie echter over de vraag of voldaan wordt aan het vereiste dat de financiële bijdrage voor het organiseren van samenkomsten zich niet mag uitstrekken tot andere kosten dan algemene organisatiekosten en gastvrijheidskosten, nu er volgens het financieel overzicht van businessclub [Y] contributie-inkomsten van de businessclub worden besteed aan welkomstgeschenken en een bedrag van € 2.100,- is besteed aan een paraplu en een fles wijn voor alle leden. Gegeven het feit dat deelnemende beroepsbeoefenaren van [Y] zelf geen lidmaatschapsbijdrage voldoen, zou [X] via haar lidmaatschapsbijdrage bijdragen aan het geven van geschenken aan beroepsbeoefenaren en andere zorgverleners, waarvan de kosten niet kunnen worden beschouwd als algemene organisatiekosten of gastvrijheidskosten. Bovendien kan het geven van geschenken aan zorgverleners, niet zijnde beroepsbeoefenaren, en het geven van geschenken aan beroepsbeoefenaren die niet van betekenis zijn voor de uitoefening van de praktijk van de beroepsbeoefenaar als verboden gunstbetoon kunnen worden beschouwd.

Bij de beoordeling neemt de Codecommissie in aanmerking dat de onderhavige financiële relatie ziet op het lidmaatschap van een businessclub waar bedrijven van verscheidene aard lid van zijn, waaronder bedrijven die niet betrokken zijn bij het voorschrijven of afleveren van geneesmiddelen, en welke gericht is op het bevorderen van kwalitatief betere en patiëntgerichte zorg binnen [Y]. Het lidmaatschap van [X] van de businessclub [Y] heeft derhalve op voorhand niet het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruik van een geneesmiddel te bevorderen. Verder ziet de lidmaatschapsbijdrage van [X] voor het merendeel op algemene organisatiekosten en gastvrijheidskosten betreffende de samenkomsten van de businessclub, gaat de verstrekking van geschenken aan leden niet uit van [X] zelf en is de bijdrage van [X] in het geheel van bijdragen van leden aan de betreffende geschenken gering te noemen. In dit licht ziet de Codecommissie geen strijdigheid van het lidmaatschap van [X] van de businessclub met voornoemde bepalingen van de Gedragscode.

Voorts wil de Codecommissie gezien de doelstelling van de businessclub en de wijze waarop de samenkomsten worden vorm gegeven wel aannemen dat voldaan wordt aan de eisen die zijn neergelegd in het bepaalde in de artikelen 6.4.1 tot en met 6.4.3.

Op grond van het hiervoor overwogene luidt het advies dat een eventueel lidmaatschap van [X] van businessclub [Y] niet op voorhand in strijd moet worden geacht met het bepaalde in de Gedragscode, mits daarbij voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 6.5.4 en door [X] in dat kader geen verkoopbevorderende activiteiten worden ontplooid. Verder dient [X] als vergunninghouder ervoor zorg te dragen dat haar vertegenwoordigers die aan de bijeenkomsten deel nemen, als zodanig herkenbaar zijn (artikel 7.1.3) en dat openbaarmaking van de financiële relatie geschiedt overeenkomstig het in artikel 7.2.2 van de Gedragscode bepaalde.

3. De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten separaat aan verzoekster in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 24 maart 2017 door mr. M.V. van der Storm, voorzitter.

ID:

AA17.003

Onderwerp(en):

Relaties met niet-beroepsbeoefenaren

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

24-03-2017

Het officiële document:

Print deze uitspraak