AA19.009 Prijsvraag
ADVIES (AA19.009) van de Codecommissie op het verzoek van 6 februari 2019 van [de heer Y], werkzaam bij [X] en namens deze, op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag, het aanvullende bericht d.d. 26 februari 2019 en de bijlagen.
1. Het verzoek en de beoordeling
1.1 Evenals in voorgaande jaren gaat het ook hier om een adviesaanvraag betreffende een door [X] uitgeschreven prijsvraag.
1.2 De Codecommissie verwijst voor de achtergrond en waar het betreft de beweegredenen voor het organiseren en toekennen van de prijsvraag naar onder meer de adviezen A15.117, A17.079 en A18.035.
Thans wordt een soortgelijke adviesaanvraag ingediend tegen dezelfde achtergrond en onder nagenoeg dezelfde algemene voorwaarden.
1.3 In het kader van de prijsvraag zijn thans aan de betreffende jury een aantal inzendingen met projecten voorgelegd. Waar het aantal inzendingen – anders dan voorheen – gering was, heeft de jury daaruit direct het beste project gekozen en dus niet – als voorheen – uit een selectie van drie van het totaal aantal inzendingen de beste.
Het uitverkoren project is: “[project Z]”, voorgedragen door de [Stichting A].
1.4 In haar laatste advies heeft de Codecommissie overwogen:
“(.. ) wijst er eerstens op dat met ingang van 1 juli 2018 de Gedragscode Geneesmiddelenreclame is gewijzigd, onder meer waar het betreft Paragraaf 6.5 van hoofdstuk VI. De nieuwe regeling in dit kader is te vinden in de artikelen. 6.5.1 e.v. van de Gedragscode (hierna: de Gedragscode Nieuw). De door [X] in deze gehanteerde algemene voorwaarden wijzen er niet op dat bij het van start gaan van de prijsvraag -per kennelijk april 2018- met de wijziging van de Gedragscode rekening is gehouden. De wijzigingen zijn eerst bij nieuwsbrief 3 van 1 juni 2018 aangekondigd.
Er is geen overgangsrecht gecreëerd. Toetsing van de adviesaanvraag zal derhalve aan de hand van de Gedragscode Nieuw geschieden. Omdat [X] daar kennelijk geen rekening mee heeft gehouden zal de Codecommissie in het navolgende – ook met het oog op eventueel van haar in volgende jaren komende soortgelijke adviesaanvragen – deels nog verwijzen naar de Gedragscode zoals deze gold tot 1 juli 2018 (Gedragscode Oud). Duidelijk zal echter zijn dat bij continuering van de prijsvraag in een volgend jaar in de algemene voorwaarden en bij de beoordeling van de projecten met de inhoud van de nieuwe regelgeving rekening dient te worden gehouden.
1.5 Zo wijst de Codecommissie er op dat bij toetsing van het project onder de vigeur van de Gedragscode Oud (artikel 6.5.5) de voorwaarde werd gesteld dat sponsoring is toegestaan indien de betreffende activiteiten niet (volledig) op andere wijze worden gefinancierd. Een voorwaarde die in de Gedragscode Nieuw wel nog in artikel 6.5.3 onder e wordt gesteld maar niet meer in artikel 6.5.4 (jo. artikel 6.5.1 onder c) Gedragscode Nieuw, waaraan in deze getoetst dient te worden nu de onderhavige prijsvraag voldoet aan de definitie, vervat in dit artikel. (..)”.
Helaas moet bij lezing van de website, waarnaar [X] in dezen verwijst, geconstateerd worden dat met de hiervoor bedoelde wijziging van de Gedragscode (nog) geen rekening is gehouden.
1.6 Toetsend aan de thans geldende artikelen gaat de Codecommissie er, gezien de achtergrond en inhoud van de prijsvraag en het voorgedragen project, van uit dat deze ook in dit geval zorgverbeterend is.
1.7 Waar het echter betreft de jury en jurering rijst de vraag of de deskundigheid van de jury alsmede de onafhankelijkheid van de jury en die van de wetenschappelijke prijs is gewaarborgd.
De Codecommissie wil er – gezien haar ervaring met voorgaande door [X] voorgelegde adviesaanvragen – niet op voorhand van uitgaan dat hier geen sprake is van bedoelde deskundigheid en onafhankelijkheid, maar bij gebrek aan inzicht in de samenstelling van de jury – blijkens de website is deze wel op te vragen, maar hier ontbreekt die opgave -, kan niet genoegzaam worden beoordeeld of zulks daadwerkelijk het geval is. Dat klemt te meer waar geen sprake zal zijn van een wetenschappelijke vereniging en aldus het ontbreken van (ook indirecte) koppeling van juryleden tussen de prijs en de bedrijfsnaam van de vergunninghouder (een) gegeven dient te zijn (zie de toelichting op artikel 6.5.4 van de Gedragscode).[X] zal dienaangaande de Stichting CGR nadere inlichtingen dienen te verstrekken.
1.7.1 Daarenboven geldt, als ook in het advies A15.117 overwogen en tegen de achtergrond van het bepaalde onder d van artikel 6.5.4 van de Gedragscode in het algemeen ook mag worden vereist, dat voorkomen dient te worden dat (een van) de juryleden bij de te beoordelen projecten is betrokken. Hoewel de Codecommissie er niet op voorhand van uitgaat dat hier geen sprake is van die vereiste integriteit, kan een dergelijke relatie afbreuk doen aan de onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van vergunninghouder en betrokken partijen en/of sector.[X] dient ook in dit opzicht nadere inlichtingen aan de Stichting CGR te verstrekken.
1.7.2 [X] doet er in dezen overigens goed aan om ter voldoening aan de eis van onafhankelijkheid de procedure rond samenstelling van de jury en de wijze waarop de jury beoordeelt schriftelijk vast te leggen, teneinde hier de benodigde transparantie te verschaffen.
Mutatis mutandis geldt zulks evenzo waar het betreft de onder c van artikel 6.5.4. van de Gedragscode gevergde schriftelijke vastlegging. [X] zal ook dienaangaande de Stichting CGR nog dienen te informeren.
1.8 Van beïnvloeding als onder e van artikel 6.5.4 Gedragscode bedoeld, blijkt niet.
1.9 In aanmerking nemend de onder 1.7 en 1.7.1 gemaakte voorbehouden valt het mogelijk maken van de wetenschappelijke prijs in dit geval onder artikel 6.5.1 onder c Gedragscode. Het advies luidt met deze restrictie positief.
De Codecommissie verwacht dat [X] binnen één maand na dagtekening van dit advies de Stichting CGR nader informeert betreffende de onder 1.7 en 1.7.1 gemaakte voorbehouden.
2. Kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan de aanvrager separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 11 maart 2019 door mr. L.A.J. Nuijten, voorzitter Codecommissie.
ID:
AA19.009
Onderwerp(en):
Sponsoring, Wetenschappelijke prijzen
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Voorwaardelijk positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
11-03-2019
Het officiële document: