AA19.026 Sponsoring

ADVIES (AA19.026) van de Codecommissie op het verzoek van [X] van 1 mei 2019 op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.

De Codecommissie heeft kennis genomen van de adviesaanvraag van [mevrouw Y], associate Director Legal van [X] van 1 mei 2019, welke adviesaanvraag vergezeld ging van 2 bijlagen.

1. Het verzoek van [X]

[X] vraagt de Codecommissie om advies over de vraag, of en in welke mate zij gelet op de Gedragscode Geneesmiddelenreclame kan ingaan op een verzoek van de [patiëntenvereniging Z] om sponsoring van kort gezegd activiteitskosten. In het verzoek van [patiëntenvereniging Z] d.d. 5 februari 2019 wordt met betrekking tot die activiteiten in algemene zin het volgende gesteld: ‘Met de bijdrages van het [fonds A] (fondsen), onze leden (contributies) en het Ministerie van VWS (subsidies) financieren we de core van de vereniging (Personeel, huisvesting, kantoorkosten etc). Dat is daarom de core-funding. Voor de projecten die grotendeels door onze vrijwilligers worden uitgevoerd, dit zijn de activiteitskosten, doen we een beroep op onze sponsoren. (….) Onderwerpen die binnen de activiteiten aan bod komen variëren van (het belang van) gezond eten en bewegen tot bewustwording creëren over hoe mentale, fysiekeen sociale gezondheid invloed hebben op de duur en kwaliteit van het leven met [ziekte B]. (…) Alle activiteiten zijn er op gericht om de mensen met [ziekte B] te helpen om krachtige, zelfredzame leden van de community te worden die ook na een proces van emancipatie anderen zullen blijven ondersteunen. Empowerment zorgt ervoor dat barrieres voor therapietrouw worden weggenomen wat resulteert in een langer en gezonder leven.’ In totaal worden 10 projecten in het kader van deze activiteiten voor sponsoring voorgedragen tot een totaal bedrag van € 85.715,00. [X] wenst om haar moverende redenen geen financiële steun te verlenen ten behoeve van 3 van de 10 voorgedragen projecten tot een totaal bedrag van € 25.700.

[X] verklaart bekend te zijn met de adviezen A17.031 en 17.091, ziet het belang van de activiteiten in (‘gezond oud worden met [ziekte B]’), maar vraagt zich af of de hoogte van de gastvrijheidskosten in de projecten zich verdraagt met de Gedragscode.

2. De beoordeling door de Codecommissie

2.1.
In de adviezen A17.031 en A17.091 ging het om sponsorbijdragen gevraagd door een arts namens drie ziekenhuizen respectievelijk een kliniek. Het eerste geval betrof een kamp voor kinderen met een bepaalde ziekte, het tweede een skikamp voor kinderen met een (andere) bepaalde ziekte. Getoetst werd aan de normen van Hoofdstuk 6.5. (‘Specifieke bepalingen met betrekking tot bepaalde andere financiële relaties dan gunstbetoon’), in het bijzonder artikel 6.5.3. (‘Sponsoring’) van de Gedragscode en in beide gevallen werd positief geadviseerd.
Hier wordt een zeer substantiële bijdrage gevraagd voor de uitvoeringskosten van de [patiëntenvereniging Z]-projecten waaronder regionale groepen, landelijke groepen en vrijwilligersbeleid. Voor de activiteitskosten is in totaal € 137.720,00 begroot. De Codecommissie begrijpt dat het bedrag van € 60.000,00 betrekking heeft op (alle) projecten van [patiëntenvereniging Z] op het gebied van informatievoorziening en lotgenotencontact.

2.2.
In de bijlagen wordt per project uiteengezet wat de doelgroep, de doelstelling, de werkwijze en de frequentie is en de kosten zijn. Bij de projecten [C] (€ 4.700) en [D] (€ 5.000) gaat het om ontmoeting, van elkaar leren en elkaar in een veilige omgeving steunen van 11 tot 21-jarigen respectievelijk [o.a].verbinding, informatiedeling, communicatie, emancipatie en activatie. Het project [E] (€ 10.050) betreft families met kinderen tot 18 jaar waar [ziekte B] een rol speelt; informatiedeling in een open omgeving is het doel. Het project [F] (€ 14.265) richt zich op mensen die langer dan 20 jaar leven met [ziekte B] en hun naasten; doel is [o.a.] onderlinge ontmoeting, uitwisseling, empowerment en publieke zichtbaarheid.. De workshopreeks [G] (€ 15.000) is bestemd voor mensen met een recente [ziekte B] of mensen die beter willen leren omgaan met hun leven met [ziekte B] en heeft tot doel belangenbehartiging, informatievoorziening, onderling contact en ondersteuning.
Het project [H] (€ 5.000) beoogt kortdurende ondersteuning te bieden aan mensen met [ziekte B] door getrainde ervaringsdeskundigen op basis van gelijkwaardigheid en herkenning. In het project training en deskundigheidsbevordering vrijwilligers (€ 6.000) gaat het om het scholen en bij de tijd houden van alle (200) vrijwilligers in minimaal 5 tot 10 trainingen per jaar.
Uit de begrotingen per project blijkt het merendeel, zo niet het leeuwendeel, van de kosten te zitten in transport, huur van accommodatie en voor zover het gaat om weekends, logies. Er is gerekend met vrijwilligersvergoedingen op basis van € 5,00 per dag met een maximum van € 50,00 per maand.

2.3.
Het toetsingskader is hier Hoofdstuk 6.6. van de Gedragscode (‘Specifieke bepalingen met betrekking tot ondersteuning van patiëntenorganisaties’), nu [X] een vergunninghouder is en [patiëntenvereniging Z] een patiëntenorganisatie, als bedoeld in 6.6.1. In artikel 6.6.2. wordt de hoofdregel geformuleerd: ‘Ondersteuning van een activiteit van de patiëntenorganisatie in de vorm van subsidiëring of sponsoring, al dan niet in natura, door een vergunninghouder is toegestaan voor zover de voorwaarden van artikel 6.5.3. worden nageleefd en waarbij het volgende in acht wordt genomen:

a) directe of indirecte reclame voor een of meer specifieke receptgeneesmiddelen is verboden;
b) de informatie over receptgeneesmiddelen moet beantwoorden aan de eisen aan informatie van paragrafen 5.7 en 5.8.

2.4.
Met betrekking tot de voorwaarden van art. 6.5.3. wordt het volgende overwogen:

ad a) Het uiteindelijke doel van de projecten is, blijkens de beschrijvingen, [ziekte B]-patiënten díe – voornamelijk morele – steun te bieden die het hen mogelijk maakt als volwaardig lid van de maatschappij voort te (blijven) leven. De projecten beogen de ‘weerbaarheid’ te bevorderen en het zelfvertrouwen te vergroten. Er zit ook een emancipatoir element in de projecten, wat lijkt te worden uitgedrukt met de term empowerment. De Codecommissie laat daar of bij de term ‘kwaliteitsverbeterende zorg’ van stond af aan ook aan dit type activiteiten is gedacht, maar ze vallen er met enige goede wil wel onder te scharen;
ad b) Met het positieve antwoord op a is in feite een ja op vraag b gegeven;
ad c) Naar het oordeel van de Codecommissie moet in de sfeer van hoofdstuk 6.6. deze voorwaarde aldus worden gelezen dat ook door een rechtspersoon waarin geen beroepsbeoefenaren actief zijn, zoals een patiëntenvereniging, aan dit vereiste voldoet;
ad d) Uit niets blijkt dat het kennelijke doel van de sponsoring is het voorschrijven, ter hand stellen of gebruik van geneesmiddelen van [X] te bevorderen;
ad e) Getwist kan worden over de vraag of niet een hogere eigen bijdrage van de patiënten zou kunnen worden verlangd, maar denkbaar is dat een substantieel hogere bijdrage deelname aan een project in de weg staat. Wat daarvan zij, zo’n hogere bijdrage zou naar verwachtingen maar in beperkte mate de behoefte aan sponsoring verminderen. Niet valt in te zien hoe de activiteiten op een andere wijze aan [patiëntenvereniging Z] zouden kunnen worden vergoed;
ad f) [X] heeft vermeld dat zij haar sponsoring wil vastleggen in een schriftelijke overeenkomst. Er zijn geen aanwijzingen dat sponsoring op een niet integere, oneerlijke of niet transparante wijze gaat plaats vinden;
ad g) Niet is in de stukken iets vermeld dat zou kunnen lijken op een bedongen prestatieplicht van [patiëntenvereniging Z];
ad h) Het geheel van projecten lijkt door slechts één sponsor ([X]) te worden ondersteund. Dat is, aldus [X], niet een door haar nagestreefde situatie maar veeleer een keuze van [patiëntenvereniging Z]. De Codecommissie ziet wel degelijk een gevaar van aantasting van met name onafhankelijkheid en geloofwaardigheid, welk gevaar groter wordt naarmate de sponsorrelatie met één vergunninghouder langer zou duren. Dat gevaar kan worden beteugeld door de sponsoring met één vergunninghouder in de tijd gezien te maximeren en/of de sponsorrelatie te verbreden naar meerdere sponsors.

2.5.
Met betrekking tot de aanvullende eisen van art. 6.6.2. overweegt de Codecommissie dat zij er zonder meer van uitgaat dat deze 2 eisen in acht zullen worden genomen.

2.6.
De ondersteuning moet blijkens 6.6.3. worden vastgelegd in een overeenkomst met ten minste de hier vermelde inhoud. Om tegemoet te komen aan het hierboven sub 2.4.h. behandelde bezwaar, zal in de overeenkomst moeten worden opgenomen dat de sponsorovereenkomst een maximale looptijd van drie jaar heeft en dat de overeenkomst daarna niet, ook niet met een onderbreking, kan worden verlengd.

2.7.
Met betrekking tot de gastvrijheidsbepaling van art. 6.6.5. geldt het volgende. [Patiëntenvereniging Z] maakt blijkens de bijlagen gebruik van verschillende accommodaties, afhankelijk van het soort activiteit en groep. De Codecommissie komen de genoemde accommodaties functioneel en prijstechnisch passend voor. In de zin van lid c vallen 3 groepen deelnemers te onderscheiden: de vrijwilligers, de patiënten en bij sommige projecten ook familie en naasten. In die zin is er van de in 6.6.6. bedoelde verzorger geen sprake. Het is aan [patiëntenvereniging Z] om de termen ‘familie’ en ‘naasten’ niet te ruim uit te leggen.

2.8.
De Codecommissie komt aldus, met inachtneming van hetgeen sub 2.4. en 2.7. is overwogen, tot een positief advies.

3. De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 21 mei 2019 door mr. C. Wallis, voorzitter.

ID:

AA19.026

Onderwerp(en):

Sponsoring

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Voorwaardelijk positief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

21-05-2019

Het officiële document:

Print deze uitspraak