AA19.035 Dienstverlening

ADVIES (AA19.035) van de Codecommissie op het verzoek van [X] (hierna: verzoekster) op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
De Codecommissie heeft kennis genomen van de algemene adviesaanvraag van 28 juni 2019 van [mevrouw Y] en de per e-mail verstrekte informatie.

1. Het verzoek
Verzoekster heeft een verzoek ingediend voor een algemeen advies ten aanzien van het volgende.

“Adviesaanvraag CGR – commerciële inputmeetings
Projectomschrijving
In het najaar zouden wij graag willen starten met commerciële input meetings waarbij 1:1 input van KOLs (Key Opinion Leaders, de belangrijkste Nederlandse [artsen Z] op het gebied van [ziekte A], beroepsbeoefenaren) wordt gevraagd op commerciële onderwerpen. We hebben 2 type input meetings voor ogen:

1. Resultaten marktonderzoek: verduidelijking van uitgevoerd kwantitatief markonderzoek waarin de onderzoeksvragen rond switchgedrag (van welk product naar welk product is er voor een bepaalde patiënt gekozen) en productperceptie (hoe denkt de [arts Z] over de verschillende [ziekte A] medicaties die beschikbaar zijn op de markt) centraal staan.
o Hoe verhouden deze resultaten met zijn eigen praktijk en precepties? Hoe ver of dichtbij staat een KOL van de praktijk/percepties van de gemiddelde [arts Z]?
o Welke marktontwikkelingen ziet de KOL als positief?
o Uitgaande van de gegeven percepties hoe wordt de keuze voor welk middel voor welke patient bepaald? Welke kenmerken van een product geven de doorslag?
o Welke data van onze producten zijn daardoor het meest overtuigend?
o Hoe kunnen we onze producten (beter) positioneren? Op welke [artsen Z] moeten we ons richten? Welke patiëntentypen sluiten het beste aan bij onze producten?
De resultaten worden gebruikt om de positionering en boodschappen aan te scherpen.
Aantal meetings: 8

2. Verschenen publicaties & marketing materialen in ontwikkeling: onlangs gepubliceerde artikelen worden voorgelegd aan de KOL en ook marketing materiaal dat in ontwikkeling is:
o Welke toepasbaarheid ziet de KOL voor een verschenen publicatie om commerciele boodschappen te ondersteunen?
o Hoeveel zeggenschap heeft de betreffende publicatie?
o Hoe interessant vindt hij het marketing materiaal in ontwikkeling?
o Hoe zou de toepasbaarheid voor de praktijk verbeterd kunnen worden van het marketing materiaal?

De resultaten worden gebruikt om de inzet van publicaties aan te scherpen en de marketingmaterialen te verbeteren.
Aantal meetings: 8
Uitwerking
Daar de onderwerpen van de inputmeetings van commerciële aard zijn willen wij voorstellen dat de meetings worden gehouden door [X] medewerkers met een marketing of salesfunctie (artsenbezoekers). Van elke meeting wordt een uitgebreid verslag gemaakt.
• De KOL’s, allen beroepsbeoefenaren willen wij een vergoeding geven voor geleverde diensten:
o 140 euro per uur voor specialist
o 200 euro per uur voor professoren
• De duur van de meetings is 1,5 uur, er is geen voorbereidingstijd nodig.
• De meetings vinden plaats in het ziekenhuis van de desbetreffende beroepsbeoefenaar of een eenvoudige horecagelegenheid nabij het ziekenhuis of woonadres waardoor er geen reiskostenvergoeding nodig is.
• Voorafgaand aan de meetings ontvangen zij een schriftelijke overeenkomst waarin het doel van de meeting, de verrichten diensten en vergoeding staan omschreven.”

2. De beoordeling
Uit de aanvraag blijkt dat verzoekster, een vergunninghouder, voornemens is beroepsbeoefenaren ten behoeve van haar diensten te laten verlenen. In artikel 6.3.1. van de Code is daarover het volgende bepaald:
“Dienstverlening verricht door een beroepsbeoefenaar in opdracht van een vergunninghouder dient van belang te zijn voor de uitoefening van de geneeskunst, de farmacie, de tandheelkunst, de verpleegkunst of de verloskunst. Vergunninghouders dragen er zorg voor dat de honorering van beroepsbeoefenaren – ongeacht of dat geschiedt in geld of in natura – voor verleende diensten in een redelijke verhouding staat tot de door de beroepsbeoefenaren geleverde prestaties en dat met de verleende dienst geen andere binding tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren ontstaat direct verband houdend met de verleende dienst.”

Uit de aanvraag volgt dat het doel van verzoekster is om de resultaten van de sessies te gebruiken om de positionering van producten van verzoekster te verbeteren en boodschappen daarover aan te scherpen, dan wel om de inzet van publicaties aan te scherpen en marketingmaterialen te verbeteren. Verder blijkt uit de aanvraag dat de onderwerpen van de inputmeetings van commerciële aard zijn. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan echter uit de aanvraag niet worden geconcludeerd dat de voorgenomen dienstverlening (ook) van belang is voor de uitoefening van de geneeskunst, de farmacie, de tandheelkunst, de verpleegkunst of de verloskunst. Sterker; uit de aanvraag blijkt juist dat de dienstverlening louter een commercieel doel dient.

Nu verder uit de vraag volgt dat het voornemen is dat medewerkers van verzoekster (artsenbezoekers) de meetings zullen verzorgen (en dus sprake is van een 1-op-1 relatie tussen de beroepsbeoefenaren en deze medewerker(s) van verzoekster), kan niet worden uitgesloten dat – hoewel hiervan een uitgebreid verslag wordt gemaakt – geen andere binding tussen verzoekster en beroepsbeoefenaren zal ontstaan dan direct verband houdend met de verleende diensten. Dat zou anders kunnen zijn als de inputmeetings zouden worden afgenomen door een onafhankelijke tussenpersoon, waarbij de namen van de deelnemende artsen niet bekend worden bij verzoekster.

Op basis van deze zeer summiere aanvraag, waarbij niet is vermeld om welk medicijn het gaat, hoe de meetings precies zullen worden ingedeeld, waar en wanneer deze zullen worden gehouden en wie daarbij precies aanwezig zullen zijn, kan dan ook niet worden geconcludeerd dat de voorgenomen dienstverlening met de beroepsbeoefenaren niet in strijd zal zijn met artikel 6.3.1. van de Code, zodat negatief wordt geadviseerd.

3. De kosten

De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan verzoekster separaat in rekening zullen worden gebracht.

Aldus gedaan te Amsterdam op 16 juli 2019 door mr. L. van Berkum, voorzitter.

 

 

ID:

AA19.035

Onderwerp(en):

Dienstverlening

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Negatief

Instantie:

Codecommissie

Datum uitspraak:

16-07-2019

Het officiële document:

Print deze uitspraak