AA20.001 Locatie
ADVIES (AA20.001) van de Codecommissie op het verzoek van [dhr. Y], van 19 dec. 2019, algemeen directeur van [instituut X], aangevuld bij e-mail 17 jan. 2020, op de voet van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie en de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de voorzitter van de Codecommissie.
1. Het verzoek van [X]
1.1 In haar verzoek geeft [X] aan, dat:
– haar instituut te [stad Z] na grootscheepse nieuwbouw is heropend in [2019];
– het instituut is gelegen op het [wetenschapspark A] (hierna het Park) en de functies omvat:
– nationaal centrum voor [B] onderzoek en academische werkplaats voor
Nederlandse universiteiten,
– nationale collecties [C],
– het nationaal [museum D] en
– het [educatiecentrum E];
– zij werkt “tot nut van het algemeen” en structurele bekostiging ontvangt van het rijk;
– zij per moment van heropening mogelijkheden biedt aan externe organisaties om – los van museumbezoek – gebruik te maken van haar faciliteiten voor conferenties, symposia en seminars én om presentaties te houden aan genodigden over onderzoek [B] door haar instituut, haar collecties en educatieve activiteiten door het [educatiecentrum E];
– zij met enkele bedrijven die op het Park zijn gevestigd, waaronder bedrijven die geneesmiddelen aanbieden, heeft gesproken over een meerjarig partnership;
– een partnership de volgende modules kan hebben:
A. een bedrijf verbindt haar naam aan een ruimte in [X];
B. een bedrijf huurt een aantal keren per jaar een ruimte in [X] voor het organiseren van een conferentie, waarbij ruimtes worden aangeboden met een capaciteit die varieert van 30 tot 290 personen en zonder dat het museum toegankelijk is;
C. zij toont genodigden van een bedrijf het wetenschappelijk onderzoek, collectiewerk en/of educatieve activiteiten van [X] in een ruimte die voor al het Nederlandse publiek dagelijks gratis toegankelijk is, waarbij bij een groepsgrootte vanaf 20 personen de waarde per genodigde € 25,– bedraagt, ter bekostiging van de begeleider en medewerker van [X] die de toelichting verzorgt;
D. zij biedt genodigden van een bedrijf een rondgang achter de schermen in de nationale collectie, waarbij bij een groepsgrootte vanaf 10 personen de waarde per genodigde € 50,– bedraagt, ter bekostiging van de begeleider en medewerker van [X] die de toelichting verzorgt en het ter beschikking stellen van de faciliteiten;
– waar zij taken uitvoert voor het rijk, zij deze onafhankelijk en integer uitvoert en dat zij en haar medewerkers zich uitsluitend richten op haar maatschappelijke taken op het [werkgebied van B] en geen betrokkenheid kennen bij het bevorderen van het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van geneesmiddelen; daar voegt zij aan toe, dat het aan de medewerkers niet is toegestaan op enigerlei wijze aan dergelijke activiteiten mee te werken;
– zij beoogt haar wetenschappelijk onderzoek naar [B] te delen met het publiek, (semi)overheden, bedrijfssectoren en andere wetenschappelijke domeinen en dat het haar overtuiging is dat kennis over dat onderzoek en toepassing van [gebied F] van betekenis kunnen zijn voor beroepsbeoefenaren in andere wetenschappelijke domeinen, nu een brede oriëntatie op [gebied F] en onderzoek naar [B] kan bijdragen aan innovatie en kwaliteitsverbetering op terreinen als farmacie, economie, voeding etc.;
– het gezien de ligging van het instituut op het Park en haar binnen het [begrip G] passende thematiek voor de hand ligt om tegen vergoeding ruimte ter beschikking te stellen, én het de verwachting is dat het een passende locatie is voor een op het park gevestigd farmaceutisch bedrijf, dat geneesmiddelen aanbiedt om aldaar een bijeenkomst te organiseren.
1.2 [X] geeft voorts aan dat tijdens haar gesprekken over een meerjarig partnership met op het Park gevestigde bedrijven vragen naar voren kwamen, die zij de Codecommissie wenst voor te leggen. Zij verwijst daarbij naar de hiervoor weergegeven modules van partnership en geeft aan dat zij, zo dat aan de orde mocht zijn, graag aanwijzingen ziet waar het betreft het tegen vergoeding ter beschikking stellen van ruimte aan een op het Park gevestigd farmaceutisch bedrijf, dat geneesmiddelen aanbiedt, om aldaar een bijeenkomst te organiseren.
2. De beoordeling
2.1 De Codecommissie stelt enerzijds voorop dat, behoudens waar het om passendheid van de locatie gaat, geen concrete vraag is geformuleerd en anderzijds [X] zelf vergunninghouder noch beroepsbeoefenaar is.
De vraagstelling ziet mede op de (uitvoering van) verschillende modules, die in het kader van een meerjarig partnership zouden kunnen worden aangegaan. [X] wenst kennelijk (tevens) te vernemen of de modules verenigbaar zijn met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (hierna: de Gedragscode). Te beoordelen is dan de vraag of verenigbaar met de (strekking van de) Gedragscode is dat [X] tegen vergoeding een ruimte of ruimtes binnen haar instituut ter beschikking stelt of verhuurt aan een vergunninghouder voor het (mede) door de vergunninghouder organiseren van congressen / samenkomsten die tevens een rondleiding kunnen omvatten en mogelijk plaatsvinden in een ruimte die de naam van de vergunninghouder draagt.
De Codecommissie neemt – veronderstellenderwijs – aan dat het binnen de voorgelegde adviesaanvraag dan betreft het organiseren van samenkomsten, bijeenkomsten en/of manifestaties voor beroepsbeoefenaren, dan wel het middels een samenkomst ondersteunen van een activiteit voor bijvoorbeeld een patiëntenorganisatie.
2.1.1 In artikel 59 van het Reglement Codecommissie en Commissie van Beroep van de Stichting CGR, zoals dat geldt tot 1 juli 2020 (hierna: het Reglement), is bepaald dat iedere belanghebbende de Codecommissie kan verzoeken een advies te geven omtrent de verenigbaarheid van een eigen handelen of nalaten met de bepalingen van de Code of de geest en strekking daarvan.
Hoewel [X] zelf vergunninghouder noch beroepsbeoefenaar is en anderszins ook niet wordt gebonden door de Gedragscode kan zij, gelet op haar hiervoor verwoorde adviesaanvraag, toch als belanghebbende in de zin van artikel 59 van het Reglement worden ontvangen.
2.2 De beantwoording van de vraag in deze of het aangaan van een partnership en in het bijzonder van de vraag of de locatie passend is in de zin van de Gedragscode, staat in de context van (de mogelijkheid van) gunstbetoon en te verlenen gastvrijheid en meer specifiek in het kader van het organiseren van samenkomsten, bijeenkomsten en /of manifestaties door vergunninghouders voor beroepsbeoefenaren, en mogelijk ondersteuning van patiëntenorganisaties, een en ander als bedoeld in de Gedragscode. Gelet op het karakter van het verzoek kan die beoordeling slechts (deels) hypothetisch van aard zijn.
De Codecommissie wijst er in dit verband volledigheidshalve nog op dat in artikel 6.5.1 Gedragscode is bepaald dat, wordt aan de in de daarop volgende artikelen (6.5.2 en 6.5.3. Gedragscode) gestelde voorwaarden voldaan, enige relaties van een vergunninghouder buiten het begrip gunstbetoon vallen. Het valt in dit kader gezien ook de vraagstelling en het karakter daarvan te ver daar nader op in te gaan.
2.3 Een door een vergunninghouder (in een van [X] gehuurde locatie) te organiseren samenkomst in de zin van een bijeenkomst dan wel manifestatie als bedoeld in artikel 6.4.5 resp. artikel 6.4.7 Gedragscode dient uiteraard te voldoen aan de voorwaarden, opgenomen in hoofdstuk 6.1 en meer in het bijzonder de artikelen 6.4.1 e.v. Gedragscode. Dat laatste geldt overigens evenzeer voor samenkomsten die plaatsvinden in het kader van een dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.3.4 Gedagscode. Die vergunninghouder is daarom zelf en rechtstreeks onderworpen aan voorschriften voor het verlenen van gunstbetoon. Duidelijk moge zijn dat het dan meer voor de hand ligt dat de betreffende vergunninghouder daartoe zelf te zijner tijd om een advies zal vragen.
Op voorhand, zonder kennis van de inhoud van het programma en de inhoud van die bijeenkomsten / manifestaties, kan de Codecommissie thans ook niet in concreto, laat staan onvoorwaardelijk, beoordelen of dergelijke samenkomsten zullen voldoen aan die voorwaarden. Het is met andere woorden aan de betreffende vergunninghouder alsdan alsnog een adviesaanvraag terzake in te dienen. De Codecommissie wijst in dit verband naar het advies d.d. 24 dec. 2015, A15.109.
2.3.1 De Codecommissie wil er in dit verband op voorhand wel op wijzen dat, naast vervulling van de overigens in de Gedragscode te dier zake gestelde voorwaarden aangaande gastvrijheid en gunstbetoon, met name in deze een rol zal spelen dat de te verlenen gastvrijheid ondergeschikt is aan het hoofddoel van de bijeenkomst / manifestatie, dat de beroepsmatig relevante inhoud ervan de belangrijkste reden is voor de deelname alsmede dat de locatie passend dient te zijn.
2.3.1.1 De bijeenkomst/manifestatie mag geen sociale of culturele elementen omvatten.
Ook al zou een bezoek of rondleiding als bedoeld in de modules C en D op eigen kosten geschieden en onder leiding van medewerkers van [X], die (als [X] stelt) geen betrokkenheid hebben met of invloed hebben op enig voorschrijfgedrag, dan nog geldt dat slechts indien er van zou kunnen worden uitgegaan, dat
– de bijeenkomst of manifestatie zodanig is opgezet dat binnen de daarmee gemoeide tijd (inclusief de tijd van reis naar en vertrek na de bijeenkomst/manifestatie) geen ruimte aanwezig is voor enige rondleiding, bezoek aan het museum en/of de nationale collectie, én
– in de uitnodiging niet geattendeerd wordt op een mogelijk bezoek aan het museum of rondleidingen als bedoeld in de modules C en D,
er geen reden zou bestaan te veronderstellen dat niet aan de eis onder b van artikel 6.4.1 van de Gedragscode wordt voldaan.
2.3.1.2 Bij de vraag naar het al dan niet passend zijn van een locatie dient te worden getoetst of:
– (1) de locatie qua uitstraling of faciliteiten ondergeschikt is aan het hoofddoel van de bijeenkomst / manifestatie en
– (2) de locatie qua geografische ligging objectief gerechtvaardigd is.
Van het eerste is geen sprake als de locatie dermate aantrekkelijk is dat aannemelijk is dat deze op zichzelf de reden vormt voor de beroepsbeoefenaar om aan de bijeenkomst / manifestatie deel te nemen. De aanwezigheid van een museum kan een negatief effect op die beoordeling hebben. Indien evenwel – als onder 2.3.1.1 opgemerkt – in het programma van de bijeenkomst/manifestatie geen ruimte is voor een dergelijk bezoek, dan behoeft die aanwezigheid geen belemmering te zijn in het kader van de toetsing van de gastvrijheid. Voorts gaat de Codecommissie, afgaande op de website van [X], er vooralsnog niet van uit, dat de ter beschikking te stellen ruimte(s) een dermate luxe uitstraling hebben dat deze in het kader van die toetsing een belemmering vormen..
Of de locatie in deze geografisch gezien als passend valt aan te merken is voorts afhankelijk van verschillende factoren, als – onder meer – inhoud en doelgroep en of de bijeenkomst een internationaal karakter heeft. Zo kan de locatie gerechtvaardigd zijn als de bijeenkomst gericht is op specialisten en/of artsen uit [stad Z] en omgeving of – in geval van een internationale bijeenkomst / manifestatie – een groot aantal deelnemers wordt verwacht. De ligging van de locatie nabij het station kan hierin ook een – positief te waarderen – rol spelen.
Het verzoek leent zich er, gelet op het (deels) hypothetisch karakter ervan en het ontbreken van verdere informatie, niet voor deze aspecten in concreto te beoordelen.
2.4. Ervan uitgaande dat de op congressen, georganiseerd voor niet-beroepsbeoefenaren als bijvoorbeeld een patiëntenorganisatie geen melding wordt gemaakt van enig geneesmiddel, geproduceerd door de betreffende (mede) organiserende vergunninghouder, zou kunnen worden aangenomen dat op die congressen geen publieksreclame wordt gemaakt voor een recept geneesmiddel. Dit wordt niet anders doordat met de benaming van de ruimte, als bedoeld onder module A, de naamsbekendheid van de vergunninghouder kan worden vergroot omdat deelnemende patiënten dan bekend worden met de verantwoordelijkheid van die vergunninghouder voor de bijeenkomst. Naamsbekendheid van een vergunninghouder zonder vermelding van een of meer geneesmiddelen die door haar in de handel worden gebracht is evenwel geen reclame voor een recept geneesmiddel, gericht op een breder publiek dan alleen beroepsbeoefenaren. Overigens geldt ook hier dat de betreffende vergunninghouder zelf – aan de hand van artikel 6.6.2 Gedragscode – te zijner tijd om een advies zal dienen te vragen.
2.5 De Codecommissie voegt tenslotte aan het vorenoverwogene toe, dat het advies beperkt van aard is nu, als gezegd, de aangedragen informatie gering is en behoudens die aangaande de vraag naar passendheid van de locatie, geen concrete vraag is geformuleerd. De Codecommissie is dan ook van enige veronderstellingen uitgegaan en benadrukt dat het advies enkel tegen deze achtergrond bezien kan worden.
3. Kosten
De Codecommissie bepaalt dat de aan deze adviesaanvraag verbonden kosten aan [X] separaat in rekening zullen worden gebracht.
Aldus gedaan te Amsterdam op 10 februari 2020 door mr. L.A.J. Nuijten, voorzitter Codecommissie.
ID:
AA20.001
Onderwerp(en):
Geschenken, Samenkomsten in Nederland
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Positief
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
10-02-2020
Het officiële document: