AA20.007 Sponsoring
ADVIES (AA20.007) van de CGR op het verzoek van [X] van 21 juli 2020 uit hoofde van artikel 2.1.1, onder d van het Reglement Naleving Geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de Keuringsraad.
1. Het verzoek
[Ziekenhuis Y] heeft [X] verzocht een tweejarige [postgraduate course Z[ aan de [universiteit A] [in Engeland] van één van haar stafleden – een beroepsbeoefenaar – financieel te ondersteunen.De totale kosten van de cursus bedragen € 22.100,-. Deze betreffen de inschrijfkosten voor de cursus alsmede de reis- en verblijfkosten voor twee werkbezoeken van een week aan [Engeland].[Ziekenhuis Y] stelt een co-sponsoring voor waarbij twee vergunninghouders, waaronder [X], elk € 10.000,- bijdragen en er een eigen bijdrage is van € 2.100,-
De concrete adviesvraag van [X] luidt: mag zij de nascholing ondersteunen conform art. 6.5.3 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame of dient art. 6.4.6 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame te worden toegepast, zodat door beide farmaceuten samen 50 % van de totale registratiekosten wordt vergoed, dus elk 25 %, hetgeen overeenkomt met (maximaal) € 5.375,-?
2. Het oordeel van de CGR
Er is in dit geval sprake van een (indirecte) sponsoring van een individuele beroepsbeoefenaar, een vorm van gunstbetoon. Gunstbetoon is verboden, tenzij sprake is van één van de uitzonderingen zoals beschreven in paragrafen 6.2 tot en met 6.4 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.
Er is sprake van een vergoeding van inschrijfkosten en reis- en verblijfkosten in het kader van een nascholing, een vorm van gastvrijheidskosten waarvoor de regels zijn vastgelegd in paragraaf 6.4 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame.
Op grond van art. 6.4.5 lid 2 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame is sprake van een wetenschappelijke bijeenkomst (nascholing).
Op grond van art. 6.4.6 lid 1 en 2 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame mogen de voor rekening van de vergunninghouder komende gastvrijheidskosten niet meer bedragen dan strikt noodzakelijk en 1. in ieder geval niet meer dan € 500,- per keer en € 1.500,- per jaar, ofwel 2. dient de beroepsbeoefenaar tenminste 50 % van alle gastvrijheidskosten zelf te dragen.
Op grond van art. 6.4.6 lid 3 van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame dienen te afspraken over de te vergoeden gastvrijheidskosten te worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.
De conclusie
In het kader van onderhavig verzoek dient op grond van art. 6.4.6 lid 2 minimaal 50 % van alle gastvrijheidskosten door de beroepsbeoefenaar zelf te worden betaald, zodat in totaal de resterende maximaal 50 % van de gastvrijheidskosten door vergunninghouders mag worden betaald. Indien twee vergunninghouders bereid zijn de gastvrijheidskosten gezamenlijk evenredig te vergoeden, zullen beide maximaal 25 % van de totale gastvrijheidskosten mogen vergoeden. Dat komt in dit geval neer op ieder maximaal € 5.375,-.
Op grond van art. 6.4.6 lid 3 dienen de afspraken over de te vergoeden gastvrijheidskosten te worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, waarin de uitvoering helder dient te worden omschreven.
Op grond van art. 7.2.3 juncto art. 7.2.1 dient in de overeenkomst te worden opgenomen dat de financiële relatie in het Transparantieregister Zorg openbaar wordt gemaakt.
3. De kosten
De aan deze adviesaanvraag verbonden kosten zullen separaat aan [X] in rekening worden gebracht.
ID:
AA20.007
Onderwerp(en):
Sponsoring
Type beoordeling:
Advies
Uitspraak:
Voorwaardelijk positief
Instantie:
Keuringsraad
Datum uitspraak:
04-08-2020
Het officiële document: