AA24.002 Bonussen, kortingen en geschenken

ADVIES (AA24.002) van de CGR op het verzoek van [X] van 2 april 2024 uit hoofde van artikel 2.1.1, onder d van het Reglement Naleving geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de Keuringsraad.

1. Het verzoek

[X] is een vergunninghouder in de zin van artikel 3.1 onder h van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (hierna: Gedragscode). [X] brengt onder andere het [geneesmiddel Y] op de markt, een geneesmiddel ter bescherming tegen [ziekte Z]. [X] heeft het voornemen dit [geneesmiddel Y] tijdens het [congres Z] kosteloos toe te dienen aan apothekers. Het doel is om aandacht te vragen voor vaccinatiebevoegdheid door apothekers. [X] licht dit voornemen als volgt toe.

De [beroepsorganisatie A] zegt het volgende over de vaccinatiebevoegdheid van apothekers: “De apotheker kan door het toedienen van vaccins zijn positie als zorgverlener in de eerstelijnszorg versterken. Ook past vaccineren bij zijn rol als meest laagdrempelige zorgverlener in de wijk. De apotheker verstrekt de juiste informatie over het gebruik van geneesmiddelen. Ook over vaccinaties kunnen apothekers cliënten voorzien van de juiste informatie, wat erg belangrijk is.”

Daarom is [X] van mening dat een dergelijk initiatief mooi aansluit bij het [congres Z] en vaccinatiebevoegdheid een mooie aanvulling zal zijn voor de apotheker als zorgverlener.

[X] geeft aan zich ervan bewust te zijn dat het [geneesmiddel Y] een receptgeneesmiddel is. Het [geneesmiddel Y] is in haar ogen echter een ander type receptgeneesmiddel in vergelijking met andere receptgeneesmiddelen. De redenen hiervoor zijn [B en C]. Op het [congres Z] zal een arts aanwezig zijn die voor de toediening verantwoordelijk is (van het uitschrijven van een recept tot het daadwerkelijke toedienen).

[X] wil graag weten of het in lijn is met de Gedragscode om op deze manier [geneesmiddel Y] aan te bieden aan apothekers tijdens het genoemde [congres Z].

Overwegingen [X] In artikel 6.2.2. staat dat een geschenk van geringe waarde niet meer dan € 50,- per keer, met een maximum van € 150,- per jaar mag zijn en tevens praktijk gerelateerd dient te zijn. De waarde van [geneesmiddel Y]is onder de € 50,- en naar de mening van [X] praktijk gerelateerd.

Artikel 6.2.3. van de Gedragscode betreft kortingen met betrekking tot het leveren van geneesmiddelen. “Het geven van 100% kortingen op geneesmiddelenleveranties wordt in beginsel als toelaatbaar beschouwd, mits hier geen aanprijzend karakter vanuit gaat. In dit verband wordt ook gewezen op de toelichting bij art. 5.1.3 van de Gedragscode over terugbetalingsregelingen.” Het doel van het aanbieden van [geneesmiddel Y] is volgens [X] niet aanprijzend. Er zal ook geen reclame worden gemaakt voor [geneesmiddel Y], alleen voor de rol die apothekers met betrekking tot dit type geneesmiddel kunnen spelen, aldus [X].

2. Het oordeel van de CGR

Het toetsingskader is paragraaf 6.2 van de Gedragscode. Die paragraaf begint met de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 waarin de beperkingen en voorwaarden voor het verstrekken van geschenken aan beroepsbeoefenaren uiteen worden gezet. [X] beargumenteert dat het toedienen van een gratis geneesmiddel aan beroepsbeoefenaren, te weten apothekers, zou voldoen aan de voorwaarden van artikel 6.2.2, inclusief de toelichting.

De CGR deelt deze opvatting niet. Het toedienen van een geneesmiddel aan de beroepsbeoefenaar heeft geen functie in diens praktijk en voldoet niet aan voorwaarde a. of b. zoals omschreven in de toelichting bij artikel 6.2.2 van de Gedragscode:
a. materialen met een informatief of educatief karakter voor zover deze direct relevant zijn voor de beroepsuitoefening van de beroepsbeoefenaar en direct de zorg aan patiënten ten goede komen, en
b. producten die in de medisch praktijk kunnen worden toegepast, direct gericht op de educatie van beroepsbeoefenaren en de zorg aan patiënten, mits daarmee niet routine praktijkuitgaven van de ontvangende beroepsbeoefenaar worden gecompenseerd.
Het betreft een geschenk dat in de eerste plaats de beroepsbeoefenaar zelf ten goede komt. De CGR ziet niet in dat dit geschenk direct de zorg aan patiёnten ten goede komt. Het volgens [X] beoogde doel om aandacht te vragen voor de vaccinatiebevoegdheid van apothekers kan op andere manieren worden bereikt, zonder dat daarbij een specifiek geneesmiddel aan de apotheker persoonlijk wordt toegediend. Naar de mening van de CGR wordt op deze manier het aflevergedrag (potentieel) onoorbaar beïnvloed, hetgeen onder andere in strijd is met de eerder genoemde toelichting op artikel 6.2.2 van de Gedragscode. Het gratis toedienen van een geneesmiddel aan een beroepsbeoefenaar in opdracht van een vergunninghouder in de context van een wetenschappelijk congres, waarbij aannemelijk is dat de ontvanger zal weten om welk specifiek geneesmiddel het gaat, kan niet anders dan worden gezien als een aanprijzing van het betreffende geneesmiddel die niet voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden uit de Gedragscode.

Voor de volledigheid toetst de CGR bovendien aan de overige bepalingen van paragraaf 6.2 van de Gedragscode, namelijk artikel 6.2.3 (kortingen) en artikel 6.2.4 (het verstrekken van monsters). Aan beide artikelen wordt niet voldaan; het gaat niet om levering van een geneesmiddel, maar om toediening ervan aan individuele beroepsbeoefenaren. Bovendien dient een 100 % korting zichtbaar te zijn op de factuur, die doorgaans aan de apotheek zal worden gestuurd en niet aan de individuele apotheker. Tevens faalt onderbouwing van het voorgenomen handelen op grond van artikel 6.2.3 van de Gedragscode, nu monsters immers dienen te worden verstrekt in de kleinst beschikbare verpakking in plaats van persoonlijk te worden toegediend aan de beroepsbeoefenaar.

Gezien bovenstaande overwegingen luidt het advies negatief.

3. De kosten

De aan deze adviesaanvraag verbonden kosten zullen separaat aan [X] in rekening worden gebracht.

 

 

ADVIES (AA24.002) van de CGR op het verzoek van [X] van 2 april 2024 uit hoofde van artikel 2.1.1, onder d van het Reglement Naleving geneesmiddelenreclame, uitgebracht door de Keuringsraad.

 

  1. Het verzoek

 

[X] is een vergunninghouder in de zin van artikel 3.1 onder h van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (hierna: Gedragscode). [X] brengt onder andere het [geneesmiddel Y] op de markt, een geneesmiddel ter bescherming tegen [ziekte Z]. [X] heeft het voornemen dit [geneesmiddel Y] tijdens het [congres Z] kosteloos toe te dienen aan apothekers. Het doel is om aandacht te vragen voor vaccinatiebevoegdheid door apothekers. [X] licht dit voornemen als volgt toe.

 

De [beroepsorganisatie A] zegt het volgende over de vaccinatiebevoegdheid van apothekers: “De apotheker kan door het toedienen van vaccins zijn positie als zorgverlener in de eerstelijnszorg versterken. Ook past vaccineren bij zijn rol als meest laagdrempelige zorgverlener in de wijk. De apotheker verstrekt de juiste informatie over het gebruik van geneesmiddelen. Ook over vaccinaties kunnen apothekers cliënten voorzien van de juiste informatie, wat erg belangrijk is.”

 

Daarom is [X] van mening dat een dergelijk initiatief mooi aansluit bij het [congres Z] en vaccinatiebevoegdheid een mooie aanvulling zal zijn voor de apotheker als zorgverlener.

 

[X] geeft aan zich ervan bewust te zijn dat het [geneesmiddel Y] een receptgeneesmiddel is. Het [geneesmiddel Y] is in haar ogen echter een ander type receptgeneesmiddel in vergelijking met andere receptgeneesmiddelen. De redenen hiervoor zijn [B en C]. Op het [congres Z] zal een arts aanwezig zijn die voor de toediening verantwoordelijk is (van het uitschrijven van een recept tot het daadwerkelijke toedienen).

 

[X] wil graag weten of het in lijn is met de Gedragscode om op deze manier [geneesmiddel Y] aan te bieden aan apothekers tijdens het genoemde [congres Z].

 

Overwegingen [X]

In artikel 6.2.2. staat dat een geschenk van geringe waarde niet meer dan  € 50,- per keer, met een maximum van € 150,- per jaar mag zijn en tevens praktijk gerelateerd dient te zijn. De waarde van [geneesmiddel Y]is onder de € 50,- en naar de mening van [X] praktijk gerelateerd.

 

Artikel 6.2.3. van de Gedragscode betreft kortingen met betrekking tot het leveren van geneesmiddelen. “Het geven van 100% kortingen op geneesmiddelenleveranties wordt in beginsel als toelaatbaar beschouwd, mits hier geen aanprijzend karakter vanuit gaat. In dit verband wordt ook gewezen op de toelichting bij art. 5.1.3 van de Gedragscode over terugbetalingsregelingen.” Het doel van het aanbieden van [geneesmiddel Y] is volgens [X] niet aanprijzend. Er zal ook geen reclame worden gemaakt voor [geneesmiddel Y], alleen voor de rol die apothekers met betrekking tot dit type geneesmiddel kunnen spelen, aldus [X].  

 

  1. Het oordeel van de CGR

 

Het toetsingskader is paragraaf 6.2 van de Gedragscode. Die paragraaf begint met de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 waarin de beperkingen en voorwaarden voor het verstrekken van geschenken aan beroepsbeoefenaren uiteen worden gezet. [X] beargumenteert dat het toedienen van een gratis geneesmiddel aan beroepsbeoefenaren, te weten apothekers, zou voldoen aan de voorwaarden van artikel 6.2.2, inclusief de toelichting.

 

De CGR deelt deze opvatting niet. Het toedienen van een geneesmiddel aan de beroepsbeoefenaar heeft geen functie in diens praktijk en voldoet niet aan voorwaarde a. of b. zoals omschreven in de toelichting bij artikel 6.2.2 van de Gedragscode:

  1. materialen met een informatief of educatief karakter voor zover deze direct relevant zijn voor de beroepsuitoefening van de beroepsbeoefenaar en direct de zorg aan patiënten ten goede komen, en
  2. producten die in de medisch praktijk kunnen worden toegepast, direct gericht op de educatie van beroepsbeoefenaren en de zorg aan patiënten, mits daarmee niet routine praktijkuitgaven van de ontvangende beroepsbeoefenaar worden gecompenseerd.

Het betreft een geschenk dat in de eerste plaats de beroepsbeoefenaar zelf ten goede komt. De CGR ziet niet in dat dit geschenk direct de zorg aan patiёnten ten goede komt. Het volgens [X] beoogde doel om aandacht te vragen voor de vaccinatiebevoegdheid van apothekers kan op andere manieren worden bereikt, zonder dat daarbij een specifiek geneesmiddel aan de apotheker persoonlijk wordt toegediend. Naar de mening van de CGR wordt op deze manier het aflevergedrag (potentieel) onoorbaar beïnvloed, hetgeen onder andere in strijd is met de eerder genoemde toelichting op artikel 6.2.2 van de Gedragscode. Het gratis toedienen van een geneesmiddel aan een beroepsbeoefenaar in opdracht van een vergunninghouder in de context van een wetenschappelijk congres, waarbij aannemelijk is dat de ontvanger zal weten om welk specifiek geneesmiddel het gaat, kan niet anders dan worden gezien als een aanprijzing van het betreffende geneesmiddel die niet voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden uit de Gedragscode.

 

Voor de volledigheid toetst de CGR bovendien aan de overige bepalingen van paragraaf 6.2 van de Gedragscode, namelijk artikel 6.2.3 (kortingen)

ID:

AA24.002

Onderwerp(en):

Bonussen en kortingen, Geschenken

Type beoordeling:

Advies

Uitspraak:

Negatief

Instantie:

Keuringsraad

Datum uitspraak:

20-05-2024

Het officiële document:

Print deze uitspraak