K24.006 Sanofi/Almirall
17 februari 2024
De Codecommissie heeft het navolgende overwogen en beslist naar aanleiding van de klacht (CGR nummer: K24.006) op de voet van artikel 3.3.1 van het Reglement Naleving geneesmiddelenreclame (hierna: het Reglement) van:
de besloten vennootschap SANOFI B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna verder te noemen “Sanofi”,
gemachtigden: mr. drs. R.M. Sjoerdsma en mr. L.A.E. van de Mortel,
tegen
de besloten vennootschap ALMIRALL B.V.,
hierna verder te noemen “Almirall B.V.”
gevestigd te Utrecht,
en
de sociedad anónima ALMIRALL S.A.,
hierna verder te noemen “Almirall S.A.”
gevestigd te Barcelona, Spanje,
gemachtigden: mr. S.H. Janssen en mr. K. Schuiling,
inzake uitingen van Almirall S.A. voor haar geneesmiddel Ebglyss® tijdens en rondom het jaarlijks congres van de European Academy of Dermatology and Venereology in Amsterdam van 25 tot en met 28 september 2024.
1. Het verloop van de procedure
1.1 De Codecommissie heeft kennisgenomen van:
– het klaagschrift met bijlagen 1 tot en met 13 van mr. drs. R.M. Sjoerdsma en mr. L.A.E. van de Mortel, namens Sanofi, van 21 oktober 2024;
– het verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 9 van mr. S.H. Janssen en mr. K. Schuiling, namens Almirall, van 21 november 2024;
– de email van mr. drs. R.M. Sjoerdsma en mr. L.A.E. van de Mortel aan Codecommissie met aanvullende bijlagen 14 tot en met 19, namens Sanofi, van 22 november 2024;
– de pleitnota’s van beide partijen.
De inhoud van voornoemde stukken geldt als hier ingelast.
1.2 De Codecommissie CGR heeft de klacht behandeld ter zitting van 25 november 2024 te Amsterdam. Sanofi werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordigers A, B en C], bijgestaan door mr. Sjoerdsma en mr Van de Mortel voornoemd. Namens Almirall waren aanwezig [vertegenwoordigers D en E], bijgestaan door mr. Janssen en mr. Schuiling voornoemd.
2. De vaststaande feiten
2.1 Voor de beslissing in deze zaak kan van de volgende – tussen partijen niet omstreden – feiten worden uitgegaan.
2.2 Zowel Sanofi als Almirall S.A. en Almirall B.V. (hierna worden deze concernvennootschappen tezamen aangeduid als “Almirall”) zijn ondernemingen die zich bezig houden met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen.
2.3 Almirall S.A. brengt het UR-geneesmiddel Ebglyss® (werkzame stof: lebrikizumab) op de markt in onder meer Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Spanje. Ebglyss® wordt – ten tijde van de mondelinge behandeling – niet in Nederland op de markt gebracht. Ebglyss® is geïndiceerd voor de behandeling van matig tot ernstig atopisch eczeem bij volwassenen en jongeren van 12 jaar en ouder met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg die in aanmerking komen voor systemische behandeling.
2.4 Sanofi brengt in Nederland het UR-geneesmiddel Dupixent® (werkzame stof: dupilumab) op de markt. Dupixent® is onder andere geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige atopische dermatitis bij volwassenen en adolescenten in de leeftijd van 12 jaar en ouder die in aanmerking komen voor een systemische behandeling.
2.5 Tijdens en rondom het jaarlijkse congres van de European Academy of Dermatology and Venereology (hierna ‘EADV-congres’) heeft Almirall S.A. de navolgende claims gebezigd in een uitnodiging voor een satellietsymposium op 27 september 2024, tijdens het satellietsymposium en tijdens het EADV-congres.
– Claim 1A: “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients provides long-lasting disease controlϯ1,3,4,7 in de uitnodiging voor het satellietsymposium (door Sanofi overgelegd als bijlage 3A);
– Claim 1B: “Q4W maintenance dosing for all patients” in de uiting overgelegd door Sanofi als bijlage 3B;
– Claim 1C: “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients” in de uiting overgelegd door Sanofi als bijlage 3C;
– Claim 1D: “Dosing scheme: Maintenance dose of Q4W for all patients” in de uiting overgelegd door Sanofi als bijlage 3D;
– Claim 2: “What are the key expert insights on lebrikizumab? Potential disease modification8” in de uiting overgelegd door Sanofi als bijlage 3E;
– Claim 3: “AD treatment strategies are evolving towards more targeted approaches1-4” in de uiting overgelegd door Sanofi als bijlage 3F;
– Claim 4A: “Ebglyss® – lebrikizumab – Unveiling a next generation treatment fora topic dermatitis1,2” in de uitnodiging voor het satellietsymposium (door Sanofi overgelegd als bijlage 3A);
– Claim 4B: “Discover EBGLYSS®, a next generation treatment that can deliver long-lasting disease control for your atopic dermatitis patients1-7” in de uitnodiging voor het satellietsymposium (door Sanofi overgelegd als bijlage 3A).
3. De klacht van Sanofi
3.1 De klacht van Sanofi is gericht tegen de claims van Almirall in haar uitingen, zoals hiervoor in punt 2.6 omschreven. Sanofi stelt zich op het standpunt dat deze claims in strijd zijn met de Gedragscode, in het bijzonder de artikelen 5.2.1.2, 5.2.1.3, 5.2.2.1, 5.2.2.2, .5.2.2.3, 5.2.2.4, 5.2.2.7 en 5.2.2.8 jo. 5.2.2.9. Sanofi voert daartoe samengevat het volgende aan.
Klachtonderdeel 1: Claim 1A “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients provides long-lasting disease controlϯ1,3,4,7” kwalificeert als een misleidende absolute effectiviteitsclaim
3.2 Volgens Sanofi claimt Amirall ten onrechte dat ‘all EBGLYSS® patients’ een ‘long-lasting disease control’ zouden bereiken met een ‘Q4W maintenance’ dosering. Sanofi stelt dat de claim niet wordt onderbouwd door de publicaties waaraan wordt gerefereerd en dat de termen “long-lasting” en “disease control” vage termen zijn. De claim is daarmee volgens Sanofi in strijd met de artikelen .5.2.1.2, 5.2.1.3, 5.2.2.1, 5.2.2.2 en 5.2.2.3.
Klachtonderdeel II: Claim 1A “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients provides long-lasting disease controlϯ1,3,4,7”, claim 1B “Q4W maintenance dosing for all patients”, claim 1C “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients” en claim 1D “Dosing scheme: Maintenance dose of Q4W for all patients” kwalificeren als misleidende doseringsclaims
3.3 Met deze claims, die zien op de onderhoudsdosering van het geneesmiddel Ebglyss®, claimt Almirall volgens Sanofi dat een “Q4W maintenance” dosering (uiteindelijk) beschikbaar/bereikbaar is voor “all Ebglyss® patients”. Sanofi stelt dat de claims te absoluut en strijdig met de SmPC zijn. Sanofi is van mening dat het woord ‘all’ een te absoluut karakter heeft en verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar hetgeen is bepaald in de paragraaf ‘Dosering’ in de SmPC. De claims zijn daarmee volgens Sanofi in strijd met de artikelen 5.2.1.2, 5.2.1.3, 5.2.2.1 en 5.2.2.3.
3.4 De claims voldoen volgens Sanofi bovendien niet aan artikel 5.2.2.4 waarin wordt bepaald dat reclame voor receptgeneesmiddelen zo volledig en nauwkeurig mogelijk moet zijn. Sanofi stelt dat essentiële productkenmerken, zoals de startdosering, in strijd met voornoemd artikel onjuist en in nauwelijks leesbare voetnoten is uitgedrukt. De claims zijn daarmee volgens Sanofi in strijd met de artikelen 5.2.1.2, 5.2.1.3, 5.2.2.3 en 5.2.2.4.
Klachtonderdeel III: Claim 2 “What are the key expert insights on lebrikizumab? Potential disease modification8” is misleidend, omdat ten onrechte wordt gesuggereerd dat Ebglyss® een ziektemodificerend geneesmiddel zou zijn.
3.5 Sanofi stelt dat claim 2 is gemaakt op een slide die is gebruikt tijdens het door Almirall georganiseerde satellietsymposium “Precision in AD: how lebrikizumab is changing the treatment paradigm” dat tijdens het EADV-congres plaatsvond. Als initiatiefnemer en sponsor van het satellietsymposium kan de inhoud van de daarop gegeven presentaties Almirall worden toegerekend. De claim dient volgens Sanofi aangemerkt te worden als een reclame-uiting die de vereiste onderbouwing ontbeert, waardoor beroepsbeoefenaren op het verkeerde been worden gezet. De claim is volgens Sanofi in strijd met de artikelen 5.2.1.3, 5.2.2.2, 5.2.2.3 en 5.2.2.7.
Klachtonderdeel IV: Claim 3 “AD treatment strategies are evolving towards more targeted approaches1-4”, claim 4A “Ebglyss® – lebrikizumab – Unveiling a next generation treatment for atopic dermatitis1,2” en claim 4B “Discover EBGLYSS®, a next generation treatment that can deliver long-lasting disease control for your atopic dermatitis patients1-7” kwalificeren als ongefundeerde en misleidende superioriteitsclaims.
3.6 Volgens Sanofi is claim 3 “AD treatment strategies are evolving towards more targeted approaches1-4” een superioriteitsclaim, waarbij Ebglyss® met andere concurrerende geneesmiddelen, waaronder dupilumab (Dupixent® van Sanofi) wordt vergeleken en waarbij lebrikizumab (Ebglyss®) beter uit de bus komt. Sanofi stelt dat de beroepsbeoefenaar de boodschap zal opvatten in die zin dat Ebglyss® minder bijwerkingen heeft dan Dupixent®, welke boodschap ook mondeling werd gecommuniceerd tijdens de presentatie. Aan de vereisten van vergelijkende reclame wordt volgens Sanofi niet voldaan.
3.7 Met claim 4A “Ebglyss® – lebrikizumab – Unveiling a next generation treatment fora topic dermatitis1,2” en claim 4B “Discover EBGLYSS®, a next generation treatment that can deliver long-lasting disease control for your atopic dermatitis patients1-7” kwalificeert Almirall Ebglyss® ten onrechte als een ‘next generation treatment’. Deze claims zijn volgens Sanofi in strijd met de artikelen 5.2.1.3, 5.2.2.2, 5.2.2.3 en 5.2.2.8 jo. 5.2.2.9.
3.8 Sanofi stelt tot slot dat Almirall S.A. gebonden is aan de Gedragscode en dat Almirall B.V. voor de uitingen van Almirall S.A. verantwoordelijk kan worden gehouden, omdat het EADV-congres in Nederland heeft plaatsgevonden. Ter ondersteuning van haar stelling verwijst Sanofi naar de Code of Conduct van the European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (hierna “EFPIA”).
Spoedeisend belang
3.9 Sanofi stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een onmiddellijke voorziening. Zij verzoekt om een behandeling met verkorte termijnen.
4. Het verzoek van Sanofi
4.1 Gelet op het voorgaande verzoekt Sanofi de Codecommissie aan Almirall de navolgende maatregelen op te leggen:
a) Almirall te bevelen ieder gebruik van een uiting met één of meerdere van de genoemde Claims met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden en te bevelen om uitingen met een gelijke strekking in de toekomst niet meer te gebruiken;
b) Almirall te bevelen uiterlijk binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak een rectificatie te sturen aan alle beroepsbeoefenaren die de in bijlage 3A van de klacht opgenomen uitnodiging hebben ontvangen en/of hebben deelgenomen aan het satellietsymposium getiteld “Precision in AD: how lebrikizumab is changing the treatment paradigm”, op het normale briefpapier van Almirall in normale opmaak en lettergrootte en zonder weglatingen, aanvullingen of commentaar in welke vorm dan ook, met de door Sanofi voorgestelde inhoud (of een zo letterlijk mogelijk Engelstalige vertaling daarvan, als het een beroepsbeoefenaar uit het buitenland betreft);
c) Almirall te veroordelen in betaling van de volledige kosten van de procedure, waaronder begrepen het griffiegeld en de kosten van de procedure uit hoofde van artikel 3.3.1.19 Reglement.
5. Het verweer van Almirall
5.1 Almirall stelt dat de klacht van Sanofi zich richt op uitingen voor Ebglyss® gedaan op, dan wel in het kader van, het EADV-congres. Almirall S.A. is bij het EADV-congres betrokken als sponsor en de uitingen die zijn gedaan tijdens en vooraf aan het EADV-congres zijn enkel en alleen afkomstig van Almirall S.A. Almirall S.A. is niet gebonden aan de Stichting Code Geneesmiddelenreclame. Almirall stelt dat Almirall B.V. hierbij geen enkele betrokkenheid heeft gehad en daardoor niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de uitingen van Almirall S.A. Volgens Almirall wordt Almirall B.V. ten onrechte als een soort ankergedaagde gebruikt om bevoegdheid van de Codecommissie te creëren en zo een bindende uitspraak te kunnen afdwingen over de uitingen van Almirall S.A.
Klachtonderdeel 1: Misleidende effectiviteitsclaim
5.2 Almirall betwist dat zij claimt dat alle Ebglyss® patiënten een langdurige ziektecontrole hebben. Uit de context van de gehele uiting blijkt volgens Almirall dat enkel wordt geclaimd dat Ebglyss® langdurige ziektecontrole kan geven en daarna dat een Q4W onderhoudsdosering een langdurige ziekte controle geeft. Ter ondersteuning van haar stelling verwijst Almirall onder meer naar de SmPC-tekst van Ebglyss®. Claim 1A “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients provides long-lasting disease controlϯ1,3,4,7” is volgens Almirall niet misleidend.
Klachtonderdeel II: Misleidende doseringsclaims
5.3 Ten aanzien van Claim 1A “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients provides long-lasting disease controlϯ1,3,4,7”, claim 1B “Q4W maintenance dosing for all patients”, claim 1C “UNIQUE DOSING – Q4W maintenance for all EBGLYSS® patients” en claim 1D “Dosing scheme: Maintenance dose of Q4W for all patients” stelt Almirall dat de voetnoten in deze claims goed leesbaar zijn, waardoor geen informatie over het hoofd kan worden gezien en dat de claims niet in strijd met de SmPC-tekst van Ebglyss® zijn. Van misleidende claims is volgens Almirall geen sprake.
Klachtonderdeel III: Misleidende ziektemodificatieclaim
5.4 Almirall betwist dat met claim 2 “What are the key expert insights on lebrikizumab? Potential disease modification8” wordt gesuggereerd dat Ebglyss® een ziekte modificerend geneesmiddel zou zijn. Almirall wijst in dit verband uitdrukkelijk op het gebruik van het woord “potential”. Daarnaast stelt Almirall dat de presentatie en claim 2 in het bijzonder niet is aan te merken als reclame. Indien en voor zover de Codecommissie van oordeel zou zijn dat sprake is van reclame, stelt Almirall dat claim 2 voldoende wordt onderbouwd, Van misleiding is volgens Almirall geen sprake.
Klachtonderdeel IV: Misleidende superioriteitsclaim
5.5 Ten aan zien van claim 3 “AD treatment strategies are evolving towards more targeted approaches1-4” is Almirall van mening dat geen sprake is van reclame voor Ebglyss®. Indien en voor zover de Codecommissie van oordeel zou zijn dat sprake is van reclame, stelt Almirall dat claim 3 gelet op de gehele uiting niet is aan te merken als een superioriteitsclaim. Indien en voor zover de Codecommissie zou oordelen dat sprake is van vergelijkende reclame, stelt Almirall dat de claim 3 voldoet aan de vereisten zoals neergelegd in de artikelen 5.2.2.8 jo. 5.2.2.9 van de Gedragscode.
5.6 Almirall betwist dat zij met claim 4A “Ebglyss® – lebrikizumab – Unveiling a next generation treatment for atopic dermatitis1,2” en claim 4B “Discover EBGLYSS®, a next generation treatment that can deliver long-lasting disease control for your atopic dermatitis patients1-7” claimt dat Ebglyss® dé nieuwe behandeling is voor atopische dermatitis. Van misleiding is volgens Almirall geen sprake.
Conclusie
5.7 Op grond van het bovenstaande concludeert Almirall dat de Codecommissie niet toe zou moeten komen aan een oordeel over de klachten van Sanofi nu Almirall S.A. niet is gebonden aan de Gedragscode en alle uitingen enkel door haar zijn gedaan in het kader van het EADV-congres. Dat brengt ook met zich mee dat Almirall B.V. niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de uitingen.
5.8 Mocht de Codecommissie desalniettemin toekomen aan een beoordeling van de uitingen, dan verzoekt Almirall de Codecommissie de klachten van Sanofi en de door Sanofi verzochte maatregelen af te wijzen.
6. De overwegingen van de Codecommissie CGR
6.1 De klacht van Sanofi is gericht op de in punt 2.5 omschreven uitingen van Almirall S.A. ten behoeve van haar geneesmiddel Ebglyss® welke tijdens en rondom het jaarlijks congres van de European Academy of Dermatology and Venereology (EADV-congres) in Amsterdam van 25 tot en met 28 september 2024 zijn gebezigd (overgelegd door Sanofi als bijlagen 3A tot en met 3F). Sanofi stelt zich op het standpunt dat voornoemde uitingen van Almirall S.A. in strijd zijn met de Gedragscode, in het bijzonder de artikelen 5.2.1.2, 5.2.1.3, 5.2.2.1, 5.2.2.2, .5.2.2.3, 5.2.2.4, 5.2.2.7 en 5.2.2.8 jo. 5.2.2.9 en dat de uitingen van Almirall S.A. aan Almirall B.V. toegerekend dienen te worden, omdat het EADV-congres in Nederland heeft plaatsgevonden. Almirall heeft daartegen verweer gevoerd en stelt – kort weergegeven – dat Almirall S.A. niet is gehouden aan de Gedragscode, dat de uitingen van Almirall S.A. niet aan Almirall B.V. kunnen worden toegerekend omdat Almirall B.V. hiermee geen bemoeienis heeft gehad en dat – voor zover de Codecommissie de klacht inhoudelijk zal beoordelen – de uitingen van Almirall S.A. niet in strijd zijn met de Gedragscode.
6.2 Artikel 3.3.1 van het Reglement bepaalt dat een ieder een klacht kan indienen met betrekking tot enigerlei handelen of nalaten in strijd met het bepaalde in de Gedragscode door – onder meer – vergunninghouders, De Codecommissie stelt vast dat de Spaanse vennootschap Almirall S.A. geen vergunninghouder is in de zin van de Gedragscode, omdat Almirall S.A. niet in Nederland is gevestigd. Almirall S.A. is bovendien geen lid van één van de bij de CGR aangesloten brancheorganisaties en heeft zich niet vrijwillig geconformeerd aan de rechtsmacht van de Codecommissie in onderhavige zaak.
6.3 De Codecommissie komt op grond van het bovenstaande tot het oordeel dat zij niet bevoegd is kennis te nemen van de klacht van Sanofi jegens Almirall S.A.
6.4 Voor zover de klacht van Sanofi betrekking heeft op de Nederlandse vennootschap Almirall B.V. rijst de vraag of de uitingen van Almirall S.A. aan Almirall B.V. in haar hoedanigheid van Nederlandse dochtermaatschappij kunnen worden toegerekend. Hiertoe overweegt de Codecommissie als volgt.
6.5 Het EADV-congres heeft dit jaar plaatsgevonden van 25 september tot en met 28 september 2024 in Amsterdam met meer dan 17.000 deelnemers wereldwijd. Het EADV-congres is een bijeenkomst gericht op dermatologie en venerologie en biedt onderzoekers en professionals in een internationale setting de mogelijkheid kennis uit te wisselen, te netwerken en onderzoeksresultaten te presenteren. Het EADV-congres dat ieder jaar in een ander land plaatsvindt, heeft een internationaal karakter en is niet specifiek gericht op Nederland.
6.6 Eén van de sponsoren van het EADV-congres in 2024 was Almirall S.A. Het sponsorcontract is gesloten tussen Almirall S.A. en de EADV. Als sponsor was Almirall S.A. met een stand aanwezig tijdens het EADV-congres en organiseerde zij twee satellietsymposia met zorgprofessionals en sprekers. Uit de stukken en hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen, is niet gebleken dat Almirall B.V. bij het sponsorcontract of bij enige organisatie of voorbereiding voor het EADV-congres, het organiseren van de satellietsymposia, het inrichten van de stand en het regelen van de uitnodigingen betrokken is geweest. Daarbij komt dat het UR-geneesmiddel Ebglyss® nog niet op de Nederlandse markt is gebracht en de uitingen van Almirall S.A. gedaan tijdens en rondom het internationale EADV-congres niet specifiek op de Nederlandse markt zijn gericht.
6.7 Op grond van het bovenstaande is de Codecommissie van oordeel dat door Sanofi onvoldoende aanknopingspunten zijn aangevoerd om de uitingen van Almirall S.A. toe te rekenen aan Almirall B.V. en dat Almirall B.V. derhalve niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de uitingen van Almirall S.A. Van een klacht wegens niet-naleving van het bepaalde in de Gedragscode door een vergunninghouder in de zin van artikelen 3.3.1 jo. 3.1.1 sub c van het Reglement is geen sprake, zodat de Codecommissie de klacht van Sanofi jegens Almirall B.V. af zal wijzen.
6.8 Aan dit oordeel van de Codecommissie doet niet af de stelling van Sanofi dat Almirall S.A. dient te voldoen aan het gestelde in de Code of Conduct van the European Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (“EFPIA”). Ingevolge artikel 3.1.1 sub c van het Reglement is de Codecommissie belast met de behandeling van klachten wegens het niet-naleven van het bepaalde in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en stelt deze commissie vast of deze regels zijn overtreden. De Codecommissie toetst aldus uitsluitend aan de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en is niet gehouden acht te slaan op wet- of regelgeving die niet, ook niet indirect, daarin is geïncorporeerd. Dit geldt ook voor de genoemde EFPIA waar Sanofi naar verwijst.
6.9 De verwijzing door Sanofi naar de uitspraak van de Codecommissie in de zaak Janssen-Cilag B.V. (met zaaknummer K02.012) doet evenmin af aan het onder 6.7 gegeven oordeel. In die zaak ging het om uitingen die door middel van een persbericht op de Nederlandse website www.perssupport.nl van ANP waren gedaan. De Codecommissie heeft het daarbij, gelet op hetgeen gebruikelijk is in de marketing op multinationaal niveau, onaannemelijk geacht dat Janssen-Cilag B.V. niet de mogelijkheid heeft gehad om vooraf invloed uit te oefenen op de verspreiding door c.q. de inhoud van de persberichten van het concern van Janssen-Cilag, zoals naar buiten gebracht door haar moedervennootschap. Dat persbericht was immers uitdrukkelijk op de Nederlandse markt gericht. De Codecommissie heeft daarbij de toerekening aan Janssen-Cilag B.V. mede gerechtvaardigd geacht door de overweging dat anders de Nederlandse regelgeving gemakkelijk kan worden omzeild. Naar het oordeel van de Codecommissie is de kwestie die in die zaak voorlag niet 1 op 1 vergelijkbaar met de situatie in de thans te beoordelen zaak. De in deze zaak gewraakte uitingen zijn gedaan tijdens (c.q. voorafgaand aan) een groot internationaal congres met 17.000 deelnemers, waaraan – naar onweersproken is gebleven – slechts een gering percentage Nederlandse beroepsbeoefenaren (7 à 8%) heeft deelgenomen. In de onderhavige zaak is er geen reden te veronderstellen – ten aanzien daarvan is immers niet, althans onvoldoende, gesteld of gebleken – dat Almirall B.V. vooraf invloed heeft gehad (of: heeft kunnen uitoefenen) op de inhoud van die uitingen, terwijl evenmin reden bestaat te veronderstellen dat hier een situatie van het ontduiken van de toepasselijkheid van de Nederlandse regelgeving aan de orde is geweest.
6.10 Met betrekking tot de kosten van de procedure bepaalt artikel 3.3.1.19 van het Reglement dat de Codecommissie de partij, die in strijd met de Gedragscode heeft gehandeld, veroordeelt tot vergoeding van de procedurekosten bestaande uit een vast bedrag ter dekking van de kosten die de Stichting CGR maakt in het kader van klachtenprocedures en/of van het griffiegeld als bedoeld in artikel 3.3.1.2 van het Reglement. Aangezien de Codecommissie niet aan een oordeel is toegekomen of Almirall in strijd heeft gehandeld met de Gedragscode, is er geen grond om Almirall te veroordelen in de kosten van de procedure.
7. De beslissing van de Codecommissie:
De Codecommissie:
– verklaart zich onbevoegd om van de klacht van Sanofi jegens Almirall S.A. kennis te nemen;
– wijst af de klacht van Sanofi jegens Almirall B.V.
Aldus gewezen te Amsterdam op 17 december 2024 door mr. J.A.J. van den Boom, voorzitter, drs. W.W. Geesink en drs. J. van Zwieten, leden, in aanwezigheid van mr. E.C. van Duuren, griffier en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
ID:
K24.006
Onderwerp(en):
Eisen aan reclame
Type beoordeling:
Klacht
Uitspraak:
Niet ontvankelijk
Instantie:
Codecommissie
Datum uitspraak:
17-12-2024
Het officiële document: