Transparantie
7.1.1

Vergunninghouders enerzijds en beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden van beroepsbeoefenaren en instellingen waarin beroepsbeoefenaren participeren dan wel werkzaam zijn en patiëntenorganisaties als bedoeld in artikel 6.6.3 anderzijds, zijn transparant over hun relaties die mogelijk kunnen leiden tot belangenverstrengeling, overeenkomstig de daarvoor vastgestelde gedragsregels. 

 

De Gedragscode onderscheidt drie vormen van transparantie: 


a. (Her)kenbaarheid van relaties en posities. 

Deze vorm van transparantie heeft tot doel te waarborgen dat:  

  • kenbaar wordt gemaakt dat bepaalde activiteiten met financiële ondersteuning van vergunninghouders tot stand zijn gekomen (artikel 7.1.2); en  

  • beroepsbeoefenaren in hun presentatie hun banden met vergunninghouders kenbaar maken (artikel 7.1.3); en 

  • vertegenwoordigers van vergunninghouders in hun optreden als zodanig herkenbaar zijn (artikel 7.1.4). 


b. Interne melding bij respectievelijk voorafgaande goedkeuring van de Raad van Bestuur van een instelling. 

Deze vorm van transparantie heeft tot doel te waarborgen dat Raden van Bestuur van instellingen op de hoogte zijn van respectievelijk toestemming hebben verleend voor bepaalde financiële relaties die door (samenwerkingsverbanden van) beroepsbeoefenaren die binnen de instelling werkzaam (of aan de instelling gelieerd) zijn, met vergunninghouders zijn aangegaan (artikel 7.1.5). 


c. Openbaarmaking in Transparantieregister Zorg. 

Deze vorm van transparantie heeft tot doel via een voor het publiek toegankelijk register inzage te geven in de aard en omvang van bepaalde financiële relaties tussen vergunninghouders en beroepsbeoefenaren (of samenwerkingsverbanden van deze beroepsbeoefenaren), instellingen en patiëntenorganisaties (paragraaf 7.2). 

Openbaring door organisator van een bijeenkomst
7.1.2
  1. De organisator van een bijeenkomst die met financiële ondersteuning van een of meerdere vergunninghouders tot stand komt, dient dit duidelijk van tevoren en tijdens de bijeenkomst kenbaar te maken. Indien een organisator aan een vergunninghouder ruimte biedt om tijdens of parallel aan het hoofdprogramma een eigen onderdeel van het programma te organiseren, dient de organisator ook dit duidelijk van tevoren en tijdens de bijeenkomst kenbaar te maken. Deze verplichting dient in de overeenkomst tussen de vergunninghouder die de financiële ondersteuning biedt en de organisator van de bijeenkomst te worden vastgelegd. 
     

  1. Patiëntenorganisaties die een activiteit organiseren die (mede) wordt gefinancierd door een of meer vergunninghouders, dienen duidelijk te communiceren dat die activiteit (mede) mogelijk is gemaakt door de betreffende sponsor(en). 

Openbaarmaking banden
7.1.3 Banden tussen beroepsbeoefenaren die optreden als opdrachtnemer voor vergunninghouders of derde partijen en die mogelijk kunnen leiden tot belangenverstrengeling, dienen door de beroepsbeoefenaar in mondelinge of schriftelijke presentaties openbaar te worden gemaakt.
Herkenbaarheid vertegenwoordigers vergunninghouder
7.1.4 Vertegenwoordigers van een vergunninghouder dienen in hun optreden als zodanig herkenbaar te zijn, bijvoorbeeld door het dragen van een badge tijdens bijeenkomsten en/of manifestaties. 
Interne transparantie
7.1.5
  1. De beroepsbeoefenaar dient afspraken over verleende gastvrijheid als bedoeld in artikelen 6.4.4 onder a, 6.4.6 onder 3 en 6.4.8 onder 2, te melden aan de Raad van Bestuur van de instelling waarin de beroepsbeoefenaar (in overwegende mate) werkzaam is, c.q. zijn hoofdactiviteit uitvoert. 
     
    Instellingen dragen zorg voor een proces met betrekking tot het melden aan de Raad van Bestuur van de instelling van betalingen of vergoeding van kosten voor verleende gastvrijheid, met inbegrip van de eventueel gedelegeerde bevoegdheden in dit kader. 

 

  1. De beroepsbeoefenaar die een dienstverlenings-overeenkomst met een vergunninghouder wil aangaan als bedoeld in artikel 6.3.2, dient vooraf toestemming te hebben verkregen voor het aangaan van deze overeenkomst van het bevoegde bestuur van de instelling waarvoor de betrokken overeenkomst relevant is. De vergunninghouder dient te controleren dat deze toestemming is verleend alvorens uitvoering wordt gegeven aan de dienstverleningsovereenkomst. 

 

  1. De beroepsbeoefenaar die (mede) verantwoordelijk is voor het aangaan van een sponsorovereenkomst, als bedoeld in artikel 6.5.3 onder f, tussen een samenwerkingsverband van beroepsbeoefenaren of een instelling waarin beroepsbeoefenaren werkzaam zijn of participeren en een vergunninghouder dient vooraf toestemming te hebben verkregen voor het  aangaan van deze overeenkomst van het bevoegde bestuur van de instelling waarvoor de betrokken overeenkomst relevant is. De vergunninghouder dient te controleren dat deze toestemming is verleend alvorens uitvoering wordt gegeven aan de sponsorovereenkomst. 

 

  1. De toestemming als bedoeld in het tweede en derde lid blijkt uit medeondertekening van de betrokken overeenkomst door of namens het bevoegde bestuur van de betrokken instelling.  

 

  1. Indien van toepassing doet de beroepsbeoefenaar tevens melding van de overeenkomst bij de andere instelling(en) waar hij/zij werkzaam is. 

 

  1. Instellingen dragen intern zorg voor: 

 

  • een (centrale) procesinrichting met betrekking tor tot het verlenen van goedkeuring van sponsor- en dienstverleningsovereenkomsten, met inbegrip van de eventueel gedelegeerde bevoegdheden in dit kader; 

  • (centrale) afspraken m.b.t. administratie en financiële uitvoering van de goedgekeurde sponsor- en dienstverleningsovereenkomsten en het afleggen van verantwoording daarover; 

  • het inrichten van een (centrale) administratie van de goedgekeurde en gemelde sponsor- en dienstverleningsovereenkomsten.